Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2018:1446

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
02-05-2018
Datum publicatie
02-05-2018
Zaaknummer
201705144/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 9 mei 2017 heeft het college het wijzigingsplan "Houtsnip" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2018/502
Module Ruimtelijke ordening 2018/8045 met annotatie van R. Frusch
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201705144/1/R2.

Datum uitspraak: 2 mei 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant A] en [appellant B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant]), wonend te Soest,

appellanten,

en

het college van burgemeester en wethouders van Soest,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 9 mei 2017 heeft het college het wijzigingsplan "Houtsnip" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Onroko Beleggingen en Meco Groep B.V. hebben een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 februari 2018, waar [appellant], in de persoon van [appellant B], en het college, vertegenwoordigd door O. de Man, zijn verschenen. Voorts zijn Onroko Beleggingen en Meco Groep B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde] en bijgestaan door mr. R.J.T. Vos, advocaat te Utrecht, als belanghebbenden gehoord.

Overwegingen

Inleiding

1.    Met het wijzigingsplan is beoogd te voorzien in de realisatie van vijf vrijstaande woningen nabij de weg Houtsnip, in de kern van Soest (hierna: het plangebied). Het wijzigingsplan is gebaseerd op artikel 29.6 van de regels van het bestemmingsplan "Klaarwater, Smitsveen en Bosstraat" (hierna: het bestemmingsplan).

    [appellant] is eigenaar van een perceel grenzend aan het plangebied en kan zich niet met het wijzigingsplan verenigen.

Intrekking

2.    Ter zitting heeft [appellant] de beroepsgrond die ziet op het onderzoek naar archeologische waarden in het plangebied, ingetrokken.

Beroep

3.    [appellant] betoogt dat de groene uitstraling van het gebied niet is gewaarborgd, zodat niet is voldaan aan de in artikel 29.6, onder d, van de regels van het bestemmingsplan opgenomen wijzigingsvoorwaarde. Hij betoogt, onder meer, dat het college ten onrechte weigert nadere regels op te stellen ter bescherming van de in het plangebied aanwezige bomen. De enkele mogelijkheid dat het groene karakter behouden blijft is volgens [appellant] onvoldoende. [appellant] wenst daarnaast verbreding van de noordelijk gelegen houtwal en vreest voor verwaarlozing van de houtwallen, nu onduidelijk is wat het eindbeeld voor het gebied is.

4.    Het college is van mening dat de groene uitstraling van de omgeving van het plangebied met het wijzigingsplan behouden blijft. De houtwallen die om het plangebied heen liggen worden na realisatie van het plan overgedragen aan de gemeente, die deze houtwallen opknapt en in stand houdt.

5.    Artikel 3.6, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) luidt:

"Bij bestemmingsplan kan worden bepaald dat met inachtneming van de bij het plan te geven regels:

a. burgemeester en wethouders binnen bij het plan te bepalen grenzen het plan kunnen wijzigen;

[…]"

    Artikel 29.6 van de regels van het bestemmingsplan luidt:

"Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd om gronden met de aanduiding ‘Wro-zone wijzigingsgebied-2’ (Houtsnip) te wijzigen in de bestemming Groen - Wijkgroen als bedoeld in artikel 10, de bestemming Tuin als bedoeld in artikel 16, de bestemming Verkeer als bedoeld in artikel 17 en de bestemming Wonen als bedoeld in artikel 18, waarbij de volgende bepalingen gelden:

[…]

d. de groene uitstraling van het gebied dient gewaarborgd te blijven;

[…]"

6.    Ten behoeve van het wijzigingsplan is een bomeneffectanalyse opgesteld, welke is neergelegd in het rapport "Bomeneffectanalyse Plan Houtsnip Soest" van Natuurbank Overijssel van 30 maart 2015, waarbij de ter plaatse voorkomende bomen zijn geïnventariseerd. De conclusie van de bomeneffectanalyse is dat er geen sprake is van bomen met een bijzondere dendrologische, landschappelijke of cultuurhistorische waarde, behalve de beplanting van de oude houtwal langs de Klein Engendaalweg en de beplanting van de houtwal op de oude schapendrift. De Afdeling stelt vast dat deze houtwallen zich ten noorden en ten zuiden van het plangebied bevinden. De gronden waarop deze houtwallen zich bevinden maken evenwel geen deel uit van het gebied waar de wijzigingsbevoegdheid uit het bestemmingsplan op ziet en maken derhalve evenmin deel uit van het gebied waarop het wijzigingsplan betrekking heeft. Het college heeft ter zitting toegelicht dat deze houtwallen ter bescherming, bewust buiten het wijzigingsgebied zijn gelaten.

    Ingevolge artikel 29.6, onder d, van de regels van het bestemmingsplan is het college van burgemeester en wethouders bevoegd om de gronden met de aanduiding "Wro-zone wijzigingsgebied-2" te wijzigen als de groene uitstraling van die gronden gewaarborgd blijft. Niet is gebleken van planregels in het wijzigingsplan op grond waarvan het wijzigingsplan de groene uitstraling van het plangebied waarborgt. Dat de houtwallen buiten het plangebied bewaard blijven maakt niet dat aan de wijzigingsvoorwaarden voor het plangebied wordt voldaan. Overigens zou de wijzigingsvoorwaarde onder d in de uitleg van het college voor het plangebied betekenisloos zijn.

7.    Gezien het vorenstaande heeft het college in strijd met artikel 29.6, onder d, van de regels van het bestemmingsplan, nagelaten de groene uitstraling van het wijzigingsgebied in het wijzigingsplan te waarborgen. Gelet hierop is het bestreden besluit vastgesteld in strijd met artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wro en artikel 29.6, onder d, van de regels van het bestemmingsplan. Het beroep is gegrond, zodat het bestreden besluit dient te worden vernietigd.

8.    Gelet op het voorgaande blijven de overige gronden van het beroep buiten bespreking.

9.    Uit oogpunt van rechtszekerheid en gelet op artikel 1.2.3 van het Besluit ruimtelijke ordening, ziet de Afdeling voorts aanleiding het college op te dragen het hierna in de beslissing nader aangeduide onderdeel van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl.

10.    Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart het beroep gegrond;

II.    vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Soest van 9 mei 2017 tot vaststelling van het wijzigingsplan "Houtsnip";

III.    draagt het college van burgemeester en wethouders van Soest op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat het hiervoor vermelde onderdeel II wordt verwerkt op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl;

IV.    gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Soest aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 168,00 (zegge: honderdachtenzestig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.F.W. Tuit, griffier.

w.g. Daalder    w.g. Tuit

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 2 mei 2018

425-858.