Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2018:1435

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
02-05-2018
Datum publicatie
02-05-2018
Zaaknummer
201702621/3/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij tussenuitspraak van 8 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3008, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen dertien weken na de verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 31 januari 2017, waarbij de raad het bestemmingsplan "Bartelsluisbrug" heeft vastgesteld, te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201702621/3/R1.

Datum uitspraak: 2 mei 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Wormer, gemeente Wormerland,

en

de raad van de gemeente Wormerland,

verweerder.

Procesverloop

Bij tussenuitspraak van 8 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3008, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen dertien weken na de verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 31 januari 2017, waarbij de raad het bestemmingsplan "Bartelsluisbrug" heeft vastgesteld, te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

Bij besluit van 19 december 2017 heeft de raad het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld teneinde het gebrek dat in de tussenuitspraak is geconstateerd te herstellen.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft [appellant] een zienswijze naar voren gebracht.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft.

Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1.    Het plan voorziet in een nieuwe brug over de Zaan ten zuiden van de buurtschap Bartelsluis in Wormer.

2.    De Afdeling heeft in de tussenuitspraak overwogen dat de raad zich ter zitting op het standpunt heeft gesteld dat, hoewel het de bedoeling is dat over de brug slechts één rijbaan, niet onderverdeeld in meerdere rijstroken, zal worden aangelegd, de planregels in samenhang met de verbeelding niet uitsluiten dat meer dan één rijbaan op de aan te leggen brug kan worden gerealiseerd. De formulering van artikel 5, lid 5.2.2, onder b, van de planregels laat volgens de raad op zichzelf toe dat meerdere rijbanen op de brug komen te liggen, met elk een of meer rijstroken. De breedte van de gronden met de aanduiding "brug" staat daar niet aan in de weg. De bedoeling om slechts één rijbaan mogelijk te maken, had volgens de raad in het plan duidelijker tot uitdrukking moeten worden gebracht. De raad beoogt planologisch niet te voorzien in een brug die door gemotoriseerde verkeersdeelnemers in twee richtingen tegelijk kan worden gebruikt.

    Nu de raad zich in zoverre op een ander standpunt stelt dan hij in het bestreden besluit heeft gedaan en niet is gebleken dat gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding hebben gegeven, heeft de Afdeling in de tussenuitspraak geoordeeld dat het bestreden besluit in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid.    

3.    Het beroep tegen het besluit van 31 januari 2017 is gegrond. Dat besluit dient te worden vernietigd wegens strijd met artikel 3:2 van de Awb, voor zover daarin niet is geregeld dat ter plaatse van de aanduiding "brug" maximaal één rijbaan, bestaande uit maximaal één rijstrook, is toegestaan.

4.    De Afdeling heeft de raad in de tussenuitspraak opgedragen om het gebrek in het bestreden besluit te herstellen.

5.      Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad het besluit van 19 december 2017 genomen, waarbij het bestemmingsplan is gewijzigd. De wijziging houdt in dat aan artikel 5, lid 5.2.2, van de planregels een nieuw onderdeel b is toegevoegd, waarbij de volgende onderdelen worden doorgenummerd. Dit onderdeel luidt als volgt:

    "b. ter plaatse van de aanduiding 'brug' is maximaal één rijbaan, bestaande uit maximaal één rijstrook toegestaan;" .

6.    In artikel 6:19, eerste lid, van de Awb staat: "Het bezwaar of beroep heeft van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben."

    Het besluit van 19 december 2017 is een besluit als bedoeld in artikel 6:19, eerste lid, van de Awb. Nu niet is gebleken dat [appellant] daarbij onvoldoende belang heeft, is zijn beroep van rechtswege mede gericht tegen het besluit van 19 december 2017.

7.    [appellant] kan zich op zichzelf verenigen met de wijziging van de planregels, waardoor op de brug maximaal één rijbaan, bestaande uit maximaal één rijstrook is toegestaan, maar acht desondanks een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van zijn woning onvoldoende verzekerd.

8.    De Afdeling overweegt dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de gevolgen van het gebruik van de brug voor het verkeer over de Engewormer niet onevenredig bezwarend zijn voor het woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning van [appellant]. Voor zover [appellant] betoogt dat ook de dosering met verkeerslichten bij de brug, de maximale aslast van 7 ton en de maximale breedte van 2,2 m in de planregels gewaarborgd moeten worden, overweegt de Afdeling dat de raad daarvoor geen aanleiding heeft hoeven zien. De raad heeft verklaard dat de huidige verkeersmaatregelen in stand zullen blijven. Het verkeer wordt door middel van verkeerslichten geleid, waardoor de route onaantrekkelijk wordt voor sluipverkeer. De huidige juridische beperkingen voor (vracht)verkeer wat betreft breedte, aslast en snelheid zullen ook in stand blijven, aldus de raad. Handhavingskwesties kunnen in deze procedure niet aan de orde komen. Het betoog van [appellant] dat de Engewormer beperkt dient te worden afgesloten voor verkeer, zodat alleen bestemmingsverkeer mogelijk is, kan ook niet in deze procedure aan de orde komen.

9.    Gelet op het vorenstaande is het voor [appellant] van rechtswege ontstane beroep tegen het besluit van 19 december 2017 ongegrond.

10.    Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is niet gebleken.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart het beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente Wormerland van 31 januari 2017, waarbij het bestemmingsplan Bartelsluisbrug is vastgesteld, gegrond;

II.    vernietigt dat besluit, voor zover daarin niet is geregeld dat ter plaatse van de aanduiding 'brug' maximaal één rijbaan, bestaande uit maximaal één rijstrook, is toegestaan;

III.    verklaart het beroep tegen het besluit van de raad van 19 december 2017, waarbij het bestemmingsplan "Bartelsluisbrug" gewijzigd is vastgesteld, ongegrond;

IV.    gelast dat de raad van de gemeente Wormerland aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 168,00 (zegge: honderdachtenzestig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. E. Helder, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, griffier.

w.g. Helder    w.g. Zwemstra

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 2 mei 2018

91.