Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2018:1315

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20-04-2018
Datum publicatie
25-04-2018
Zaaknummer
201801296/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 11 december 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Partiële herziening BP Kernen 2010 - Herontwikkeling Leeuwbierterrein" vastgesteld. Bij besluit van 2 januari 2018 heeft het college een omgevingsvergunning verleend ten behoeve van de realisering van het plan. Deze besluiten zijn gecoördineerd voorbereid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201801296/2/R1.

Datum uitspraak: 20 april 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoekster], wonend te Valkenburg, gemeente Valkenburg aan de Geul,

en

1.    de raad van de gemeente Valkenburg aan de Geul,

2.    het college van burgemeester en wethouders van Valkenburg aan de Geul,

verweerders.

Procesverloop

Bij besluit van 11 december 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Partiële herziening BP Kernen 2010 - Herontwikkeling Leeuwbierterrein" vastgesteld. Bij besluit van 2 januari 2018 heeft het college een omgevingsvergunning verleend ten behoeve van de realisering van het plan. Deze besluiten zijn gecoördineerd voorbereid.

Tegen deze besluiten heeft onder meer [verzoekster] beroep ingesteld.

[verzoekster] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 3 april 2018, waar [verzoekster], vertegenwoordigd door mr. J. Schoneveld, rechtsbijstandverlener te ‘s-Hertogenbosch, en de raad en het college, vertegenwoordigd door mr. J.L. Stoop, advocaat te Eindhoven en ing. B.P.M. van Eijsden, zijn verschenen. Voorts is ter zitting als partij gehoord Wijckerveste Adviseurs B.V., vertegenwoordigd door ir. V.M.M. Bruins.

Buiten bezwaren van partijen zijn nadere stukken in het geding gebracht.

Overwegingen

1.    Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

Inleiding

2.    De bestreden besluiten voorzien in de herontwikkeling van het voormalige Leeuwbierterrein tot een recreatiecentrum. Wijckerveste Adviseurs is de ontwikkelaar van het project. Het is haar planning om het recreatiecentrum begin 2019 voor gebruik gereed te hebben. In de voormalige brouwerij komt een zogeheten Food Experience, waar op relatief kleine schaal voornamelijk streekgebonden producten onder de aandacht zullen worden gebracht. Daarnaast worden een hotel dat voornamelijk gericht zal zijn op wielertoeristen, een gebouw voor een Cycle Experience en een sportgebouw opgericht. In het sportgebouw komen een Shimano Experience Center, waar onder meer fietsen door klanten getest kunnen worden, en een evenementen- en een sportmedisch centrum. De hoofdontsluiting van de te realiseren functies op het Leeuwbierterrein zal plaatsvinden via de Prinses Beatrixsingel. [verzoekster] woont aan de [locatie].

Inhoudelijk

3.    [verzoekster] vreest dat zij ten gevolge van het plan verkeers- en parkeeroverlast zal gaan ondervinden. Zij stelt daartoe dat in de huidige situatie al sprake is van grote verkeersdrukte op de Prinses Beatrixsingel, zeker bij evenementen. Ter onderbouwing daarvan heeft [verzoekster] foto’s overgelegd die volgens haar een beeld geven van de verkeerssituatie op de Prinses Beatrixsingel. Zij voert aan dat ten onrechte is voorbijgegaan aan het gemeentelijke beleidsplan "Verkeersveiligheid Valkenburg a/d Geul" (hierna: het verkeersplan) van 31 juli 2012. In het verkeersplan staat dat in de huidige situatie al sprake is van een onveilige verkeerssituatie op de Prinses Beatrixsingel. Ook is in het verkeers- en parkeeronderzoek dat aan het plan ten grondslag ligt ten onrechte niet uitgegaan van de ruime mogelijkheden, die het plan biedt. Zij wijst er in dit verband op dat de precieze invulling van het gebouw met aanbieders van streekgebonden producten nog niet bekend is.  

3.1.    Volgens de raad en het college volgt uit de aan het plan ten grondslag liggende berekeningen van het verwachte aantal verkeersbewegingen en van de parkeerbehoefte dat het plan niet zal leiden tot verkeers- en parkeeroverlast. De Prinses Beatrixsingel heeft op grond van het verkeersplan de status van een gebiedsontsluitingsweg met een wegcapaciteit van 6.000 - 10.000 verkeersbewegingen per etmaal. Het verkeer zal weliswaar toenemen ten opzichte van de bestaande situatie, maar de maximumafwikkelcapaciteit wordt niet bereikt. De foto’s die [verzoekster] heeft overgelegd, zijn volgens de raad en het college genomen tijdens het WK veldrijden in februari 2018. Dat betrof een eenmalig evenement waarbij het voorziene parkeren in de weilanden niet mogelijk was vanwege de zeer natte omstandigheden. Het plan voorziet niet in evenementen in de buitenlucht en voor een incidenteel evenement als het WK veldrijden geldt een apart vergunningenregime. In de berekende parkeerbehoefte van het plan kan op adequate wijze worden voorzien, aldus de raad en het college.  

3.2.    In het verkeersplan staat dat de hoofdontsluiting van onder meer het project op het Leeuwbierterrein dient te verlopen via de Prinses Beatrixsingel en dat de wegcategorie van deze weg mede in dat kader opnieuw zal moeten worden bezien. Op dit moment is volgens het beleidsplan sprake van een combinatie van een maximumsnelheid van 50 km/u en gelijkwaardige kruispunten, hetgeen vanuit duurzaam veilig zeer ongewenst is. Op de weg is openbaar vervoer aanwezig, de weg maakt deel uit van parkeerroutering en heeft een ontsluitende functie voor diverse toeristische attracties. Volgens het verkeersplan moeten de gelijkwaardige kruispunten dan ook worden opgeheven en fietsstroken en asmarkering worden aangebracht. In de Nota van zienswijzen staat dat de Prinses Beatrixsingel is aangewezen als een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom en een route is die functioneert als ontsluiting van het centrum van Valkenburg.

3.3.    Bij de vaststelling van het plan is het verwachte aantal verkeersbewegingen en de parkeerbehoefte berekend. Daaruit volgt dat het aantal verkeersbewegingen als gevolg van het plan ongeveer 2.140 verkeersbewegingen per etmaal zal bedragen. De parkeerbehoefte als gevolg van het plan zal maximaal 476 parkeerplaatsen zijn. Volgens de plantoelichting zullen in het plangebied 245 parkeerplaatsen worden gerealiseerd en kan voor het resterende gedeelte gebruik worden gemaakt van de bestaande restcapaciteit van omliggende parkeerterreinen.

3.4.    In hetgeen [verzoekster] heeft aangevoerd ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om te oordelen dat bij de berekeningen van het aantal verkeersbewegingen en de parkeerbehoefte ten gevolge van het plan niet is uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden. Ook al is de precieze invulling van het gebouw met aanbieders van streekgebonden producten nog niet bekend, in de berekeningen is uitgegaan van de maximale toegestane oppervlakte per functie, waaronder het bvo dat maximaal mag worden ingevuld ten behoeve van de verkoop van streekgebonden producten, zoals in de planregels begrensd. Ook het voorziene evenementencentrum is meegenomen in de berekeningen.

3.5.    De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat de raad in redelijkheid ervan heeft kunnen uitgaan dat het plan niet zal leiden tot parkeeroverlast voor [verzoekster]. In het plangebied wordt niet voorzien in de volledige parkeerbehoefte, maar de raad en het college hebben toegelicht dat er op loopafstand van het plangebied twee grote openbare parkeerterreinen zijn met voldoende restcapaciteit. [verzoekster] heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit onjuist is. Voorts zijn in het plangebied geen evenementen toegestaan met uitzondering van het voorziene evenementcentrum dat in de planregels in omvang is beperkt. Bovendien is de afstand van de woning van [verzoekster] tot de voorziene ingang van het plangebied ongeveer 500 m en is niet in geschil dat aan de Prinses Beatrixsingel een parkeerverbod geldt. Gelet op deze omstandigheden acht de voorzieningenrechter op voorhand niet aannemelijk dat bezoekers aan het plangebied in de directe omgeving van de woning van [verzoekster] zullen parkeren.

3.6.    Over de verkeerssituatie hebben de raad en het college ter zitting toegezegd dat de verkeersmaatregelen die volgens het verkeersplan op de Prinses Beatrixsingel nodig zijn, zullen worden gerealiseerd voordat de voorziene functies in gebruik zullen worden genomen. De daarvoor benodigde verkeersbesluiten zijn al in voorbereiding. Verder hebben de raad en het college toegelicht dat de maximale capaciteit van de Prinses Beatrixsingel van 6.000 - 10.000 verkeersbewegingen per etmaal is vastgesteld door een verkeerskundige van de gemeente, waarbij rekening is gehouden met het profiel van de Prinses Beatrixsingel. De voorzieningenrechter ziet op voorhand geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van dit uitgangspunt.

    Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is echter niet inzichtelijk gemaakt wat de bestaande verkeersintensiteit is op de Prinses Beatrixsingel. Om te kunnen beoordelen of de maximumcapaciteit van de weg niet wordt overschreden met de toename van het verkeer dat het plan genereert is immers inzicht nodig in het aantal verkeersbewegingen in de bestaande situatie. Ter onderbouwing van hun standpunt dat de capaciteit van de Prinses Beatrixsingel berekend is op het bestaande verkeer en de toename van het verkeer van en naar het plangebied na de herontwikkeling hebben de raad en het college ter zitting en na de zitting verkeerstellingen uit maart en april 2018 en februari tot en met april 2017 overgelegd. De voorzieningenrechter acht hiermee voorshands niet inzichtelijk gemaakt of deze verkeerstellingen een representatief beeld geven van het aantal verkeersbewegingen op de Prinses Beatrixsingel in de autonome situatie door het jaar heen. De overgelegde verkeerstellingen hebben geen betrekking op de zomerperiode, terwijl het op voorhand niet is uitgesloten dat het aantal verkeersbewegingen op de Prinses Beatrixsingel in de zomerperiode significant hoger is dan in andere periodes. Blijkens het verkeersplan en de Nota van zienswijzen heeft de Prinses Beatrixsingel immers een ontsluitende functie voor diverse toeristische attracties en maakt de weg deel uit van de parkeerroutering.

Conclusie

4.    Gelet op overweging 3.6 ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de bestreden besluiten te schorsen. De raad en het college dienen op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    schorst bij wijze van voorlopige voorziening:

1. het besluit van de raad van de gemeente Valkenburg aan de Geul van 11 december 2017 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Partiële herziening BP Kernen 2010 - Herontwikkeling Leeuwbierterrein";

2. het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Valkenburg aan de Geul van 2 januari 2018, kenmerk DMS 099424596 OV 2017- 435, tot verlening van een omgevingsvergunning aan Wijckerveste Adviseurs B.V.;

II.    veroordeelt de raad en het college van burgemeester en wethouders van Valkenburg aan de Geul tezamen tot vergoeding van bij [verzoekster] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.002,00 (zegge: duizendtwee euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

III.    gelast dat de raad en het college van burgemeester en wethouders van Valkenburg aan de Geul tezamen aan [verzoekster] het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 170,00 (zegge: honderdzeventig euro) vergoeden.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.L. van Driel Kluit, griffier.

w.g. Scholten-Hinloopen    w.g. Van Driel Kluit

voorzieningenrechter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 20 april 2018

703.