Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2018:1157

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
05-04-2018
Datum publicatie
11-04-2018
Zaaknummer
201710243/2/A1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 16 december 2016 heeft het college geweigerd aan New York Pizza Delivery een omgevingsvergunning te verlenen voor het aanbrengen van gevelreclame aan en het maken van een zij-uitgang in het pand op het perceel Horsterweg 1 te Ermelo (hierna: het pand en het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201710243/2/A1.

Datum uitspraak: 5 april 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van New York Pizza Delivery B.V., gevestigd te Amstelveen, om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende de hoger beroepen van onder meer:

het college van burgemeester en wethouders van Ermelo,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de rechtbank) van 30 november 2017 in zaken nrs. 17/4323 en 17/4325 in het geding tussen:

New York Pizza Delivery

en

het college.

Procesverloop

Bij besluit van 16 december 2016 heeft het college geweigerd aan New York Pizza Delivery een omgevingsvergunning te verlenen voor het aanbrengen van gevelreclame aan en het maken van een zij-uitgang in het pand op het perceel Horsterweg 1 te Ermelo (hierna: het pand en het perceel).

Bij besluit van 30 augustus 2017 heeft het college het door New York Pizza Delivery daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 16 december 2016 ingetrokken en de gevraagde omgevingsvergunning alsnog verleend.

Bij besluit van 7 september 2017 heeft het college het besluit van 30 augustus 2017 ingetrokken, het door New York Pizza Delivery tegen het besluit van 16 december 2016 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en dat besluit gehandhaafd.

Bij uitspraak van 30 november 2017 heeft de rechtbank het door New York Pizza Delivery daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 7 september 2017 vernietigd, het besluit van 16 december 2016 herroepen en bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.

Tegen deze uitspraak hebben het college, [belanghebbende 1], [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] hoger beroep ingesteld.

Bij besluit van 6 februari 2018 heeft het college opnieuw geweigerd de door New York Pizza Delivery gevraagde omgevingsvergunning te verlenen.

New York Pizza Delivery, het college, [belanghebbende 1], [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3], [belanghebbende 4] en [belanghebbende 5] (hierna tezamen en in enkelvoud: [belanghebbende]) hebben stukken ingediend.

New York Pizza Delivery heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 22 maart 2018, waar New York Pizza Delivery, vertegenwoordigd door mr. F.D.J.A. Pieters, rechtsbijstandverlener te Amsterdam, en door [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door mr. R.A. Oosterveer, advocaat te Apeldoorn, en door mr. I.E. van Duuren, zijn verschenen. Voorts zijn daar [belanghebbende], [belanghebbende 1], vertegenwoordigd door mr. T.P. Grünbauer, advocaat te Ede, en [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3], vertegenwoordigd door mr. M. Jue, rechtsbijstandverlener te Zoetermeer, verschenen.

Overwegingen

1.    Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.    Aan het bij de rechtbank bestreden besluit van 7 september 2017 heeft het college ten grondslag gelegd dat het voorgenomen gebruik van het pand door New York Pizza Delivery horeca is als bedoeld in categorie 2.4 van de bij het bestemmingsplan "Kom Ermelo" (hierna: het bestemmingsplan) behorende Lijst van horecabedrijven. Dit is volgens het college niet in overeenstemming met de ingevolge het bestemmingsplan op het perceel rustende bestemming "Gemengd" met de aanduiding "detailhandel". Het college is niet bereid om omgevingsvergunning te verlenen voor deze afwijking van het bestemmingsplan.

    Naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank heeft het college de door New York Pizza Delivery gevraagde omgevingsvergunning opnieuw geweigerd bij het besluit van 6 februari 2018. Hieraan heeft het college ten grondslag gelegd dat het voorgenomen gebruik horeca is als bedoeld in categorie 2.1 van de Lijst van horecabedrijven. Ook horeca van categorie 2.1 is volgens het college niet in overeenstemming met de op het perceel rustende bestemming en aanduiding en het college is niet bereid om omgevingsvergunning te verlenen voor deze afwijking van het bestemmingsplan.

3.    Het besluit van 6 februari 2018 is mede onderwerp van het geding in de bodemprocedure. New York Pizza Delivery heeft beroepsgronden tegen dit besluit aangevoerd. Tevens heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Haar verzoek strekt ertoe dat het besluit van 6 februari 2018 wordt geschorst en dat haar de gevraagde omgevingsvergunning bij wijze van voorlopige voorziening wordt verleend. New York Pizza Delivery heeft aan dit verzoek onder meer ten grondslag gelegd dat het besluit van 6 februari 2018 niet is genomen met inachtneming van de uitspraak van de rechtbank. Volgens New York Pizza Delivery houdt de uitspraak van de rechtbank in dat het voorgenomen gebruik in overeenstemming is met het bestemmingsplan, zodat deze uitspraak het college niet de ruimte bood om opnieuw het standpunt in te nemen dat het voorgenomen gebruik daarmee in strijd is. Gelet op de financiële schade die zij leidt omdat zij reeds vanaf 2015 kosten maakt voor de huur van het pand, bestaat er aanleiding de gevraagde voorlopige voorziening te treffen, aldus New York Pizza Delivery.

4.    In de uitspraak van de rechtbank is niet overwogen dat het voorgenomen gebruik in overeenstemming is met het bestemmingsplan. De rechtbank heeft in haar uitspraak het door het college aan het besluit van 7 september 2017 ten grondslag gelegde standpunt dat het voorgenomen gebruik valt onder categorie 2.4 van de Lijst van horecabedrijven getoetst en onjuist geacht. Daarmee heeft de rechtbank zich niet uitgelaten over de vraag of het voorgenomen gebruik mogelijk op andere gronden in strijd is met het bestemmingsplan, bijvoorbeeld omdat het onder categorie 2.1 van de Lijst van horecabedrijven valt. Het ter zitting bij de rechtbank door het college ingenomen standpunt dat het voorgenomen gebruik onder die categorie valt, heeft de rechtbank wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing gelaten. Anders dan New York Pizza Delivery meent, bood de uitspraak van de rechtbank het college de ruimte om in het besluit van 6 februari 2018 het standpunt in te nemen dat het voorgenomen gebruik onder categorie 2.1 van de Lijst van horecabedrijven valt en om die reden niet in overeenstemming met het bestemmingsplan is. Voor het oordeel dat het besluit van 6 februari 2018 niet is genomen met inachtneming van de uitspraak van de rechtbank, bestaat dan ook geen grond.

5.    Gelet op het vorenstaande en bij afweging van de belangen, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om de door New York Pizza Delivery gevraagde voorlopige voorziening te treffen. Het schorsen van het besluit van 6 februari 2018 en het bij wijze van voorlopige voorziening verlenen van de gevraagde omgevingsvergunning betreft een verstrekkende voorziening. Daartegenover staan ruimtelijke belangen die in het bestemmingsplan hun weerslag hebben gevonden. Bij afweging van de betrokken belangen rechtvaardigt het door New York Pizza Delivery gestelde financiële belang het treffen van deze voorziening niet.

6.    Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.

7.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. S.F.M. Wortmann, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.P.J.M. van Grinsven, griffier.

w.g. Wortmann    w.g. Van Grinsven

voorzieningenrechter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 5 april 2018

462-757.