Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2018:1103

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-04-2018
Datum publicatie
04-04-2018
Zaaknummer
201709220/1/R6
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 22 augustus 2017 heeft het college ten behoeve van het toen nog vast te stellen bestemmingsplan "Purmerbuurt 2017" hogere geluidsgrenswaarden vastgesteld voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege verkeerslawaai van de Purmerenderweg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2018/7851
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201709220/1/R6.

Datum uitspraak: 4 april 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1.    [appellant sub 1], wonend te Purmerend,

2.    [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] en anderen (hierna: [appellant sub 2] en anderen), wonend te Purmerend,

appellanten,

en

1.    de raad van de gemeente Purmerend,

2.    het college van burgemeester en wethouders van Purmerend,

verweerders.

Procesverloop

Bij besluit van 22 augustus 2017 heeft het college ten behoeve van het toen nog vast te stellen bestemmingsplan "Purmerbuurt 2017" hogere geluidsgrenswaarden vastgesteld voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege verkeerslawaai van de Purmerenderweg.

Bij besluit van 28 september 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Purmerbuurt 2017" vastgesteld.

Bij besluit van 3 oktober 2017 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen, handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten, aanleggen of wijzigen van een inrit en het kappen van houtopstanden, ten behoeve van de bouw van 30 woningen.

De besluiten zijn op grond van artikel 3.30, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet ruimtelijke ordening gecoördineerd voorbereid en bekend gemaakt.

Tegen deze besluiten hebben [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 maart 2018, waar [appellant sub 1], bijgestaan door mr. A.M.H. Dellaert, advocaat te Zoetermeer, [appellant sub 2] en anderen, vertegenwoordigd door [appellant sub 2B], en het college en de raad, vertegenwoordigd door drs. M. Matthijsse en M.C. Deinum, zijn verschenen. Tevens is ter zitting HSB Ontwikkeling B.V., vertegenwoordigd door mr. J.C. Ellerman, advocaat te Amsterdam, gehoord.

Overwegingen

1.    Het plan maakt de bouw van 30 woningen mogelijk aan de noordelijke zijde van de Purmerenderweg in Purmerend. De omgevingsvergunning en het besluit hogere waarden zijn ter uitvoering van het plan verleend en vastgesteld. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen wonen allen in de directe omgeving van het plangebied. Zij vrezen met name voor de aantasting van hun woongenot ten gevolge van het plan, omdat het karakteristieke landschap volgens hen zal verdwijnen en het verkeer zal toenemen. Zoals ter zitting door [appellant sub 1] en [appellant sub 2] toegelicht, zijn de beroepen alleen gericht tegen het vastgestelde plan en de verleende omgevingsvergunning voor bouwen.

2.    Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

3.    [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen voeren aan dat zij niet tegen woningbouw in het plangebied als zodanig zijn, maar wel tegen de intensiteit van de woningbouw zoals het plan die nu mogelijk maakt. Anders dan de raad stelt is er volgens hen geen sprake van bestaand stedelijk gebied, maar van buitengebied. Het plangebied wordt in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie van de provincie Noord-Holland gerekend tot het droogmakerijenlandschap. Volgens [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen past de intensiteit van de woningbouw die het plan mogelijk maakt niet bij de kenmerken van dit landschap. Purmerbuurt is van origine een kruispuntdorp. Ter plaatse van het plangebied is sprake van een open landschap, waarbij de Purmerenderweg een structuurlijn vormt. Voorts is sprake van een boerenlint met een monumentaal karakter. Een aantal zicht bepalende oude gebouwen is behouden gebleven en vormt samen met de hoge bomen het historische karakter. De stelling van de raad dat de typische kenmerken niet meer bestaan is volgens [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen dan ook onjuist. Het plan maakt volgens hen teveel woningen op een relatief kleine strook grond mogelijk. Verder is in het plan een maximale nokhoogte van 11 meter en een goothoogte van 6,5 meter opgenomen. Nu de woningen aan de andere kant van de Purmerenderweg allemaal minder hoog zijn, is deze hoogte volgens [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen niet passend in de omgeving. Voorts komt een deel van de woningen haaks op de weg te staan waardoor de typische lintbebouwing wordt losgelaten. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen wijzen erop dat in een eerder initiatief voor woningbouw in het plangebied nog gekozen werd voor slechts 18 woningen. Zij verwijzen voorts naar de kritiek die de provincie Noord-Holland heeft gegeven op het plan.

3.1.    De raad stelt zich op het standpunt dat het plangebied binnen het bestaand bebouwd gebied valt als bedoeld in de Provinciale Ruimtelijke Verordening Noord-Holland 2014 (hierna: PRV 2014). Op de kaart behorende bij de PRV 2014 valt het plangebied hier buiten, maar deze kaart is slechts indicatief en de tekst van de PRV 2014 op dit punt is leidend. Volgens de tekst wordt onder bestaand bebouwd gebied gerekend de bestaande of bij een geldend bestemmingplan toegelaten woon- of bedrijfsbebouwing. Het vorige bestemmingsplan dat in werking was ten tijde van de inwerkingtreding van de PRV 2014 voorzag al in woningbouw op deze gronden zodat het binnen dit gebied valt. Dit is ook door de provincie in de e-mail van 25 augustus 2016 bevestigd. Inmiddels is het begrip bestaand gebouwd gebied in de PRV gewijzigd in bestaand stedelijk gebied, waarbij wordt aangesloten bij de beschrijving in artikel 1.1.1., eerste lid onder h, van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: het Bro). Vanwege de bestaande woningen aan de overzijde van de weg, de aanwezigheid van een complete woonwijk ten westen van het plangebied en de golfbaan aan de noordzijde van het gebied moet dit volgens de raad als bestaand stedelijk gebied als bedoeld in het Bro worden aangemerkt. Er is volgens de raad geen sprake van een open landschap behorende bij een droogmakerijenlandschap. Bij de vaststelling van het plan is rekening gehouden met hetgeen in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie is opgenomen over de kernkwaliteiten van een droogmakerijenlandschap. Het plangebied is 330 m lang en er liggen geen boerenerven. Mede gezien het feit dat aan de overzijde van de weg ook woningen liggen, acht de raad woningbouw op deze locatie stedenbouwkundig inpasbaar. De suggesties van de provincie in de e-mail van 25 augustus 2016 zijn voorts ook bij de vaststelling van het plan betrokken maar zijn geen aanleiding geweest voor een aanpassing van het plan. Ter zitting heeft de raad toegelicht dat de bouwhoogten in het plan in overeenstemming zijn gebracht met de voorschriften in het Bouwbesluit 2012.

3.2.    In de toelichting bij het plan staat dat de kenmerkende openheid van de Purmer ter hoogte van het plangebied volledig is verdwenen. De bosrand die de golfbaan begrenst en de bebouwing van de Purmerbuurt met daarachter het Purmerbos zorgen ervoor dat in dit deel langs de Purmerenderweg de polder niet meer te ervaren is. De enige herinneringen aan het open polderland zijn volgens de toelichting te vinden in de maat van het polderblok, nog te herkennen aan de afstand van de Purmerenderweg tot de bomenrand van de golfbaan, in de watergangen direct langs de Purmerenderweg en in een behouden tocht die de golfbaan doorsnijdt. Pas voorbij de Middentocht, op ruime afstand ten oosten van het plangebied, is de openheid weer te ervaren. De kenmerkende eigenschappen van het droogmakerijenlandschap, te weten: de openheid, de rationele verkaveling, de ontginningsassen met hun bebouwingssilhouet van stolpen en het grillige contract tussen de open, lage, rechtlijnige polder en de hogere, grillige ringdijk, zijn ter hoogte van het plangebied niet of nauwelijks meer aanwezig of herkenbaar.

    Het bebouwingsbeeld van de Purmerbuurt bestaat volgens de toelichting op dit moment uit verspreid gelegen bebouwing, waarbij de bebouwing verder van het kruispunt op grotere afstand van elkaar staat. Er is sprake van variatie in korrel, nokrichting en bouwmassa. De bouwmassa is overwegend 1 tot 1,5 laag met kap. Een voorwaarde voor de nieuwe woningen is dat de ontwikkeling gepaard gaat met het behouden van laanbeplanting en watergangen en dat de maat van het Polderblok herkenbaar blijft. Met het plan wordt volgens de toelichting een momenteel onbebouwde strook grond op een passende wijze ingevuld. De nieuwe bebouwing voegt zich in de karakteristiek van de lintbebouwing, zoals die ook aan de zuidzijde van de Purmerenderweg aanwezig is. De lintkarakteristiek past ook binnen de bebouwingskarakteristiek van de Purmerbuurt die verder oostwaarts ligt. De woonbuurt wordt aansluitend aan de bestaande bebouwde kom van Purmerend gerealiseerd. De ligging, de afstand tot de Purmerenderweg, de maatvoering en de woningtypes zijn in het plan vastgelegd. Dit waarborgt de beoogde ritmiek/afwisseling. Het beeld moet zich op die manier duidelijk onderscheiden van de grootschalige woonwijken. De provincie heeft aangegeven te kunnen instemmen met het plan. Ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit merkt de provincie op dat woningen op de locatie landschappelijk gezien weinig kwaad kunnen, omdat de locatie is ingeklemd tussen de golfbaan en een rijtje woningen waardoor de impact minimaal is. Daarnaast is er op dit deel van de Purmerenderweg sprake van enkelzijdige lintbebouwing, waardoor woningen aan de overzijde geen rare gewaarwording zullen zijn. Over de opmerking van de provincie dat 30 woningen wellicht veel is in vergelijking met de overzijde, stelt de raad in de toelichting dat het bebouwingsfront aan de overzijde van de weg vergelijkbaar is met het nieuwbouwplan, alsook de gehanteerde afstand tot de weg, welke ruim is, en welke daardoor een verzachtend effect heeft op de wijze waarop de bebouwing beleefd wordt. De woningen bestaan net als aan de overzijde uit een bouwlaag met een kap. Enkele woningen krijgen een grotere goot- en bouwhoogte, doch dit is passend in de omgeving, door de ruime afstand tot de weg, het ruime straatprofiel en het feit dat in de omgeving ook andere hogere objecten voorkomen. Wat betreft de twee blokken in het midden van het plan die volgens de provincie uit de toon vallen, heeft de raad toegelicht dat deze enkele uitzondering geen afbreuk doet aan het overwegende karakter van de bebouwing aan het land, dat ook met dit plan wordt benadrukt.

3.3.    De raad heeft zich naar het oordeel van de Afdeling terecht op het standpunt gesteld dat het plangebied binnen bestaand bebouwd gebied valt als bedoeld in de PRV 2014. Gelet op de bestaande bebouwing in de omgeving en de ligging van het plangebied heeft de raad er in redelijkheid voor kunnen kiezen aan deze gronden een woonbestemming toe te kennen. Ook heeft de raad in redelijkheid voor deze intensiteit kunnen kiezen. Wat betreft de hoeveelheid woningen heeft de raad zich naar het oordeel van de Afdeling in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat deze passend is in de omgeving. De maximale nok- en goothoogte is voorts vergelijkbaar met die van de bestaande woningen in de omgeving. Om aan de normen in het Bouwbesluit 2012 te kunnen voldoen en toch het gewenste aantal lagen te kunnen bouwen is een hogere goot- en nokhoogte noodzakelijk. Dat de woningen aan de overkant van de Purmerenderweg lager zijn leidt gelet hierop niet tot een ander oordeel. De raad heeft zich met bovenstaande motivering voorts in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de adviezen van de provincie geen aanleiding geven het plan aan te passen.

    Het betoog faalt.

4.    [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen voeren aan dat het plan zal leiden tot een toename van het aantal verkeersbewegingen op de Purmerenderweg. Er is gekozen voor een geclusterde ontsluiting van het plangebied waarbij 5 uitwegen worden aangelegd. Samen met de 16 bestaande uitwegen betekent dit dat er in totaal 21 ontsluitingspunten zijn. Volgens [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen had er onderzoek naar de verkeersveiligheid moeten worden gedaan, zeker omdat er op dit moment al problemen zijn met hard rijdende automobilisten.

4.1.    De raad stelt dat de capaciteit van de Purmerenderweg ruim voldoende is om het extra verkeer ten gevolge van het plan te verwerken. De Purmerenderweg is een dijkweg waar binnen de bebouwde kom een snelheidsregime van 50 km per uur geldt en daarbuiten van 60 km per uur. Niet de gemeente maar het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is beheerder van de weg. Het Hoogheemraadschap schept de randvoorwaarden voor de verkeersveiligheid. De Purmerenderweg is door hem gecategoriseerd als erftoegangsweg type 1, welke een maximale verkeersintensiteit van 6.000 motorvoertuigen per etmaal kan verwerken. De intensiteit van de Purmerenderweg is gemeten op 4.353 per etmaal in april 2015. Met behulp van de "Rekentool Verkeersgeneratie en Parkeren" van de CROW is de verkeersgeneratie van de 30 woningen berekend. De raad is er hierbij van uitgegaan dat de gemeente "sterk stedelijk" is en het plangebied is gelegen in "rest bebouwde kom". Op basis hiervan en gezien het type woningen geeft de tool een toename van 242 motorvoertuigen (hierna: mvt) per etmaal aan. Dit zijn gemiddeld 10 extra mvt per uur. Deze geringe toename zal het woon- en leefklimaat ter plaatse niet op een onaanvaardbare wijze aantasten, aldus de raad. Hoewel de inrichting van de weg niet optimaal is, bestaat gelet op de capaciteit en het snelheidsregime binnen de bebouwde kom geen aanleiding het plan op dit punt aan te passen. Het plan leent zich niet voor een oplossing voor de te hard rijdende automobilisten. Er is ten behoeve van het plan wel een breed overleg opgestart over de verkeersveiligheid. Hierbij zijn naast de gemeente, bewoners, politie, de wegbeheerder, de gemeente Waterland, de vervoerregio Amsterdam en vervoersmaatschappij EBS betrokken. Ter zitting heeft de raad toegelicht dat er inmiddels een ontwerp is voor de herinrichting van de weg, dat ook door de omwonenden wordt gesteund.

4.2.    De Afdeling is van oordeel dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het extra verkeer ten gevolge van het plan het woon- en leefklimaat van de omwonenden niet op een onaanvaardbare wijze zal aantasten. Ook met de toename van het verkeer blijft het aantal mvt per etmaal binnen de 6.000 mvt per etmaal die de weg maximaal kan verwerken. Voorts is niet gebleken dat sprake is van een dusdanige verkeersonveilige situatie dat de raad het plan hierom niet heeft mogen vaststellen. Daarbij betrekt de Afdeling dat niet is gebleken dat op dit moment sprake is van veel verkeersongelukken op de weg en dat de raad bezig is met een plan voor een herinrichting waarvoor onder de omwonenden draagvlak is.

    Het betoog faalt.

5.    [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen voeren aan dat de raad ten onrechte de geluidsgevolgen van het extra verkeer voor hun woningen niet heeft onderzocht. Voor de nieuwe woningen is een besluit hogere waarden vastgesteld. Gelet hierop had het volgens hen op de weg van de raad gelegen om ook de gevolgen voor de omwonenden te onderzoeken.

5.1.    De raad stelt zich op het standpunt dat gelet op de relatief geringe toename van verkeer ten gevolge van het plan er geen aanleiding bestond onderzoek te doen naar de geluidsoverlast voor omwonenden. In het kader van het beroep is er alsnog een geluidsonderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de toename ongeveer 0,2 dB zal zijn. Dit verschil zal in de praktijk niet merkbaar zijn.

5.2.    De Afdeling is van oordeel dat gelet op de relatief geringe toename van 242 mvt per etmaal op de bestaande 4.353 mvt per etmaal de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat er geen aanleiding bestond een geluidsonderzoek te doen naar de gevolgen voor de omwonenden.

    Het betoog faalt.

6.    [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen voeren aan dat de omwonenden niet voldoende zijn betrokken bij de bouwplannen. Hun belangen zijn hierdoor onvoldoende meegewogen.

6.1.    De raad heeft toegelicht dat er voor de omwonenden een informatieavond is georganiseerd voor de vaststelling van het plan. Voorts is de reguliere procedure gevolgd, waarbij omwonenden hun bezwaren in een zienswijze op het ontwerpplan kenbaar hebben kunnen maken. Gelet hierop is de Afdeling van oordeel dat de raad de belangen van omwonenden voldoende heeft betrokken bij de besluitvorming.

    Het betoog faalt.

7.    De beroepen zijn ongegrond.

8.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart de beroepen ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.J.R.R. Brock, griffier.

w.g. Minderhoud    w.g. Brock

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 april 2018

603.