Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:833

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29-03-2017
Datum publicatie
29-03-2017
Zaaknummer
201605508/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Tussenuitspraak bestuurlijke lus
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 24 mei 2016 heeft de raad het bestemmingsplan "Goudenregenstraat" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/1668
JOM 2018/251
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201605508/1/R2.

Datum uitspraak: 29 maart 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Tussenuitspraak met toepassing van artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) in het geding tussen:

1.    [appellant sub 1], wonend te Vianen,

2.    [appellant sub 2] en anderen, allen wonend te Vianen,

en

de raad van de gemeente Vianen,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 24 mei 2016 heeft de raad het bestemmingsplan "Goudenregenstraat" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 januari 2017, waar [appellant sub 1], bijgestaan door [gemachtigde], [appellant sub 2] en anderen in persoon en de raad, vertegenwoordigd door J. Ariaans, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [belanghebbende], bijgestaan door [gemachtigde], gehoord.

Na het sluiten van het onderzoek ter zitting heeft de Afdeling het onderzoek heropend teneinde schriftelijke inlichtingen van de raad in te winnen.

[appellant sub 1] heeft daarop een reactie ingediend. Met toestemming van partijen is afgezien van hernieuwde behandeling ter zitting, waarna het onderzoek is gesloten.

Overwegingen

1.    Ingevolge artikel 8:51d van de Awb, voor zover hier van belang, kan de Afdeling het bestuursorgaan opdragen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen.

Inleiding

2.    Het plan voorziet in een woning met bijgebouwen op een onbebouwd perceel tussen de Goudenregenstraat en de Lekdijk (hierna: het perceel). [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen wonen aan de overzijde van dit perceel, aan de Goudenregenstraat en kunnen zich niet met het plan verenigen. Zij zijn van mening dat de voorziene bebouwing niet passend is in de omgeving en vrezen voor verkeer- en parkeeroverlast door gebruik van de voorziene woning voor een beroep of bedrijf aan huis.

    De relevante regels uit het plan zijn vermeld in de bijlage bij deze uitspraak.

Toetsingskader

3.    Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Gemeentelijk beleid

4.    [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen betogen dat het plan is vastgesteld in strijd met gemeentelijk beleid. Zij voeren hiertoe aan dat in het bestemmingsplan "Kom Vianen", dat in 2010 door de raad is vastgesteld en dat het vorige planologische regime voor het perceel vormde, aan de in geding zijnde gronden de bestemming "Tuin" was toegekend zonder bouwvlak. Daarbij past niet dat thans is voorzien in een woning, gebouwen en een inrit, aldus [appellant sub 1] en anderen.

4.1.    In het algemeen kunnen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen. Dat het vorige plan niet voorzag in de mogelijkheid een woning, gebouwen en een inrit te realiseren op het perceel, rechtvaardigt op zichzelf dan ook niet de conclusie dat het onderhavige plan daarin evenmin mag voorzien.

Project Buiten Gewoon

5.    [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen betogen dat het plan is vastgesteld in strijd met de uitgangspunten van het gemeentelijke project Buiten Gewoon. Daartoe voeren zij aan dat in het voor het project opgestelde uitvoeringsplan is vermeld dat het perceel groen zal blijven met een boom op het zuidelijke gedeelte.

5.1.    Het project Buiten Gewoon betreft de inrichting van de openbare ruimte in de gemeente. Daartoe heeft het college van burgemeester en wethouders in februari 2016 een zogenoemd uitvoeringsplan vastgesteld voor de wijk De Hagen - Bomenbuurt, waar het plangebied deel van uitmaakt. In de zienswijzennota heeft de raad toegelicht dat het uitvoeringsplan slechts de beoogde inrichting van de wijk weergeeft zoals die planologisch mogelijk was op het moment dat het uitvoeringsplan werd vastgesteld. Op dat moment werd het planologische regime gevormd door het bestemmingsplan "Kom Vianen". Omdat het bestemmingsplan "Kom Vianen" niet voorzag in de woning met gebouwen en inrit en de toekomstige realisatie daarvan onzeker was, is in het uitvoeringsplan weergegeven dat geen bebouwing aanwezig is en dat een boom zal worden aangeplant.

    Het uitvoeringsplan bevat gelet op het vorenstaande geen informatie of beleidsuitgangspunten over de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen zoals woningbouw. De raad heeft voorts ter zitting toegelicht dat hij het uitvoeringsplan wel in zijn belangenafweging heeft betrokken en daarin aanleiding heeft gezien de voorziene inrit zodanig te situeren dat voldoende ruimte blijft voor de aanplant van een boom.

    Gelet op het vorenstaande staan het project Buiten Gewoon en het uitvoeringsplan niet aan de vaststelling van het plan in de weg en heeft de raad dit afdoende betrokken bij zijn belangenafweging. Het betoog faalt.

Onopvallende bebouwing

6.    [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen stellen dat de raad voor de vaststelling van het plan als uitgangspunt heeft gehanteerd dat de bebouwing onopvallend dient te zijn. Volgens hen is aan dit uitgangspunt niet voldaan. Zij voeren daartoe aan dat de voorziene woning veel breder zal worden dan de bestaande woningen aan de Goudenregenstraat en veel hoger dan de bestaande bebouwing aan de Lekdijk. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] wijzen er voorts op dat buiten het bouwvlak 60 m² aan gebouwen mag worden gerealiseerd, met een uitbreidingsmogelijkheid tot 100 m² ten behoeve van mindervaliden of mantelzorg. Deze toegestane omvang van de in het plan naast de woning voorziene gebouwen en de brede inrit maken temeer dat geen sprake is van onopvallende bebouwing, zo betogen zij.

6.1.    De raad stelt dat hij met de randvoorwaarde dat de bebouwing onopvallend moet zijn, heeft bedoeld dat de in het plan voorziene mogelijkheden voor bebouwing aansluiten bij de bouwmogelijkheden in de omgeving. De voorziene bouwhoogte sluit aan bij de planologisch toegestane bouwhoogte van de omliggende bebouwing en de voorziene bouwmassa is passend in het stedenbouwkundige beeld van de wijk, aldus de raad.

6.2.    Het voorziene bouwvlak is 12 bij 12 meter, met een toegestane bouwhoogte van 10 meter en een goothoogte van 6 meter. De Afdeling stelt vast dat de raad, zoals vermeld op pagina 5 van de plantoelichting, bij de vaststelling van het plan als stedenbouwkundig uitgangspunt heeft gehanteerd dat de bebouwing onopvallend dient te blijven, omdat het perceel deel uitmaakt van een groenzone. Dit dient tot uitdrukking te komen in de positionering (zo ver mogelijk naar achteren), de bouwmassa (niet te groot of te hoog) en de uitstraling, zo staat in de plantoelichting. Volgens de raad is het voorziene bouwvlak voor een vrijstaande woning op zichzelf niet uitzonderlijk groot. Voorts heeft de raad in aanmerking genomen dat de in het plan voorziene bouwhoogte overeenstemt met de planologische bouwmogelijkheden in de omgeving. Zo is aangesloten bij de standaardbouwhoogte van 10 meter voor woningen in het aan het plangebied grenzende bestemmingsplan "Kom Vianen", welke hoogte ook geldt voor de woningen aan de Goudenregenstraat. De raad heeft verder onderkend dat de woning breder kan worden dan de afzonderlijke woningen in het blok aan de overzijde van de Goudenregenstraat. De maatvoering in het plan, ook in combinatie met de gebouwen en inrit, leidt volgens de raad gelet op de afmetingen van de bestaande bebouwing in de wijk echter niet tot een relevante afwijking in bouwmassa. Ten slotte heeft de raad wat betreft de naast de woning voorziene gebouwen aangesloten bij de gelijkluidende regeling voor bijgebouwen bij vrijstaande woningen in het bestemmingsplan "Kom Vianen". Gelet op het vorenstaande heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de voorziene bouwmogelijkheden in overeenstemming zijn met het gehanteerde uitgangspunt dat de bebouwing onopvallend dient te blijven. Het betoog faalt.

Woon- en leefklimaat bijgebouwen

7.    [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen betogen dat ter plaatse van de buiten het bouwvlak voorziene gebouwen, waaronder gebouwen ten behoeve van mindervaliden of in het kader van mantelzorg, geen aanvaardbaar woon- en leefklimaat is verzekerd. Zij voeren daartoe aan dat in het plan geen verplichting is opgenomen om deze gebouwen te voorzien van zogenoemde dove gevels indien de geluidsbelasting daarvan hoger is dan 53 dB.

7.1.    Op grond van artikel 8:69a van de Awb vernietigt de bestuursrechter een besluit niet op de grond dat het in strijd is met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel, indien deze regel of dit beginsel kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen degene die zich daarop beroept.

    Blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht (Kamerstukken II, 2009/10, 32 450, nr. 3, blz. 18-20) heeft de wetgever met artikel 8:69a van de Awb de eis willen stellen dat er een verband moet bestaan tussen een beroepsgrond en het belang waarin de appellant door het bestreden besluit dreigt te worden geschaad. De bestuursrechter mag een besluit niet vernietigen wegens schending van een rechtsregel die kennelijk niet strekt tot bescherming van het belang van de appellant.

7.2.    Het betoog van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen ziet op de mogelijke gevolgen van de geluidhinder voor het woon- en leefklimaat ter plaatse van de mogelijk gemaakte mindervalide- of mantelzorgwoning en gebouwen bij de voorziene woning. Hun betoog ziet dus niet op het woon- en leefklimaat bij hun eigen woningen. Zij beroepen zich derhalve op aspecten van de norm van een goede ruimtelijke ordening, als neergelegd in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening, die in dit geval niet strekt tot bescherming van hun belangen. Artikel 8:69a van de Awb staat daarom in de weg aan vernietiging van het plan vanwege dit betoog van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen. De Afdeling ziet daarom af van een inhoudelijke bespreking van deze beroepsgrond.

Verkeer en parkeren

8.    [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen stellen dat onvoldoende onderzoek is verricht naar de gevolgen voor verkeer en parkeren van de in artikel 4.4.1 van de planregels opgenomen mogelijkheid voor een beroep of bedrijf aan huis. De in de planregels opgenomen voorwaarde dat dit gebruik geen invloed mag hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige parkeerdruk mag veroorzaken, is volgens [appellant sub 1] en van [appellant sub 2] en anderen rechtsonzeker nu niet vaststaat dat daaraan kan worden voldaan. De voorwaarde wijst er volgens hen temeer op dat een onaanvaardbare situatie niet op voorhand is uitgesloten.

    [appellant sub 1] vreest voorts dat het plangebied zal worden gebruikt als doorsteek voor verkeer van de Lekdijk naar de Goudenregenstraat. Ook vreest hij dat op het perceel opslag zal plaatsvinden ten behoeve van het elders gevestigde keukenbedrijf van de initiatiefnemer en dat daardoor veel vrachtwagens zullen af- en aanrijden. Voorts betoogt hij dat het plan ten onrechte niet voorziet in een verplichting de benodigde parkeerplaatsen voor een beroep of bedrijf aan huis op eigen terrein te realiseren, mede in aanmerking genomen dat de parkeereisen in de gemeentelijke bouwverordening niet langer van toepassing zijn.

8.1.    De raad stelt zich op het standpunt dat gelet op de in de planregels gestelde beperkingen slechts zodanig beperkte bedrijvigheid aan huis mogelijk is, dat deze niet kan leiden tot een onaanvaardbare verkeers- of parkeersituatie. Het gaat volgens de raad om een standaardregeling binnen de gemeente. De voorwaarde ten aanzien van de verkeersafwikkeling en parkeerdruk is opgenomen voor het theoretische geval dat de standaardregeling door alle huishoudens zou worden benut, zo stelt de raad. Voorts kan volgens de raad op het eigen terrein bij de woning worden voorzien in de parkeerbehoefte die het gebruik voor beroep of bedrijf aan huis maximaal met zich brengt en zorgen de verkeersbewegingen niet dat een onaanvaardbare verkeerssituatie ontstaat.

8.2.    Wat betreft de vrees van [appellant sub 1] dat het plangebied zal worden gebruikt als doorsteek van de Lekdijk naar de Goudenregenstraat en de aan- en afvoer van goederen door vrachtwagens, overweegt de Afdeling het volgende.

    De bestemming "Wonen" die aan het perceel is toegekend voorziet er niet in dat deze gronden worden gebruikt voor verkeer. Het plan voorziet dus niet in de door [appellant sub 1] gevreesde doorsteek.

    Voorts bepaalt artikel 4.4.1, aanhef en onder d, van de planregels dat uitsluitend beroeps- of bedrijfsactiviteiten worden toegestaan in categorie 1 van de bij de regels behorende Staat van bedrijfsactiviteiten aan huis. In deze Staat is geen handel in keukens of witgoed vermeld. Ook brengt het bepaalde onder h met zich dat geen buitenopslag mag plaatsvinden ten behoeve van het beroep- of bedrijf aan huis. Het plan voorziet derhalve niet in opslag op het perceel ten behoeve van een elders gevestigd bedrijf in keukens of witgoed.

    Gelet op het vorenstaande heeft de raad geen rekening hoeven te houden met een toename van verkeer op de Goudenregenstraat vanwege sluipverkeer dat via het perceel van de Lekdijk komt of met de aan- en afvoer van vrachtwagens van het keukenbedrijf van de initiatiefnemer. Deze betogen falen.

8.3.    Wat betreft de bij recht opgenomen regeling voor een beroep of bedrijf aan huis in artikel 4.4.1 van de planregels is het volgende van belang. Het onder c opgenomen criterium "geen invloed op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige parkeerdruk" is niet geschikt om zonder nadere objectivering te worden opgenomen in de planregels. De realisering van de bestemming wordt immers afhankelijk gesteld van een nadere afweging die, gelet op de rechtszekerheid en de uitvoerbaarheid van het plan, reeds bij de rechtstreekse bestemming had moeten worden gemaakt. Dat betekent dat artikel 4.4.1, aanhef en onder c, van de planregels in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. Het betoog slaagt.

8.4.    Voor zover de raad stelt dat het in artikel 4.4.1 van de planregels toegestane gebruik voor beroep of bedrijf aan huis geen onaanvaardbare verkeersgevolgen of parkeerdruk met zich brengt, is het volgende van belang.

    De raad heeft de beoordeling van de gevolgen van het gebruik van de woning voor een beroep of bedrijf aan huis voor de verkeerssituatie en de parkeerdruk desgevraagd nader toegelicht. Uit deze toelichting volgt dat de raad bij de berekening van de verkeersbewegingen en de parkeerbehoefte die het gebruik voor beroep of bedrijf aan huis met zich brengt, gebruik heeft gemaakt van de publicatie "CROW, ASVV 2012, Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom", die in oktober 2012 is uitgebracht door het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water-, en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (hierna: CROW 2012). Als ligging van het perceel in het stedelijke gebied is "rest bebouwde kom" gehanteerd en als stedelijkheidsgraad "weinig stedelijk". Voorts heeft de raad als uitgangspunt gehanteerd dat, nu op grond van artikel 4.4.1, aanhef en onder a, niet meer dan 25% van de vloeroppervlakte van de gebouwen mag worden aangewezen voor beroep of bedrijf aan huis, daarvoor in dit geval maximaal 51 m² kan worden gebruikt. Verder is de raad ervan uitgegaan dat een huisartsenpraktijk wat verkeer- en parkeerdruk betreft maatgevend is voor een beroep en bedrijf aan huis is. De raad heeft aan de hand van de maximale kencijfers die worden aanbevolen in de CROW 2012 berekend dat een huisartsenpraktijk een parkeerbehoefte van maximaal vier parkeerplaatsen met zich brengt en een verkeersgeneratie van maximaal 31 motorvoertuigbewegingen per etmaal. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen hebben deze aantallen niet betwist.

8.5.    Wat de verkeerssituatie betreft, stelt de raad dat de 31 motorvoertuigbewegingen per etmaal, gelet op de functie en inrichting van de wegen van en naar de woning, geen noemenswaardige invloed hebben op de afwikkelcapaciteit van de Goudenregenstraat of de gebiedsontsluitingswegen Willem van Duvenvoordestraat en de Brugstraat. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen hebben deze nadere toelichting niet betwist. De raad heeft zich dan ook in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat door het toegestane beroep en bedrijf aan huis geen onaanvaardbare verkeerssituatie ontstaat. Dit betoog faalt.

8.6.    Wat de parkeersituatie betreft, stelt de raad dat binnen het plangebied voldoende ruimte is om de berekende parkeerbehoefte van maximaal vier parkeerplaatsen te realiseren.

    De gronden waaraan de bestemming "Wonen" is toegekend bieden naar het oordeel van de Afdeling weliswaar voldoende ruimte om vier parkeerplaatsen te realiseren, maar deze bestemming voorziet, gelet op artikel 4.1 van de planregels, alleen in het gebruik voor wonen en erven en niet in parkeervoorzieningen. De bestemming "Verkeer-Verblijfsgebied" voorziet wel in parkeervoorzieningen, maar de gronden waaraan deze bestemming is toegekend zijn volgens de toelichting van de raad bedoeld voor het gebruik als inrit en de realisatie van twee parkeerplaatsen die door de aanleg van de inrit uit de openbare ruimte zullen verdwijnen. Gelet op het vorenstaande kan het standpunt van de raad dat de vier parkeerplaatsen binnen het plangebied kunnen worden gerealiseerd, niet worden gevolgd. Bovendien stelt [appellant sub 1] terecht dat het plan niet voorziet in een verplichting parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren indien de woning wordt gebruikt voor een beroep of bedrijf aan huis, terwijl de raad daar wel van uit is gegaan. Nu de realisatie van de benodigde parkeerplaatsen voor beroep en bedrijf aan huis binnen het plangebied mogelijk noch verplicht is, kan het standpunt van de raad dat voor dit gebruik in de benodigde parkeerbehoefte kan worden voorzien op eigen terrein niet worden gevolgd. De raad heeft zich gelet hierop niet in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het toekennen van de bestemming "Wonen", zonder dat het plan voorziet in de verplichte realisatie van voldoende parkeerplaatsen voor het bij recht voorziene gebruik voor de uitoefening van een beroep- of bedrijf aan huis, strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Het betoog slaagt.

Inlassen zienswijze

9.    [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen hebben zich in hun beroepschriften voor het overige beperkt tot het verwijzen naar de inhoud van de zienswijze. In de overwegingen van het bestreden besluit is ingegaan op deze zienswijze. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen hebben in het beroepschrift, noch ter zitting redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende zienswijze in het bestreden besluit onjuist zou zijn. Het betoog faalt.

Conclusie

10.    Gelet op hetgeen onder 8.3 en 8.6 is overwogen, is de conclusie dat het bestreden besluit, voor zover dat ziet op de vaststelling van artikel 4.1 en artikel 4.4.1, aanhef en onder c, van de planregels, is genomen in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en artikel 3.1 van de Wro.

Opdracht

11.    Met het oog op een spoedige beslechting van het geschil zal de Afdeling de raad opdragen om binnen 26 weken na verzending van deze uitspraak de gebreken in het bestreden besluit te herstellen.

    De raad dient daartoe met inachtneming van hetgeen in 8.3 en 8.6 is overwogen artikel 4.1 en artikel 4.4.1, aanhef en onder c, zodanig te wijzigen dat daarmee verzekerd is dat het gebruik van de woning voor beroep of bedrijf aan huis alleen is toegestaan indien voor dit gebruik voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig zijn.

    De raad dient tevens de Afdeling en de andere partijen de uitkomst mede te delen en een gewijzigd of nieuw besluit zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen.

    Afdeling 3.4 van de Awb behoeft bij de voorbereiding van het gewijzigde of nieuwe besluit niet opnieuw te worden toegepast.

Gevolg van deze uitspraak

12.    Het betoog over de gevolgen voor parkeren van de in de planregels opgenomen mogelijkheid voor een beroep of bedrijf aan huis slaagt. De Afdeling past op deze punten de zogenoemde bestuurlijke lus toe. Dit betekent dat de Afdeling een tussenuitspraak doet waarin hij de raad opdraagt de geconstateerde gebreken in het bestreden besluit te herstellen binnen de in de beslissing genoemde termijn. Met deze tussenuitspraak is de procedure bij de Afdeling nog niet beëindigd. De raad moet eerst nog de door de Afdeling geconstateerde gebreken herstellen. Daarna zal de Afdeling einduitspraak doen, waarmee de procedure bij de Afdeling tot een einde komt.

    Het gevolg van deze tussenuitspraak is dus dat de raad een herstelbesluit moet nemen.

Proceskosten en griffierecht

13.    In de einduitspraak zal worden beslist over de proceskosten en vergoeding van het betaalde griffierecht.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

draagt de raad van de gemeente Vianen op om:

- binnen 26 weken na verzending van deze tussenuitspraak met inachtneming van overweging 8.3, 8.6 en 11 de daar omschreven gebreken te herstellen en

- de Afdeling en de andere partijen de uitkomst mede te delen en een eventueel gewijzigd besluit zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen.

Aldus vastgesteld door mr. R. Uylenburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.P.F. Boermans, griffier.

w.g. Uylenburg    w.g. Boermans

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 29 maart 2017

429-743. BIJLAGE

Planregels behorende bij het bestemmingsplan "Goudenregenstraat"

Artikel 1 Begrippen

1.13 bedrijf aan huis:

een bedrijf dat vanwege zijn kleinschalige omvang en geringe invloed op de omgeving kan worden uitgeoefend in een gedeelte van de woning, door de gebruik(st)er van die woning, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking en/of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, waaronder mede een bed & breakfast is begrepen.

1.14 beroep aan huis:

een dienstverlenend of kunstzinnig beroep, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend, door de gebruik(st)er van die woning, waarbij het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking en/of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.

Artikel 3 Verkeer - Verblijfsgebied.

3.1 Bestemmingsomschrijving.

De voor Verkeer - Verblijfsgebied aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. wegen, straten, en paden met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie;

b. voet- en rijwielpaden;

c. parkeervoorzieningen;

(…)

Artikel 4 Wonen

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. wonen, al dan niet in combinatie met een beroep of bedrijf aan huis;

b. erven;

met dien verstande dat:

c. In de eerste plaats het bepaalde in artikel 5 van toepassing is voorzover deze gronden mede zijn bestemd voor 'Waarde Archeologie';

d. in de eerste plaats het bepaalde in artikel 6 van toepassing is voorzover deze gronden mede zijn bestemd voor 'Waterstaat-Waterkering'.

4.2.1 Algemeen:

het bij de woning behorende bouwperceel mag voor maximaal 60% worden bebouwd.c.

4.2.2 Binnen het bouwvlak:

a. binnen het bouwvlak mag 1 woning worden gerealiseerd;

b. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd met gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, met in achtneming van de overige bouwregels;

c. ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' mag de maximale goot- en bouwhoogte niet worden overschreden; (…)

4.2.3 Buiten het bouwvlak:

a. buiten het bouwvlak mag de maximale oppervlakte van gebouwen 60 m² bedragen met een maximum bebouwingspercentage van 60% per bouwperceel

b. buiten het bouwvlak zijn binnen 3 meter van de voorgevelrooilijn geen gebouwen toegestaan;

c. bij een vrijstaande woning zijn buiten het bouwvlak aan één zijde van die woning geen gebouwen toegestaan binnen 3 meter van de zijdelingse perceelsgrens;

d. buiten het bouwvlak mag de goothoogte van de gebouwen niet meer dan 3 meter bedragen en de bouwhoogte niet meer dan 4,50 meter;

e. buiten het bouwvlak mag de dakhelling van een kap niet meer dan 60 graden bedragen;

f. buiten het bouwvlak mag de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer dan 2 meter bedragen, met dien verstande dat deze bouwhoogte maximaal 1 meter mag bedragen op een afstand van minder dan 3 meter achter de voorgevelrooilijn.     

4.3 Afwijken van de bouwregels:

a. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.3, onder a., voor de bouw van 100 m2 gebouwen buiten het bouwvlak ten behoeve van mindervaliden of in het kader van mantelzorg, mits:

1. het bouwperceel daardoor niet voor meer dan 60% wordt bebouwd;

2. de goothoogte niet meer dan 3 meter bedraagt en de bouwhoogte niet meer dan 4.50 meter.

4.4 Specifieke gebruiksregels

Ten aanzien van het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels:

4.4.1 Beroep- en bedrijf aan huis:

Een woning mag worden gebruikt voor de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis, mits:

a. niet meer dan 25% van de vloeroppervlakte van de gebouwen daarvoor wordt aangewend met een maximum van 100 m²;

b. het beroep- of bedrijf aan huis door de bewoner zelf wordt uitgeoefend;

c. het gebruik geen invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige parkeerdruk veroorzaakt;

d. uitsluitend beroeps- of bedrijfsactiviteiten worden toegestaan in categorie 1 van de bij deze regels behorende Staat van bedrijfsactiviteiten aan huis;

e. er geen detailhandel plaatsvindt;

f. er geen horeca plaatsvindt met uitzondering van een bed & breakfast;

g. per beroeps- of bedrijfsuitoefening maximaal 1 reclame- en/of naambord aan de gevel of op het bouwperceel is toegestaan van maximaal 0,25 meter;

h. er geen buitenopslag plaatsvindt.