Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:800

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29-03-2017
Datum publicatie
29-03-2017
Zaaknummer
201601325/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 16 december 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Twentekanaal, Noordelijke Kanaalzone" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Wet ruimtelijke ordening
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/1630
JOM 2017/363
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201601325/1/R1.

Datum uitspraak: 29 maart 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], gevestigd te Hengelo,

en

de raad van de gemeente Hengelo,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 16 december 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Twentekanaal, Noordelijke Kanaalzone" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 juli 2016, waar [appellante], vertegenwoordigd door mr. A.A. Kleinhout, advocaat te Amsterdam, en [gemachtigden], en de raad, vertegenwoordigd door  A.C.J. Mahler en A.R. van Loon, zijn verschenen.

Na het sluiten van het onderzoek ter zitting heeft de Afdeling het onderzoek heropend en de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (hierna: de StAB)  verzocht een deskundigenbericht uit te brengen over de vraag of het stralen van metaal dat in het bedrijf van [appellante] plaatsvindt vergelijkbaar is met het stralen van metaal dat plaatsvindt bij een metaaloppervlaktebehandelingsbedrijf. De StAB heeft een deskundigenbericht uitgebracht. Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft de raad zijn zienswijze daarop naar voren gebracht.

Met toestemming van partijen is een tweede onderzoek ter zitting achterwege gebleven waarna de Afdeling het onderzoek heeft gesloten.

    Overwegingen

Inleiding

1.    [appellante] is gevestigd op het perceel [locatie] (hierna: het perceel) op het bedrijventerrein Twentekanaal. Haar bedrijf houdt zich bezig met het ontwerpen, fabriceren en onderhouden van stoomketels, branders, ontgassers, condensors en absorptiekoelmachines. Ook fabriceert en levert zij componenten voor ketels en de procesindustrie. [appellante] vreest dat haar bedrijf niet als zodanig is bestemd. Volgens de raad is het bedrijf van [appellante] als zodanig bestemd.

Toetsingskader

2.    Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Inhoudelijk

3.    [appellante] vreest dat haar bedrijf niet als zodanig is bestemd, omdat zij twijfelt of haar bedrijf juist is geclassificeerd. Op het perceel zijn voor een gedeelte bedrijven tot en met categorie 3.2 toegestaan en op het andere gedeelte zijn bedrijven tot en met categorie 4.1 toegestaan. De raad heeft haar bedrijf aangemerkt als een categorie 3.1 bedrijf, maar volgens [appellante] kan haar bedrijf worden ingedeeld bij inrichtingstypen die tot een andere categorie behoren. [appellante] wijst er daarbij op dat in haar bedrijf het stralen van metaal plaatsvindt en dat een metaaloppervlaktebehandelingsbedrijf met stralen in de Staat van Inrichtingen is aangemerkt als een categorie 4.1 bedrijf. Het stralen van metaal vindt dagelijks en gedurende de gehele dag plaats op gronden waar bedrijven tot en met categorie 3.2 zijn toegestaan. Ook stelt zij dat haar bedrijf kan worden aangemerkt als een bedrijf gericht op de vervaardiging van verwarmingsketels, radiatoren en stoomketels.

3.1.    De raad stelt zich op het standpunt dat het gehele bedrijf van [appellante] als zodanig is bestemd. Volgens de raad kan het bedrijf van [appellante] als een machine- en apparatenfabriek met een productieoppervlakte van meer dan 2.000 m2 worden aangemerkt en is een dergelijk bedrijf in de Staat van Inrichtingen ingedeeld als een categorie 3.1 bedrijf. De raad wijst er daarbij onder meer op dat het bedrijf van [appellante] op de oude locatie ook als een categorie 3.1 bedrijf was bestemd. Er waren toen geen klachten van omwonenden over het bedrijf, terwijl de woningen bij de oude locatie dichterbij het bedrijf stonden dan nu het geval is.

3.2.    Aan het perceel is de bestemming "Bedrijventerrein - Industrie" toegekend. Aan een gedeelte van het perceel is de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 3.2" toegekend. Aan het andere gedeelte van het perceel is de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 4.1" toegekend.

    Artikel 3, lid 3.1, aanhef en onder a, van de planregels luidt als volgt: "De voor 'Bedrijventerrein - Industrie' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. bedrijven, zoals deze zijn genoemd in Bijlage 1 Staat van Inrichtingen onder de categorieën 1, 2, 3.1, 3.2 en 4.1 én voor zover deze qua categorie overeenkomen met de ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie - (waarde)' aangeduide milieucategorieën;"

    In de Staat van Inrichtingen zijn metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven waarbij stralen plaatsvindt, ingedeeld als categorie 4.1 bedrijven. Machine- en apparatenfabrieken met een productieoppervlakte van meer dan 2.000 m2 zijn ingedeeld als categorie 3.1 bedrijven.

3.3.    De Afdeling is van oordeel dat het bedrijf van [appellante] op het gehele perceel is toegestaan en dus als zodanig is bestemd. De raad heeft het gehele bedrijf van [appellante] terecht aangemerkt als een machine- en apparatenfabriek met een productieoppervlakte van meer dan 2.000 m2, omdat haar bedrijf is gericht op het ontwerpen en de productie van apparaten en machines, zoals stoomketels, branders en absorptiemachines. De omstandigheid dat in het bedrijf van [appellante] het stralen van metaal plaatsvindt betekent niet dat haar bedrijf als een metaaloppervlaktebehandelingsbedrijf moet worden aangemerkt. Daarbij is van belang dat uit het deskundigenbericht volgt dat het straalproces bij [appellante] verschilt van het gebruikelijke straalproces bij metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven. Blijkens een afbeelding in het deskundigenbericht wordt bij traditionele straalbedrijven handmatig gestraald door iemand in een beschermingspak en wordt de lucht niet afgezogen. Bij [appellante] wordt evenwel machinaal gestraald met straalgrit waarbij de straalruimte zich in een omkasting bevindt die dient om het geluid tijdens het stralen te dempen. Voorts wordt de lucht afgezogen in zogenoemde lamellenfilterkasten en worden roestdeeltjes en straalgrit in de afgevoerde luchtstroom gescheiden. Het straalgrit wordt vervolgens opnieuw ingezet in het proces.

    Voorts is van belang dat het volgens het deskundigenbericht bij metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven meestal gaat om bedrijven die een metalen casco ontroesten of van verflagen ontdoen door middel van stralen, eventueel ontvetten en dan moffelen of lakken. Bij [appellante] worden evenwel geen casco’s en dergelijke van hun oude verflaag ontdaan, maar alleen van ijzeroxide in de vorm van roest of een walshuid. Daardoor is de milieubelasting naar de omgeving volgens het deskundigenbericht beperkter dan bij een traditioneel straalbedrijf.

    Verder neemt de Afdeling in aanmerking dat de raad ter zitting heeft toegelicht dat bij een metaaloppervlaktebehandelingsbedrijf het stralen van metaal zelfstandig plaatsvindt en niet in het kader van het productieproces. Bijna al het metaal dat [appellante] bewerkt, wordt weliswaar vooraf gestraald, maar ter zitting is naar voren gekomen dat het bedrijf van [appellante] een samengesteld bedrijf is. Het stralen van metaal maakt deel uit van het productieproces en vindt plaats aan het begin daarvan.

    Voor zover het bedrijf van [appellante] moet worden aangemerkt als een bedrijf gericht op de vervaardiging van verwarmingsketels, radiatoren en stoomketels, overweegt de Afdeling dat dergelijke bedrijven in de Staat van Inrichtingen zijn ingedeeld als categorie 2 bedrijven en dus ook zijn toegestaan op het gehele perceel.

    Uit het voorgaande volgt dat de raad het bedrijf van [appellante] niet als een categorie 4.1 bedrijf heeft hoeven indelen.

    Het betoog faalt.

4.    Gelet hierop is het beroep van [appellante] ongegrond.

5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. D.J.C. van den Broek, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.L. van Driel Kluit, griffier.

w.g. Van den Broek    w.g. Van Driel Kluit

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 29 maart 2017

703.