Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:782

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22-03-2017
Datum publicatie
29-03-2017
Zaaknummer
201604222/3/A1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 20 november 2014 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het kappen van één boom in de Stephensonstraat en drie bomen in de Wattstraat te Schiedam en daaraan een voorschrift tot herplant verbonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/1631
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201604222/3/A1.

Datum uitspraak: 22 maart 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) hangende het hoger beroep van:

[verzoeker], wonend te Schiedam,

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 25 april 2016 in zaak nr. 15/4053 in het geding tussen:

[verzoeker]

en

het college van burgemeester en wethouders van Schiedam.

Procesverloop

Bij besluit van 20 november 2014 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het kappen van één boom in de Stephensonstraat en drie bomen in de Wattstraat te Schiedam en daaraan een voorschrift tot herplant verbonden.

Bij besluit van 20 mei 2015 heeft het college opnieuw besloten op het daartegen gemaakte bezwaar en, voor zover thans van belang, het bezwaar, voor zover gemaakt door [verzoeker], niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 25 april 2016 heeft de rechtbank het door [verzoeker] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

[verzoeker] heeft hoger beroep ingesteld, dat op 21 maart 2017 ter zitting is behandeld. Hij heeft na die zitting de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.

2. Het college heeft de aanvraag om omgevingsvergunning getoetst aan artikel 2.18 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 6 van de Bomenverordening Schiedam 2011. Omdat er geen gronden waren om de omgevingsvergunning te weigeren, heeft het college de vergunning verleend. Het college heeft het bezwaar van [verzoeker] tegen de verleende omgevingsvergunning niet-ontvankelijk verklaard, omdat de afstand tussen zijn woning en de te kappen bomen meer dan 100 m bedraagt. De rechtbank heeft het daartegen door [verzoeker] ingestelde beroep ongegrond verklaard.

3. [ verzoeker] heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat het niet noodzakelijk is direct tot het kappen van de bomen over te gaan. Hij wijst er verder op dat de omgevingsvergunning ten onrechte verplicht tot de aanplant van de boomsoort Robinia Bessonia. Volgens [verzoeker] is dit geen bloeiende boomsoort. Nu hij imker is en zijn bijen tot 3 km vliegen, is het in het belang van zijn bijen dat er wordt gekozen voor boomsoorten die bloeien.

3.1. De voorzieningenrechter is op voorhand van oordeel dat onvoldoende aanknopingspunten bestaan voor het oordeel dat de aangevallen uitspraak en het bij de rechtbank bestreden besluit niet in stand zullen blijven, althans dat de omgevingsvergunning en het daaraan verbonden voorschrift tot herplant uiteindelijk niet in stand zullen blijven. De Afdeling ziet daarom geen aanleiding de gevraagde voorlopige voorziening te treffen.

4. Het verzoek dient als kennelijk ongegrond te worden afgewezen.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. N.D.T. Pieters, griffier.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Pieters

voorzieningenrechter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 22 maart 2017

473.