Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:778

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
09-03-2017
Datum publicatie
22-03-2017
Zaaknummer
201604165/3/A2 en 201604183/5/A2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Voorafgaand aan de behandeling ter zitting van 9 maart 2017 van de zaken met nrs. 201604165/1 en 201604183/3 heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraad mr. E. Steendijk, als lid van de enkelvoudige kamer belast met de behandeling van die zaken. De wrakingsverzoeken zijn geregistreerd onder zaak nr. 201604165/2 en zaak nr. 201604183/4.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201604165/3/A2 en 201604183/5/A2.

Datum beslissing: 9 maart 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge beslissing met overeenkomstige toepassing van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op verzoeken van:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

om toepassing van artikel 8:15 van de Awb.

Procesverloop

Voorafgaand aan de behandeling ter zitting van 9 maart 2017 van de zaken met nrs. 201604165/1 en 201604183/3 heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraad mr. E. Steendijk, als lid van de enkelvoudige kamer belast met de behandeling van die zaken. De wrakingsverzoeken zijn geregistreerd onder zaak nr. 201604165/2 en zaak nr. 201604183/4.

Voorafgaand aan de behandeling van de verzoeken om wraking ter zitting van 9 maart 2017 heeft [verzoeker] bij elektronisch verzonden berichten van 8 en 9 maart 2017 verzocht om wraking van de staatsraden mr. D.A.C. Slump, mr. S.F.M. Wortmann en mr. J.A. Hagen (hierna: de staatsraden), als leden van de meervoudige kamer belast met de behandeling van deze verzoeken, geregistreerd onder zaken met nrs. 201604165/2 en 201604183/4.

De staatsraden hebben niet in de wraking berust.

De Afdeling heeft de wrakingsverzoeken op 9 maart 2017 ter openbare zitting aan de orde gesteld, waar [verzoeker] niet in persoon is verschenen.

De staatsraden hebben geen gebruik gemaakt van de gelegenheid te worden gehoord.

Beslissing

Bij mondelinge beslissing van 9 maart 2017 heeft de Afdeling de verzoeken om toepassing van artikel 8:15 van de Awb afgewezen.

Overweging

1. Artikel 8:15 van de Awb luidt: "Op verzoek van een partij kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden."

2. [verzoeker] heeft aan zijn verzoeken tot wraking van de staatsraden ten grondslag gelegd dat hij zich niet kan verenigen met het door de Afdeling bepaalde tijdstip van de behandeling van zijn verzoeken om wraking.

2.1. De behandeling van de hoger beroepen van [verzoeker] in de zaken nrs. 201604165/1 en 201604183/3 was bepaald op 9 maart 2017 om onderscheidenlijk 12:10 uur en 12:40 uur. Het tijdstip waarop het verzoek om wraking van staatsraad mr. E. Steendijk zou worden behandeld, was bepaald op 9 maart 2017 om 12:10 uur.

2.2. De aan de verzoeken ten grondslag gelegde argumenten hebben betrekking op een processuele beslissing. Volgens vaste jurisprudentie is het instrument van wraking niet bedoeld om als rechtsmiddel tegen processuele beslissingen te worden aangewend. Zodanige beslissingen kunnen slechts leiden tot inwilliging van een wrakingsverzoek, indien deze op zich dan wel in onderlinge samenhang bezien een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat daaruit blijkt van partijdigheid van de staatsraad die de betrokken beslissing of beslissingen heeft genomen. Hetgeen [verzoeker] heeft aangevoerd over het bepalen van het tijdstip van de behandeling ter zitting van zijn verzoeken om wraking biedt geen grond voor het oordeel dat sprake is van de hiervoor bedoelde partijdigheid. Bij het bepalen van het tijdstip waarop de verzoeken om wraking van staatsraad mr. E. Steendijk zouden worden behandeld, is gehandeld in overeenstemming met de Wrakingsregeling bestuursrechterlijke colleges 2013. In de toelichting op artikel 4, tweede lid, van die regeling is vermeld dat indien het wrakingsverzoek wordt gedaan nadat partijen in de bodemprocedure zijn uitgenodigd om op een zitting van de Afdeling te verschijnen maar voordat het onderzoek ter zitting in die zaak is aangevangen, de verzoeker en het lid om wiens wraking is verzocht, in de gelegenheid worden gesteld te worden gehoord op de datum en het tijdstip van die zitting, tenzij aan hen mededeling wordt gedaan dat zij op een andere datum en tijdstip voorafgaand aan die zitting in die gelegenheid worden gesteld. Deze mededeling is niet aan [verzoeker] gedaan.

Aldus uitgesproken in het openbaar door mr. A.W.M. Bijloos, voorzitter, en mr. N.S.J. Koeman en mr. G. van der Wiel, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.D.T. Pieters, griffier.

w.g. Bijloos w.g. Pieters

voorzitter griffier

473.