Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:669

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-03-2017
Datum publicatie
15-03-2017
Zaaknummer
201605176/1/A3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 24 juli 2015 heeft het college het verzoek van [appellant] om een urgentieverklaring voor een woning afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201605176/1/A3.

Datum uitspraak: 15 maart 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 13 juni 2016 in zaak nr. 16/449 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen.

Procesverloop

Bij besluit van 24 juli 2015 heeft het college het verzoek van [appellant] om een urgentieverklaring voor een woning afgewezen.

Bij besluit van 8 december 2015 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 13 juni 2016 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 februari 2017, waar [appellant], bijgestaan door mr. E.R. Boer, advocaat te Amsterdam, en het college, vertegenwoordigd door mr. S.M.E. Dreyer, zijn verschenen.

Overwegingen

1. [appellant] woont in verband met een huisvestingsprobleem sinds enige tijd bij zijn moeder in Amsterdam, maar heeft van 2009 tot en met 2013 in Amstelveen ingeschreven gestaan en daar gewoond. Hij heeft op 30 april 2015 een urgentieverklaring op medische gronden aangevraagd voor een woning in Amstelveen omdat hij daar graag weer wil wonen. De afwijzing is gebaseerd op het feit dat hij niet aan de voorwaarde voldoet dat hij direct voorafgaand aan de aanvraag tenminste twee jaar onafgebroken in Amstelveel woonachtig was. Voorts blijkt uit het medisch advies dat hij in staat zou zijn om op kamers te wonen. Gelet hierop heeft het college geen aanleiding gezien om de hardheidsclausule toe te passen.

2. De rechtbank heeft overwogen dat vaststaat dat [appellant] niet aan de voorwaarde van twee jaar onafgebroken inschrijving voldoet. Voorts dient de beslissing van het college omtrent het al dan niet toepassen van de hardheidsclausule terughoudend te worden getoetst. Het is dan ook aan [appellant] om aannemelijk te maken dat sprake is van omstandigheden die nopen tot het toepassen van de hardheidsclausule. Hoewel zijn huidige woonsituatie niet ideaal is, is niet gebleken van een situatie die in doorslaggevende mate verschilt van de situatie van anderen die dringend een woning zoeken. Evenmin is gebleken dat het afwijzen van zijn aanvraag van bijzondere hardheid getuigt. Het college heeft dan ook in redelijkheid kunnen afzien van het toepassen van de hardheidsclausule, aldus de rechtbank.

3. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte niet heeft onderkend dat zijn medische situatie zo ernstig is dat hij met toepassing van de hardheidsclausule in aanmerking dient te komen voor een urgentieverklaring. Een woning met een trap is geen reële optie, zo blijkt ook uit het medisch advies. De afwijzing getuigt wel van bijzondere hardheid omdat hij lange tijd wel ingeschreven heeft gestaan bij de gemeente Amstelveen en buiten zijn toedoen de woning die hij had, heeft moeten verlaten, aldus [appellant]. Voor het overige verwijst [appellant] naar hetgeen hij in beroep en bezwaar heeft aangevoerd.

4. Het college stelt zich op het standpunt dat uit het medisch advies blijkt dat [appellant] in staat moet worden geacht om op kamers te wonen. Er is dan ook geen sprake van een schrijnende en onvoorziene situatie, aldus het college.

5. Niet in geschil is dat [appellant] niet voldoet aan de voorwaarden van de Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2013 (hierna: de Huisvestingsverordening) om een urgentieverklaring op medische gronden te krijgen. De vraag die voorligt is of [appellant] met toepassing van de hardheidsclausule toch een urgentieverklaring had moeten krijgen. Op grond van de hardheidsclausule van artikel 62 van de Huisvestingsverordening zijn burgemeester en wethouders bevoegd in gevallen waarin de toepassing van deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten gunste van de aanvrager van deze verordening af te wijken. De Afdeling stelt vast dat in het medisch advies is vermeld dat [appellant] ernstig is beperkt in het traplopen, maar dat betekent niet dat hij niet zelfstandig een woning of kamer zal kunnen vinden op de begane grond of op een etage bereikbaar met een lift. Uit het medisch advies blijkt verder dat zijn gezondheidsproblemen in ieder geval in enige mate worden veroorzaakt door zijn woonsituatie, maar dat behalve een eigen woonruimte ook behandeling nodig is om zijn klachten te verminderen. Niet is gebleken dat een dergelijke behandeling niet tot verbetering van zijn situatie zal leiden. De rechtbank heeft dan ook terecht overwogen dat het college in redelijkheid de aanvraag om een urgentieverklaring heeft kunnen afwijzen. Het feit dat hij voorheen lange tijd in de gemeente Amstelveen ingeschreven heeft gestaan, leidt niet tot een ander oordeel nu [appellant] zich in zoverre niet onderscheidt van anderen die dringend een woning zoeken.

Het betoog faalt.

6. [appellant] verwijst in hoger beroep voor het overige naar hetgeen hij eerder in de procedure heeft aangevoerd. De rechtbank is op deze gronden in de overwegingen van de aangevallen uitspraak ingegaan. In hoger beroep heeft [appellant] geen redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende gronden en argumenten in de aangevallen uitspraak onjuist, dan wel onvolledig zou zijn. Er bestaat derhalve in deze gronden geen aanleiding voor vernietiging van de aangevallen uitspraak.

7. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J. Kramer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van drs. M.H. Kuggeleijn-Jansen, griffier.

w.g. Kramer w.g. Kuggeleijn-Jansen

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 maart 2017

545.