Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:520

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27-02-2017
Datum publicatie
08-03-2017
Zaaknummer
201609116/1/V2
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDHA:2016:13697, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij uitspraak van 3 november 2016 heeft de rechtbank het door de vreemdeling ingestelde beroep tegen het niet tijdig door de staatssecretaris nemen van een besluit op zijn asielaanvraag gegrond verklaard en vastgesteld dat de staatssecretaris als gevolg daarvan een dwangsom heeft verbeurd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201609116/1/V2.

Datum uitspraak: 27 februari 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 3 november 2016 in zaak nr. 16/14408 in het geding tussen:

[de vreemdeling]

en

de staatssecretaris.

Procesverloop

Bij uitspraak van 3 november 2016 heeft de rechtbank het door de vreemdeling ingestelde beroep tegen het niet tijdig door de staatssecretaris nemen van een besluit op zijn asielaanvraag gegrond verklaard en vastgesteld dat de staatssecretaris als gevolg daarvan een dwangsom heeft verbeurd. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.

De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De in het hogerberoepschrift opgeworpen rechtsvraag over het verlengen van de beslistermijn in de bestuurlijke fase en de kennisgeving daarvan heeft de Afdeling bij uitspraak van 8 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3232, beantwoord. Die overwegingen zijn ook in deze zaak van toepassing. Hieruit volgt dat het hoger beroep kennelijk gegrond is. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling, nu de beslistermijn ten tijde van het instellen van het beroep tegen het niet tijdig door de staatssecretaris nemen van een besluit niet was verstreken, het beroep alsnog niet-ontvankelijk verklaren.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 3 november 2016 in zaak nr. 16/14408;

III. verklaart het in die zaak ingestelde beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Prins, griffier.

w.g. Lubberdink w.g. Prins

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2017

363-832.