Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:421

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-02-2017
Datum publicatie
15-02-2017
Zaaknummer
201508944/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 29 september 2015, nr. 88, heeft de raad het bestemmingsplan "Brandevoort Oost - uitbreiding tennispark" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/841
Milieurecht Totaal 2017/6587
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201508944/1/R2.

Datum uitspraak: 15 februari 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant] en anderen, allen wonend te Helmond,

en

de raad van de gemeente Helmond,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 29 september 2015, nr. 88, heeft de raad het bestemmingsplan "Brandevoort Oost - uitbreiding tennispark" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] en anderen en de raad hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 mei 2016, waar [appellant] en anderen, bij monde van [appellant] en [gemachtigde], bijgestaan door mr. I.L. van Geel, advocaat te Deurne, en ir. A.C.R. Kessen, en de raad, vertegenwoordigd door mr. P. Helmus en G. Groot Dengerink, zijn verschenen.

Na het sluiten van het onderzoek ter zitting heeft de Afdeling het onderzoek heropend met toepassing van artikel 8:68 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (hierna: StAB) heeft desverzocht een deskundigenbericht uitgebracht.

[appellant] en anderen, de raad en Tennisvereniging Carolus (hierna: TV Carolus) hebben hun zienswijze daarop naar voren gebracht.

Met toestemming van partijen is een nadere zitting achterwege gebleven, waarna de Afdeling het onderzoek heeft gesloten.

Overwegingen

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

2. Het plan maakt het mogelijk het tennispark van TV Carolus uit te breiden. Het tennispark ligt aan de Sint Antoniusweg in de groenzone tussen de wijken ’t Hout en Brandevoort. Het tennispark heeft thans 8 tennisbanen. Het plan voorziet in een uitbreiding aan de westelijke zijde van het tennispark met 4 tennisbanen.

noodzaak van voorziene uitbreiding van aantal tennisbanen

3. [appellant] en anderen, die wonen in de directe omgeving van het tennispark, stellen dat het niet nodig is dit park met 4 banen uit te breiden. Volgens hen zijn de door de raad genoemde aantallen leden van TV Carolus niet actueel, omdat uit de website van de tennisvereniging blijkt dat het aantal leden in 2015 met ongeveer 12% is gedaald en dit aantal eind 2015 ongeveer 890 personen bedroeg en in april 2016 838. Verder betreft een flink deel hiervan (100-150 personen) leden die niet (meer) actief deelnemen aan de tennissport. Van een wachtlijst is ook geen sprake meer. Verder mag volgens hen worden verwacht dat het huidige aantal leden nog verder zal afnemen door de crisis in de vastgoedsector, waardoor de groei van het aantal inwoners in de wijk Brandevoort kleiner zal zijn dan de prognose aangeeft. Bovendien zijn andere sportparken in de wijk beschikbaar gekomen, waardoor het aantal leden is afgenomen, en is het aantal tennissers op landelijk niveau fors gedaald. Het huidige en het toekomstige aantal leden van de tennisvereniging rechtvaardigt niet dat het plan een uitbreiding met 4 banen mogelijk maakt.

3.1. De raad staat op het standpunt dat uitbreiding met 4 tennisbanen noodzakelijk is. Hij baseert zich hierbij op de rapportage Ruimte voor buitensport van Andres c.s. van 2 februari 2012. Volgens de raad blijkt uit dit rapport dat in 2020 voor TV Carolus een tekort ontstaat van 5 tennisbanen. Op het moment van tervisielegging van het ontwerp van het plan en ten tijde van de vaststelling ervan was het aantal leden volgens de raad niet afgenomen ten opzichte van het aantal dat in het rapport wordt genoemd. In het raadsvoorstel is aangegeven dat de tennisvereniging op dat moment een ledenstop hanteert, dat het aantal leden 860 bedraagt en dat er een wachtlijst is van 92 personen. Bij een planningsnorm van 90 spelers per baan betekent dit volgens de raad dat er 11 banen nodig zijn en dat er thans dus een tekort is van 3 banen. Verder blijkt volgens de raad uit de brief van de Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond (hierna: KNLTB) van februari 2015 dat TV Carolus op 30 september 2014 bijna 1.000 leden had en dat de KNLTB het voornemen om met 4 tennisbanen uit te breiden, ondersteunt.

3.2. De in het plan voorziene uitbreiding van het tennispark maakt deel uit van de Strategische Sportnota 2013-2020, die de raad op 25 juni 2013 heeft vastgesteld. In de nota heeft de raad besloten de uitbreiding van TV Carolus met 4 banen te faciliteren. Aan deze nota liggen twee onderzoeken ten grondslag. Het eerste onderzoek is ingesteld in 2009 en is gebaseerd op gegevens uit 2008. Het tweede onderzoek dateert van 2012 en betreft een actualisering van het onderzoek uit 2009. De resultaten van deze onderzoeken zijn neergelegd in het rapport Ruimte voor buitensport van 9 januari 2009 van adviesbureau Hopman-Andres Consultants B.V. en het gelijknamige rapport van 2 februari 2012 van adviesbureau Andres c.s.. Het besluit van de raad tot vaststelling van het plan is gebaseerd op het laatstgenoemde rapport.

3.3. In dit rapport Ruimte voor buitensport van 2 februari 2012 is wat betreft de tennissport in Helmond aangegeven dat de tennisverenigingen in 2011 gezamenlijk een overcapaciteit hebben van 4 tennisbanen. Deze overcapaciteit is volgens het rapport echter niet evenredig verdeeld. Zo heeft TV Carolus een wachtlijst en een forse ondercapaciteit van 3 banen, aldus het rapport.

In het onderzoek dat aan dit rapport ten grondslag ligt en dat is gebaseerd op bevolkingsprognoses en verenigingsgegevens uit 2011, is het aantal noodzakelijke tennisbanen berekend op basis van het aantal leden in de bestaande situatie, de verwachting inzake het aantal leden in de toekomst en de planningsnorm (aantal spelers per baan). Het onderzoek gaat voor TV Carolus uit van 996 actieve leden in 2011 en 1.158 actieve leden in 2020. Het grootste aantal leden (83% in 2011) is afkomstig uit de aangrenzende wijken ’t Hout en Brandevoort.

In het deskundigenbericht van de StAB staat dat uit gegevens van de KNLTB, district Oost-Brabant, over de afgelopen zes jaren blijkt dat er in de periode 2010-2011 sprake was van een stijging van het aantal leden bij TV Carolus met ongeveer 12%. In de periode 2012-2014 is het aantal leden vrijwel gelijk gebleven. In de periode 2014-2015 was sprake van een daling van ongeveer 9%. Over de gehele periode 2010-2015 bezien schommelt het aantal leden bij TV Carolus tussen 900 en 1.000.

Wat betreft de ontwikkeling van het aantal inwoners in de VINEX-wijk Brandevoort stelt de Afdeling vast dat in verband met de crisis op de woningmarkt de prognose van de bevolkingsgroei voor de periode 2011-2020 in het onderzoek uit 2012 naar beneden is bijgesteld ten opzichte van de prognose uit 2009. In het onderzoek uit 2012 is bij de prognose van het aantal leden van de tennisverenigingen ook rekening gehouden met een daling van het aantal leden op landelijk niveau.

3.4. In het onderzoek uit 2012 is uitgegaan van een planningsnorm van 90 spelers per baan. Dit is in overeenstemming met de richtlijn van de KNLTB voor tennisbanen met kunstgras en verlichting, zoals in het voorliggende geval. Deze norm is gebaseerd op een normaal verenigingsgebruik van de tennisbanen met tevens competitie- en toernooi-activiteiten. Ook is er in deze norm rekening mee gehouden dat een deel van de leden minder of zelfs geen gebruik maakt van de tennisbanen. [appellant] en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat het aantal niet-actieve leden bij TV Carolus substantieel afwijkt van het gebruikelijke aantal leden bij tennisverenigingen dat niet actief deelneemt aan de tennissport.

3.5. De conclusie in het rapport Ruimte voor buitensport van 2 februari 2012 is dat er bij TV Carolus in 2011 996/90, dit is 11 tennisbanen nodig zijn. Dit betekent een tekort van 3 banen. In 2020 zijn er 13 banen nodig (te weten 1.158/90). Dan bedraagt het tekort dus 5 tennisbanen.

3.6. De stelling van [appellant] en anderen dat TV Carolus geen wachtlijst hanteert bij het toelaten van nieuwe leden die zich bij de tennisvereniging aanmelden, wordt van de zijde van de tennisvereniging weersproken. In verband hiermee overweegt de Afdeling dat ook indien ervan zou worden uitgegaan dat TV Carolus geen wachtlijst hanteert bij de toelating van nieuwe leden, hieruit gelet op het voorgaande niet de conclusie mag worden getrokken dat er geen tekort aan tennisbanen bij deze tennisvereniging zou bestaan. Ook uit de door [appellant] en anderen gestelde omstandigheid dat volgens het zogeheten afhangsysteem tennisbanen vaak vrij beschikbaar zijn, mag niet worden afgeleid dat de tennisbanen vaak niet worden benut, omdat van dit systeem niet gedisciplineerd gebruik wordt gemaakt.

3.7. Gelet op het voorgaande hebben [appellant] en anderen niet aannemelijk gemaakt dat de raad bij de berekening van het aantal benodigde tennisbanen bij TV Carolus niet mocht uitgaan van het rapport Ruimte voor buitensport van 2 februari 2012 en in het bijzonder van het aantal leden van de tennisvereniging en van de planningsnorm waarop de conclusies in het rapport zijn gebaseerd.

Het betoog faalt.

akoestisch onderzoek

maximale planologische mogelijkheden

4. Hetgeen [appellant] en anderen in beroep aanvoeren, begrijpt de Afdeling aldus dat volgens hen in het akoestische onderzoek ten onrechte niet is uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden van het plan. In dit verband wijzen zij erop dat in dit onderzoek de geluidhinder ten gevolge van het tennissen en wat daarmee verband houdt, is onderzocht, maar dat binnen de bestemming "Sport" ook andere sportactiviteiten dan tennis zijn toegelaten. Deze andere activiteiten kunnen meer geluidhinder veroorzaken dan uit het akoestische onderzoek blijkt. Verder maakt het plan, gelet op artikel 3, lid 3.3, onder a en b, van de planregels volgens hen ten onrechte ook bedrijfsmatige activiteiten, (perifere) detailhandel en groothandel mogelijk.

4.1. De raad stelt dat het bestaande tennispark is bestemd voor "Sport" en dat voor de voorziene uitbreiding in het plan hierbij is aangesloten. Verder is het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) op de inrichting van toepassing en hieraan moet worden voldaan, ongeacht de aard van de sportactiviteit, aldus de raad.

4.2. Het bestaande tennispark van TV Carolus is in het bestemmingsplan "Brandevoort Oost", dat de raad op 3 april 2012 heeft vastgesteld, bestemd voor "Sport".

Artikel 9, lid 9.1, van de regels van dat plan luidt: "De voor "Sport" aangewezen gronden zijn bestemd voor

a. sportactiviteiten,

[…]

met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen en erven, leidingen, sanitaire voorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, water, wateropvang- en infiltratievoorzieningen, parkeervoorzieningen, paden en overige verhardingen".

Lid 9.3 luidt: "Onder strijdig gebruik als bedoeld met deze bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor:

a. de uitoefening van bedrijfsmatige activiteiten, zoals opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten;

b. (perifere) detailhandel of groothandel;

c. horeca, behoudens een kantine met beperkte verkoop van ter plaatse te nuttigen voedsel en/of dranken in het kader van en ondergeschikt aan het functioneren van de betreffende sportvoorziening."

De gronden in het voorliggende plan zijn bestemd voor "Sport".

Artikel 3, lid 3.1, van de planregels luidt: "De voor "Sport" aangewezen gronden zijn bestemd voor

sportactiviteiten met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen en erven, leidingen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, water, wateropvang- en infiltratievoorzieningen, paden en overige verhardingen".

Lid 3.3 luidt: "Onder strijdig gebruik als bedoeld met deze bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor:

a. de uitoefening van bedrijfsmatige activiteiten, zoals opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten;

b. (perifere) detailhandel of groothandel;

c. horeca, behoudens een kantine met beperkte verkoop van ter plaatse te nuttigen voedsel en/of dranken in het kader van en ondergeschikt aan het functioneren van de betreffende sportvoorziening."

4.3. De Afdeling stelt vast dat de gronden van het bestaande tennispark van TV Carolus in het bestemmingsplan "Brandevoort Oost" zijn bestemd voor "Sport" en dat de gronden waarop de uitbreiding van het tennispark is voorzien, in het voorliggende plan dezelfde bestemming hebben gekregen. De regeling van de bestemming "Sport" in het voorliggende plan laat alle takken van sport toe en niet alleen tennis. In het akoestische onderzoek dat aan het plan ten grondslag ligt, is er echter vanuit gegaan dat de gronden in het plan uitsluitend worden gebruikt voor de tennissport en wat hiermee samenhangt. In het onderzoek is niet uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden van het bestemmingsplan dat ook andere sportactiviteiten mogelijk maakt. In verband hiermee is de Afdeling van oordeel dat het besluit in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid.

4.4. Indien en voor zover moet worden aangenomen dat de uitoefening van bedrijfsmatige activiteiten en (perifere) detailhandel of groothandel kunnen vallen onder de omschrijving van de bestemming "Sport" in artikel 3, lid 3.1, van de planregels, merkt de Afdeling op dat dit gebruik ingevolge het bepaalde in lid 3.3 niet is toegestaan. De stelling van [appellant] en anderen dat het plan ten onrechte ook bedrijfsmatige activiteiten, (perifere) detailhandel en groothandel mogelijk maakt, is in zoverre onjuist.

4.5. Het betoog slaagt.

toetsing woon- en leefklimaat

5. [appellant] en anderen stellen dat niet is gemotiveerd waarom de raad een overschrijding van de richtwaarde uit de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening (hierna: Handreiking) voor een rustige woonwijk in dit geval aanvaardbaar acht. De overschrijding van de richtwaarde uit de Handreiking bedraagt volgens hen niet 2 dB, maar 4 dB. Voorts is volgens hen het Activiteitenbesluit geen bruikbaar toetsingskader in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Het geluid van het tennispark moet als geheel worden beoordeeld en niet alleen het geluid ten gevolge van de uitbreiding op zichzelf.

5.1. De raad stelt dat de voorziene uitbreiding van de tennisbanen niet voldoet aan de richtafstand van 50 m uit de Brochure Bedrijven en milieuzonering (editie 2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: Brochure). Naar aanleiding van de zienswijzen is daarom een nader onderzoek uitgevoerd naar mogelijke geluidhinder. Uit het onderzoek volgt dat de uitbreiding de richtwaarde van 45 dB(A) voor een rustige woonwijk uit de Handreiking tot maximaal 2 dB(A) overschrijdt. Het tennispark met inbegrip van de uitbreiding voldoet volgens het onderzoek aan de normering van 50 dB(A) etmaalwaarde uit het Activiteitenbesluit. Daarom acht de raad de voorziene uitbreiding uit een oogpunt van een goed woon- en leefklimaat aanvaardbaar, mede omdat de raad het sporten wil faciliteren.

5.2. Op grond van het Activiteitenbesluit moet het tennispark voldoen aan een aantal standaardgeluidnormen. Ingevolge artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit geldt voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,Lt ter plaatse van gevoelige gebouwen een standaardgeluidnorm van 50, 45 en 40 dB(A) voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Voor het maximale geluidniveau LAmax geldt ter plaatse een standaardgeluidnorm van 70, 65 en 60 dB(A) voor deze respectieve perioden. In artikel 2.18 van het Activiteitenbesluit is een deel van het geluid uitgezonderd van toetsing. Het gaat onder meer om geluid vanwege sportactiviteiten in de buitenlucht en het stemgeluid van bezoekers.

5.3. Zoals in het voorgaande is aangegeven, heeft de raad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beleidsruimte om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die hij uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad mag hierbij in zijn beleid aansluiten bij de normen van het Activiteitenbesluit. Dit is niet onredelijk. Hierbij heeft de Afdeling in aanmerking genomen dat, anders dan [appellant] en anderen betogen, in het akoestische onderzoek dat de raad heeft laten doen in het kader van de vaststelling van het plan niet alleen de in het plan voorziene uitbreiding met 4 tennisbanen in ogenschouw is genomen, maar ook het tennispark in zijn geheel, inclusief het reeds bestaande tennispark. Voorts staat in het rapport "Akoestisch onderzoek WABO TV Carolus te Helmond - uitbreiding tennispark" van 1 oktober 2014, gewijzigd op 21 oktober 2014, van K&M Akoestisch Adviseurs (hierna: K&M) dat van het akoestische onderzoek is opgemaakt, dat in het onderzoek en de toetsing aan de normen uit het Activiteitenbesluit ook het stemgeluid van bezoekers van het tennispark en het maximale geluidniveau vanwege de sportactiviteiten in de buitenlucht zijn betrokken.

Het betoog faalt.

beoordeling geluid parkeerterrein

6. [appellant] en anderen betogen dat in het akoestische onderzoek het geluid vanwege de parkeerbewegingen op de parkeerterreinen ten onrechte niet is toegerekend aan het tennispark, maar als indirecte hinder is beschouwd. Zij wijzen erop dat het gebruik van de parkeerterreinen alleen is toegestaan ten dienste van de bestemming "Sport".

6.1. De raad stelt dat de parkeerplaatsen op de parkeerterreinen in het akoestische onderzoek als openbare parkeerplaatsen zijn beschouwd, omdat deze terreinen niet alleen ten behoeve van het tennispark zijn aangelegd en ook niet alleen voor dit park worden gebruikt.

6.2. Aan de zuidelijke zijde van het bestaande tennispark, net buiten de omheining ervan, liggen twee parkeerterreinen. Een parkeerterrein heeft 26 parkeerplaatsen, het andere terrein 12 parkeerplaatsen. Deze terreinen geven via een voetpad toegang tot het tennispark. De parkeerterreinen zijn openbaar toegankelijk. Zoals in 4.2 is aangegeven, zijn de beide parkeerterreinen in het bestemmingsplan "Brandevoort Oost" uit 2012 bestemd voor "Sport". Hieronder vallen niet alleen sportactiviteiten, maar ook bijbehorende groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, paden en overige verhardingen. Het is de bedoeling het aantal parkeerplaatsen met 32 parkeerplaatsen uit te breiden tot totaal in 70 parkeerplaatsen indien het aantal tennisbanen met 4 wordt uitgebreid. Gelet op het voorgaande is de Afdeling van oordeel dat de twee parkeerterreinen planologisch en functioneel een eenheid vormen met de rest van het tennispark. In verband hiermee dient het geluid van voertuigen op het parkeerterrein dan ook als direct geluid aan het tennispark te worden toegerekend en niet, zoals in het akoestische onderzoek is gebeurd, als indirecte hinder te worden beschouwd.

Het betoog slaagt.

bronvermogens en modellering geluidbronnen tennisspel

7. [appellant] en anderen betogen dat de metingen die K&M ter plaatse hebben uitgevoerd, niet voldoen aan de eisen die de Handleiding meten en rekenen industrielawaai (VROM, 1999) (hierna: Handleiding) aan de gehanteerde meetmethode stelt. Daardoor zijn volgens hen te lage meetwaarden bepaald en zijn de bronvermogens onderschat. Ook ontbreekt volgens [appellant] en anderen informatie over de omstandigheden waaronder de metingen hebben plaatsgevonden.

Verder betogen [appellant] en anderen dat ten onrechte een middeling heeft plaatsgevonden van de gemeten waarden voor de pieken van het tennisspel. Volgens hen had uitgegaan moeten worden van de hoogst gemeten piekwaarde. [appellant] en anderen stellen verder dat de door K&M ter plaatse bepaalde bronvermogens lager zijn dan kengetallen in vergelijkbare situaties en dat daarom van de hogere kengetallen moet worden uitgegaan.

[appellant] en anderen betogen voorts dat de modellering van de geluidbronnen voor het tennisspel niet overeenkomt met de situatie in de praktijk. In het rekenmodel is per tennisveld één geluidbron in het midden van het veld gemodelleerd, terwijl de maximale geluidniveaus ter plaatse van de achterlijn optreden. Volgens hen zijn de maximale geluidniveaus hierdoor met ongeveer 2 dB onderschat.

7.1. De raad stelt dat de metingen zijn uitgevoerd volgens de Handleiding. Volgens de raad leveren metingen ter plaatse meer representatieve resultaten op dan kengetallen. Ook indien de modellering zou worden aangepast, wordt volgens de raad voldaan aan de geluidnormen van het Activiteitenbesluit.

7.2. In het kader van de voorbereiding van het deskundigenbericht van de StAB heeft de raad nadere inlichtingen verstrekt die tezamen met het rapport van K&M voldoende informatie geven over de omstandigheden waaronder de metingen in het onderzoek waarop dit rapport is gebaseerd, hebben plaatsgevonden. Het betoog hieromtrent faalt.

7.3. Volgens het deskundigenbericht voldoen de metingen die zijn uitgevoerd om het gemiddelde bronvermogen van het tennisspel te bepalen, niet aan de in de Handleiding opgenomen voorwaarde dat moet worden gemeten op een afstand die gelijk is aan of groter is dan 1,5 maal de grootste afmeting van het broncentrum. Dit betekent dat bij de metingen een afstand tot het broncentrum van ten minste 150 m (1,5x100 m) aangehouden had moeten worden en niet korter zoals in het onderzoek van K&M. De Afdeling ziet geen aanleiding het deskundigenbericht niet te volgen. Het betoog slaagt.

7.4. In het akoestisch rapport heeft K&M op basis van de geluidmetingen drie waarden voor het maximale bronvermogen LWRmax per baan bepaald en deze waarden vervolgens (logaritmisch) gemiddeld tot een waarde van 102,9 dB(A). Bij de geluidberekeningen is van deze gemiddelde waarde van het maximale geluidniveau uitgegaan. [appellant] en anderen hebben terecht betoogd dat voor het maximale bronvermogen uitgegaan had moeten worden van de hoogst gemeten waarde, te weten 104,5 dB(A) in plaats van 102,9 dB(A). Voor het maximale bronvermogen van het tennisspel is volgens het deskundigenbericht een hoogste waarde van 104,5 dB(A) representatief. Dat van de hoogst gemeten waarde moet worden uitgegaan, heeft de raad niet weersproken. De Afdeling ziet geen aanleiding het deskundigenbericht niet te volgen. Het betoog slaagt.

Wat betreft het maximale bronvermogen voor het stemgeluid ligt het volgens het deskundigenbericht, gelet op de Duitse VDI-Richtlijn 3770:2012-09 "Emissionskennwerte von Schallquelen Sport und Freizeitanlagen, september 2012", in de rede uit te gaan van het kengetal van 108 dB(A), welke waarde als een worstcase-waarde kan worden gezien. In het rapport van K&M is het maximale bronvermogen van het tennisspel en het stemgeluid van tennisspelers op basis van metingen bepaald op 103 dB(A). De Afdeling ziet geen aanleiding het deskundigenbericht niet te volgen. Het betoog slaagt.

Uit de bijlagen bij het rapport van K&M is op te maken dat in het onderzoek per tennisbaan één puntbron is gemodelleerd in het midden van een baan. Op basis van deze modellering zijn het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en het maximale geluidniveau tijdens recreatief tennis en competitietennis berekend. Deze modellering in het midden van de tennisbanen van de geluidbronnen komt volgens het deskundigenbericht van de StAB echter niet overeen met de in de praktijk optredende worstcase-situatie voor de piekgeluiden van het tennisspel. Het piekgeluid dat ontstaat bij het serveren van de bal, treedt namelijk afwisselend op ter plaatse van de beide achterlijnen en de bronlocatie ligt in dat geval dichter bij de woningen. De raad heeft in zijn zienswijze naar aanleiding van dit deskundigenrapport te kennen gegeven dat hij bij nader inzien hiermee kan instemmen. Volgens het deskundigenbericht is de modellering van K&M met één geluidbron per baan wel juist wat betreft de berekening van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau. De Afdeling ziet geen aanleiding het deskundigenbericht niet te volgen. Het betoog slaagt.

bedrijfsduurcorrectie tennisspel

8. [appellant] en anderen stellen dat onduidelijk is waarom K&M bij de geluidberekeningen is uitgegaan van een effectieve bedrijfsduurcorrectie van 50% voor het tennisspel.

8.1. De raad stelt dat in het geluidonderzoek is uitgegaan van de meetresultaten ter plaatse en dat deze resultaten een juist en representatief uitgangspunt vormen.

8.2. In het deskundigenbericht van de StAB is aangegeven dat de metingen van het tennisgeluid hebben plaatsgevonden tijdens een representatieve situatie en dat het vastgestelde bronvermogen van 83 dB(A) volledig betrekking heeft op het tennisgeluid. Volgens het deskundigenbericht is het gemiddelde bronvermogen van 83 dB(A) per baan waarmee in het rekenmodel is gerekend, een realistische waarde. Wel is in het rekenmodel voor de bronnen een bedrijfsduurcorrectie ingevoerd zowel voor de bestaande als voor de voorziene tennisbanen, die neerkomt op een bedrijfsduur van de tennisbanen van 50% van de openstellingsuren van TV Carolus. Volgens het deskundigenbericht correspondeert een bedrijfsduur per baan van 50% van de openstelling niet met de maximaal representatieve bedrijfssituatie. Hierbij is volgens het deskundigenbericht van belang dat de spitstijden voor het tennissen zich voordoen in de avondperiode en dat de tennisbanen tijdens het competitieseizoen van 21 weken in het weekend overdag en op vrijdagavond tot 24.00 uur volledig zijn bezet. Bij een vrijwel continue baanbezetting in de avondperiode zullen volgens het deskundigenbericht de berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus vanwege het tennisgeluid fors hoger uitvallen dan door K&M is berekend. De Afdeling ziet geen aanleiding het deskundigenbericht niet te volgen.

Het betoog slaagt.

bodemfactor tennisbanen

9. [appellant] en anderen betogen dat in het akoestische onderzoek is gerekend met een te hoge bodemfactor, omdat de voorziene tennisbanen bestaan uit kunstgras en deze minder geluid absorberen dan waarvan in het onderzoek is uitgegaan.

9.1. De raad stelt dat in het rekenmodel is uitgegaan van een algemene bodemfactor van 0,8. De gemodelleerde situatie komt volgens de raad overeen met de bestaande situatie en de situatie na uitbreiding waarin de bodem deels geluidabsorberende eigenschappen heeft.

9.2. Volgens het deskundigenbericht van de StAB is in het akoestische onderzoek gerekend met een standaardwaarde voor de bodemfactor van 0,8 en is dit in deze situatie een realistische waarde. [appellant] en anderen hebben geen feiten of omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven aan dit standpunt te twijfelen.

Het betoog faalt.

Conclusie met betrekking tot het akoestische onderzoek

10. Gelet op het voorgaande komt de Afdeling tot het oordeel dat aan het akoestische onderzoek van K&M dat is neergelegd in het rapport "Akoestisch onderzoek WABO TV Carolus te Helmond - uitbreiding tennispark" van 1 oktober 2014, gewijzigd op 21 oktober 2014, gebreken kleven en dat in verband hiermee de raad dit onderzoek niet ten grondslag heeft mogen leggen aan zijn standpunt dat inhoudt dat met betrekking tot de exploitatie van het tennispark na de voorziene uitbreiding met 4 tennisbanen aan aanvaardbare geluidgrenswaarden kan worden voldaan. Dit betekent dat het bestemmingsplan is vastgesteld in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid.

lichthinder

11. [appellant] en anderen stellen dat het plan ten onrechte geen regels bevat om lichthinder voor de omliggende woonbebouwing vanwege de uitbreiding van het tennispark tegen te gaan.

11.1. De raad stelt dat de tennisvereniging niet voldoet aan de richtafstand van 50 m uit de Brochure. Naar aanleiding van de zienswijzen is extra onderzoek uitgevoerd naar mogelijke lichthinder. Volgens de raad blijkt uit dit onderzoek dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Dit onderzoek is aan het vastgestelde plan toegevoegd.

11.2. In het kader van de voorbereiding van het plan heeft de raad onderzoek laten doen naar mogelijke lichthinder ten gevolge van het plan. In het hiervan opgemaakte rapport "Rapport betreffende verlichting Project Tennispark Carolus te Helmond" van 21 oktober 2014 van onderzoeksbureau A. Hak Zuid B.V. is de lichtbelasting van het tennispark getoetst aan de waarden volgens de "Algemene richtlijn betreffende lichthinder, Deel 1 Algemeen en grenswaarden voor sportverlichting" van de NSVV (Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde). Hierbij is uitgegaan van omgevingszone 3 en van 4 masten van maximaal 10 meter hoog per kooi van twee banen. Verder is uitgegaan van de toepassing van LED-verlichting en lensafscherming van de armaturen. De conclusie van het rapport is dat als de verlichtingsinstallatie om 23.00 uur automatisch wordt uitgeschakeld, geen onaanvaardbare lichtoverlast zal ontstaan.

11.3. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting leidt de Afdeling af dat de raad het ter voorkoming van lichthinder noodzakelijk acht dat de maatregelen die in het rapport worden genoemd om lichthinder te voorkomen, worden getroffen. [appellant] en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat deze maatregelen niet toereikend zijn om hinder ten gevolge van de verlichting tegen te gaan. De planregels maken het echter niet mogelijk voor het college van burgemeester en wethouders om nadere eisen te stellen aan bijvoorbeeld het type verlichting, de maximaal toegelaten lichtsterkte en de situering van de lichtmasten. De enige regel in het plan over verlichting staat in artikel 3, lid 3.2.1, aanhef en onder b, waarin is bepaald dat de bouwhoogte van lichtmasten niet meer dan 20 m mag bedragen. Dit is hoger dan in het rapport wordt aanbevolen. De planregels schrijven evenmin voor dat de in het rapport aanbevolen maatregelen daadwerkelijk worden getroffen.

11.4. Gelet op het voorgaande heeft de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het plan, wat betreft het voorkomen van lichthinder, strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Het betoog slaagt.

vrij uitzicht

12. [appellant] en anderen stellen dat zij hun percelen in 1998 hebben aangekocht omdat deze een vrij uitzicht hadden en deze percelen dit uitzicht ook zouden behouden. Ook het gemeentebestuur is hiervan uitgegaan omdat aan de eigenaren bij de verkoop van de percelen een meerprijs in rekening is gebracht voor het vrije uitzicht. Op deze wijze heeft het gemeentebestuur volgens hen het vertrouwen gewekt dat het vrije uitzicht ook in de toekomst behouden zou blijven.

12.1. De raad stelt dat het gemeentebestuur nimmer zekerheid kan geven dat het vrije uitzicht zal blijven bestaan, omdat ruimtelijk altijd ontwikkelingen mogelijk zijn.

12.2. Zoals in het voorgaande is overwogen, moet de raad bij de vaststelling van een bestemmingsplan bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. Een van de hierbij betrokken belangen betreft het vertrouwen dat [appellant] en anderen stellen te ontlenen aan de omstandigheid dat zij bij de aankoop van hun percelen een meerprijs hebben betaald voor het vrije uitzicht. Tot 1999 hanteerde het gemeentebestuur in zijn grondprijsbeleid een onderscheid tussen enerzijds kavels met een vrij uitzicht en anderzijds kavels zonder vrij uitzicht. De raad heeft in zijn belangenafweging met dit belang rekening gehouden. De raad heeft aan dit belang echter geen doorslaggevende betekenis hoeven toe te kennen. Hierbij heeft de Afdeling in aanmerking genomen dat is gebleken dat de raad in voorkomende gevallen de door de eigenaren van de percelen betaalde meerprijs zal terugbetalen in het geval de in het plan voorziene uitbreiding zal worden verwezenlijkt. Voorts is van belang dat in de toelichting van het bestemmingsplan Geldropseweg-West, dat in november 1997 ter visie heeft gelegen, staat dat in het groengebied, waar het hier om gaat, extensieve en intensieve recreatieve activiteiten mogen plaatsvinden. Als voorbeelden werden hierbij tennisbanen en een speelplaats genoemd.

Het betoog faalt.

verkeer en parkeren

13. [appellant] en anderen stellen dat als gevolg van het plan verkeers- en parkeeroverlast kan ontstaan in de omgeving van het tennispark, omdat de uitbreiding verkeersaantrekkende werking heeft en het autoverkeer door woonstraten moet rijden om het park te kunnen bereiken.

13.1. De raad stelt dat bij de realisering van de voorziene tennisbanen ook het aantal parkeerplaatsen bij het tennispark zal worden uitgebreid. De hoeveelheid autoverkeer die door de uitbreiding zal ontstaan kan zonder problemen door de (woon)straten in de omgeving worden verwerkt.

13.2. Uit de toelichting op het plan volgt dat thans 38 parkeerplaatsen aanwezig zijn op de twee parkeerterreinen aan de zuidelijke zijde van het tennispark. Het ligt volgens de plantoelichting in de bedoeling dit aantal uit te breiden met 32 plaatsen indien de uitbreiding van het tennispark met 4 banen wordt gerealiseerd. Het aantal beschikbare parkeerplaatsen voldoet daarmee ruimschoots aan de normen in de beleidsregel Parkeren Helmond 2008. Volgens dit parkeerbeleid zijn 3 parkeerplaatsen per tennisbaan nodig.

Verder hebben [appellant] en anderen niet aannemelijk gemaakt dat de hoeveelheid autoverkeer die de uitbreiding van het aantal tennisbanen genereert, uit een oogpunt van verkeersveiligheid in de (woon)straten in de omgeving van het tennispark niet aanvaardbaar zou zijn.

Het betoog faalt.

alternatieven

14. [appellant] en anderen stellen dat de raad in zijn besluit niet heeft gereageerd op de door hen aangegeven alternatieven en hun voorstellen niet in beschouwing heeft genomen.

14.1. In de Nota van zienswijzen staat dat de raad bij het zoeken naar een oplossing voor de voorziene uitbreiding verschillende alternatieven heeft bekeken. De grote openbare ruimte (groenzone) tussen de wijken Brandevoort en ’t Hout is gerealiseerd om er voorzieningen op het gebied van sport, spel en evenementen tot stand te kunnen brengen voor beide wijken. De uitbreiding met 4 tennisbanen is in het plan aan de westelijke zijde van het tenniscomplex voorzien, waardoor er rond het complex een zo groot mogelijke groenzone vrij blijft. Daar waar de meeste ruimte is, wordt het complex uitgebreid.

14.2. De raad dient bij de keuze van een bestemming een afweging te maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beleidsruimte. De voor- en nadelen van alternatieven dienen in die afweging te worden meegenomen.

De raad heeft in de Nota van zienswijzen aangegeven dat de omwonenden alternatieven hebben voorgesteld en wat deze inhouden, zoals uitbreiding aan de zuidelijke zijde van het tennispark van TV Carolus of aan de westzijde van de wijk Brandevoort, het draaien van een of meer van de bestaande banen om ruimte te creëren en samenwerking met de Mierlose Tennisvereniging. De raad is vervolgens uitgebreid op deze alternatieven ingegaan en is tot de conclusie gekomen dat er geen adequate alternatieven zijn voor de uitbreiding die in het plan is voorzien. [appellant] en anderen hebben in hun beroepschrift, noch ter zitting redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de voorgestelde alternatieven in het bestreden besluit onjuist zou zijn.

Het betoog faalt.

slotoverwegingen

15. In hetgeen [appellant] en anderen hebben aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit is genomen in strijd met artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 3:2 van de Awb. Het beroep is gegrond, zodat het bestreden besluit dient te worden vernietigd.

16. Uit oogpunt van rechtszekerheid en gelet op artikel 1.2.3 van het Besluit ruimtelijke ordening, ziet de Afdeling aanleiding de raad op te dragen het hierna in de beslissing nader aangeduide onderdeel van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl.

17. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Helmond van 29 september 2015, nr. 88, waarbij het bestemmingsplan "Brandevoort Oost - uitbreiding tennispark" is vastgesteld;

III. draagt de raad van de gemeente Helmond op om binnen 4 weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat het hiervoor vermelde onderdeel II wordt verwerkt in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, http://www.ruimtelijkeplannen.nl;

IV. veroordeelt de raad van de gemeente Helmond tot vergoeding van bij [appellant] en anderen in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 3.546,32 (zegge: drieduizendvijfhonderdzesenveertig euro en tweeëndertig cent), waarvan € 1.237,50 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;

V. gelast dat de raad van de gemeente Helmond aan [appellant] en anderen het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 167,00 (zegge: honderdzevenenzestig euro) vergoedt, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.

Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. F.W.M. Kooijman, griffier.

w.g. Hagen w.g. Kooijman

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 februari 2017

177.