Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:3614

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
28-12-2017
Datum publicatie
03-01-2018
Zaaknummer
201710261/1/V2
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 1 oktober 2014, aangevuld op 24 juli 2015, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingetrokken en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201710261/1/V2.

Datum uitspraak: 28 december 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, van:

[de vreemdeling],

verzoeker.

Procesverloop

Bij besluit van 1 oktober 2014, aangevuld op 24 juli 2015, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingetrokken en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

Bij uitspraak van 20 juni 2017 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld.

Voorts heeft de vreemdeling de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Hij heeft dit verzoek aangevuld en nadere stukken overgelegd.

Overwegingen

1.    Het verzoek is erop gericht te voorkomen dat de vreemdeling op donderdag 28 december 2017 wordt uitgezet naar zijn land van herkomst.

2.    Desgevraagd heeft de staatssecretaris medegedeeld dat voormelde uitzetting is geannuleerd.

3.    Dat voormeld besluit voor uitvoering vatbaar is, levert geen spoedeisend belang als bedoeld in artikel 8:81 van de Awb op. Bij dit oordeel is betrokken dat op dit moment niet duidelijk is dat en, zo ja, op welke termijn uitzetting zal plaatsvinden. Indien de uitzetting van de vreemdeling daadwerkelijk wordt geëffectueerd, gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat - de gemachtigde van - de vreemdeling hierover tijdig zal worden geïnformeerd.

4.    Het verzoek zal reeds daarom als kennelijk ongegrond worden afgewezen.

5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.S. Sanchit-Premchand, griffier.

w.g. Bijloos    w.g. Sanchit-Premchand

voorzieningenrechter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 28 december 2017

691.