Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:3574

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27-12-2017
Datum publicatie
27-12-2017
Zaaknummer
201703550/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 8 maart 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Groot Oosterhout - 5 (Brede School en sportvoorziening Grote Boel)" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/6788
JOM 2018/10
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201703550/1/R1.

Datum uitspraak: 27 december 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant] en anderen, wonend te Nijmegen,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Nijmegen,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 8 maart 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Groot Oosterhout - 5 (Brede School en sportvoorziening Grote Boel)" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De raad heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 november 2017, waar [appellant] en anderen, vertegenwoordigd door mr. W. Krijger, rechtsbijstandverlener te Baarle-Nassau, en de raad, vertegenwoordigd door mr. J.J. Molenaar, advocaat te Arnhem, bijgestaan door M.F. Jansen en P. de Wit, zijn verschenen. Voorts is ter zitting Stichting Conexus, vertegenwoordigd door F.A. Pommer, advocaat te Nijmegen, bijgestaan door [gemachtigden], als partij gehoord.

Overwegingen

    Inleiding

1.    Dit plan is vastgesteld zodat ter plaatse van het plangebied een basisschool met kinderopvang en een gymzaal kunnen worden gerealiseerd. Het plangebied is gesitueerd in de wijk Grote Boel in Nijmegen. [appellant] en anderen zijn eigenaar van de woning op het perceel [locatie] die in de nabijheid van het plangebied staat. Zij vrezen voor overlast ter plaatse van hun woning.

Ingetrokken beroepsgronden

2.    Ter zitting hebben [appellant] en anderen de beroepsgronden dat het plan in strijd met artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) is vastgesteld, geen behoefte is aan de in het plan voorziene ontwikkeling en de raad de ruimtelijke gevolgen van de in het plan opgenomen wijzigingsbevoegdheden, uitwerkingsbevoegdheden en ontheffingsmogelijkheden ten onrechte niet heeft bezien, ingetrokken.

Toetsingskader

3.    Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Wettelijke bepalingen en planregels

4.    De relevante wettelijke bepalingen en planregels die ten grondslag liggen aan de hierna volgende rechtsoverwegingen, zijn opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.

Beroepsgronden

Artikel 3.1.1, eerste lid, van het Bro

5.    [appellant] en anderen betogen dat de raad een bestuurlijk overleg als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van het Bro had moeten voeren met de provincie.

5.1.    Daargelaten de vraag of in dit geval de verplichting tot bestuurlijk overleg is geschonden, overweegt de Afdeling, onder verwijzing naar rechtsoverweging 2.12.2 van haar uitspraak van 8 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV3215, dat artikel 3.1.1, eerste lid, van het Bro kennelijk niet strekt ter bescherming van de belangen van de individuele inwoners van een betrokken gemeente - in dit geval [appellant] en anderen - zodat artikel 8:69a van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in zoverre aan vernietiging van het bestreden besluit in de weg staat. De Afdeling laat dit betoog daarom buiten inhoudelijke bespreking.

    Het betoog faalt.

Akoestische gevolgen

6.    [appellant] en anderen betogen voorts dat het plan leidt tot ernstige geluidoverlast bij hun woning. Zij voeren aan dat de in de brochure "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG-brochure) aangegeven richtafstand bij de vaststelling van dit plan ten onrechte niet door de raad in acht is genomen. In dit verband wijzen zij er op dat de raad er ten onrechte van uitgaat dat de basisschool is voorzien in een omgeving die als "gemengd gebied" kan worden gekwalificeerd. Volgens [appellant] en anderen moet de omgeving waarin de basisschool is voorzien worden aangemerkt als "rustige woonwijk". Hiertoe voeren zij aan dat de gronden ten zuiden van het plangebied met name voor woondoeleinden zijn bestemd.

6.1.    De raad stelt zich primair op het standpunt dat aan de richtafstand uit de VNG-brochure wordt voldaan. Er dient uit te worden gegaan van een richtafstand van 10 m, omdat sprake is van het omgevingstype "gemengd gebied", aldus de raad. Secundair stelt de raad zich op het standpunt dat indien sprake is van het omgevingstype "rustige woonwijk", eveneens sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat ter plaatse van de woning van [appellant] en anderen. In dit verband wijst de raad op het rapport "Akoestisch onderzoek industrielawaai Realisatie grote Boel" van 6 februari 2017 opgesteld door DPA Cauberg-Huygen (hierna: akoestisch onderzoek).  

6.2.    Aan het plangebied is de bestemming "Gemengd" met gedeeltelijk de aanduiding "bouwvlak" toegekend. Ter plaatse van het perceel van [appellant] en anderen geldt het bestemmingsplan "Groot Oosterhout". Aan het plandeel ter plaatse van dit perceel is de bestemming "Wonen (W)" toegekend.

6.3.    In paragraaf 4.2 van de plantoelichting staat dat de VNG-brochure is toegepast. Er is uitgegaan van een richtafstand van 10 m, omdat sprake is van het omgevingstype "gemengd gebied". Er is sprake van het omgevingstype "gemengd gebied" omdat er sprake is van functiemenging. Rondom het plangebied komen namelijk diverse functies voor: wonen, bedrijven tot en met de categorie 3.1 (binnen de bestemming bedrijf), winkels, detailhandel, dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen, wonen en winkels (binnen de bestemming centrum), kleinschalige kantoren, praktijkruimten en maatschappelijke voorzieningen (binnen de bestemming gemengd - 1). Er is in de buurt ook sprake van belangrijke ontsluitingswegen/verbindingswegen, namelijk de Griftdijk en de Keizer Hendrik VI-singel.

6.4.    In de VNG-brochure wordt voor de functies "scholen voor basis- en algemeen voortgezet onderwijs", "kinderopvang" en "gymnastiekzalen" een richtafstand aanbevolen van 30 m. Deze aanbevolen richtafstand geldt voor het omgevingstype "rustige woonwijk". De aanbevolen richtafstand kan met één afstandsstap worden verlaagd indien sprake is van het omgevingstype "gemengd gebied" zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Dat betekent dat de aanbevolen richtafstand voor de functies "scholen voor basis- en algemeen voortgezet onderwijs", "kinderopvang" en "gymnastiekzalen" 10 m is als sprake is van het omgevingstype "gemengd gebied". Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook een gebied dat direct langs de hoofdinfrastructuur ligt, behoort tot het omgevingstype gemengd gebied. De richtafstanden gelden volgens de VNG-brochure tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is.

6.5.    Aan de plandelen ten noorden van het plangebied zijn de bestemmingen "Bedrijf" met de aanduiding "categorie 1 t/m 3" en "Centrum" toegekend. Ter plaatse zijn onder meer bedrijven tot en met categorie 3 en ondergeschikte, aan (de productie van) een bedrijf gerelateerde detailhandel, onderscheidenlijk detailhandel, dienstverlening, horeca en maatschappelijke voorzieningen, toegestaan. Aan de plandelen ten westen van het plangebied zijn woonbestemmingen toegekend en de bestemming "Gemengd - 1". Ter plaatse van dat plandeel zijn onder meer kleinschalige kantoren, praktijkruimten en maatschappelijke voorzieningen toegestaan. Ook liggen de Griftdijk en de Keizer Hendrik VI-singel in de directe omgeving van het plangebied. Hierover heeft de raad onbestreden gesteld dat dit belangrijke verbindings- en ontsluitingswegen zijn. Gelet op deze omstandigheden heeft de raad zich terecht op het standpunt gesteld dat de omgeving van dit plan is te kwalificeren als "gemengd gebied".

    Voor het omgevingstype "gemengd gebied" geldt een aanbevolen richtafstand van 10 m tussen de voorziene basisschool met kinderopvang en gymzaal en de woning van [appellant] en anderen. De Afdeling stelt vast dat ter plaatse van het hele perceel van [appellant] en anderen een woning mag worden gerealiseerd. De richtafstand geldt in dit geval dus tussen de grens van het perceel van [appellant] en anderen en de grens van de bestemming "Gemengd". Deze afstand is ongeveer 11 m. De raad heeft zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat aan de aanbevolen richtafstand wordt voldaan. [appellant] en anderen hebben geen omstandigheden aangevoerd op grond waarvan desondanks moet worden geoordeeld dat ter plaatse van hun woning sprake zal zijn van ernstige geluidhinder. Gelet op het voorgaande heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de geluidgevolgen ter plaatse van de woning van [appellant] en anderen als gevolg van de voorziene basisschool met kinderopvang en gymzaal aanvaardbaar zijn.

    Het betoog faalt.

6.6.    [appellant] en anderen hebben voorts betoogd dat de raad ten onrechte geen voorwaardelijke verplichting in het plan heeft opgenomen die ertoe strekt dat een geluidscherm wordt gerealiseerd. Nu onder 6.5 is overwogen dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de geluidgevolgen ter plaatse van de woning van [appellant] en anderen als gevolg van de voorziene basisschool met kinderopvang en gymzaal aanvaardbaar zijn, heeft de raad er in redelijkheid van kunnen afzien om een voorwaardelijke verplichting in het plan op te nemen die ertoe strekt dat een geluidscherm wordt gerealiseerd.

    Het betoog faalt.

6.7.    De Afdeling stelt vast dat het akoestisch onderzoek ten grondslag ligt aan het standpunt van de raad dat indien sprake is van het omgevingstype "rustige woonwijk", sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Onder 6.5 is reeds vastgesteld dat sprake is van het omgevingstype "gemengd gebied". Daarin speelt het akoestisch onderzoek geen rol. Om die reden worden de beroepsgronden die gericht zijn tegen het akoestisch onderzoek niet inhoudelijk behandeld.

Goede ruimtelijke ordening

7.    Voorts betogen [appellant] en anderen dat de raad het plan in strijd met een goede ruimtelijke ordening heeft vastgesteld. Hiertoe voeren zij aan dat de locatiekeuze voor de basisschool ter plaatse van het plangebied onvoldoende is gemotiveerd. In dit verband voeren zij aan dat de raad hun belangen onvoldoende in zijn afweging heeft betrokken. Ook voeren zij aan dat de raad onvoldoende heeft onderkend dat in het voorheen geldende bestemmingsplan aan het plangebied een woonbestemming was toegekend. Voorts is onduidelijk of de gymzaal zal worden gerealiseerd, aldus [appellant] en anderen.

7.1.    De raad stelt zich onder verwijzing naar de plantoelichting en de notitie "Brede school in Grote Boel t.b.v. BTHV vergadering van 17 februari 2016" van 5 februari 2016 (hierna: de notitie) op het standpunt dat hij de locatiekeuze voor de voorziene basisschool voldoende heeft gemotiveerd. Ook wijst de raad er op dat ten noorden van de Keizer Hendrik VI-singel een andere basisschool is voorzien. Door de voorziene basisschool ter plaatse van het plangebied te realiseren, kunnen deze twee scholen allebei gebruik maken van de voorziene gymzaal, aldus de raad.

7.2.    In paragraaf 1.1 van de plantoelichting staat dat de basisschool met kinderopvang en gymzaal ter plaatse van het plangebied wordt voorzien vanwege de wens om scholen in elkaars nabijheid te situeren vanwege de mogelijkheid gemeenschappelijk gebruik te maken van een aantal bijbehorende voorzieningen, zoals bijvoorbeeld gymzalen. De ligging ten opzichte van het verzorgingsgebied is hierbij van belang. In de toekomstige ontwikkeling van het woongebied Zuiderveld (ten noorden van de Keizer Hendrik VI-singel) is eveneens een school gepland. De school in de wijk Grote Boel kan daarom beter elders in de wijk, meer in de noordrand van het gebied worden gevestigd.

    Voorts is als bijlage 1 behorend bij de plantoelichting het rapport "Behoefterapport, Basisschool De Uitdaging in de wijk De Grote Boel", opgesteld op 19 januari 2017 (hierna: behoefterapport), opgenomen. De conclusie in dit rapport is dat er binnen de planperiode van tien jaar (grote) behoefte aan een school voor regulier basisonderwijs bestaat in de omgeving waar de basisschool is voorzien.

7.3.    In de notitie staat dat vier locaties zijn beoordeeld door vertegenwoordigers van de disciplines: stedenbouw/planologie, onderwijs (en Conexus), sport, mobiliteit, milieu, externe veiligheid en planeconomie. Uit deze beoordeling volgt dat de locatie in dit plan de eerste voorkeur geniet ten aanzien van alle beoordeelde aspecten met uitzondering van externe veiligheid.

7.4.    Conexus en de raad hebben ter zitting gesteld dat de gymzaal zal worden gerealiseerd. De raad heeft in dit verband gewezen op de Wet op het Primair Onderwijs waaruit voortvloeit dat voor een school voldoende klokuren bewegingsonderwijs beschikbaar moeten zijn binnen een bepaalde verwijsafstand. De raad heeft onbestreden gesteld dat binnen de verwijsafstand geen beschikbare alternatieven aanwezig zijn. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad zich gelet op het voorgaande in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het plan in zoverre kan worden uitgevoerd binnen de planperiode van in beginsel tien jaar.

    Het betoog faalt.

7.5.    De raad heeft zich onder verwijzing naar het behoefterapport in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat binnen de planperiode van tien jaar een grote behoefte aan een basisschool bestaat ter plaatse van de omgeving waar het plangebied is gesitueerd. De raad heeft ter onderbouwing van deze behoefte kunnen betrekken dat de basisschool is voorzien in een nieuwbouwwijk waar thans nog geen basisschool aanwezig is. In de notitie zijn vervolgens vier locaties met elkaar vergeleken waar de basisschool zou kunnen worden voorzien. Voor zover [appellant] en anderen betogen dat de notitie niet transparant is opgesteld en hieraan geen gewicht mag worden gehecht, omdat de overige locaties de meest negatieve score hebben gekregen op financieel-economische aspecten, terwijl het plangebied de meest positieve score op dit onderdeel heeft behaald, overweegt de Afdeling dat deze omstandigheid niet met zich brengt dat de notitie niet transparant is. In hetgeen is aangevoerd ziet de Afdeling geen reden dat de notitie niet als onderbouwing van het standpunt van de raad mag dienen. De raad heeft derhalve gewicht kunnen toekennen aan de conclusie van de notitie waarin staat dat het plangebied de eerste voorkeur geniet. Ook heeft de raad bij het kiezen van een locatie voor de basisschool gewicht kunnen toekennen aan de omstandigheid dat ten noorden van de Keizer Hendrik VI-singel een andere basisschool is voorzien en deze school en de thans voorziene school allebei gebruik kunnen maken van de gymzaal die in dit plan is voorzien. Gelet op deze omstandigheden in samenhang met elkaar bezien, bestaat naar het oordeel van de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad de locatiekeuze voor de basisschool ter plaatse van het plangebied onvoldoende heeft gemotiveerd.

    Het betoog faalt.

7.6.    In dit plan is voorzien in een basisschool met kinderopvang en gymzaal. In het voorheen geldende plan was aan het plangebied een woonbestemming toegekend. Nu de woning van [appellant] en anderen grenst aan het plangebied, kan niet worden uitgesloten dat ter plaatse van deze woning gevolgen worden ondervonden van het plan. De Afdeling overweegt echter dat in het algemeen aan een voorheen geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen. Over de toegestane gebruiks- en bouwmogelijkheden heeft de raad een belangenafweging gemaakt. Daarbij heeft hij het belang van [appellant] en anderen bij het behouden van het woon- en leefklimaat ter plaatse van hun woning betrokken. Ook heeft hij het belang dat is gemoeid bij het realiseren van de basisschool met kinderopvang en gymzaal bij de afweging betrokken. Onder 6.5 is reeds door de Afdeling overwogen dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de geluidgevolgen ter plaatse van de woning van [appellant] en anderen als gevolg van de voorziene basisschool met kinderopvang en gymzaal aanvaardbaar zijn. [appellant] en anderen hebben niet gemotiveerd op andere wijze overlast te ondervinden van het plan. Gelet op het voorgaande bestaat er naar het oordeel van de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad meer gewicht aan de belangen van [appellant] en anderen had moeten toekennen dan hij thans heeft gedaan.

    Het betoog faalt.

Evenementen

8.    [appellant] en anderen voeren voorts aan dat ten onrechte evenementen buiten het kader van de basisschool en de kinderopvang zijn toegestaan.

8.1.    De raad stelt zich op het standpunt dat met artikel 7, lid 7.1, van de planregels niet is beoogd om evenementen buiten het kader van de basisschool en de kinderopvang toe te staan.

8.2.    De Afdeling stelt vast dat ingevolge artikel 7, lid 7.1, van de planregels evenementen in het algemeen, dus ook buiten het kader van de basisschool en de kinderopvang zijn toegestaan. Nu blijkt dat de raad slechts heeft beoogd evenementen in het kader van de basisschool en de kinderopvang toe te staan, moet worden geoordeeld dat het bestreden besluit voor zover evenementen zijn toegestaan buiten het kader van basisonderwijs of kinderopvang, niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid.

    Het betoog slaagt.

Parkeren

9.    Voorts betogen [appellant] en anderen dat ten behoeve van de voorziene ontwikkeling in onvoldoende parkeerplaatsen wordt voorzien.

9.1.    De raad stelt zich op het standpunt dat het aantal voorziene parkeerplaatsen voldoende is. In dit verband voert de raad aan dat in het plan in artikel 9, lid 9.1.2, onder a, van de planregels is opgenomen dat indien een bouwplan daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's in voldoende mate ruimte moet zijn aangebracht op de bij het bouwplan behorende en daartoe bestemde gronden.

9.2.    De Afdeling stelt vast dat artikel 9, lid 9.1.2, onder a, van de planregels met zich brengt dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid waarbij moet worden uitgegaan van de normen die zijn opgenomen in de Beleidsregels Parkeren. [appellant] en anderen hebben niet betoogd dat de hoeveelheid parkeervoorzieningen die op grond van dit artikel moet worden gerealiseerd onvoldoende is. Zij richten zich tegen de toepassing van deze parkeernormen zoals de raad dat in de plantoelichting uiteen heeft gezet. Dit is echter geen aspect dat in het kader van deze procedure aan de orde kan komen. In het kader van de omgevingsvergunning voor bouwen zal door de initiatiefnemer moeten worden aangegeven hoeveel parkeervoorzieningen worden gerealiseerd en waar deze worden gerealiseerd. Voor [appellant] en anderen bestaat de mogelijkheid om hiertegen bezwaar te maken en vervolgens beroep in te stellen. Voor zover [appellant] en anderen hebben betoogd dat niet in voldoende parkeervoorzieningen kan worden voorzien, overweegt de Afdeling als volgt. Ingevolge artikel 3, lid 3.1, onder f, van de planregels zijn binnen de bestemming "Gemengd" - dus binnen het hele plangebied - parkeervoorzieningen toegestaan. Gelet hierop bestaat in hetgeen is aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat kan worden voldaan aan de normen die zijn opgenomen in de Beleidsregels Parkeren.

    Het betoog faalt.

Overige beroepsgronden

10.    [appellant] en anderen hebben zich in het beroepschrift voor het overige beperkt tot het verwijzen naar de inhoud van hun zienswijze. In de overwegingen van het bestreden besluit is ingegaan op deze zienswijze. [appellant] en anderen hebben in het beroepschrift, noch ter zitting redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende zienswijze in het bestreden besluit onjuist zou zijn.

    Het betoog faalt.

Conclusie

11.    In hetgeen [appellant] en anderen hebben aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het plan, voor zover evenementen buiten het kader van basisonderwijs of kinderopvang zijn toegestaan, is vastgesteld in strijd met artikel 3:2 van de Awb. Het beroep is gegrond, zodat het bestreden besluit in zoverre dient te worden vernietigd.

    Ter zitting hebben partijen aangegeven dat zij er de voorkeur aan geven dat de Afdeling zelf in de zaak voorziet. Nu niet aannemelijk is dat derdebelanghebbenden in hun belangen kunnen worden geschaad, ziet de Afdeling aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb zelf in de zaak te voorzien als hieronder vermeld.

Uitspraak verwerken op www.ruimtelijkeplannen.nl

12.    Gelet op overweging 11 ziet de Afdeling aanleiding uit oogpunt van rechtszekerheid en gelet op artikel 1.2.3 van het Bro, de raad op te dragen de in de beslissing nader aangeduide onderdelen van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl.

Proceskosten

13.    De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart het beroep gegrond;

II.    vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Nijmegen van 8 maart 2017 waarbij het bestemmingsplan "Groot Oosterhout (Brede School en sportvoorziening Grote Boel)" is vastgesteld, voor zover evenementen buiten het kader van basisonderwijs of kinderopvang zijn toegestaan;

III.    bepaalt dat in artikel 7, lid 7.1 wordt gewijzigd en als volgt komt te luiden:

"Evenementen uitsluitend ten behoeve van basisonderwijs en kinderopvang, zijn binnen alle bestemmingen toegestaan, mits hiervoor vergunning is verleend of voldaan wordt aan de voorwaarden voor een vergunningvrij evenement op grond van de Algemeen Plaatselijke Verordening."

IV.    bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit voor zover dit is vernietigd;

V.    draagt de raad van de gemeente Nijmegen op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat het onder III genoemde onderdeel wordt verwerkt in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, http://www.ruimtelijkeplannen.nl;

VI.    veroordeelt de raad van de gemeente Nijmegen tot vergoeding van bij [appellant] en anderen in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 990,00 (zegge: negenhonderdnegentig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;

VII.    gelast dat de raad van de gemeente Nijmegen aan [appellant] en anderen het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 168,00 (zegge: honderdachtenzestig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. G. van der Wiel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.W.A.M.M. Delauw, griffier.

w.g. Van der Wiel    w.g. Delauw

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 27 december 2017

812. BIJLAGE

* Bij rechtsoverweging 5.1

Besluit ruimtelijke ordening

Artikel 3.1.1

1. Het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan pleegt daarbij overleg met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Artikel 3:6 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 8:69a

De bestuursrechter vernietigt een besluit niet op de grond dat het in strijd is met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel, indien deze regel of dit beginsel kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept.

* Bij rechtsoverwegingen 6.5 en 9.2

Planregels

Bestemming "Gemengd"

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. basisonderwijs, kinderopvang en een sportzaal;

b. recreatieve sportactiviteiten in de sportzaal;

c. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'spz' is een sportzaal toegestaan;

d. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'onderwijs' is basisonderwijs en kinderopvang toegestaan;

e. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'speelterrein' is een speelterrein toegestaan;

f. bijbehorende voorzieningen zoals verhardingen, parkeer- en groenvoorzieningen, sport- en speelvoorzieningen;

g. fietspad;

h. wadi's, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, alsmede daarbij behorende voorzieningen zoals duikers, kunstwerken en overbruggingen.

3.2 Bouwregels

3.2.1 Algemene bouwregels

Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:

a. gebouwen en overkappingen;

b. bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde.

3.2.2 Specifieke bouwregels

De in artikel 3.2.1 genoemde bouwwerken zijn toegestaan voor zover voldaan wordt aan de volgende regels:

a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden opgericht binnen de aanduiding 'bouwvlak';

[…]

d. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij de kinderopvang en basisonderwijs mogen op het bouwperceel zowel binnen als buiten de aanduiding 'bouwvlak' worden opgericht; buiten de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende bepalingen:

[…]

2. het totaal bebouwd oppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen buiten de aanduiding 'bouwvlak' mag ten hoogste 80 m2 bedragen;

[…];

Bestemmingsplan "Groot Oosterhout"

Planregels

Bestemming "Wonen (W)"

9.1 Doeleindenomschrijving

De gronden op de plankaart aangewezen voor Wonen (W) zijn bestemd voor:

a. het wonen.

9.3 Bouwvoorschriften

9.3.1 Algemene bouwvoorschriften

a. Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:

1. hoofdgebouwen;

2. aan- en uitbouwen;

3. bijgebouwen.

* Bij rechtsoverweging 8.2

Planregels

Algemene gebruiksregels

7.1 Evenementen

Evenementen zijn binnen alle bestemmingen toegestaan, mits hiervoor vergunning is verleend of voldaan wordt aan de voorwaarden voor een vergunningvrij evenement op grond van de Algemeen Plaatselijke Verordening.

* Bij rechtsoverweging 9.2

Planregels

Overige regels

9.1.2 Specifieke parkeerregels bij bouwplannen

a. indien een bouwplan daartoe aanleiding geeft, moet ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's in voldoende mate ruimte zijn aangebracht op de bij het bouwplan behorende en daartoe bestemde gronden. De parkeer- en stallingsbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de Beleidsregels Parkeren. Indien gedurende de planperiode de Beleidsregels Parkeren wijzigen, gelden de gewijzigde regels.