Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:343

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
08-02-2017
Datum publicatie
08-02-2017
Zaaknummer
201604005/1/A3
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOVE:2016:1680, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 9 september 2015 heeft de burgemeester het door De SlijtersUnie ingediende verzoek om handhavend op te treden tegen United Parcel Service Nederland B.V. (hierna: UPS) afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BA 2017/79

Uitspraak

201604005/1/A3.

Datum uitspraak: 8 februari 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de Vereniging SlijtersUnie, gevestigd te Eindhoven,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 13 mei 2016 in zaak nr. 15/2832 in het geding tussen:

De SlijtersUnie

en

de burgemeester van Deventer.

Procesverloop

Bij besluit van 9 september 2015 heeft de burgemeester het door De SlijtersUnie ingediende verzoek om handhavend op te treden tegen United Parcel Service Nederland B.V. (hierna: UPS) afgewezen.

Bij besluit van 10 december 2015 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer het door De SlijtersUnie daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Op 5 februari 2016 heeft het college aan de rechtbank en aan de andere partijen meegedeeld dat is gebleken dat het verkeerde bestuursorgaan op het bezwaar heeft beslist en dat in verband hiermee het besluit van 10 december 2015 wordt ingetrokken.

Bij besluit van 11 februari 2016 heeft de burgemeester het door De SlijtersUnie tegen het besluit van 9 september 2015 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 13 mei 2016 heeft de rechtbank het door De SlijtersUnie daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft De SlijtersUnie hoger beroep ingesteld.

UPS heeft een schriftelijke uiteenzetting ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 januari 2017, waar De SlijtersUnie, vertegenwoordigd door mr. M.C.J. Houben, advocaat te Eindhoven, en de burgemeester, vertegenwoordigd door A.I. Duivenvoorde, zijn verschenen. Voorts is ter zitting UPS, vertegenwoordigd door mr. E.C. van der Made, advocaat te Amsterdam, gehoord.

Overwegingen

Inleiding

1. Op 11 mei 2015 heeft [mevrouw], wonend te Bathmen gemeente Deventer, via de website www.uvinum.com een fles sterke drank besteld bij een in Duitsland gevestigd slijtersbedrijf. Deze bestelling is verzonden via UPS en op 13 mei 2015 op haar woonadres te Deventer bezorgd. De SlijtersUnie heeft de burgemeester bij brief van 17 juli 2015 verzocht om handhavend op te treden jegens UPS wegens handelen in strijd met artikel 19, eerste lid, van de Drank- en Horecawet (hierna: DHW). Volgens De SlijtersUnie wordt door UPS geen slijtersbedrijf uitgeoefend en bezit zij daarvoor evenmin de vereiste vergunning, zodat de aflevering door haar van sterke drank aan particulieren in strijd is met voormeld artikel.

Besluitvorming

2. Bij het besluit van 11 februari 2016 heeft de burgemeester de afwijzing van het verzoek om handhaving van 9 september 2015 gehandhaafd. Hij heeft hieraan ten grondslag gelegd dat UPS artikel 19, eerste lid, van de DHW niet heeft overtreden. UPS is gelet op haar feitelijke werkzaamheden geen slijtersbedrijf of grossier die optreedt als handelaar tussen enerzijds de fabrikant en anderzijds de detailhandel. De consument doet geen bestellingen bij UPS en UPS biedt zelf geen producten te koop aan. Zij heeft evenmin zicht op de inhoud van de door haar vervoerde pakketten en is ook niet verantwoordelijk voor de inhoud van die pakketten. Nu geen sprake is van een overtreding bestaat geen grond voor handhaving, aldus de burgemeester.

Aangevallen uitspraak

3. De rechtbank heeft overwogen dat UPS niet in strijd met artikel 19, eerste lid, van de DHW heeft gehandeld. Uit de DHW en de geschiedenis van de totstandkoming van die wet volgt volgens de rechtbank onmiskenbaar dat het door de wetgever beoogde slijtersbedrijf wordt uitgeoefend in een inrichting waar voorraad aanwezig is waaruit particulieren, indien gewenst na advies van de ter zake deskundige slijter, een keuze kunnen maken uit de van etiketten voorziene flessen, waarna uiteindelijk de sterke drank wordt verkocht. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting is komen vast te staan dat de feitelijke werkzaamheden van UPS het vervoeren van pakketten betreft en dat de consument bij UPS geen bestellingen doet. UPS oefent geen slijtersbedrijf uit als bedoeld in de DHW en heeft verder geen gelegenheid geboden voor het doen van bestellingen voor sterke drank. UPS heeft evenmin sterke drank op bestelling afgeleverd of doen afleveren aan huizen van particulieren. Bij UPS is geen voor het publiek zichtbare van etiketten voorziene drankvoorraad aanwezig. De eventueel aanwezige flessen sterke drank bevinden zich in pakketten en zijn als zodanig door de medewerkers van UPS en vervoerders niet herkenbaar. Er is geen slijtlokaliteit waar particulieren drank kunnen uitzoeken, waar drank kan worden ge- of verkocht en waar klanten zich kunnen laten voorlichten. UPS biedt zelf geen producten te koop aan en heeft geen zicht op de inhoud van de door haar vervoerde pakketten. Het doen afleveren geschiedt door het in Duitsland gevestigde slijtersbedrijf, zodat UPS ook hierom niet als overtreder kan worden aangemerkt, aldus de rechtbank.

Hoger beroep

4. De SlijtersUnie betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat UPS niet in strijd heeft gehandeld met artikel 19, eerste lid, van de DHW. Zij voert hiertoe aan dat de rechtbank er ten onrechte van uitgaat dat om een overtreding van het op bestelling afleveren van sterke drank als bedoeld in deze bepaling aan te nemen degene die aflevert, dezelfde moet zijn als degene bij wie de drank is besteld. Hoewel in dit geval de bestelling niet bij UPS is gedaan, kan UPS volgens de SlijtersUnie als degene die voor de feitelijke uitvoering van de bestelling heeft zorg gedragen aansprakelijk worden gehouden voor het afleveren op bestelling - zij het indirect - van sterke drank aan huis van een particulier. Daarmee heeft UPS volgens de SlijtersUnie artikel 19, eerste lid, van de DHW overtreden. Een andere uitleg van deze bepaling gedraagt zich volgens de SlijtersUnie niet met het door de wetgever beoogde resultaat, namelijk dat sterke drank door particulieren uitsluitend via een vergunningplichtig verkooppunt kan worden verkregen. De SlijtersUnie voert verder aan dat zij UPS, anders dan de rechtbank heeft verondersteld, niet aansprakelijk acht voor het in overtreding doen afleveren.

4.1. Artikel 19 van de DHW luidt:

"1. Het is verboden, anders dan in de rechtmatige uitoefening van het slijtersbedrijf of van het partijen-cateringbedrijf gelegenheid te bieden tot het doen van bestellingen voor sterke drank en sterke drank op bestelling af te leveren of te doen afleveren aan huizen van particulieren.

[…]."

4.2. Niet in geschil is dat UPS geen slijtersbedrijf uitoefent. Blijkens het uittreksel van de Kamer van Koophandel houdt UPS zich bezig met koeriersdiensten, meer in het bijzonder met het verrichten van expresse besteldiensten en andere koeriersdiensten. Als koeriersdienst is zij geen verstrekker van sterke drank, maar bezorger, zoals volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 17 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2252. De vraag die thans voorligt, is of UPS als bezorger gelegenheid biedt tot het doen van bestellingen voor sterke drank en deze drank op bestelling aflevert of doet afleveren aan huizen van particulieren als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de DHW. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de rechtbank deze vraag in navolging van de burgemeester terecht ontkennend beantwoord. Daartoe wordt in aanmerking genomen dat de woorden "af te leveren of te doen afleveren aan huizen van particulieren" in artikel 19, eerste lid, van de DHW moeten worden bezien in samenhang met de daaraan voorafgaande woorden "op bestelling". Dit betekent dat het afleveren of doen afleveren van sterke drank ingevolge deze bepaling slechts verboden is, indien zulks op bestelling geschiedt. Vast staat dat bij UPS geen sterke drank kan worden besteld, dat UPS zelf geen drank in voorraad heeft en geen sterke drank verkoopt. Zij bezorgt slechts de door haar opdrachtgevers aangeleverde pakketten, voor de inhoud waarvan zij niet verantwoordelijk is. De particulier betaalt ook rechtstreeks aan de onderneming die hem de sterke drank heeft verkocht. In dit geval heeft de particulier de fles sterke drank via de website www.uvinum.com besteld uit de voorraad van het in Duitsland gevestigde slijtersbedrijf Scheurich La Fleur en heeft UPS de op deze manier gekochte fles sterke drank slechts als pakket bezorgd bij de particulier. Zij heeft niet zorg gedragen voor het verpakken van de sterke drank, maar alleen het niet bij haar bestelde maar ter bezorging aangeboden pakket aangenomen en naar de koper gebracht. Voor zover de SlijtersUnie ter zitting in hoger beroep heeft gesteld dat UPS wel degelijk op bestelling sterke drank heeft afgeleverd, zij het indirect, overweegt de Afdeling dat geen grond bestaat voor het oordeel dat onder het op bestelling afleveren als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de DHW ook de door de SlijtersUnie als indirect aangeduide wijze van bestellen moet worden begrepen. In dit verband is van belang dat het bestelproces van sterke drank buiten UPS om is afgehandeld, dat UPS slechts de opdracht heeft gekregen om een pakket te bezorgen dat zij niet was betrokken bij de samenstelling van de inhoud van het pakket. De rechtbank heeft voorts terecht overwogen dat het doen afleveren in dit geval is geschied door het in Duitsland gevestigde slijtersbedrijf, dat daartoe gebruik heeft gemaakt van pakketdienst UPS. De rechtbank heeft derhalve terecht overwogen dat de burgemeester zich met juistheid op het standpunt heeft gesteld dat UPS niet in strijd met artikel 19, eerste lid, van de DHW heeft gehandeld door het bezorgen van een pakket met een fles sterke drank bij het huis van een particulier.

Het betoog faalt.

Relativiteitsvereiste

5. UPS heeft betoogd dat het in artikel 8:69a van de Algemene wet bestuursrecht neergelegde relativiteitsvereiste aan vernietiging van het besluit van de burgemeester in de weg staat. Nu uit het voorgaande volgt dat er geen grond is voor vernietiging van het besluit van de burgemeester, behoeft dit betoog geen bespreking.

Slotsom

6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Veenboer, griffier.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Veenboer

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 8 februari 2017

730.