Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:3401

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13-12-2017
Datum publicatie
20-12-2017
Zaaknummer
201707228/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 8 augustus 2017 heeft het college de bij besluit van 7 oktober 2014 verleende ontgrondingsvergunning gewijzigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2018/190
JBO 2018/21 met annotatie van mr. drs. D. van der Meijden
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201707228/2/R3.

Datum uitspraak: 13 december 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

Hengelsportvereniging Deest, gevestigd te Druten,

verzoekster,

en

het college van gedeputeerde staten van Gelderland,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 8 augustus 2017 heeft het college de bij besluit van 7 oktober 2014 verleende ontgrondingsvergunning gewijzigd.

Tegen dit besluit heeft onder meer de Hengelsportvereniging beroep ingesteld.

Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld heeft de Hengelsportvereniging de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Daartoe in de gelegenheid gesteld heeft Boskalis Nederland B.V. een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 21 november 2017, waar de Hengelsportvereniging, vertegenwoordigd door [gemachtigden], en het college, vertegenwoordigd door A. Hager-Hiemstra en H. van Osch, zijn verschenen. Voorts zijn ter zitting als partij gehoord Boskalis, vertegenwoordigd door mr. B. Ebben en L.A.E.W. Peeters, en de minister van Infrastructuur en Waterstaat, vertegenwoordigd door mr. F.J.G. Peters-van den Elsen en drs. K.D. Oostinga.

Overwegingen

1.    Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.    Bij besluit van 7 oktober 2014 heeft het college een ontgrondingsvergunning aan Boskalis verleend. Het gebied waarop de vergunning betrekking heeft, is gelegen in het winterbed van de rivier de Waal tussen de kernen Druten en Deest.

3.    Het bestreden besluit houdt een wijziging in van de bij besluit van 7 oktober 2014 verleende ontgrondingsvergunning. De wijziging betreft een vergroting van de tijdelijke zandwinput met ongeveer twee hectare. Daarnaast voorziet de wijziging in een eindoplevering volgens een nieuw inrichtingsplan dat op onderdelen afwijkt van het oorspronkelijke inrichtingsplan.

4.    Het verzoek van de Hengelsportvereniging strekt ertoe dat de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treft waarbij twee voorschriften worden toegevoegd aan de ontgrondingsvergunning. Het eerste voorschrift betreft het bieden van de mogelijkheid aan vissersboten om via de westelijke zijde de zandwinput op te varen. Het tweede voorschrift betreft de aanleg van een trailerhelling in de nabijheid van deze toegangsvaarweg aan de westzijde van de zandwinput.

5.    De voorzieningenrechter acht de gevraagde voorziening te verstrekkend, aangezien ook de uitspraak van de Afdeling naar verwachting niet zal strekken tot het zelfvoorziend toevoegen van de door de Hengelsportvereniging bedoelde voorschriften aan de ontgrondingsvergunning. Voor dit oordeel is van belang dat de door de Hengelsportvereniging bedoelde voorschriften zien op locaties die geen onderdeel uitmaken van het bestreden besluit. Het besluit van 8 augustus 2017 gaat niet over de twee locaties. Het besluit van 7 oktober 2014 gaat daar wel over, maar dat besluit kan in deze procedure niet meer op rechtmatigheid worden getoetst. In hetgeen de Hengelsportvereniging overigens naar voren heeft gebracht, wordt geen grond gevonden de gevraagde voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek daartoe wordt daarom afgewezen.

6.    Hetgeen verder door partijen naar voren is gebracht, kan buiten bespreking blijven.    

7.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. B.J. van Ettekoven, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Boer, griffier.

w.g. Van Ettekoven    w.g. Boer

voorzieningenrechter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 13 december 2017

745.