Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:3384

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
05-12-2017
Datum publicatie
13-12-2017
Zaaknummer
201709394/1/A1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 23 juni 2017 heeft het college Camping Fort Oranje onder aanzegging van bestuursdwang gelast om de in bijlage 22 bij dat besluit omschreven overtredingen van artikel 1a van de Woningwet binnen vier weken na de verzending van dit besluit ongedaan te maken en ongedaan te houden bij gebreke waarvan het college de desbetreffende stacaravan zal sluiten en verzegelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/6615
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201709394/1/A1.

Datum uitspraak: 5 december 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van [verzoeker] en 20 anderen, wonend te Rijsbergen, gemeente Zundert, om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

verzoekers,

en

het college van burgemeester en wethouders van Zundert,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 23 juni 2017 heeft:

1.    het college het recreatiepark onder aanzegging van bestuursdwang gelast om de in bijlage 22 bij dat besluit omschreven overtredingen van artikel 1a van de Woningwet binnen vier weken na de verzending van dit besluit ongedaan te maken en ongedaan te houden bij gebreke waarvan het college de desbetreffende stacaravan zal sluiten en verzegelen;

2.    het college het recreatiepark onder aanzegging van bestuursdwang gelast om de in bijlage 22 bij dat besluit omschreven overtredingen van artikel 1b van de Woningwet binnen vier weken na de verzending van dit besluit ongedaan te maken en ongedaan te houden bij gebreke waarvan het college de desbetreffende stacaravan zal sluiten en verzegelen;

3.    het college het recreatiepark onder aanzegging van bestuursdwang gelast om de overtredingen van diverse artikelen uit de Wet milieubeheer, het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling binnen vier weken na de datum van verzending van dit besluit ongedaan te maken en ongedaan te houden, bij gebreke waarvan het college de inrichting zal sluiten;

4.    het college bepaald dat de onder 1 tot en met 3 genoemde lasten mede gelden jegens iedere rechtsopvolger van de exploitant en jegens iedere andere rechtsopvolger;

5.    het college de gebruiksvergunning voor de inrichting Camping Fort Oranje ingetrokken;

6.    het college het recreatiepark onder aanzegging van bestuursdwang gelast om de overtreding van de artikel 2, eerste lid, onder a, van de Brandveiligheidsverordening 2015 van de gemeente Zundert ongedaan te maken en te houden bij gebreke waarvan het college de inrichting zal sluiten;

7.    het college het terrein Camping Fort Oranje en de daarop gelegen woningen op grond van artikel 17, eerste lid, van de Woningwet per 23 juni 2017 om 15.00 uur gesloten voor de duur van één jaar en bepaald dat de kosten daarvan ten laste van de exploitant worden gebracht;

8.    de burgemeester bevolen Camping Fort Oranje op grond van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet per 23 juni 2017 om 15.00 uur te sluiten voor de duur van één jaar;

9.    de burgemeester dan wel het college de percelen kadastraal bekend als Rijsbergen C2313, C2327, C2328, C2407, C2313, C2314 en C2286 uitgezonderd van de bestuurlijke sancties en openbare orde maatregelen zoals opgenomen in het besluit van 23 juni 2017 en bepaald dat de eigenaren en bewoners van deze percelen de toegang tot hun percelen zullen gehouden gedurende de sluiting van (het terrein en/of de inrichting en/of) Camping Fort Oranje;

10.    de burgemeester de percelen kadastraal bekend als Rijsbergen C1509, C1742, C1745, C1805, C1931, C2321, C2337 en C2408 op grond van artikel 2.41.1, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Zundert 2015 gesloten voor de duur van één jaar;

11.    het college het beheer van het terrein Camping Fort Oranje en de daarop gelegen woningen op grond van artikel 13b van de Woningwet gedurende één jaar na 23 juni 2017 te 15.00 uur overgenomen;

12.    de burgemeester dan wel het college bepaald dat dit besluit zal worden ingeschreven in het register publiekrechtelijke beperkingen.

Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoeker] en anderen bezwaar gemaakt.

Tevens hebben [verzoeker] en anderen de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 5 december 2017, waar [verzoeker] en anderen, bijgestaan door mr. G.C.L. van de Corput, advocaat te Breda, en het college vertegenwoordigd door C.J.C. den Ouden en L.C.T. Schneier, bijgestaan door mr. B.J.P.G. Roozendaal, advocaat te Breda, zijn verschenen.

Overwegingen

1.    Ter zitting is het verzoek, voor zover ingediend namens [verzoeker A], [verzoeker B], [verzoeker C] en [verzoeker D], ingetrokken.

2.    [verzoeker] en anderen hebben al eerder een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening gedaan om te voorkomen dat zij Camping Fort Oranje moeten verlaten. Bij uitspraak van 20 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2846, heeft de voorzieningenrechter dat verzoek afgewezen. Aan die afwijzing heeft de voorzieningenrechter ten grondslag gelegd dat gelet op de ernst van de in de uitspraak beschreven bevindingen over de brandveiligheid, de volksgezondheid en de openbare orde aan de belangen van het college en de burgemeester een groter gewicht toekomt dan aan de belangen van de bewoners en de exploitant van Camping Fort Oranje. Ook heeft de voorzieningenrechter daarbij betrokken dat een tijdpad wordt gehanteerd voor de ontruiming waarbij de bewoners tijd wordt gegeven vervangende woonruimte te zoeken, dat personen met een zorgindicatie door de gemeente actief geholpen worden bij het vinden van vervangende woonruimte en dat de gemeente hulp heeft aangeboden aan de bewoners die voor 23 juni 2017 in de Basisregistratie Personen (hierna: de BRP) waren ingeschreven in de gemeente Zundert.

3.    [verzoeker] en anderen hebben opnieuw een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening ingediend, omdat de feiten en omstandigheden ten opzichte van de uitspraak van 20 oktober 2017 volgens hen zijn gewijzigd. Daartoe hebben zij aangevoerd dat het college aan alle bewoners van de camping op 16 november 2017 een brief heeft gestuurd waarin is aangezegd om uiterlijk op 6 december 2017 om 8.30 uur de camping te verlaten. Het college houdt zich aldus niet aan zijn eerdere toezeggingen ten aanzien van bewoners met een zorgindicatie en bewoners die voor 23 juni 2017 in de BRP waren ingeschreven in de gemeente Zundert. Bovendien hebben de bewoners van de gemeente geen adequate hulp ontvangen bij het vinden van vervangende woonruimte en is ook geen vervangende woonruimte beschikbaar. Bewoners die reeds van de camping zijn vertrokken, zwerven op straat, aldus [verzoeker] en anderen. Voorts stellen zij dat het college onvoldoende belang heeft bij het volledig ontruimen van de camping, nu het merendeel van de bewoners reeds is vertrokken en risico’s op het gebied van de brandveiligheid, de volksgezondheid en de openbare orde ontbreken. Onder deze omstandigheden is de ontruiming van camping niet proportioneel en redelijk, hetgeen in strijd is met artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, aldus [verzoeker] en anderen.

4.    Het college heeft toegelicht dat het ter uitvoering van het besluit van 23 juni 2017 heeft besloten tot een gefaseerde, veldsgewijze ontruiming van de camping, waarbij het laatste veld op 6 december 2017 zal worden ontruimd. Bij de veldsgewijze ontruiming waren de bewoners met een zorgindicatie en de bewoners met een BRP-inschrijving uitgezonderd, zodat zij gedurende de veldsgewijze ontruiming op de camping mochten blijven, aldus het college.

    Het college heeft voorts toegelicht dat alle bewoners van de camping bij brieven van 16 november 2017 zijn geïnformeerd over de geplande ontruiming op 6 december 2017. Van deze brieven bestaan 5 varianten, al naar gelang de categorisering van de betreffende bewoner, aldus het college. Variant 4 betreft een algemene bewonersbrief. Naar de 13 verzoekers die een zorgindicatie hebben, is deze brief verstuurd. Hierin is vermeld dat zij uiterlijk op 6 december 2017 van de camping vetrokken dienen te zijn, tenzij de casemanager aangeeft dat een andere einddatum noodzakelijk is. Voor deze 13 verzoekers is deze tenzij-clausule benut en geldt de uiterlijke vertrekdatum van 6 december 2017 dus niet, aldus het college. De overige 8 verzoekers, die een BRP-inschrijving hebben, hebben een brief met variant 2 of 3 ontvangen, onderscheidenlijk bestemd voor bewoners die geen gebruik hebben gemaakt van het aanbod van de gemeente om met de huisvestingscoördinator te spreken en voor bewoners die gesprekken hebben gehad met de huisvestingscoördinator maar geen gebruik hebben gemaakt van de aangereikte mogelijkheden (inschrijvingsadressen, contactpersonen bij gemeenten). Voor deze 8 verzoekers, die zelfredzaam zijn, en inmiddels 5 maanden de tijd hebben gehad om met behulp van ondersteuning vervangende woonruimte te vinden, geldt de uiterlijke vertrekdatum van 6 december 2017, aldus het college.

    Ter zitting heeft het college gesteld dat het aan het uitgezette traject van de ontruiming van de camping wenst vast te houden. Bewoning van een gesloten camping is in principe verboden. Verder heeft het college vermeld dat 2 van de zelfredzame verzoekers met de gemeente tot een oplossing zijn gekomen en dat voor 1 verzoeker de vertrekdatum een maand is opgeschoven vanwege door het college verstrekte verkeerde informatie over een zorgindicatie. Het college heeft verder vermeld dat het Leger des Heils voor opvang zorgt voor de bewoners die op 6 december 2017 van de camping moeten vertrekken en zich hebben gemeld bij het Leger des Heils.

5.    [verzoeker] en anderen hebben niet weersproken dat voor degenen onder hen die beschikken over een zorgindicatie de uiterlijke vertrekdatum van 6 december 2017 niet geldt. Verder is wat betreft de verzoekers met een BRP-inschrijving niet gebleken dat het college door hen aan te zeggen de camping te verlaten zijn toezegging niet is nagekomen. Hoewel zij waren uitgezonderd van de veldsgewijze ontruiming, volgt uit het besluit van 23 juni 2017 dat ook zij van de camping dienen te vertrekken. Zij hebben inmiddels vijf maanden de tijd gehad om vervangende woonruimte te vinden. Dat, als gesteld, de toegezegde aangeboden hulp van de gemeente daarbij niet adequaat was, hebben zij niet aannemelijk gemaakt. In dat verband is van belang dat zij niet hebben weersproken dat zij volgens de hun toegestuurde brieven van 16 november 2017 geen gebruik hebben gemaakt van het aanbod van de gemeente om met de huisvestingscoördinator te spreken, dan wel dat zij geen gebruik hebben gemaakt van de aangereikte mogelijkheden. Verder bevat hetgeen [verzoeker] en anderen hebben aangevoerd geen aanknopingspunten dat risico’s op het gebied van de brandveiligheid, de volksgezondheid en de openbare orde zich niet voordoen op de camping.

    Onder deze omstandigheden en gelet op de omstandigheid dat er voorshands geen aanleiding is om te twijfelen aan het gestelde door het college over de opvang door het Leger des Heils, bestaat er in hetgeen [verzoeker] en anderen hebben aangevoerd geen reden om in afwijking van de uitspraak van 20 oktober 2017 en de daarin neergelegde belangenafweging thans wel een voorlopige voorziening te treffen.

6.    Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

7.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Soede, griffier.

w.g. Lubberdink    w.g. Soede

voorzieningenrechter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 5 december 2017

270-757.