Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:32

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-01-2017
Datum publicatie
11-01-2017
Zaaknummer
201603292/1/A2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij onderscheiden besluiten van 6 januari 2015 heeft de staatssecretaris 54 aanvragen van O-Tax voor subsidie voor de aanschaf van boordcomputers voor taxi’s afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JB 2017/40
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201603292/1/A2.

Datum uitspraak: 11 januari 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

O-Tax Taxi Beheer N.V. (hierna: O-Tax), gevestigd te Haarlem,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 29 maart 2016 in zaak nr. 15/2926 in het geding tussen:

O-Tax

en

de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu.

Procesverloop

Bij onderscheiden besluiten van 6 januari 2015 heeft de staatssecretaris 54 aanvragen van O-Tax voor subsidie voor de aanschaf van boordcomputers voor taxi’s afgewezen.

Bij besluit van 19 mei 2015 heeft de staatssecretaris het door O-Tax daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 29 maart 2016 heeft de rechtbank het door O-Tax daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft O-Tax hoger beroep ingesteld.

De staatssecretaris heeft een schriftelijke uiteenzetting ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 december 2016, waar O-Tax, vertegenwoordigd door mr. M.S. Kikkert, advocaat te Haarlem, en de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. E. Koornwinder, vergezeld door S. Bijsterbosch, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. Sinds 1 juli 2014 moeten straattaxi’s op basis van het Besluit personenvervoer 2000 verplicht zijn uitgerust met een boordcomputer (ook wel: BCT). Op grond van de Tijdelijke regeling subsidie boordcomputer taxi (hierna: de Subsidieregeling) kan subsidie worden verstrekt om de kentekenhouder van een taxi tegemoet te komen in de kosten van de aanschaf van een boordcomputer. In de Subsidieregeling is bepaald dat een subsidieaanvraag uiterlijk vóór 1 september 2014 moet zijn ingediend.

O-Tax is begin 2014 met Euphoria Software overeengekomen dat Euphoria voor 54 taxi’s een boordcomputer van het type Cabman BCT zou leveren, inbouwen, keuren en activeren. In de opdrachtbevestiging staat dat per boordcomputer een subsidie van € 600,00 kan worden verkregen nadat de boordcomputer is geactiveerd. Euphoria biedt de mogelijkheid de subsidie namens O-Tax te incasseren.

Op 21 november 2014 heeft O-Tax de staatssecretaris om 54 subsidies verzocht voor de aanschaf van boordcomputers voor taxi’s. Naar eigen zeggen heeft zij de aanvragen zelf ingediend, nadat was gebleken dat Euphoria dat, anders dan was overeengekomen, had nagelaten.

De staatssecretaris heeft de aanvragen van O-Tax afgewezen. Hij heeft daaraan ten grondslag gelegd dat de aanvragen na 31 augustus 2014, en derhalve te laat, zijn ingediend.

De uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft het beroep van O-Tax ongegrond verklaard. Hij heeft daartoe overwogen dat O-Tax de aanvragen te laat heeft ingediend. De staatssecretaris heeft daarom de aanvragen zonder nadere belangenafweging mogen afwijzen, aldus de rechtbank. Verder was de staatssecretaris volgens de rechtbank niet gehouden om een latere einddatum te hanteren, zoals hij heeft gedaan voor andere ondernemers die in verband met het faillissement van BCT-leverancier Quipment niet tijdig een aanvraag hebben kunnen indienen. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen dat in het geval van een failliete leverancier sprake is van overmacht, terwijl in het geval van O-Tax sprake was van een misverstand.

Hoger beroep

3. O-Tax betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat uit de Subsidieregeling zonder meer volgt dat geen aanspraak bestaat op subsidie als de aanvraag te laat is ingediend en dat, nu O-Tax de aanvragen te laat heeft ingediend, de staatssecretaris die aanvragen dus zonder nadere belangenafweging heeft mogen afwijzen. Ter onderbouwing voert O-Tax aan dat de staatssecretaris ten aanzien van de termijn waarbinnen een aanvraag moet zijn ingediend een uitzondering heeft gemaakt voor ondernemers die als gevolg van het faillissement van Quipment hun aanvraag niet tijdig hebben kunnen indienen. Ook heeft de staatssecretaris er in beroep op gewezen dat andere overmachtssituaties denkbaar zijn op grond waarvan alsnog subsidie kan worden verleend. O-Tax betoogt verder dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat in haar geval geen sprake is van overmacht maar van een misverstand. Daartoe voert zij aan dat Euphoria een door de overheid gecertificeerde leverancier van boordcomputers is, zodat zij op grond van de mededeling van Euphoria, dat zij de subsidie namens O-Tax zou incasseren, er op mocht vertrouwen dat Euphoria tijdig de subsidies zou aanvragen. Nu dat niet is gebeurd, is volgens O-Tax wel degelijk sprake van overmacht en had voor haar een zelfde uitzondering moeten worden gemaakt als voor de gedupeerden van het faillissement van Quipment. Door dat niet te doen is sprake van willekeur, aldus O-Tax.

3.1. In de Subsidieregeling, zoals die gold ten tijde van belang, is het volgende bepaald:

Artikel 2

1. Subsidie wordt verstrekt om de kentekenhouder van een taxi tegemoet te komen in de kosten van de aanschaf van een boordcomputer.

[…].

Artikel 3

De subsidie bedraagt € 600 per boordcomputer.

Artikel 4

Een aanvraag tot subsidie wordt na de activering van de boordcomputer ingediend op een daartoe door de Minister van Infrastructuur en Milieu vastgesteld formulier.

Artikel 7

1. […].

2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 juli 2014, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op aanvragen die:

a. op de vervaldatum nog in behandeling zijn, en

b. binnen twee maanden na de vervaldatum zijn ingediend, mits de boordcomputer voor die datum is geactiveerd.

3.2. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat uit artikel 7, tweede lid, van de Subsidieregeling volgt dat aanvragen die niet vóór 1 september 2014 zijn ingediend kunnen worden afgewezen. Dat de staatssecretaris voor door het faillissement van Quipment gedupeerde ondernemers een uitzondering heeft gemaakt ten aanzien van de uiterste datum waarop een aanvraag moet zijn ingediend, doet er op zichzelf niet aan af dat aanvragen die niet vóór de uiterste datum voor het indienen van een subsidieaanvraag - ongeacht of dat nu de in de Subsidieregeling genoemde datum of een nader bepaalde latere datum is - zijn ingediend zonder nadere belangenafweging kunnen worden afgewezen.

De vraag die partijen verdeeld houdt, is of de staatssecretaris in het geval van O-Tax een uitzondering had moeten maken ten aanzien van de uiterste datum waarop een aanvraag moet zijn ingediend, zoals hij ook voor de gedupeerden van het faillissement van Quipment heeft gedaan. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat daartoe geen aanleiding bestond. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het faillissement van Quipment - als gevolg waarvan de door haar te leveren boordcomputers niet tijdig zijn ingebouwd en geactiveerd en de daarvoor beschikbare subsidies niet vóór 1 september 2014 zijn aangevraagd - buiten de invloedsfeer ligt van de ondernemers die voor Quipment hebben gekozen. O-Tax had daarentegen zelf kunnen controleren of Euphoria, voor wie zij heeft gekozen, tijdig subsidie had aangevraagd. Controle op de daarover gemaakte afspraak tussen O-Tax en Euphoria ligt aldus in de invloedsfeer van O-Tax. Dat zij niet gecontroleerd heeft of Euphoria tijdig subsidie heeft aangevraagd, omdat zij er van uit ging dat Euphoria de daarover gedane toezegging zou nakomen, komt dan ook voor rekening en risico van O-Tax. Dat Euphoria een door de overheid gecertificeerde leverancier is, doet daaraan niet af. Aan de certificering kan, anders dan O-Tax stelt, niet het vertrouwen worden ontleend dat Euphoria zich aan de met O-Tax gemaakte afspraken over het aanvragen van de subsidies zou houden, reeds omdat het om een met een derde, niet tot de overheid behorende partij, gemaakte afspraak gaat. Van een aan de overheid toe te rekenen concrete, ondubbelzinnige toezegging aan O-Tax is dus geen sprake. Gelet op het vorenstaande heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat het niet tijdig indienen van de subsidieaanvragen door O-Tax niet het gevolg is van overmacht, maar van miscommunicatie tussen O-Tax en Euphoria.

Het betoog faalt.

Conclusie

4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. Dit betekent dat de subsidieaanvragen van O-Tax niet in aanmerking komen voor honorering, reeds omdat zij te laat zijn ingediend.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Wieland, griffier.

w.g. Van Altena w.g. Wieland

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 11 januari 2017

502.