Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:3083

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-11-2017
Datum publicatie
15-11-2017
Zaaknummer
201608549/1/A3
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2016:5961, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 24 augustus 2015 heeft het college besloten op een verzoek van [appellante] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201608549/1/A3.

Datum uitspraak: 15 november 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te Almere,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 4 november 2016 in zaak nr. 16/1739 in het geding tussen:

[appellante]

en

het college van burgemeester en wethouders van Almere.

Procesverloop

Bij besluit van 24 augustus 2015 heeft het college besloten op een verzoek van [appellante] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob).

Bij besluit van 16 februari 2016 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 4 november 2016 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 oktober 2017, waar het college, vertegenwoordigd door mr. H.C. Bouwman en mr. S. Ouali, is verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.    Bij brief van 13 juli 2015 heeft [appellante] bij het college een Wob-verzoek ingediend dat als volgt is geformuleerd: "Bij deze wens ik het gehele gemeentelijke beleid van de gemeente Almere te ontvangen. Ook wens ik alle correspondentie betreffende het tomin-groep project van [persoon] te ontvangen."

    In het besluit van 24 augustus 2015 heeft het college vermeld dat de door [appellante] verzochte documenten reeds openbaar zijn gemaakt. De documenten zijn te raadplegen via de websites voor het Bestuurs Informatie Systeem en het Raadsinformatie Systeem en het webadres https://www.almere.nl/bestuur/gemeentelijk-beleid/.

    In haar bezwaarschrift tegen het besluit van 24 augustus 2015 heeft [appellante] vermeld dat zij onder andere het gemeentelijk beleid bedoelt, waarnaar in besluiten ter motivering wordt verwezen, dat betrekking heeft op reiskostenvergoeding, de terugvordering bijstand, vergoeding van kosten voor rechtsbijstand en het re-integratietraject Intensieve Werkbegeleiding. Naar aanleiding van het bezwaarschrift heeft het college [appellante] de volgende documenten verstrekt: B079 - kosten rechtsbijstand, B089 - reiskosten woon- werkverkeer (verwervingskosten), B106 - overige bijzondere kosten, B122 - Gevallen waarin wordt afgezien van terugvordering, B124 - moment van invordering, B125 - Beleidsregels invordering- en Re-reïntegratietraject Intensieve Werkbegeleiding. Op de hoorzitting in bezwaar heeft [appellante] verklaard dat haar Wob-verzoek ziet op de beleidsregels van de Dienst Sociaal Beleid. Zij wil de beleidsregels op het gebied van zorg, werk en inkomen en jeugd ontvangen.

    Bij het besluit van 16 februari 2016 heeft het college, in afwijking van het advies van de gemeentelijke bezwaarschriftencommissie, het besluit van 24 augustus 2015 in stand gelaten. Volgens het college heeft [appellante] in haar brief van 13 juli 2015 alleen verzocht om beleidsdocumenten. De stukken die in het bezwaarschrift zijn gepreciseerd en door het college zijn overgelegd zijn geen beleidsdocumenten. Het gaat om zogenoemde richtlijnen waarin interne werkinstructies zijn vervat. Voor zover zij met haar verzoek ook richtlijnen heeft bedoeld is het college bereid haar daarin inzage te geven of daarvan afschriften te verstrekken. Nu het besluit van 24 augustus 2015 niet onrechtmatig is, is er geen aanleiding de kosten in bezwaar te vergoeden. Bovendien heeft [gemachtigde] niet daadwerkelijk rechtsbijstand verleend, aldus het college.

Aangevallen uitspraak

2.    De rechtbank heeft geoordeeld dat het college redelijkerwijs niet had hoeven te begrijpen dat het Wob-verzoek meer of andere documenten omvatte dan beleidsdocumenten. Ter ondersteuning van het betoog dat het college onder beleidsregels ook richtlijnen verstaat, heeft [appellante] eerst in beroep enkele besluiten van het college overgelegd, die afkomstig zijn van verscheidene afdelingen van de gemeente. De rechtbank heeft daarin geen grond voor het oordeel gezien dat onder beleidsdocumenten ook richtlijnen worden verstaan. Voor zover onduidelijkheid bestond over het onderscheid tussen beleidsregels en richtlijnen lag het volgens de rechtbank op de weg van [appellante] om dit in bezwaar aan te voeren. Het college heeft geen aanleiding hoeven zien om een precisering van dat verzoek te vragen, aldus de rechtbank.

Hoger beroep

3.    [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de richtlijnen ook onder de reikwijdte van het Wob-verzoek vallen. Daartoe voert [appellante] aan dat blijkens informatie op de website van de gemeente onder beleidsregels ook richtlijnen worden verstaan. Voorts heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat het college geen aanleiding heeft hoeven zien om een precisering van dat verzoek te vragen. Eerst ter zitting in bezwaar heeft het college [appellante] te kennen gegeven dat het Wob-verzoek te algemeen is geformuleerd, aldus [appellante].

3.1.    Niet in geschil is dat beleidsdocumenten van de Dienst Sociaal Beleid op het gebied van zorg, werk en inkomen en jeugd openbaar zijn gemaakt. Het hoger beroep ziet op de vraag of het college de richtlijnen openbaar had moeten maken, omdat die volgens [appellante] mede onder de reikwijdte van het Wob-verzoek vallen. Naar het oordeel van de Afdeling heeft [appellante] geen belang bij de beoordeling van het hoger beroep. Het college heeft verklaard dat de richtlijnen reeds openbaar zijn gemaakt, nu in een lokaal blad kennis is gegeven van die richtlijnen en daarbij is gewezen op de mogelijkheid die in te zien. De Afdeling ziet geen grond om aan de juistheid van die verklaring te twijfelen, nu in elke in de bezwaarprocedure aan [appellante] verstrekte richtlijn is vermeld dat die richtlijn is bekendgemaakt en dan wel of is gepubliceerd en op welke datum dat is gebeurd. Bovendien wordt [appellante] in het besluit van 16 februari 2016 de mogelijkheid geboden om de richtlijnen in te zien en om een afschrift daarvan te ontvangen tegen betaling van legeskosten.

Slotsom

3.2.    Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. K.S. Man, griffier.

w.g. Sevenster    w.g. Man

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 november 2017

629.