Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:3052

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
08-11-2017
Datum publicatie
08-11-2017
Zaaknummer
201702201/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 30 januari 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Malburgen Ww4" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/5922
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201702201/1/R1.

Datum uitspraak: 8 november 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant] en anderen, wonend te Arnhem,

en

de raad van de gemeente Arnhem,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 30 januari 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Malburgen Ww4" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 oktober 2017, waar [appellant] en anderen, in persoon van [appellant], en de raad, vertegenwoordigd door B. Lagerberg, bijgestaan door mr. T.E.P.A. Lam, advocaat te Nijmegen, zijn verschenen.

Overwegingen

1.    Het voorheen geldende bestemmingsplan voorzag aan het Blauwgraspad in twee-onder-een-kap-woningen en vrijstaande woningen. Behoudens een klein aantal woningen is het voorheen geldende bestemmingsplan nog niet gerealiseerd.

    Wegens een achtergebleven vraag naar duurdere koopwoningen maakt het thans voorliggende plan op voornoemde locaties eveneens andere soorten woningen mogelijk. [appellant] en anderen wonen in de nabije omgeving in vrijstaande en twee-onder-een-kap-woningen en richten zich tegen de mogelijkheid om ter plaatse rijtjeswoningen te bouwen.

2.    Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

3.    [appellant] en anderen betogen dat het plan ten onrechte voorziet in rijtjeswoningen. Zij wensen dat, conform het voorheen geldende bestemmingsplan, uitsluitend wordt voorzien in 10 vrijstaande woningen en 10 twee-onder-een-kapwoningen. Hierbij voeren zij aan dat het plan in strijd is met het beleid om een betere en meer gevarieerde samenstelling van de woningvoorraad in de wijk Malburgen te creëren door in relatief dure koopwoningen te voorzien. Ook bestaat vanuit de markt meer behoefte aan deze koopwoningen dan aan rijtjeswoningen. Tevens heeft het Wijkplatform Malburgen-West een negatief advies gegeven, aldus [appellant] en anderen.

3.1.    De raad stelt zich op het standpunt dat het plan in het midden laat welk type woningen wordt gebouwd. Daarmee wordt een maximale flexibiliteit geboden om in te springen op de behoefte vanuit de markt en om bij de uitvoering te komen tot een optimale stedenbouwkundige invulling. Vermoedelijk zullen 24 rijtjeswoningen en 10 twee onder-een-kapwoningen worden gebouwd, aldus de raad.

3.2.    Het voorheen geldende bestemmingsplan "Malburgen - West 2010" voorzag aan de zuidzijde van het Blauwgraspad in afzonderlijke bouwvlakken voor vrijstaande woningen en aan de noordzijde in afzonderlijke bouwvlakken voor twee-onder-een-kap-woningen. Daarvan zijn drie vrijstaande woningen en vier twee-onder-een-kapwoningen gerealiseerd.

    Ten noorden en ten zuiden van voormelde woningen aan het Blauwgraspad is het bestemmingsplan "Malburgen - West 2010" nog van kracht. Daar worden rijtjeswoningen mogelijk gemaakt.

3.3.    Het thans voorliggende plan voorziet aan de zuidzijde en aan de noordzijde van het Blauwgraspad in de bestemming "Wonen" met onder meer aanduidingen voor drie langgerekte bouwvlakken en een bouwhoogte van 10 m.

    Artikel 5, lid 5.1, van de planregels luidt als volgt:

"De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. het wonen, hieronder niet begrepen bewoning van woonwagens of woonschepen;"

(…)".

    Lid 5.2 luidt als volgt:

"a. Het aantal te bouwen woningen bedraagt maximaal 35 voor het gehele plangebied;

b. Het aantal aaneen te bouwen woningen in één rij bedraagt maximaal 7;

(…)".

    Gelet hierop maakt het plan verschillende soorten woningen mogelijk, waaronder rijtjeswoningen.

3.4.    Niet in geschil is dat het beleid is gericht op het creëren van een betere en meer gevarieerde samenstelling van de woningvoorraad in de wijk Malburgen. In zoverre staat in de plantoelichting dat de woningvoorraad in Malburgen voor de herontwikkeling erg eenzijdig was en voornamelijk bestond uit kleine en goedkope huurwoningen. Inmiddels is de herontwikkeling van de wijk Malburgen in volle gang, het plangebied maakt onderdeel uit van deze herontwikkeling.

    Het Ontwikkelingsplan Malburgen werd en wordt ingezet op het doorbreken van de destijds eenzijdig opgebouwde bevolkingssamenstelling. Het streven is gericht op een naar inkomen meer evenwichtige  bevolkingssamenstelling. Woningbouwprogrammering wordt als middel ingezet om de aanvullende inkomensgroepen (midden en hogere inkomens) te verleiden om te komen wonen in de wijk Malburgen. Naast het toevoegen van koopwoningen kan ook het toevoegen van huurwoningen met een huurprijs (ruim) boven de huurliberalisatiegrens tot het gewenste resultaat leiden, aldus de plantoelichting.

3.5.    Ter zitting heeft de raad toegelicht dat de beleidsdoelstelling om een betere en meer gevarieerde samenstelling van de woningvoorraad in de wijk Malburgen te creëren al grotendeels is gehaald. Voor zover dat nog niet het geval is, heeft de raad zich naar het oordeel van de Afdeling in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het plan, ook indien bij de uitvoering wordt gekozen voor rijtjeswoningen, bijdraagt aan het behalen van deze doelstelling. Hierbij overweegt de Afdeling dat de raad, aan de hand van de voorziene oppervlakte en inhoud van de woningen, aannemelijk heeft gemaakt dat het plan voorziet in rijtjeswoningen met een huurprijs boven de huurliberalisatiegrens als bedoeld in het beleid om een betere en meer gevarieerde samenstelling van de woningvoorraad te creëren. Het betoog faalt.

3.6.    Bij de keuze van een bestemming dient de raad een afweging te maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beleidsruimte. Gelet op deze beleidsruimte, en nu ook behoefte bestaat aan woningen voor middeninkomens, is de enkele omstandigheid dat mogelijk meer behoefte bestaat aan woningen voor hogere inkomens geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid heeft kunnen voorzien in een plan dat zowel woningen voor middeninkomens als woningen voor hogere inkomens mogelijk maakt. Voorts is de raad niet gebonden aan een advies van het Wijkplatform Malburgen-West. Het betoog faalt.

4.    [appellant] en anderen betogen dat de omgeving bij de aankoop van hun vrijstaande woningen en twee-onder-een-kap-woningen is gepresenteerd als een kleinschalige wijk met een ruime variatie aan koopwoningen. Voorts zijn op dit punt toezeggingen gedaan door Stichting Volkshuisvesting Arnhem, aldus [appellant] en anderen.

4.1.    In het algemeen kunnen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en voorschriften voor gronden vaststellen. In dit geval heeft de raad de planologische mogelijkheden verbreed door ook rijtjeswoningen mogelijk te maken. In de enkele omstandigheid dat het vorige plan ten zuiden van het Blauwgraspad uitsluitend in vrijstaande woningen voorzag, kan geen onvoorwaardelijke toezegging worden gezien dat dit zo zou blijven. Het betoog faalt.

4.2.    Over het betoog van [appellant] en anderen dat het vertrouwensbeginsel is geschonden doordat toezeggingen van Stichting Volkshuisvesting Arnhem niet zijn nagekomen, overweegt de Afdeling dat in het algemeen geen rechten kunnen worden ontleend aan toezeggingen die zijn gedaan door niet ter zake beslissingsbevoegden. De bevoegdheid tot het vaststellen van een bestemmingsplan berust bij de raad. De raad heeft het plan op dit punt derhalve niet in strijd met het vertrouwensbeginsel vastgesteld. Het betoog faalt.

5.    [appellant] en anderen betogen dat de maximale afstand van 50 m tot de parkeerplaatsen niet wordt gehaald.

5.1.    In het stedenbouwkundig plan wordt een onderscheid gemaakt tussen parkeerplaatsen voor bewoners en parkeerplaatsen voor bezoekers. Een deel van de bewoners zal op eigen terrein parkeren. Voor zover bewoners zijn aangewezen op openbare parkeerplaatsen, zijn die volgens de tekening in het stedenbouwkundig plan gesitueerd binnen een afstand van 50 m van de woning. Daarvoor wordt binnen het plangebied een nieuw parkeerterrein aangelegd. Voorts zullen enkele bewoners binnen 50 m van hun woning ten westen van het plangebied aan de Helmkruidstraat kunnen parkeren.

    Voor zover [appellant] en anderen eerst ter zitting hebben aangevoerd dat de parkeerplaatsen ten westen van het plangebied aan de Helmkruidstraat al voor andere woningen zijn bestemd, hebben zij niet aannemelijk gemaakt dat het in zoverre gaat om reeds bestaande parkeerplaatsen dan wel voor andere woningen bestemde parkeerplaatsen. Het betoog faalt.

6.    Wat de eventueel nadelige invloed van het plan op de waarde van de woningen van [appellant] en anderen betreft, bestaat geen grond voor de verwachting dat die waardevermindering zodanig zal zijn dat de raad bij de afweging van de belangen hieraan een groter gewicht had moeten toekennen dan hij heeft gedaan.

7.    Gelet op het vorenstaande is het beroep ongegrond.

8.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.S.S. Hupkes, griffier.

w.g. Van Sloten    w.g. Hupkes

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 8 november 2017

635.