Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:3040

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
08-11-2017
Datum publicatie
08-11-2017
Zaaknummer
201609544/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Tussenuitspraak bestuurlijke lus
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 29 september 2016 heeft de raad het bestemmingsplan "Natuurpoort De Maashorst" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/5974
Milieurecht Totaal 2017/6715
ABkort 2017/359
Module Ruimtelijke ordening 2017/7881 met annotatie van G. van den End
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201609544/1/R2.

Datum uitspraak: 8 november 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak onderscheidenlijk tussenuitspraak met toepassing van artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) in het geding tussen:

1.    De Nederlandse Toeristen Kampeer Club, gevestigd te Leusden (hierna: de NTKC),

2.    [appellant sub 2], wonend te Schaijk, gemeente Landerd,

3.    Recreatieoord De Maashorst B.V., gevestigd te Schaijk, gemeente Landerd,

en

de raad van de gemeente Landerd,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 29 september 2016 heeft de raad het bestemmingsplan "Natuurpoort De Maashorst" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben de NTKC, [appellant sub 2] en De Maashorst B.V. beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 september 2017, waar de NTKC, vertegenwoordigd door [gemachtigde], [appellant sub 2], bijgestaan door mr. J.F.M. van Erp, advocaat te Oss, De Maashorst B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. J.F.M. van Erp voornoemd, en de raad, vertegenwoordigd door I.H.M. Verploegen en D.W. Boeve, zijn verschenen.

Overwegingen

1.    Ingevolge artikel 8:51d van de Awb, voor zover hier van belang, kan de Afdeling het bestuursorgaan opdragen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen.

2.    Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

3.    Het plan voorziet aan de Palmstraat in Schaijk in een nieuwe entree naar het achterliggende natuurgebied De Maashorst, een zogenaamde natuurpoort. Het is de bedoeling dat bezoekers hier hun auto parkeren om vervolgens het gebied per fiets of te voet te bezoeken. De natuurpoort wordt ontwikkeld op het perceel van een transportbedrijf aan de Palmstraat en ten zuiden daarvan. De activiteiten van het transportbedrijf worden beëindigd en de bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. De bedrijfswoning wordt omgezet naar een reguliere woning, aldus de plantoelichting. Het plan voorziet daarnaast in recreatieve voorzieningen, horeca, educatiemogelijkheden, kleinschalige verblijfsrecreatie, parkeervoorzieningen en een uitkijktoren.

    De NTKC en De Maashorst exploiteren een camping onderscheidenlijk een recreatieoord aan weerszijden van de voorziene natuurpoort. [appellant sub 2] woont in de bedrijfswoning van De Maashorst nabij de natuurpoort. Zij stellen dat het plan leidt tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat op en waardedaling van hun percelen.

Woon- en leefklimaat

4.    [appellant sub 2] stelt dat de raad onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de geluideffecten van de in het plan mogelijk gemaakte horeca-activiteiten. Niet is uitgesloten dat als gevolg van aankomend en vertrekkend verkeer en van installaties voor luchtbehandeling en ventilatie aan horecagebouwen de geluidnormen uit de Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening 1998 (hierna: de Handreiking) worden overschreden. Verder onderschat de raad de verkeersoverlast die gepaard gaat met de te verwachten 200.000 bezoekers per jaar. De in de planregels opgenomen minimumafstand van 12 m van horecagebouwen en bijbehorende terrassen tot de openbare weg is dan ook onvoldoende om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te waarborgen, aldus [appellant sub 2].

    De Maashorst stelt dat haar bezoekers hinder zullen ondervinden  van de natuurpoort, die het rustieke karakter van haar recreatieoord zal aantasten.

    De NTKC stelt dat de bestemming "Recreatie-Natuurpoort" in vergelijking met de voorheen geldende bestemmingen leidt tot een grotere bebouwde oppervlakte en ruimere gebruiksmogelijkheden zoals meerdaagse evenementen, horeca en parkeren, grenzend aan de erfgrens. De bestemming biedt meer dan voorheen mogelijkheden voor geluidhinder op haar aangrenzende kampeerterrein, dat daardoor onbruikbaar wordt in de door haar voorgestane vorm als natuurcamping.

4.1.    Zoals de Afdeling heeft geoordeeld in 11.4 van de uitspraak van 14 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1541, bevat de Handreiking geen bindende grenswaarden en heeft deze primair tot doel overheden een hulpmiddel te bieden bij het voorkomen en beperken van hinder door industrielawaai in het kader van de vergunningverlening en (in sommige gevallen) het stellen van nadere eisen. Voor de beoordeling van de gevolgen voor het woon- en leefklimaat hoefde de Handreiking dan ook niet betrokken te worden bij de voorbereiding van het bestreden besluit. Uit het door [appellant sub 2] op de Handreiking gebaseerde overzicht valt bovendien niet af te leiden dat de daar genoemde geluidwaarden in dit geval worden overschreden, nu niet gebleken is dat dit overzicht op een deskundig onderzoek is gebaseerd.

4.2.    Volgens paragraaf 4.3.2 van de plantoelichting wordt in de brochure "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten van 2009 (hierna: de VNG-brochure) voor de in het plan toegelaten horecacategorieën een richtafstand aanbevolen van 10 m. In artikel 5, lid 5.2.2, aanhef en onder a, en artikel 5, lid 5.4.1, van de planregels is voor gebouwen en terrassen een minimumafstand van 12 m tot de openbare weg opgenomen. Voor gebouwen geldt, met uitzondering van de naar de weg gekeerde bestemmingsgrenzen, ingevolge artikel 5, lid 5.2.2, aanhef en onder b, van de planregels tevens een minimumafstand van 10 m tot de bestemmingsgrenzen. Dat betekent dat de afstand van de horecabebouwing en terrassen van de natuurpoort tot de woning van [appellant sub 2] en het daarachter gelegen recreatieoord De Maashorst minimaal 37 m zal zijn. De afstand van de horecabebouwing van de natuurpoort tot het kampeerterrein van de NTKC zal minimaal 10 m zijn. Daarnaast zal de horeca-inrichting moeten en kunnen voldoen aan de geluidwaarden in het Activiteitenbesluit milieubeheer, aldus de plantoelichting.

4.3.    Volgens de raad leidt de in het plan mogelijk gemaakte horecabebouwing niet tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat voor [appellant sub 2], De Maashorst en de NTKC, omdat de daarvoor aanbevolen richtafstand uit de VNG-brochure in acht wordt genomen en omdat kan worden voldaan aan het Activiteitenbesluit milieubeheer. Dat standpunt is niet onredelijk. Er bestond dat ook in zoverre geen aanleiding voor de raad om nader onderzoek te doen naar de geluideffecten van het plan.

4.4.    Volgens paragraaf 4.3.2 van de plantoelichting is ook de realisatie van een parkeervoorziening en van terrassen onderdeel van de natuurpoort. De afstand van de bestaande woningen tot aan de erfgrens van de natuurpoort bedraagt 25 m. Deze afstand wordt voldoende geacht voor de parkeervoorzieningen. Daarenboven is voor terrassen in de planregels opgenomen dat deze tenminste 12 m van de openbare weg dienen te worden gerealiseerd, zodat ter plaatse van de bestaande woningen een goed woon- en leefklimaat wordt gegarandeerd, aldus de plantoelichting.

    Gelet op de hiervoor genoemde afstanden van de in het plan toegelaten parkeervoorziening en terrassen tot de bedrijfswoning van [appellant sub 2] en het daarachter gelegen recreatieoord De Maashorst, dat eveneens terrassen heeft en van het plangebied gescheiden is door een weg, bestond er naar het oordeel van de Afdeling voor de raad in zoverre evenmin aanleiding om nader onderzoek te doen naar de geluideffecten van het plan.

4.5.    Dat is anders bij het kampeerterrein van de NTKC. De planregels bevatten voor dit kampeerterrein alleen een minimumafstand van 12 m tussen de in het plan mogelijk gemaakte terrassen en de openbare weg en een minimumafstand van 10 m tussen de horecagebouwen en de bestemmingsgrenzen. Het plan staat er derhalve niet aan in de weg dat aan de zijde van het plangebied dat direct grenst aan het kampeerterrein van de NTKC terrassen worden geëxploiteerd of een parkeerplaats wordt aangelegd. Dat een kampeerterrein volgens de raad geen geluidgevoelig object is als bedoeld in de milieuwetgeving, betekent, wat daar ook van zij, niet dat de kampeerplaatsen in het geheel geen bescherming tegen geluidhinder toekomen. Gezien het feit dat onder andere nachtverblijf is toegestaan, is sprake van een situatie waarin met een zekere regelmaat en gedurende langere tijd personen zullen verblijven op het kampeerterrein. In het kader van een goede ruimtelijke ordening komt daarom aan de gebruikers van het als zodanig bestemde kampeerterrein, waar volgens de NTKC stilte, rust, donkerheid en privacy kernwaarden zijn, een zekere mate van bescherming tegen geluidhinder toe.

    Akoestisch onderzoek naar de gevolgen van de in het plan mogelijk gemaakte terrassen en parkeervoorzieningen voor het woon- en leefklimaat op het kampeerterrein ontbreekt, evenals een afweging of in verband met deze gevolgen een minimumafstand in de planregels nodig is. Ter zitting heeft de raad overigens gesteld geen bezwaren te zien in het opnemen in de planregels van een minimumafstand van 12 m tot de bestemmingsgrens. Het plan is gelet op het voorgaande in zoverre onzorgvuldig vastgesteld.

    Het betoog van de NTKC slaagt.

4.6.    Zoals de Afdeling heeft overwogen in haar uitspraak van 29 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV7286, ligt het op de weg van de planwetgever om onder meer ten aanzien van het aantal evenementen per jaar, het soort evenementen en de maximale bezoekersaantallen voorschriften te stellen, indien dat uit een oogpunt van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een evenemententerrein op een bepaalde locatie van belang is.

    In artikel 5, lid 5.1.2, aanhef en onder e, van de planregels zijn evenementen toegestaan in de vorm van medegebruik en is alleen de duur per evenement begrensd tot zeven aaneengesloten dagen. Een afweging over het aantal toegelaten evenementen per jaar en over de mogelijkheid tot het houden van evenementen in de avond en nacht, waarop door de NTKC is gewezen, ontbreekt in het bestreden besluit. Dat volgens de raad in de bestaande situatie al evenementen door De Maashorst worden georganiseerd en er voorheen nabij het kampeerterrein een transportbedrijf zat is daarvoor onvoldoende. Het plan voorziet immers in nieuwe gebruiksmogelijkheden dichterbij het kampeerterrein, waaronder het houden van evenementen. Voor dit nieuwe gebruik dient te worden bezien of een nadere regeling van de toegelaten evenementen nodig is. Het plan is ook in zoverre onzorgvuldig vastgesteld.

    Het betoog van de NTKC slaagt.

4.7.    De gevolgen van het plan en van andere ontwikkelingen in de omgeving voor de verkeersintensiteit zijn onderzocht in het rapport van Antea Group, "Verkeersonderzoek Natuurpoort De Maashorst, 0253352" van 25 september 2015 en het rapport Croonenburo5, "Erratum Verkeersonderzoek Natuurpoort de Maashorst, 0253352" van 21 maart 2016. De conclusie van de rapporten is dat de verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling in absolute en procentuele zin beperkt is. Dit komt omdat er enerzijds een toename is van verkeer naar de natuurpoort, vanwege de verkeersbewegingen naar de camping en vanwege de autonome groei, doch anderzijds een afname vanwege het verdwijnen van het transportbedrijf en een nabij gelegen zandwinning. [appellant sub 2] heeft deze rapporten niet bestreden.

    Vanwege de verkeersaantrekkende werking van de natuurpoort, de veranderingen in verkeersintensiteiten en de samenstelling van het verkeer als gevolg van de toekomstige ontwikkeling is onderzocht wat de akoestische gevolgen daarvan zijn. De resultaten daarvan zijn opgenomen in het rapport "Akoestisch onderzoek Natuurpoort De Maashorst te Schaijk" van bureau Croonenburo5 van 25 juli 2016 (hierna: het akoestisch onderzoek). Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidbelasting op de gevels van de meeste woningen toeneemt met afgerond 1 dB. Op de gevels van enkele woningen in het zuidelijk deel, waaronder de woning van [appellant sub 2], is sprake van een afname. Omdat de norm waarboven sprake is van een reconstructie in het kader van de Wet geluidhinder nergens wordt overschreden, is er volgens het akoestisch onderzoek geen waarneembare en significante toename van de geluidbelasting op de gevels en wordt het woon- en leefklimaat nergens verslechterd.

    [appellant sub 2], De Maashorst en de NTKC hebben het akoestisch onderzoek niet inhoudelijk bestreden. De raad heeft zich met verwijzing naar het akoestisch onderzoek in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de verkeerstoename als gevolg van het plan niet zal leiden tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat van [appellant sub 2], De Maashorst en de NTKC.

    Het betoog faalt.

Parkeren

5.    De Maashorst stelt dat de 200.000 verwachte bezoekers per jaar het natuurgebied voornamelijk in de weekenden en tijdens de feestdagen en vakanties zullen bezoeken en betwijfelt of 135 parkeerplaatsen op het perceel van de natuurpoort daarvoor voldoende zijn. Bovendien ontbreekt in de planregels de verplichting dat de natuurpoort dient te beschikken over voldoende parkeerplaatsen.

5.1.    In het rapport "Natuurpoort de Maashorst, verkeersonderzoek" van bureau Antea van 25 september 2015 is het aantal voor de natuurpoort benodigde parkeerplaatsen berekend, zowel op basis van het aantal te verwachten auto’s volgens de CROW publicatie "Verkeersgeneratie leisure, omgaan met onzekerheden rond bijzondere en unieke vrijetijdsvoorzieningen en evenementen" als op basis van de parkeernormen uit de gemeentelijke parkeernota voor de in de natuurpoort toegelaten functies. Rekening houdend met frictiegebruik op piekdagen zijn 160 parkeerplaatsen nodig. Daarbij is ervan uitgegaan dat niet elke bezoeker met een auto komt en dat een auto een gemiddelde bezetting van 2,5 personen kent. Naar het oordeel van de Afdeling kent het parkeeronderzoek geen zodanige leemten in kennis of gebreken dat de raad zich daar in redelijkheid niet op kon baseren. De enkele stelling van De Maashorst dat er 550 bezoekers per dag komen en het merendeel in de vrije tijd is daarvoor onvoldoende.

    Onderdeel van de herstructurering van het recreatiepark is volgens paragraaf 4.4 van de plantoelichting de realisatie van een openbare parkeerplaats met 100 parkeerplaatsen tegenover de natuurpoort voor bezoekers van het natuurgebied. De overige benodigde 60 parkeerplaatsen dienen op het perceel van de natuurpoort te worden gerealiseerd, aldus de plantoelichting.

    Zoals ter zitting is gebleken kan de aan te leggen openbare parkeerplaats tegenover de natuurpoort ook worden gebruikt door bezoekers van De Maashorst. Gezien dit dubbelgebruik is niet uitgesloten dat deze parkeerplaats niet toereikend is voor bezoekers van de natuurpoort. Uit de berekening in de plantoelichting volgt evenwel dat op het perceel van de natuurpoort zelf ook alle 160 benodigde parkeerplaatsen kunnen worden aangelegd en, indien nodig, maximaal 446 tijdelijke parkeerplaatsen voor evenementen. Daarnaast is op grond van het geldende bestemmingsplan "Buitengebied" het gebruik van het agrarisch perceel ten noorden van de natuurpoort als overloopgebied voor parkeren reeds toegestaan, aldus de plantoelichting.

    De betreffende gronden zijn mede bestemd voor parkeervoorzieningen. Anders dan De Maashorst stelt is daarvoor in artikel 5, lid 5.4.3, aanhef en onder a, van de planregels een voorwaardelijk verplichting opgenomen, die ertoe strekt dat de gronden uitsluitend voor een natuurpoort, dagrecreatie, verblijfsrecreatie en / of horeca mogen worden gebruikt, indien er minimaal 60 parkeerplaatsen worden gerealiseerd en in stand gehouden. Voorts wordt ingevolge artikel 13 van de planregels een omgevingsvergunning voor bouwen slechts verleend indien wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens het geldende parkeerbeleid van de gemeente Landerd.

    Gelet op het voorgaande heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het plan waarborgt dat voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd.

    Het betoog faalt.

Omvang bebouwing

6.    Volgens [appellant sub 2] en De Maashorst maakt het plan een bebouwd oppervlak van 2475 m2 mogelijk. Dat is volgens hen niet passend in de omgeving en strookt niet met het beleidsvoornemen om de gebruikswaarde van de natuur te verbeteren en de aantrekkelijkheid van De Maashorst te vergroten. Het bouwoppervlak is groter dan dat van de door de raad als voorbeeld genoemde natuurpoort Groot Spijck en de in het voorheen geldende bestemmingsplan toegestane bebouwing. Volgens De Maashorst kan een dergelijke bouwmassa niet landschappelijk worden ingepast.

6.1.    De bebouwde oppervlakte van de bedrijfsgebouwen is in artikel 5, lid 5.2.3, van de planregels begrensd tot 1500 m2. Dat sluit volgens de raad aan bij de omvang van bebouwing in andere natuurpoorten, zoals natuurpoort Groot Spijck dat een maximum bouwoppervlak kent van 1450 m2. De raad heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat een natuurpoort van deze omvang, gezien de bovenregionale en recreatieve functie van De Maashorst in het zogeheten Poortenplan 2008, nodig is om aan de diversiteit van de daarbij behorende gebruiksfuncties ruimte te kunnen bieden en passend is in de omgeving. De raad kan ook worden gevolgd in zijn standpunt dat het verhogen van het toeristisch recreatief potentieel van het gebied bijdraagt aan het verbeteren van de gebruikswaarde ervan, dat naast natuurbescherming onderdeel is van het beleid.

    Weliswaar kan de maximaal toegestane bebouwde oppervlakte binnen de natuurpoort met een omgevingsvergunning voor afwijking worden vergroot tot 2250 m2, maar aan die bevoegdheid zijn voorwaarden verbonden die zien op zuinig ruimtegebruik, een zorgvuldige landschappelijke inpassing, extra kwaliteitsverbetering, een passend ruimtebeslag en bescherming van het woon- en leefmilieu en de aanwezige waarden. De door [appellant sub 2] genoemde mogelijkheid om tot 10% van de maatvoering af te wijken ontbreekt in de planregels.

    In artikel 5, lid 5.4.3, van de planregels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen om de natuurpoort landschappelijk in te passen, waarbij minimaal 10% van het bestemmingsvlak "Recreatie-Natuurpoort" als groenvoorziening is ingericht. Gezien de omvang van dit bestemmingsvlak, van circa 16.320 m2, bestaat geen grond voor het oordeel dat het toegelaten bouwoppervlak niet landschappelijk kan worden ingepast.

    Het betoog faalt.

Planregeling en rechtszekerheid

7.    Volgens de NTKC is onduidelijk hoe de horecabebouwing wordt gesitueerd, hoe het NTKC-terrein wordt ontsloten en wat de kwaliteiten daarvan zijn.

7.1.    De raad stelt in de zienswijzennota dat de exacte invulling van de natuurpoort wordt bepaald in overleg met de potentiële koper/ exploitant. Het terrein van de NTKC blijft bereikbaar vanaf de Palmstraat en wordt ontsloten via het terrein van de natuurpoort. Het toegangspad kan verlegd worden, maar het NTKC-terrein blijft bereikbaar via deze zijde.

7.2.    Het behoort tot de beleidsruimte van de raad om de mate van gedetailleerdheid van een plan te bepalen. In een bestemmingsplan kunnen globale bestemmingen worden opgenomen die niet meer behoeven te worden uitgewerkt. Of een dergelijke bestemmingsregeling uit een oogpunt van rechtszekerheid aanvaardbaar is, dient per geval aan de hand van de zich voordoende feiten en omstandigheden te worden beoordeeld.

    In de planregels behorend bij de bestemming "Recreatie-Natuurpoort" zijn naast de maximum oppervlakte voor de horecabebouwing de minimumafstanden van deze bebouwing tot aan de openbare weg en de overige bestemmingsgrenzen vastgelegd. Een verdere detaillering acht de raad uit oogpunt van flexibiliteit voor een toekomstige exploitant onwenselijk. De planregeling biedt naar het oordeel van de Afdeling voldoende inzicht in de mogelijke situering van de bebouwing en is dan ook niet rechtsonzeker.

    De bestaande ontsluiting vanaf de Palmstraat naar het kampeerterrein van de NTKC is in de planregels behorend bij de bestemming "Recreatie-Natuurpoort" bestemd, nu deze mede voorzien in verkeersvoorzieningen. Ter zitting heeft de raad toegelicht dat een ontsluiting ook elders op de gronden met de bestemming "Recreatie-Natuurpoort" mogelijk is maar, met verwijzing naar de zienswijzennota, verklaard dat het terrein van de NTKC bereikbaar blijft vanaf de Palmstraat en wordt ontsloten via het terrein van de natuurpoort. De raad heeft, gezien de mogelijkheid van verkeersvoorzieningen waarin de bestemming "Recreatie-Natuurpoort" voorziet en de door hem gewenste flexibiliteit voor de toekomstige inrichting van het plangebied, in redelijkheid geen aanleiding hoeven te zien voor een nadere detaillering van de ontsluiting naar het kampeerterrein van de NTKC.

    Het NTKC-terrein zelf ligt buiten het plangebied zodat het plan geen inzicht hoeft te bevatten over de kwaliteiten ervan.

    Het betoog faalt.

Belangenafweging

8.    De Maashorst stelt dat na jarenlang overleg een ontwerp bestemmingsplan ter inzage is gelegd dat voorziet in de reconstructie en opwaardering van het recreatieoord. Volgens De Maashorst maakt het nu voorliggende plan voor een groot deel dezelfde activiteiten en bebouwing mogelijk als de voorzieningen die zij op haar perceel wil realiseren en waarvoor externe financiering nodig is. Voor de financiering en exploitatie van de natuurpoort benadert het gemeentebestuur eveneens de markt. Hierdoor vreest De Maashorst omzetderving.

8.1.    De raad heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de in het plan mogelijk gemaakte horecavoorzieningen geen bedreiging zijn voor de realisering van horecavoorzieningen van het recreatieoord, omdat deze voorzieningen op beide locaties door verschillende doelgroepen worden gebruikt. Er bestaat dan ook geen grond voor het oordeel dat de belangen van De Maashorst onvoldoende zijn afgewogen. De vragen of voor de realisering van het plan een beroep mag worden gedaan op de markt en in welke mate De Maashorst als gevolg van het plan omzet derft staan hier niet ter beoordeling. Een bestemmingsplan is ook niet bedoeld om concurrentieverhoudingen te regelen. Het betoog faalt.

9.    [appellant sub 2] en De Maashorst betwisten het standpunt van de raad dat zij in het verleden aan de planontwikkeling voor de natuurpoort hebben meegewerkt en dat er een planologisch verband zou zijn met de reconstructie van het recreatieoord. Hun betrokkenheid dan wel bekendheid met de plannen voor de natuurpoort in het verleden betekent niet dat zij zich met het plan verenigen en instemmen met onderdelen die strijdig zijn met hun belangen.

9.1.    In het bestreden besluit zijn de belangen van [appellant sub 2] en De Maashorst ten aanzien van de bestreden planonderdelen zelfstandig afgewogen. De in de zienswijzennota gesignaleerde betrokkenheid van [appellant sub 2] en De Maashorst is niet de dragende motivering van het bestreden besluit. De Afdeling zal daarom over de eventuele betrokkenheid en het planologisch verband met de reconstructie van het recreatieoord geen oordeel geven.

10.    De NTKC stelt dat de raad de belangen van een tijdige vaststelling van het plan in verband met subsidietoezeggingen en van een globale bestemming voor de natuurpoort in verband met toekomstige exploitatiemogelijkheden ten onrechte zwaarder heeft laten wegen dan haar belang bij het afstemmen van de besluitvorming over het plan met de lopende onderhandelingen over de verplaatsing van haar kampeerterrein.

10.1.    Een tijdige vaststelling van het plan in verband met de financiële uitvoerbaarheid is een belang dat de raad terecht heeft meegewogen. Zoals in 7.2. is overwogen behoort het verder tot de beleidsruimte van de raad om de mate van gedetailleerdheid van een plan te bepalen. De uitvoerbaarheid van het plan als zodanig is volgens de raad ook niet afhankelijk van de verplaatsing van het kampeerterrein. De raad hoefde naar het oordeel van de Afdeling in redelijkheid geen rekening te houden met de onderhandelingen over de verplaatsing van het kampeerterrein. Het betoog faalt.

Onjuistheden in zienswijzennota en plantoelichting

11.    Volgens de NTKC was niet het hele gebied met de bestemming "Recreatie-Natuurpoort" in gebruik door het transportbedrijf zoals in de zienswijzennota staat, maar ongeveer de helft. In de plantoelichting wordt op meerdere plaatsen de natuurpoort over het terrein van de NTKC gesitueerd.

11.1.    De NTKC heeft terecht opgemerkt dat de beschrijving van het bestaande bedrijfsmatige gebruik in de zienswijzennota, zoals de raad heeft erkend, niet helemaal juist is. Uit paragraaf 1.3 van de plantoelichting volgt echter dat de raad wel van de juiste omvang van het bedrijfsmatige gebruik is uitgegaan. De weergave van de natuurpoort op tekeningen in de plantoelichting is volgens de raad indicatief. De bestemming van de natuurpoort op de juridisch bindende verbeelding is juist. Gelet hierop bestaat geen grond voor het oordeel dat het plan onzorgvuldig is voorbereid. Het betoog faalt.

Alternatieven

12.    Volgens De Maashorst en [appellant sub 2] zal verkleining van de natuurpoort en vergroting van de afstand tot het recreatieoord en de bedrijfswoning ertoe leiden dat samenwerking met het recreatieoord mogelijk blijft en overlast uitblijft.

12.1.    De raad moet bij de keuze van een bestemming een afweging maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beleidsruimte. De voor- en nadelen van alternatieven dienen in die afweging te worden meegenomen. Uit de plantoelichting en het raadsbesluit volgt dat de omvang van de natuurpoort en de toegelaten horecavoorzieningen daarin noodzakelijk zijn voor de economische uitvoerbaarheid van het plan. Gelet hierop en op hetgeen de Afdeling hiervoor over de bezwaren van De Maashorst en [appellant sub 2] heeft overwogen heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat er geen aanleiding is de natuurpoort te verkleinen en de afstand daarvan tot het recreatieoord te vergroten. Het betoog faalt.

Waardedaling

13.    [appellant sub 2] en De Maashorst stellen dat het plan leidt tot een aanzienlijke waardedaling van de bedrijfswoning en het recreatieoord.

13.1.    Wat de eventueel nadelige invloed van het plan op de waarde van de bedrijfswoning en het recreatieoord betreft, bestaat geen grond voor de verwachting dat die waardevermindering zodanig zal zijn dat de raad bij de afweging van de belangen hieraan een groter gewicht had moeten toekennen dan hij heeft gedaan. Het betoog faalt.

Herhalen en inlassen zienswijzen

14.    De NTKC, [appellant sub 2] en De Maashorst hebben zich in hun beroepschriften voor het overige beperkt tot het verwijzen naar de inhoud van de zienswijzen. In de overwegingen van het bestreden besluit is ingegaan op deze zienswijzen. De NTKC, [appellant sub 2] en De Maashorst hebben in hun beroepschriften, noch ter zitting redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende zienswijzen in het bestreden besluit onjuist zou zijn.

Conclusie

15.    Gelet op het voorgaande zijn de beroepen van [appellant sub 2] en De Maashorst ongegrond. Ten aanzien van het beroep van de NTKC ziet de Afdeling in het belang bij een spoedige beëindiging van het geschil aanleiding de raad op de voet van artikel 8:51d van de Awb op te dragen de gebreken in het bestreden besluit binnen de hierna te noemen termijn te herstellen.

    Gelet op hetgeen is overwogen onder 4.5 en 4.6 dient de raad:

a. akoestisch onderzoek te verrichten naar de gevolgen van de in het plan mogelijk gemaakte terrassen en parkeervoorzieningen voor het woon- en leefklimaat op het kampeerterrein van de NTKC, de aanvaardbaarheid van deze gevolgen af te wegen en, indien nodig, een minimumafstand van deze voorzieningen tot de bestemmingsgrens in de planregels op te nemen;

b. de hoeveelheid in de natuurpoort toegelaten evenementen per jaar en de mogelijkheid tot het houden van evenementen in de avond en nacht af te wegen en, indien nodig, een nadere regeling van de toegelaten evenementen in de planregels op te nemen.

    De raad behoeft daarbij geen toepassing te geven aan afdeling 3.4 van de Awb. De raad dient het nieuwe besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken.

16.    Ten aanzien van de beroepen van [appellant sub 2] en De Maashorst bestaat voor een proceskostenveroordeling geen aanleiding. In de einduitspraak zal ten aanzien van het beroep van de NTKC worden beslist over de proceskosten en vergoeding van het betaalde griffierecht.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    draagt de raad op voor zover het betreft het beroep van de NTKC om binnen 20 weken na de verzending van deze uitspraak met inachtneming van hetgeen onder 4.5, 4.6 en 15 is overwogen:

a. akoestisch onderzoek te verrichten naar de gevolgen van de in het plan mogelijk gemaakte terrassen en parkeervoorzieningen voor het woon- en leefklimaat op het kampeerterrein van de NTKC, de aanvaardbaarheid van deze gevolgen af te wegen en, indien nodig, een minimumafstand van deze voorzieningen tot de bestemmingsgrens in de planregels op te nemen;

b. de hoeveelheid in de natuurpoort toegelaten evenementen per jaar en de mogelijkheid tot het houden van evenementen in de avond en nacht af te wegen en, indien nodig, een nadere regeling van de toegelaten evenementen in de planregels op te nemen.

c. de Afdeling en de andere partijen de uitkomst mede te delen en een eventueel gewijzigd of nieuw besluit zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen.

II.    verklaart de beroepen van [appellant sub 2] en Recreatieoord de Maashorst B.V. ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. R. Uylenburg, voorzitter, en mr. J. Kramer en mr. R.J.J.M. Pans, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.F.W. Tuit, griffier.

w.g. Uylenburg    w.g. Tuit

voorzitter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 8 november 2017

429.