Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:3039

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
08-11-2017
Datum publicatie
08-11-2017
Zaaknummer
201703903/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 15 maart 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Prins Hendrikkade tussen Droogbak en Oudezijds Kolk, 1e partiële herziening" (hierna: Partiële herziening) vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/5918
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201703903/1/R1.

Datum uitspraak: 8 november 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

Rederij Lovers B.V., gevestigd te Amsterdam,

appellante,

en

de raad van de gemeente Amsterdam,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 15 maart 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Prins Hendrikkade tussen Droogbak en Oudezijds Kolk, 1e partiële herziening" (hierna: Partiële herziening) vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft Rederij Lovers B.V. beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 oktober 2017, waar Rederij Lovers B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. S. Levelt, advocaat te Amsterdam, en de raad, vertegenwoordigd door mr. L.M.W. Gratama zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.    De Partiële herziening heeft betrekking op het bestemmingsplan "Prins Hendrikkade tussen Droogbak en Oudezijds Kolk" (hierna: Moederplan), vastgesteld door de raad op 10 februari 2016. Bij uitspraak van 9 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2981, heeft de Afdeling dit bestemmingsplan gedeeltelijk vernietigd, onder andere omdat een passende planologische regeling voor de bestaande modelboot op het kassahuis van Rederij Lovers B.V. op het perceel Prins Hendrikkade 20a te Amsterdam ontbrak. De Afdeling heeft de raad opgedragen om binnen 20 weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van hetgeen in haar uitspraak van 9 november 2016 is beslist. Naar aanleiding hiervan heeft de raad bij besluit van 15 maart 2017 de Partiële herziening vastgesteld, waarin is voorzien in een planologische regeling voor de modelboot.

    Rederij Lovers B.V. kan zich niet met de Partiële herziening verenigen, omdat de daarin opgenomen planologische regeling voor de modelboot volgens Rederij Lovers B.V. niet tegemoet komt aan haar belangen en de uitspraak van 9 november 2016.

Toetsingskader

2.    Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Maximale hoogte    

3.    Rederij Lovers B.V. voert aan dat in de Partiële herziening geen adequate regeling is opgenomen ten behoeve van de modelboot. Rederij Lovers B.V. stelt dat de raad de overschrijding van de maximum bouwhoogte niet voldoende heeft gespecificeerd door op te nemen dat de overschrijding door de modelboot maximaal de hoogte mag bedragen als bestaand ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Door het woord "maximaal" vreest Rederij Lovers B.V. dat de bestaande afmetingen van de modelboot mogelijk niet in overeenstemming worden geacht met de redelijke eisen van welstand, hetgeen ertoe kan leiden dat een omgevingsvergunning wordt geweigerd.

3.1.    De raad stelt dat er sprake is van een voldoende duidelijke en adequate planregeling. De raad heeft toegelicht dat de welstandstoets in het kader van het besluit omtrent de aangevraagde omgevingsvergunning, binnen de bouwmogelijkheden die in de Partiële herziening zijn vastgelegd zal plaatsvinden. Deze toets zal echter uitsluitend betrekking kunnen hebben op zaken als vormgeving, samenhang, materiaalgebruik, kleurgebruik en dergelijke, aldus de raad. Mocht de aanvraag om redenen van welstand worden afgewezen, dan zou dit volgens de raad geen verband mogen houden met de planregeling.

3.2.    In het Moederplan staat in het maatvoeringsvlak voor het perceel Prins Hendrikkade 20a "maximum bouwhoogte (m): 3,5" aangegeven.

    In het Moederplan is het volgende bepaald:

"Artikel 3 Gemengd

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

[…]

b. dienstverlening;

[…]

3.2 Bouwregels

Op en onder de in lid 3.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met in achtneming van de volgende bepalingen:

a. maximum bouwhoogte gebouwen: zoals per maatvoeringsvlak met de aanduiding 'maximum bouwhoogte' staat aangegeven;

[…]

3.4 Specifieke gebruiksregels

Voor de in lid 3.1 genoemde gronden gelden de volgende gebruiksregels:

[…]

b. voor de in lid 3.1 onder b genoemde functie geldt dat uitsluitend 'zakelijke dienstverlening' is toegestaan, met inbegrip van 'baliefunctie', waaronder begrepen ticketverkoop en dergelijke, ten behoeve van de recreatieve bedrijfsvaart ter plaatse;

[…]."

3.3.        In de Partiële herziening is het volgende bepaald:

"Artikel 3 Gemengd

3.1 Bestemmingsomschrijving

Het bepaalde in lid 3.1 van het bestemmingsplan 'Prins Hendrikkade tussen Droogbak en Oudezijds Kolk' blijft ongewijzigd van toepassing.

3.2 Bouwregels

Het bepaalde in lid 3.2. onder a, van het bestemmingsplan 'Prins Hendrikkade tussen Droogbak en Oudezijds Kolk' wordt als volgt aangevuld: 'met dien verstande dat de aangeduide maximum bouwhoogte mag worden overschreden door een reclame-uiting in de vorm van één rondvaartboot in de vorm van een schaalmodel tot maximaal de hoogte als bestaand ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan;

[…]."

3.4.    De Afdeling overweegt dat, anders dan Rederij Lovers B.V. stelt, in het kader van de bouwmogelijkheden die het plan biedt, de toevoeging van het woord "maximaal" niet ongunstig is voor Rederij Lovers B.V. Indien het woord "maximaal" zou zijn weggelaten, was op basis van het plan alleen een modelboot met de hoogte als bestaand ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan zijn toegestaan en niet kleiner.

3.5.    Voor zover het betoog betrekking heeft op de welstand overweegt de Afdeling met verwijzing naar de uitspraak van 17 maart 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BL7728, dat de welstandstoets zich in beginsel dient te richten naar de bouwmogelijkheden die het geldende bestemmingsplan biedt. Het welstandsoordeel mag niet leiden tot een belemmering van de verwezenlijking van de bouwmogelijkheden die het plan biedt. Bij de welstandstoets in het kader van een omgevingsvergunning voor het kassahuis met de modelboot, dienen de bouwmogelijkheden uit artikel 3, lid 3.2, van de planregels van de Partiële herziening als uitgangspunt te worden genomen. Anders dan Rederij Lovers B.V. veronderstelt, biedt artikel 3, lid 3.2, van de planregels van de Partiële herziening geen ruimte om in het kader van de welstandstoets de ten tijde van de inwerkingtreding van de Partiële herziening bestaande modelboot vanwege uitsluitend de hoogte ervan niet in overeenstemming te achten met de redelijke eisen van welstand, zonder dat dat oordeel geacht moet worden te leiden tot een belemmering van de verwezenlijking van de bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. Dit betekent dat het enkele feit dat de aangevraagde bouwhoogte overeenkomt met de hoogte van de modelboot als bestaand ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan, geen reden kan zijn om de vergunning ten behoeve van het kassahuis met modelboot te weigeren. Dit laat onverlet dat de welstandstoets, zoals de raad heeft toegelicht, wel betrekking kan hebben op zaken als vormgeving, kleurgebruik en dergelijke. In hetgeen Rederij Lovers B.V. aanvoert, ziet de Afdeling dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid voor deze regeling had mogen kiezen.

    Het betoog faalt.

Conclusie

4.    Het beroep is ongegrond.

5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C. Sparreboom, griffier.

w.g. Van Sloten    w.g. Sparreboom

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 8 november 2017

195-849.