Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:2993

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
08-11-2017
Datum publicatie
08-11-2017
Zaaknummer
201605414/4/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroep inzake de vaststelling van het bestemmingsplan "Molenlaankwartier en Lage Limiet".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2017/1223
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201605414/4/R3.

Datum uitspraak: 8 november 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de Vereniging Stedenbouwkundig Wijkbehoud Hillegersberg-Schiebroek-Terbregge (hierna: de vereniging), gevestigd te Rotterdam,

appellante,

en

de raad van de gemeente Rotterdam,

verweerder.

Procesverloop

In de uitspraak onderscheidenlijk tussenuitspraak van 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1159 (aangehecht), heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 20 weken na de verzending van deze uitspraak met inachtneming van de overwegingen 3.4 en 10.1 het daarin omschreven gebrek te herstellen en de Afdeling en de andere partijen de uitkomst mede te delen en een eventueel nieuw besluit zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen.

Overwegingen

1.    Onder 3.4 van de hiervoor genoemde uitspraak onderscheidenlijk tussenuitspraak van 26 april 2017 heeft de Afdeling het volgende overwogen:

    "De Afdeling overweegt dat artikel 3.1.6, vijfde lid, aanhef en onder a, van het Bro geen verplichting aan de raad oplegt om ieder cultuurhistorisch waardevol object te voorzien van een beschermingsregeling. Daarentegen legt deze bepaling de raad wel een verplichting op om voor het gehele plangebied in de plantoelichting te beschrijven op welke wijze met de in het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. De raad heeft zich evenwel, in overeenstemming met zijn hiervoor verwoorde beleid, beperkt tot onderzoek naar cultuurhistorische waarden binnen een deel van het plangebied, namelijk de historische linten en de in paragraaf 3.4 van de plantoelichting genoemde objecten die mogelijk in aanmerking komen voor een aanwijzing als gemeentelijk monument, en ook in de plantoelichting volstaan met een beschrijving hoe met deze cultuurhistorische waarden binnen dat deel van het plangebied rekening is gehouden, terwijl ook in de rest van het plangebied volgens de vereniging cultuurhistorisch waardevolle objecten aanwezig zijn. Gelet hierop heeft de raad niet voldaan aan artikel 3.1.6, vijfde lid, aanhef en onder a, van het Bro en is het besluit tot vaststelling van het plan hierdoor in strijd met deze bepaling vastgesteld. Het betoog slaagt."

2.    Over de wijze van herstel van dit gebrek heeft de Afdeling onder 10.1 van die uitspraak onderscheidenlijk tussenuitspraak het volgende overwogen:

    "De raad dient daartoe met inachtneming van overweging 3.4 alsnog een onderzoek te verrichten naar de aanwezige cultuurhistorische waarden in het gehele plangebied en vervolgens in de plantoelichting te beschrijven op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden rekening is gehouden."

3.    De raad heeft de opdracht van de hiervoor bedoelde uitspraak onderscheidenlijk tussenuitspraak van 26 april 2017 niet uitgevoerd. Het beroep van de vereniging is gegrond. Het bestreden besluit moet worden vernietigd. De raad dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen. Daartoe zal de Afdeling een termijn stellen.

Proceskosten

4.    De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart het beroep gegrond;

II.    vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Rotterdam van 12 mei 2016 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Molenlaankwartier en Lage Limiet";

III.    draagt de raad van de gemeente Rotterdam op om binnen 20 weken na verzending van deze uitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen een nieuw besluit tot vaststelling van een plan te nemen en dit vervolgens op de wettelijk voorgeschreven wijze en binnen de daarvoor geldende termijn bekend te maken en mede te delen;

IV.    veroordeelt de raad van de gemeente Rotterdam tot vergoeding van bij de Vereniging Stedenbouwkundig Wijkbehoud Hillegersberg-Schiebroek-Terbregge in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 990,00 (zegge: negenhonderdnegentig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

V.    gelast dat de raad van de gemeente Rotterdam aan de Vereniging Stedenbouwkundig Wijkbehoud Hillegersberg-Schiebroek-Terbregge het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 334,00 (zegge: driehonderdvierendertig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.I.Y. Lap, griffier.

w.g. Van Diepenbeek    w.g. Lap

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 8 november 2017

288.