Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:2971

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
02-11-2017
Datum publicatie
08-11-2017
Zaaknummer
201707308/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 3 juli 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Hengelderweg 6, Voorst" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201707308/2/R1.

Datum uitspraak: 2 november 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

1.    [verzoeker sub 1] en anderen, allen wonend te Voorst,

2.    [verzoeker sub 2], wonend te Voorst,

3.    Gelderse Natuur en Milieu Federatie, gevestigd te Arnhem, en anderen,

verzoekers,

en

de raad van de gemeente Voorst,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 3 juli 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Hengelderweg 6, Voorst" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [verzoeker sub 1] en anderen, [verzoeker sub 2] en GNMF en anderen beroep ingesteld.

Bij dezelfde brief als waarmee zij beroep hebben ingesteld hebben zowel [verzoeker sub 1] en anderen als GNMF en anderen de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. [verzoeker sub 2] heeft de voorzieningenrechter eveneens verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft met instemming van partijen afgezien van een behandeling van de verzoeken ter zitting.

Overwegingen

1.    [verzoeker sub 2], [verzoeker sub 1] en anderen en GNMF en anderen kunnen zich niet verenigen met het bestemmingsplan. Teneinde onomkeerbare gevolgen te voorkomen hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

2.    Het bestemmingsplan voorziet op verzoek van Vitalis Biologische Zaden B.V. in de uitbreiding van haar zaadveredelingsbedrijf op het perceel Hengelderweg 6. Vitalis heeft aangegeven dat zij in september 2017 reeds een aanvraag heeft ingediend voor een omgevingsvergunning voor de bouw van een (tijdelijke) kantoorruimte. Nu Vitalis deze aanvraag als zodanig niet heeft ingebracht in deze procedure kan niet worden vastgesteld in hoeverre het voorliggende bestemmingsplan een grondslag biedt voor de verlening van de omgevingsvergunning. Gelet hierop kan niet op voorhand worden uitgesloten dat [verzoeker sub 2], [verzoeker sub 1] en anderen en GNMF en anderen geen spoedeisend belang hebben bij het treffen van een voorlopige voorziening.

3.    Gelet op de beroepsgronden van [verzoeker sub 2], [verzoeker sub 1] en anderen en GNMF en anderen is de voorzieningenrechter van oordeel dat de onderhavige procedure zich niet goed leent voor een grondig onderzoek ter zake. Gelet hierop en nu zowel de raad als Vitalis hebben aangegeven geen bezwaar te hebben tegen schorsing van het bestemmingsplan tot dat uitspraak is gedaan in de bodemprocedure ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het verzoek toe te wijzen en de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.

4.    De raad dient ten aanzien van [verzoeker sub 2] op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld. Ten aanzien van [verzoeker sub 1] en anderen en GNMF en anderen is van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen niet gebleken.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Voorst van 3 juli 2017 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Hengelderweg 6, Voorst";

II.    veroordeelt de raad van de gemeente Voorst tot vergoeding van bij [verzoeker sub 2] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 495,00 (zegge: vierhonderdvijfennegentig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

III.    gelast dat de raad van de gemeente Voorst aan appellanten het door hen voor de behandeling van de beroepen betaalde griffierecht vergoedt ten bedrage van:

a. € 168,00 (zegge: honderdachtenzestig euro) voor [verzoeker sub 1] en anderen, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;

b. € 168,00 (zegge: honderdachtenzestig euro) voor [verzoeker sub 2]; c. € 333,00 (zegge: driehonderddrieëndertig euro) voor Gelderse Natuur en Milieu Federatie en anderen, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.C. Koziolek-Stoof, griffier.

w.g. Slump    w.g. Koziolek-Stoof

voorzieningenrechter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 2 november 2017

749.