Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:2949

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
01-11-2017
Datum publicatie
01-11-2017
Zaaknummer
201606381/2/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 3 juli 2017 heeft de raad ter uitvoering van de tussenuitspraak het bestemmingsplan "Zonneveld A1, Eemnes" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/5656
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201606381/2/R2.

Datum uitspraak: 1 november 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Eemnes,

en

de raad van de gemeente Eemnes,

verweerder.

Procesverloop

Bij tussenuitspraak van 17 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1307, heeft de Afdeling de raad opgedragen op binnen zestien weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 11 juli 2016 te herstellen.

Bij besluit van 3 juli 2017 heeft de raad ter uitvoering van de tussenuitspraak het bestemmingsplan "Zonneveld A1, Eemnes" vastgesteld.

[appellant] is in de gelegenheid gesteld een zienswijze als bedoeld in artikel 8:51b, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) naar voren te brengen over de wijze waarop in het besluit van 3 juli 2017 het gebrek in het besluit van 11 juli 2016 is hersteld. Van deze gelegenheid heeft [appellant] geen gebruik gemaakt.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Het besluit van 11 juli 2016

1.    In de tussenuitspraak is in 7.7. vermeld dat [appellant] vreest dat als gevolg van de in de planregels opgenomen mogelijkheid van extensief recreatief medegebruik touringcars met belangstellende bezoekers dan wel fietsen van leerlingen van bezoekende schoolklassen op zijn perceel zullen worden geparkeerd, nu binnen het plangebied en in de omgeving geen parkeer-en stallingsvoorzieningen mogelijk worden gemaakt dan wel aanwezig zijn voor eventuele bezoekers van het zonneveld. Naar het oordeel van de Afdeling had het op de weg van de raad gelegen om in het kader van de bestemmingsplanprocedure te bezien of de ruimtelijke gevolgen van het toegestane extensief recreatief medegebruik zoals omschreven in artikel 1, lid 1.25, van de planregels aanvaardbaar zijn. Daarbij heeft de Afdeling opgemerkt dat, anders dan de raad kennelijk veronderstelt, een bezoek aan het plangebied met een klas schoolkinderen in het kader van educatieve doeleinden gelet op de begripsbepaling in artikel 1, lid 1.25, van de planregels niet onder extensief recreatief medegebruik valt. In deze begripsbepaling zijn evenwel vormen van medegebruik genoemd die ruimtelijke gevolgen kunnen hebben voor [appellant] gezien de afstand tussen het plangebied en zijn perceel en de situatie dat binnen het plangebied en in de omgeving geen parkeer- of stallingsvoorzieningen mogelijk worden gemaakt dan wel aanwezig zijn. Nu de raad dit niet heeft onderzocht, is geoordeeld dat het besluit van 11 juli 2016 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Zonneveld A1" in zoverre in strijd met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid.

2.    Het beroep van [appellant] tegen het besluit van 11 juli 2016 is daarmee gegrond. Dit heeft tot gevolg dat het besluit van 11 juli 2016 dient te worden vernietigd wegens strijd met artikel 3:2 van de Awb, voor zover de voor "Gemengd-Agrarisch en Zonneveld" aangewezen gronden ingevolge artikel 3, lid 3.1, onder c, van de planregels zijn bestemd voor extensief recreatief medegebruik.

3.    De Afdeling heeft de raad bij de tussenuitspraak opgedragen om binnen zestien weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omgeschreven gebrek in het besluit van 11 juli 2016 te herstellen door met inachtneming van overweging 7.7. van de tussenuitspraak alsnog onderzoek te doen naar de vraag of de ruimtelijke gevolgen van het in het plan toegestane extensief recreatief medegebruik voor de gronden met de bestemming "Gemengd-Agrarisch en Zonneveld" aanvaardbaar zijn en te bezien of het besluit van 11 juli 2016 in het licht van de uitkomsten van dit onderzoek al dan niet in stand kan blijven, dan wel in zoverre te voorzien in een passende planregeling.

Het besluit van 3 juli 2017

4.    Bij besluit van 3 juli 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Zonneveld A1, Eemnes" vastgesteld. Met dit besluit is de planregeling voor de bestemming "Gemengd-Agrarisch en Zonneveld" gewijzigd ten opzichte van het besluit van 11 juli 2016. De wijziging houdt in dat de voor "Gemengd-Agrarisch en Zonneveld" aangewezen gronden op grond van de planregels niet tevens bestemd zijn voor extensief recreatief medegebruik.

5.    In artikel 6:19, eerste lid, van de Awb staat: "Het bezwaar of beroep heeft van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben."

    Het besluit van 3 juli 2017 is een besluit als bedoeld in artikel 6:19, eerste lid, van de Awb. Nu niet is gebleken dat [appellant] daarbij onvoldoende belang heeft, is zijn beroep van rechtswege mede gericht tegen het besluit van 3 juli 2017.

5.1.    [appellant] heeft naar aanleiding van het besluit van 3 juli 2017 geen zienswijze ingediend. De Afdeling leidt hieruit af dat [appellant] geen bezwaren heeft tegen het besluit van 3 juli 2017. Het van rechtswege ontstane beroep is ongegrond.

Proceskosten

6.    Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart het beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente Eemnes van 11 juli 2016 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Zonneveld A1" gegrond;

II.    vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Eemnes van 11 juli 2016 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Zonneveld A1", voor zover het betreft artikel 3, lid 3.1, onder c, van de planregels;

III.    verklaart het beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente Eemnes van 3 juli 2017 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Zonneveld A1, Eemnes" ongegrond;

IV.    gelast dat de raad van de gemeente Eemnes aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 168,00 (zegge: honderdachtenzestig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.E. Reichardt, griffier.

w.g. Scholten-Hinloopen    w.g. Reichardt

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 1 november 2017

772.