Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:2829

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-10-2017
Datum publicatie
18-10-2017
Zaaknummer
201609129/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 13 oktober 2016 heeft de raad het bestemmingsplan "Landgoed Ellestraat, Heikant" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/5419
JOM 2018/832
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201609129/1/R2.

Datum uitspraak: 18 oktober 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1.    [appellant sub 1], wonend te Heikant, gemeente Hulst,

2.    [appellant sub 2], wonend te Heikant, gemeente Hulst,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Hulst,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 13 oktober 2016 heeft de raad het bestemmingsplan "Landgoed Ellestraat, Heikant" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] en [appellant sub 2] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 september 2017, waar de raad vertegenwoordigd door T.M.J. de Koster, is verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.    Het plan voorziet in het realiseren van een landgoed met landgoedwoningen en natuurontwikkeling aan de oostzijde van de Ellestraat te Heikant gemeente Hulst. Ingevolge het plan rust op de gronden de bestemming "Natuur" en "Wonen". De voor "Wonen" aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen op een landgoed met aan - huis - gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. Ingevolge artikel 4, lid 4.3.1, aanhef en onder a, van de planregels bedraagt het aantal woningen op de gronden ten hoogste 2. Op het landgoed komt een Y-vormig wandelpad te lopen dat recht aansluit op de toegang tot het in het zuidwesten gelegen natuurgebied De Wildelanden en leidt richting Heikant en richting waterwingebied De Schommeling dat ten zuidoosten van het plangebied is gelegen. De nieuwe padenstructuur op het landgoed vormt een verbinding vanaf de Elledijk naar de Ellestraat. Met deze verbinding is blijkens de plantoelichting beoogd een koppeling tussen de kern Heikant en de Wildelanden te realiseren. Ook is beoogd een verbinding tussen de aan weerszijden van het landgoed gelegen twee natuurgebieden de Schommeling en de Wildelanden te realiseren. Langs de Ellestraat staan verspreid enkele woningen waaronder die van [appellant sub 1] aan de [locatie A], die is gesitueerd naast het landgoed, en daarachter de woning van [appellant sub 2] aan de [locatie B]. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] betogen dat er geen behoefte is aan landgoedwoningen en de voorziene verbindingen. Voorts vrezen zij voor waterschade en dat het plan leidt tot een aantasting van hun woon- en leefklimaat.

Behoefte: Nut en noodzaak

2.    [appellant sub 1] en [appellant sub 2] betogen dat er geen behoefte is aan het landgoed omdat er geen vraag is naar landgoedwoningen en de natuurontwikkeling op het landgoed geen meerwaarde heeft voor natuur en landschap. Ter onderbouwing dat er geen behoefte is aan landgoedwoningen voeren [appellant sub 1] en [appellant sub 2] aan dat er in de directe omgeving aan de Heerstraat en Sint-Jansteen in 2012 een nieuw landgoed is opgeleverd bestaande uit drie percelen en dat één van de percelen nog steeds niet is verkocht. Zij betogen met betrekking tot de natuurontwikkeling dat er in de omgeving al veel bestaande natuur is met een goed vertakt netwerk aan recreatieve paden en het landgoed daarom geen meerwaarde heeft voor natuur en recreatie. Ook is het niet nodig om de twee natuurgebieden De Schommeling en De Wildelanden door middel van de beoogde padenstructuur met elkaar te verbinden omdat de gebieden hoofdzakelijk afzonderlijk worden gebruikt door recreanten.

3.    De raad stelt dat er wel behoefte bestaat aan een landgoed op deze locatie. De gemeente Hulst dient samen met de gemeenten Sluis en Terneuzen als één woningmarktregio te worden gezien. Samen met de provincie Zeeland worden regionale woningmarktafspraken gemaakt. Op basis van de bevolkingsprognoses en met name vanwege de gezinsverdunning is er sprake van een huishoudengroei. De meest recente prognoses gaan uit van een behoefte aan een kleine 200 woningen extra tot 2025. Omdat er ook woningen worden gesloopt, zullen er in de praktijk meer woningen nieuw gebouwd mogen worden. Er is behoefte aan woningen voor verschillende doelgroepen, ook aan woningen in het duurdere segment. De voorziene landgoedwoningen worden meegenomen in de regionale woningmarktafspraken, aldus de raad.

4.    Eind 2014 zijn de beleidsregels nieuwe landgoederen vastgesteld door de gemeente Hulst. Deze beleidsregels geven een nadere uitwerking van het provinciaal beleid. Verzoeken om een nieuw landgoed te stichten binnen de gemeente Hulst worden aan deze regels getoetst. Hierin is opgenomen dat het coulisselandschap binnen de gemeente Hulst in aanmerking komt voor de vestiging van nieuwe landgoederen. Over de zone langs de Ellestraat (Coulisselandschap De Wildelanden) waar het plangebied deel van uitmaakt, is in de beleidsregels het volgende aangegeven: "Tussen de kern Heikant en de grens met Stekene is een gebied met relatief veel natuur- en landschapselementen. Centraal in het gebied ligt het natuurgebied de Wildelanden, in het oosten ligt het waterwingebied de Schommeling en aan de westzijde liggen op Belgisch grondgebied relatief grootschalige bossen. De samenhang tussen de natuurgebieden is op dit moment vanuit recreatief oogpunt onvoldoende en de toegang tot de Wildelanden niet uitnodigend. Karakteristiek in het gebied is de lintbebouwing met afwisselend kleine en grote kavels. Nieuwe landgoederen kunnen bijdragen tot een koppeling van de Wildelanden met de kern Heikant, of een verbinding leggen tussen de Wildelanden en de Schommeling".

5.    De Afdeling stelt vast dat in het gemeentelijke landgoederenbeleid wat betreft het Coulisselandschap De Wildelanden een van de speerpunten van het beleid is dat nieuwe landgoederen kunnen bijdragen aan een koppeling van de Wildelanden met de kern Heikant of een verbinding leggen tussen de Wildelanden en de Schommeling. Het betoog van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] dat de gebieden hoofdzakelijk afzonderlijk worden gebruikt door recreanten is geen argument om niet tot een verbinding te komen. Met het plan is immers beoogd om te stimuleren dat de gebieden gezamenlijk worden bezocht. Het betoog dat geen behoefte is aan de natuurontwikkeling met wandelpad faalt.

6.    Het betoog van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] dat geen behoefte is aan landgoedwoningen, faalt evenzeer. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben de stelling van de raad dat de recente bevolkingsprognoses die uitgaan van een behoefte aan ongeveer 200 woningen extra tot 2025 ook bedoeld is voor de doelgroep waar de landgoedwoningen voor is, niet betwist. Nu het hier maar om 2 woningen gaat en ten aanzien van het in 2012 ontwikkelde landgoed is gesteld dat de percelen ten behoeve van het realiseren van drie landgoedwoningen in de omgeving zijn verkocht, twee woningen zijn gerealiseerd en voor één woning een bouwplan in voorbereiding is, ziet de Afdeling ook geen reden te twijfelen aan de behoefte aan woningen.

7.    De betogen falen.

Invulling plangebied

8.    [appellant sub 1] en [appellant sub 2] betogen dat er onvoldoende waarborgen voor een deugdelijke invulling met beplanting van het landgoed in het plan zijn opgenomen.

9.    Artikel 4, lid 4.3.2, van de planregels luidt als volgt:

"Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van de woningen zonder dat de gronden met de bestemming natuur als landgoed zijn ingericht en duurzaam in stand worden gehouden. Het landgoed dient te worden ingericht overeenkomstig de inrichtingsschets uit de toelichting van dit bestemmingsplan, inclusief openbaar toegankelijke paden."

10.    In figuur 5 op pagina 9 van de plantoelichting is de inrichtingsschets als bedoeld in artikel 4, lid 4.3.2, van de planregels opgenomen. In de plantoelichting is opgenomen wat met de inrichtingsschets is beoogd.

11.    Gelet op de voorwaardelijke verplichting in artikel 4, lid 4.3.2, van de planregels is de invulling van het plangebied met beplanting overeenkomstig de in de toelichting opgenomen inrichtingsschets naar het oordeel van de Afdeling voldoende verzekerd.

12.    Het betoog faalt.

Water

13.    [appellant sub 1] en [appellant sub 2] vrezen voor een toename van wateroverlast ten gevolge van het plan. Zij voeren aan dat er bij hoosbuien problemen ontstaan met de bestaande riolering aan de Ellestraat. Zij vrezen dat dit wordt verergerd door de aanleg van het landgoed. Tevens wijst [appellant sub 1] op een aan de achterzijde van zijn perceel gelegen natuurlijke bron.

14.    De raad stelt dat met instemming van het Waterschap Scheldestromen het hemelwater binnen het plangebied wordt geïnfiltreerd.

De aanleg van het landgoed zal de bron aan de achterzijde van het perceel van [appellant sub 1] niet dichten. De raad stelt dat een in het plangebied te realiseren waterpartij in de nabijheid van de bron er wellicht toe zal leiden dat het water afkomstig van de bron een weg vindt naar deze waterpartij en daarmee een bijdrage kan leveren aan het oplossen van de bestaande wateroverlast op het perceel van [appellant sub 1].

15.    Vast staat dat het hemelwater binnen het plangebied wordt geïnfiltreerd en de afvoer daarvan niet op de riolering zal worden aangesloten. Gelet op de zandige ondergrond van het gebied worden hiermee aldus de plantoelichting geen problemen verwacht. De extra verharding in het plangebied leidt tot een extra bergingsbehoefte. In het plangebied worden daarom een extra watergang en poelen aangelegd die zich kunnen vullen met hemelwater en daarmee zorgdragen voor extra waterbergingscapaciteit.

16.    Gelet op het vorenstaande acht de Afdeling niet aannemelijk dat de waterberging voor onaanvaardbare problemen voor de omliggende percelen en riolering zal gaan zorgen.

17.    Het betoog faalt.

Aanvaardbaar woon- en leefklimaat

18.    [appellant sub 1] en [appellant sub 2] betogen dat het plan leidt tot een aantasting van hun woon- en leefklimaat door verlies aan privacy en uitzicht. Zij voeren aan dat het toenemende gebruik van de recreatieve paden op het landgoed zal leiden tot verlies aan privacy. Het landgoed zal de openheid en het karakteristieke van het gebied aantasten. Er zal na realisatie van het landgoed geen sprake meer zijn van een poldergebied. Door de inrichting van het plangebied zal het uitzicht veranderen en worden ingeperkt. [appellant sub 2] betoogt dat de waarde van zijn woning sterk afhankelijk is van het vrije uitzicht. Door invulling van het landgoed zal de waarde dalen.

19.    De raad stelt zich op het standpunt dat het woon- en leefklimaat van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] door de aanleg van het landgoed niet onevenredig wordt aangetast. Bij de keuze van de beplanting en bebouwing en situering daarvan is rekening gehouden met de zichtlijnen van omliggende bebouwing en percelen. In het noordelijk deel van het plangebied blijft een doorkijk richting de Sint Jansteenpolder bestaan. Ten aanzien van het perceel van [appellant sub 2] wordt door de raad opgemerkt dat door de inrichting van zijn tuin er al vrijwel geen sprake is van uitzicht richting het plangebied. Vanuit de achterliggende schapenwei van [appellant sub 2] is er schuin uitzicht op het plangebied, aldus de raad.

20.    Naast het perceel van [appellant sub 1] met daarachter het perceel van [appellant sub 2] is een vlak met de bestemming "Natuur" toegekend en verder van hun percelen af aan de achterzijde van het plangebied is een woonvlak ten behoeve van de landgoedwoningen opgenomen. Op de gronden met de woonbestemming mogen hoofdgebouwen met bijbehorende aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen en bouwwerken geen gebouwen of overkappingen worden gebouwd. In het woonvlak zijn ten hoogste twee hoofdgebouwen (woningen) toegestaan. De goothoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 6 m en de bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 12 m. In de inrichtingsschets is vastgelegd hoe het natuurgebied wordt ingevuld.

21.    De afstand tussen de gevel van de woning van [appellant sub 1] en de plangrens bedraagt ongeveer 90 m en tot de recreatieve paden op het landgoed ongeveer 100 m. De afstand tussen de woning van [appellant sub 2] en het plangebied bedraagt ongeveer 150 m. De afstanden tussen de woningen van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en het bestemmingsvlak met de bestemming "Wonen" waar de landgoedwoningen komen te liggen zijn ruim 150 en 250 m.

22.    De Afdeling stelt vast dat het woon- en leefklimaat van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] wat de aspecten uitzicht en privacy betreft als gevolg van het plan zal worden beïnvloed. Gelet op de woningen langs de Ellestraat, de nabijheid van de dorpskern van Heikant en de inrichting van het natuurgebied De Wildelanden en waterwingebied De Schommeling kan het gebied niet overwegend worden getypeerd als een open polderlandschap. Gelet op de maximale bouwhoogten die in het plangebied mogelijk zijn, de afstanden die hiervoor zijn genoemd, de inrichting van het plangebied zoals die in de inrichtingsschets is opgenomen met op enkele plekken hogere beplanting maar ook veel lagere beplanting en een watergang en poelen en de typering van de omgeving acht de Afdeling de aantasting van het woon- en leefklimaat van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] niet onevenredig in verhouding met de met het besluit te dienen doelen. Wat betreft het aspect uitzicht wordt daarbij in aanmerking genomen dat er geen recht bestaat op een blijvend vrij uitzicht.

23.    Wat betreft de eventueel nadelige invloed van het plan op de waarde van de woning van [appellant sub 2], acht de Afdeling niet aannemelijk gemaakt dat die waardevermindering zodanig zal zijn dat de raad bij de afweging van de belangen hieraan een groter gewicht had moeten toekennen dan hij heeft gedaan.

24.    De betogen falen.

25.    Gelet op het voorgaande zijn de beroepen ongegrond.

26.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart de beroepen ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Ouwehand, griffier.

w.g. Van Diepenbeek    w.g. Ouwehand

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 oktober 2017

224.