Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:2801

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-10-2017
Datum publicatie
18-10-2017
Zaaknummer
201606706/1/A1
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2016:6358, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 11 maart 2015 heeft het college aan City Investments B.V. een omgevingsvergunning verleend voor een planologische functiewijziging van woonfunctie naar hotel- en/of logiesfuncties in het oude postkantoor aan de Statenstraat 4A01 - 4C12 (hierna: het pand) te Maastricht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BA 2017/319
JOM 2018/1002
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201606706/1/A1.

Datum uitspraak: 18 oktober 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

Stichting samenwerkende hotels Maastricht (hierna: Stichting Sahot), gevestigd te Maastricht,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 25 juli 2016 in zaak nrs. 15/1377 en 15/1379 in het geding tussen onder meer:

Stichting Sahot

en

het college van burgemeester en wethouders van Maastricht.

Procesverloop

Bij besluit van 11 maart 2015 heeft het college aan City Investments B.V. een omgevingsvergunning verleend voor een planologische functiewijziging van woonfunctie naar hotel- en/of logiesfuncties in het oude postkantoor aan de Statenstraat 4A01 - 4C12 (hierna: het pand) te Maastricht.

Bij uitspraak van 25 juli 2016 heeft de rechtbank het daartegen door onder meer Stichting Sahot ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft Stichting Sahot hoger beroep ingesteld.

Het college en City Investments hebben schriftelijke uiteenzettingen gegeven.

City Investments en Stichting Sahot hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 september 2017, waar Stichting Sahot, vertegenwoordigd door mr. S.J.H.G.M. Schils, advocaat te Maastricht, en het college, vertegenwoordigd door mr. N. Emre en mr. E.H.J. Verheijden, zijn verschenen. Ter zitting is voorts City Investments, vertegenwoordigd door mr. M.H.J. van Driel, advocaat te Amsterdam, en [gemachtigde], als partij gehoord.

Overwegingen

Inleiding

1.    In het pand zijn 19 luxe woonappartementen gerealiseerd die op 17 december 2012 zijn opgeleverd. Omdat de verkoop van deze appartementen niet vorderde, is City Investments in 2013 gestart met het verhuren van de appartementen ten behoeve van short stay. Nadat is gebleken dat gebruik ten behoeve van short stay in strijd was met het bestemmingsplan "Centrum" (hierna: het bestemmingsplan), heeft City Investments een omgevingsvergunning aangevraagd met het doel de appartementen voor de duur van maximaal zes maanden te gebruiken ten behoeve van een hotel- en/of logiesfunctie. Omdat de aanvraag in strijd is met het bestemmingsplan, heeft het college de gevraagde omgevingsvergunning verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2º, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht gelezen in verbinding met artikel 4, negende lid, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht.

Belanghebbendheid Stichting Sahot

2.    City Investments stelt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat Stichting Sahot niet als belanghebbende bij het besluit van 11 maart 2015 kan worden aangemerkt, omdat zij geen gevolgen van enige betekenis ondervindt van dat besluit. Daartoe voert zij aan dat de vergunde functiewijziging ziet op 19 appartementen, die tezamen nog geen 1% van het hotelaanbod in Maastricht vertegenwoordigen. Daarbij komt dat het vergunde initiatief, anders dan de bij Stichting Sahot aangesloten hotels, is gericht op de zakelijke markt en een nieuwe vraag creëert, zodat de bij de stichting aangesloten hotels in zoverre geen concurrentienadeel ondervinden van het initiatief.

2.1.    Artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht luidt:

"1. Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

2. […]

3. Ten aanzien van rechtspersonen worden als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen."

2.2.    In de statuten van Stichting Sahot is opgenomen: "De stichting heeft ten doel:

a. het stimuleren van een hogere hotelbezetting door middel van deelname in verschillende bestuursorganen die een relatie hebben met het product Maastricht.

b. het zijn van een gesprekspartner en een klankbord voor onder andere gemeente en provincie ten behoeve van ontwikkeling en stimulering van het hotelbeleid en het vermarkten van de stad Maastricht door middel van deelname in diverse commissies.

c. het zijn van een gesprekspartner en aanspreekpunt voor partijen die van belang zijn voor de verdere ontwikkeling van het product Maastricht.

d. het onderhouden en uitbouwen van het locale imago door middel van representatieve contacten.

e. het bevorderen van uitwisseling van kennis, ervaring en samenwerking tussen de deelnemers.

f. het organiseren van promotieprojecten al dan niet in samenwerking met derden.

g. het verrichten van alle verdere handelingen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn."

2.3.    De omgevingsvergunning is verleend ten behoeve van het gebruik van de appartementen als hotel en/of logiesverblijf in Maastricht. Stichting Sahot richt zich volgens haar doelstellingen op de promotie van de stad Maastricht en het daarmee bereiken van een hogere hotelbezetting door middel van gesprekken en overleg met diverse bestuursorganen. Nu Stichting Sahot volgens haar statuten met het oog op dit doel in algemene zin als gesprekspartner wil fungeren en niet ten doel heeft de bedrijfsbelangen van bij haar aangesloten hotels te behartigen, wordt de statutaire doelstelling niet geraakt door het besluit van 11 maart 2015. De belangen van Stichting Sahot zijn om die reden niet rechtstreeks betrokken bij het besluit 11 maart 2015. De rechtbank heeft dat niet onderkend.

Conclusie

3.    Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd voor zover Stichting Sahot is ontvangen in haar beroep. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep van Stichting Sahot tegen het besluit van 11 maart 2015 alsnog niet-ontvankelijk verklaren.

4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart het hoger beroep gegrond;

II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank Limburg van 25 juli 2016 in zaak nrs. 15/1377 en 15/1379, voor zover Stichting samenwerkende hotels Maastricht is ontvangen in haar beroep;

III.    verklaart het bij de rechtbank door Stichting samenwerkende hotels Maastricht ingestelde beroep niet-ontvankelijk;

IV.    verstaat dat de griffier van de Raad van State aan Stichting samenwerkende hotels Maastricht het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 503,00 (zegge: vijfhonderddrie euro) voor de behandeling van het hoger beroep terugbetaalt.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, voorzitter, en mr. W. Sorgdrager en mr. J. Kramer, leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Duifhuizen, griffier.

w.g. Troostwijk    w.g. Duifhuizen

voorzitter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 oktober 2017

724.