Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:2701

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-10-2017
Datum publicatie
11-10-2017
Zaaknummer
201702158/1/V2
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2017:2012, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 9 februari 2017 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201702158/1/V2.

Datum uitspraak: 4 oktober 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

wijlen [de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 3 maart 2017 in zaak nr. 17/3197 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.

Procesverloop

Bij besluit van 9 februari 2017 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 3 maart 2017 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A.J.P. Lemmen, advocaat te Heerlen, hoger beroep ingesteld.

De gemachtigde van de vreemdeling heeft nadere stukken ingediend.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1.    Bij fax van 15 september 2017 heeft de gemachtigde van de vreemdeling de Afdeling bericht dat de vreemdeling op 20 augustus 2017 is overleden. Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft de gemachtigde van de vreemdeling bij fax van 27 september 2017 te kennen gegeven dat hij geen belang meer ziet bij een beoordeling van het hoger beroep. Gelet hierop en nu ook anderszins niet is gebleken van enig belang, ziet de Afdeling aanleiding het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren.

2.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.R.M. Brouwer, griffier.

w.g. Verheij    w.g. Brouwer

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 oktober 2017

791.