Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:2638

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27-09-2017
Datum publicatie
11-10-2017
Zaaknummer
201608339/2/R6 en 201608341/2/R6
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
Inhoudsindicatie

Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van de gemeente Hardenberg van 26 september 2016 waarbij het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg, Windpark De Veenwieken" is vastgesteld

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201608339/2/R6 en 201608341/2/R6.

Datum uitspraak: 27 september 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[appellant], wonend te Dedemsvaart, gemeente Hardenberg,

en

1.    de raad van de gemeente Hardenberg,

2.    het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg,

3.    provinciale staten van Overijssel,

4.    het college van gedeputeerde staten van Overijssel,

verweerders.

Openbare zitting gehouden op 27 september 2017 om 10:00 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. W.D.M. van Diepenbeek    voorzitter

Staatsraad mr. J.C. Kranenburg    rapporteur

Staatsraad mr. E.A. Minderhoud    lid

griffier: mr. F.C. van Zuijlen

Verschenen:

[appellant], bijgestaan door mr. T. van der Weijde, rechtsbijstandverlener;

de raad en het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg, vertegenwoordigd door K. Pielman, bijgestaan door mr. ing. A.P.J. Timmermans, advocaat te Baexem;

provinciale staten en het college van gedeputeerde staten van Overijssel, vertegenwoordigd door E.C. Eggink LLM, bijgestaan door mr. S.P.M. Schaap, advocaat te Raalte;

derdebelanghebbenden: De Wieken B.V., vertegenwoordigd door drs. T. ten Klooster, ing. W.J. de Vries, ing. B.B. van Noort, ing. H. de Lange en ir. D.F. Oude Lansink, en Raedthuys Windenergie B.V., vertegenwoordigd door D.J. Matthijsse, ing. W.J. de Vries, mr. G.A. Leever, ir. D.F. Oude Lansink en A.P. Vermeulen.

Het beroep richt zich tegen de volgende vier besluiten:

- het besluit van de raad van de gemeente Hardenberg van 26 september 2016 waarbij het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg, Windpark De Veenwieken" is vastgesteld;

- het besluit van provinciale staten van Overijssel van 28 september 2016 waarbij het inpassingsplan "Windpark De Veenwieken" is vastgesteld;

- het besluit van het college van burgmeester en wethouders van Hardenberg van 28 september 2016 waarbij een omgevingsvergunning is verleend voor de realisatie van zes windturbines, waarvan vier op grondgebied van de gemeente Hardenberg en twee op grondgebied van de gemeente Ommen;

- het besluit van het college van gedeputeerde staten van Overijssel van 28 september 2016 waarbij een omgevingsvergunning is verleend voor de realisatie van vier windturbines, waarvan drie op grondgebied van de gemeente Ommen en één op grondgebied van de gemeente Hardenberg.

De bestreden besluiten maken de realisatie van windpark De Veenwieken mogelijk. [appellant] woont op ruim 1800 meter van de as van de voor hem meest dichtbij gelegen windturbine behorende tot het windpark. Gelet op het open landschap zal [appellant] zicht hebben op het windpark. Dit enkele feit is echter niet voldoende voor het oordeel dat sprake is van een rechtstreeks bij de bestreden besluiten betrokken belang. Voor dat oordeel is vereist dat de voorziene windturbines een zodanige ruimtelijke uitstraling hebben dat zij van invloed zijn op het woon- en leefklimaat van [appellant]. Gelet op de maximale tiphoogte van 149,99 meter van de voorziene windturbines in verhouding tot de afstand tot de woning van [appellant], acht de Afdeling hinder als gevolg van geluid of slagschaduw dan wel externe veiligheidsrisico’s niet aan de orde. Het gevolg voor het uitzicht van [appellant] is naar het oordeel van de Afdeling te beperkt om op deze grond een beïnvloeding van het woon- en leefklimaat aanwezig te achten. Om deze redenen is de ruimtelijke uitstraling van de windturbines te beperkt om een rechtstreeks bij de bestreden besluiten betrokken belang van [appellant] te kunnen aannemen.

De conclusie is dat [appellant] geen belanghebbende is bij de bestreden besluiten en dat hij daartegen geen beroep kan instellen.

De Afdeling verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

w.g. Van Diepenbeek    w.g. Van Zuijlen

voorzitter                        griffier    810.