Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:2619

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27-09-2017
Datum publicatie
04-10-2017
Zaaknummer
201705930/1/V1
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2017:3764, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij onderscheiden besluiten van 6 juni 2017 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201705930/1/V1.

Datum uitspraak: 27 september 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], mede voor hun minderjarige kinderen,

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 17 juli 2017 in zaak nrs. NL17.2851, NL17.2852 en NL17.2853 in het geding tussen:

de vreemdelingen

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.

Procesverloop

Bij onderscheiden besluiten van 6 juni 2017 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 17 juli 2017 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. E.J.M. van Ewijk, advocaat te Nijmegen, hoger beroep ingesteld.

De staatssecretaris en de vreemdelingen hebben een ieder een nader stuk ingediend.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1.    De staatssecretaris heeft een door de vreemdelingen ondertekende vertrekverklaring overgelegd waaruit blijkt dat de vreemdelingen op 10 augustus 2017 met behulp van de Internationale Organisatie voor Migratie vrijwillig vanuit Nederland vertrokken zijn naar hun land van herkomst, Armenië. Onder deze omstandigheden hebben de vreemdelingen geen belang bij beoordeling van het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank van 17 juli 2017.

2.    Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.

3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T. van Goeverden-Clarenbeek, griffier.

w.g. Verheij    w.g. Van Goeverden-Clarenbeek

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 27 september 2017

488-847.