Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:2502

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19-09-2017
Datum publicatie
27-09-2017
Zaaknummer
201705400/2/A1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 7 juni 2016 heeft het algemeen bestuur Raam een omgevingsvergunning verleend voor het geheel verbouwen en vergroten van het gebouw aan de Spuistraat 210-212 te Amsterdam met bestemming daarvan tot restaurant, hotel, bar en clubgedeelte (Soho House).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201705400/2/A1.

Datum uitspraak: 19 september 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende de hoger beroepen van onder meer:

Raam 468 B.V., gevestigd te Amsterdam,

verzoekster (hierna: Raam),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 mei 2017 in zaak nr. 16/4683 in het geding tussen:

[partij A], [partij B], [partij C], [partij D] en [partij E] (hierna: [partij] en anderen)

en

het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van het stadsdeel Centrum van de gemeente Amsterdam.

Procesverloop

Bij besluit van 7 juni 2016 heeft het algemeen bestuur Raam een omgevingsvergunning verleend voor het geheel verbouwen en vergroten van het gebouw aan de Spuistraat 210-212 te Amsterdam met bestemming daarvan tot restaurant, hotel, bar en clubgedeelte (Soho House).

Bij besluit van 3 januari 2017 heeft het algemeen bestuur Raam een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen in afwijking van de bij besluit van 7 juni 2016 verleende omgevingsvergunning.

Bij uitspraak van 24 mei 2017 heeft de rechtbank het door [partij] en anderen tegen de besluiten van 7 juni 2016 en 3 januari 2017 ingestelde beroep gegrond verklaard en deze besluiten vernietigd.

Tegen deze uitspraak hebben Raam, het algemeen bestuur en [partij] en anderen hoger beroep ingesteld.

Raam heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 12 september 2017, waar Raam, vertegenwoordigd door [gemachtigden], bijgestaan door mr. M.A. Grapperhaus, advocaat te Amsterdam, en het algemeen bestuur, vertegenwoordigd door mr. H.D. Hosper, zijn verschenen. Voorts zijn daar [partij] en anderen, bijgestaan door mr. A. Kamphuis, advocaat te Amsterdam, gehoord.

    Overwegingen

1.    Het bouwplan betreft het gebouw, het Bungehuis, gelegen op de hoek Spuistraat - Paleisstraat - Singel in het centrum van Amsterdam. De hoofdentree is gelegen aan de Spuistraat 210-212. Het bouwplan voorziet in de realisering van een Soho House, een internationale ontmoetingsplaats voor leden, werkzaam in de creatieve sector. Het gebouw is een Rijksmonument. [partij] en anderen wonen aan de overkant van de gracht, aan het Singel, schuin tegenover het Bungehuis.

2.    Het verzoek van Raam strekt tot schorsing van de uitspraak van de rechtbank, zodat zij gebruik kan blijven maken van de verleende omgevingsvergunningen totdat op de hoger beroepen is beslist. Volgens Raam is de rechtbank in de aangevallen uitspraak buiten de omvang van het geding getreden door de omgevingsvergunningen voor het gehele project te vernietigen, terwijl de logiesfaciliteit slechts één van de voorzieningen van Soho House betreft, die slechts drie van de acht verdiepingen van het gebouw beslaat. Ook is de rechtbank onder meer volgens Raam bij de beoordeling van de vraag of Soho House een uniek hotelconcept is in de zin van het eigen gemeentelijke beleid ten onrechte getreden in de discretionaire ruimte die het bestuur toekomt.    

3.    [partij] en anderen zijn tegen de komst van Soho House, waarmee nieuwe hotelvoorzieningen aan hun buurt worden toegevoegd, waardoor de bestaande druk op hun woon- en leefklimaat ten gevolge van de reeds gerealiseerde hotels in hun omgeving en van de enorme toename van het aantal toeristen in het centrum van Amsterdam nog verder zal toenemen. Zij vrezen onder meer voor aantasting van hun privacy door inkijk in hun woningen vanaf het voorziene dakterras en zij vrezen dat de ingebruikname van dit dakterras tot geluidoverlast voor hen zal leiden.    

4.     De voorzieningenrechter overweegt dat deze voorlopige voorzieningenprocedure zich niet leent voor de beantwoording van de door partijen in de bodemprocedure opgeworpen vragen vanwege de complexiteit daarvan. Die beantwoording dient dan ook te geschieden in de bodemprocedure. De voorzieningenrechter zal daarom bij de beoordeling van het verzoek van Raam om schorsing van de aangevallen uitspraak een belangenafweging verrichten.

5.    De voorzieningenrechter stelt vast dat [partij] en anderen als eisers in eerste aanleg niet om schorsing hebben gevraagd van de aan Raam verleende omgevingsvergunningen. Raam is met gebruikmaking van deze omgevingsvergunningen aangevangen met de uitvoering van de vergunde restauratie- en herstelwerkzaamheden van het Bungehuis. Omdat de rechtbank de bij besluiten van 7 juni 2016 en 3 januari 2017 verleende omgevingsvergunningen heeft vernietigd, kan Raam niet beginnen met de thans nog resterende bouwwerkzaamheden, bestaande uit inpandige bouwwerkzaamheden ten behoeve van de hotelfunctie en het plaatsen van installaties op het dakterras. Raam stelt dat voor het aanbrengen van de logiesfaciliteiten geen wijzigingen in het monumentale interieur nodig zijn, omdat deze voorzieningen als doos-in-doosconstructie worden aangebracht, waarbij de monumentale afwerking van de kamers geheel intact blijft. Zij stelt dat zij ernstige financiële schade lijdt als de resterende bouwwerkzaamheden niet mogen worden uitgevoerd, de werkzaamheden moeten worden stilgelegd en de bouwplaats moet worden verlaten met alle risico’s van kraak en vernieling van dien. Volgens Raam zal bij schorsing van de aangevallen uitspraak geen onomkeerbare situatie ontstaan, waartoe zij in haar verzoek om voorlopige voorziening en ter zitting herhaald de uitdrukkelijke toezegging heeft gedaan dat de bouwkundige voorzieningen ten behoeve van de hotelfunctie en het dakterras ongedaan zullen worden gemaakt, indien de Afdeling haar hoger beroep verwerpt en in rechte vast komt te staan dat de omgevingsvergunningen ten onrechte zijn verleend. Wat de vrees van [partij] en anderen betreft voor overlast van de in het bouwplan voorziene hotelfunctie en het dakterras, heeft Raam in haar verzoek en ter zitting herhaald de uitdrukkelijke toezegging gedaan dat de hotelfunctie en het dakterras niet in gebruik zullen worden genomen hangende de hoger beroepen.

6.    Uitgangspunt is dat rechterlijke uitspraken moeten worden uitgevoerd. In dit geval is de voorzieningenrechter evenwel van oordeel dat het verzoek van Raam om schorsing van de aangevallen uitspraak bij afweging van de betrokken belangen kan worden toegewezen. Onder de hiervoor geschetste omstandigheden komt naar het oordeel van de voorzieningenrechter een groter gewicht toe aan het belang van Raam bij deze schorsing dan aan het tegengestelde belang van [partij] en anderen, te meer nu toewijzing van het verzoek geen onomkeerbare gevolgen met zich brengt voor [partij] en anderen. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat Raam op basis van de verleende omgevingsvergunningen rechtmatig heeft kunnen bouwen tot aan de uitspraak van de rechtbank en het bouwplan grotendeels is voltooid. Voor zover [partij] en anderen ter zitting de vrees hebben geuit dat als het bouwplan eenmaal volledig is voltooid, de omgevingsvergunningen uiteindelijk ook wel in stand zullen blijven, merkt de voorzieningenrechter op dat Raam, zoals ook door haar uitdrukkelijk is erkend, thans geheel op eigen risico het bouwplan realiseert en dat met de te treffen voorlopige voorziening niet wordt vooruitgelopen op het oordeel van de Afdeling in de bodemprocedure. Bij deze belangenafweging wordt verder in aanmerking genomen dat een spoedige behandeling van de hoger beroepen op een zitting zal worden bevorderd.

7.    Gelet op het vorenstaande ziet de voorzieningenrechter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.

8.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

schorst bij wijze van voorlopige voorziening de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 mei 2017 in zaak nr. 16/4683 totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de bodemprocedure, met dien verstande dat tussentijds de hotelfunctie en het dakterras niet in gebruik mogen worden genomen.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Graaff-Haasnoot, griffier.

w.g. Scholten-Hinloopen

voorzieningenrechter    

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 19 september 2017

531-757.