Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:2500

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-09-2017
Datum publicatie
20-09-2017
Zaaknummer
201705223/1/V1
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. W.P.R. Pieters, advocaat te Rijsbergen, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 31 mei 2017 in zaak nr. 17/3286.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201705223/1/V1.

Datum uitspraak: 15 september 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek van:

[de vreemdeling],

verzoekster,

om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb).

Procesverloop

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. W.P.R. Pieters, advocaat te Rijsbergen, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 31 mei 2017 in zaak nr. 17/3286.

De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie te veroordelen in de bij haar opgekomen proceskosten.

De staatssecretaris heeft een schriftelijke reactie gegeven.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1.    Ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 88, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, kan, in geval van intrekking van het hoger beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb worden veroordeeld.

2.    De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken nadat de staatssecretaris haar een document heeft verleend als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt. Hiermee is de staatssecretaris de vreemdeling tegemoetgekomen als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb.

3.    Het verzoek dient als kennelijk gegrond op na te melden wijze te worden toegewezen.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    veroordeelt de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 495,00 (zegge: vierhonderdvijfennegentig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

II.    gelast dat de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie aan de vreemdeling het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 250,00 (zegge: tweehonderdvijftig euro) voor de behandeling van het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T. van Goeverden-Clarenbeek, griffier.

w.g. Verheij    w.g. Van Goeverden-Clarenbeek

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 september 2017

488.