Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:2471

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13-09-2017
Datum publicatie
13-09-2017
Zaaknummer
201604044/1/A1
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2016:2680, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 18 december 2014 heeft het college aan [belanghebbende] een kampeervergunning verleend voor bepaalde tijd tot 1 maart 2016.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201604044/1/A1.

Datum uitspraak: 13 september 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

AGRAforce Take 2 C.V. en [appellant] (hierna: AGRAforce en [appellant]), gevestigd te Veere,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 29 april 2016 in zaken nrs. 15/5858 en 15/7164 in het geding tussen:

AGRAforce en [appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Veere.

Procesverloop

Bij besluit van 18 december 2014 heeft het college aan [belanghebbende] een kampeervergunning verleend voor bepaalde tijd tot 1 maart 2016.

Bij brief van 9 juni 2015 hebben AGRAforce en [appellant] het college in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op het ingediende bezwaarschrift tegen het besluit van 18 december 2014.

Bij besluit van 14 juli 2015 heeft het college opnieuw een kampeervergunning verleend aan [belanghebbende] tot uiterlijk 1 maart 2016 en dat besluit in de plaats gesteld van het besluit van 18 december 2014.

Bij afzonderlijk besluit van 14 juli 2015 heeft het college daarnaast een omgevingsvergunning verleend aan [belanghebbende] voor de activiteit gebruiken in strijd met het bestemmingsplan "Buitengebied".

AGRAforce en [appellant] hebben bij de rechtbank beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar door het college.

Bij besluit van 6 oktober 2015 heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 14 juli 2015 met betrekking tot de verleende kampeervergunning niet-ontvankelijk verklaard.

Bij besluit van 13 oktober 2015 heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 14 juli 2015 met betrekking tot de verleende omgevingsvergunning niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 29 april 2016 in zaak nr. 15/7164 heeft de rechtbank het beroep van AGRAforce en [appellant] tegen het besluit van 13 oktober 2015 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven. De rechtbank heeft voorts in zaak nr. 15/5858 het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, het beroep tegen het besluit van 6 oktober 2015 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, bepaald dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven en het bedrag aan verbeurde dwangsommen wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar vastgesteld op € 1.260,00.

Tegen deze uitspraak hebben AGRAforce en [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 juni 2017, waar AGRAforce en [appellant], vertegenwoordigd door [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door mr. H.E. Jansen-van der Hoek, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.    [belanghebbende] exploiteert aan de [locatie 1] te Gapinge [minicamping]. Bij besluit van 18 december 2014 heeft het college een door [belanghebbende] aangevraagde kampeervergunning verleend voor bepaalde tijd tot uiterlijk 1 maart 2016.

    [appellant] is eigenaar van het perceel [locatie 2] te Veere en woont daar. Op het perceel is tevens [camping] gevestigd. Voor de exploitatie daarvan is aan [appellant] een kampeervergunning verleend. Met ingang van 1 april 2015 verhuurt [appellant] de camping aan AGRAforce en exploiteert AGRAforce de camping.

    Bij brief van 9 juni 2015 hebben AGRAforce en [appellant] het college in gebreke gesteld wegens het uitblijven van een besluit op bezwaar tegen het besluit van 18 december 2014.

    Bij besluit van 14 juli 2015 heeft het college opnieuw een kampeervergunning verleend aan [belanghebbende] tot uiterlijk 1 maart 2016 en dat besluit in de plaats gesteld van het besluit van 18 december 2014. Het college acht het tegen het besluit van 18 december 2014 ingediende bezwaar mede gericht tegen dit besluit.

    Bij afzonderlijk besluit van 14 juli 2015 heeft het college daarnaast een omgevingsvergunning verleend aan [belanghebbende] voor de activiteit gebruiken in strijd met het bestemmingsplan "Buitengebied".

    AGRAforce en [appellant] hebben tegen beide besluiten bezwaar gemaakt.

    AGRAforce en [appellant] hebben bij de rechtbank beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaar tegen de verleende kampeervergunning van 14 juli 2015.

    Bij besluit van 6 oktober 2015 heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 14 juli 2015 inzake de verleende kampeervergunning niet-ontvankelijk verklaard, omdat AGRAforce en [appellant] volgens het college niet kunnen worden aangemerkt als belanghebbenden bij dat besluit.

    De rechtbank heeft overwogen dat het beroep wegens het niet tijdig beslissen ingevolge artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht mede betrekking heeft op het besluit van 6 oktober 2015.

    Bij besluit van 13 oktober 2015 heeft het college het bezwaar van AGRAforce en [appellant] tegen het besluit van 14 juli 2015 inzake de verleende omgevingsvergunning voor de activiteit gebruiken in strijd met het bestemmingsplan niet-ontvankelijk verklaard. Tegen dit besluit hebben AGRAforce en [appellant] eveneens beroep ingesteld.

    Het beroep wegens het niet tijdig beslissen en het beroep tegen het besluit van 6 oktober 2015 zijn door de rechtbank behandeld onder zaak nr. 15/5858 en het beroep gericht tegen het besluit van 13 oktober 2015 onder zaak nr. 15/7164.

Het hoger beroep voor zover dat ziet op zaak nr. 15/7164

1.1.    Het betoog van AGRAforce en [appellant] dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het besluit van 14 juli 2015  geen besluit is als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb slaagt niet. AGRAforce en [appellant] hebben in hoger beroep verwezen naar hetgeen hieromtrent bij de rechtbank is aangevoerd. De rechtbank heeft gemotiveerd overwogen waarom het besluit van 14 juli 2015 geen besluit is als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb. In hoger beroep hebben AGRAforce en [appellant] geen redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende gronden en argumenten in de aangevallen uitspraak onjuist, dan wel onvolledig zou zijn. Dit betekent dat het betoog niet kan leiden tot een vernietiging van de aangevallen uitspraak.

Het hoger beroep voor zover dat ziet op zaak nr. 15/5858

2.    AGRAforce en [appellant] betogen dat de rechtbank het beroep in zaak nr. 15/5858 wegens het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Anders dan de rechtbank heeft overwogen bestond er volgens hen nog wel een belang bij een inhoudelijke behandeling van het beroep wegens het niet tijdig beslissen op hun bezwaar, omdat zij schade hebben geleden.

2.1.    [appellant] heeft ter zitting bij de rechtbank erkend dat hij geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep wegens het niet tijdig beslissen. Dat hij later meent wel een belang te hebben kan de rechtbank niet worden aangerekend. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat [appellant] ter zitting bij de rechtbank in de gelegenheid is gesteld zijn belangen kenbaar te maken. Het door [appellant] aangevoerde leidt daarom in zoverre niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak.

    Het betoog faalt.

3.    AGRAforce en [appellant] betogen voorts terecht dat de rechtbank bij het toekennen van een proceskostenvergoeding wegens het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar ten onrechte wegingsfactor "zeer licht" (0,25) heeft toegepast, omdat in het geval waarin het college niet tijdig een besluit heeft genomen wegingsfactor "licht" (0,5) moet worden toegepast. De aangevallen uitspraak komt in zoverre voor vernietiging in aanmerking.

4.    Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd, voor zover de rechtbank een proceskostenvergoeding van € 124,00 heeft toegekend in verband met het beroep wegens het niet tijdig beslissen.

Slotoverweging

5.    Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart het hoger beroep gegrond;

II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 29 april 2016 in zaak nr. 15/5858, voor zover de rechtbank aan AGRAforce Take 2 C.V. en [appellant] een proceskostenvergoeding van € 124,00 heeft toegekend in verband met het beroep wegens het niet tijdig beslissen;

III.    veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Veere tot vergoeding van bij AGRAforce Take 2 C.V. en [appellant] in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.237,50 (zegge: twaalfhonderdzevenendertig euro en vijftig cent), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;

IV.    gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Veere aan AGRAforce Take 2 C.V. en [appellant] het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 503,00 (zegge: vijfhonderddrie euro) voor de behandeling van het hoger beroep vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzitter, en mr. W. Sorgdrager en mr. B.P.M. van Ravels, leden, in tegenwoordigheid van mr. W.D. Kamphorst-Timmer, griffier.

w.g. Slump

voorzitter    De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 13 september 2017

776.