Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:2423

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
06-09-2017
Datum publicatie
06-09-2017
Zaaknummer
201701643/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Tussenuitspraak bestuurlijke lus
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 19 december 2016 heeft de raad het bestemmingsplan "Ontwikkelingsgebieden, 7e herziening (Hondenbergseweg ong. te Wapenveld)" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201701643/1/R1.

Datum uitspraak: 6 september 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak, onderscheidenlijk tussenuitspraak met toepassing van artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) in het geding tussen:

1.    [appellant sub 1], wonend te Wapenveld, gemeente Heerde,

2.    [appellant sub 2], wonend te Wapenveld, gemeente Heerde,

en

de raad van de gemeente Heerde,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 19 december 2016 heeft de raad het bestemmingsplan "Ontwikkelingsgebieden, 7e herziening (Hondenbergseweg ong. te Wapenveld)" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] en [appellant sub 2] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 31 augustus 2017, waar [appellant sub 2] is verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.    Op 4 februari 2014 is een anterieure overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente Heerde. Aanleiding voor de overeenkomst was de sloop van een woning van initiatiefnemer op het perceel Eeuwlandseweg 7 te Heerde ten behoeve van het realiseren van een bedrijventerrein. Het onderhavige plan voorziet in de bouw van een woning op gronden aan de Hondenbergseweg (ongenummerd) (kadastraal bekend gemeente Heerde, sectie C, nummer 4698 ged.) (hierna: Hondenbergseweg ongenummerd) als compensatie voor de sloop van de woning aan de Eeuwlandseweg 7. Het plangebied ligt op de grens van de kern en het buitengebied van Wapenveld. Het perceel wordt aan de oostzijde begrensd door de Hondenbergseweg, aan de noordzijde door de Flessenbergerweg en aan de zuidoostzijde door de Wildekampseweg.

2.    [appellant sub 1] woont op het perceel [locatie 1] ten zuiden van het plangebied en [appellant sub 2] woont op het perceel [locatie 2] ten noorden van het plangebied. Hun beroepen zijn gericht tegen het plan. [appellant sub 1] voert onder meer aan dat het plan uitsluitend is vastgesteld om de tussen de gemeente en initiatiefnemer gemaakte afspraken te faciliteren, zodat de raad geen ruimtelijke afweging heeft gemaakt. [appellant sub 2] vreest onder meer dat zijn uitzicht wordt beperkt en de openheid van het gebied wordt aangetast.

Toetsingskader

3.    Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Inhoudelijk

Het beroep van [appellant sub 1]

4.    [appellant sub 1] betoogt allereerst dat de door hem ingediende zienswijze ten onrechte niet is betrokken in de besluitvorming. Daarbij wijst hij er tevens op dat tijdens de hoorzitting van 9 november 2016 niet inhoudelijk door de betrokken wethouder is gereageerd op de door hem gemaakte opmerkingen.

4.1.    De raad is in de nota "Zienswijzenverslag" onder nummer 2 inhoudelijk ingegaan op hetgeen [appellant sub 1] in de door hem ingediende zienswijze heeft aangevoerd. [appellant sub 1] heeft in zijn beroepschrift geen redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende zienswijze in het bestreden besluit onjuist zou zijn. Voor zover [appellant sub 1] heeft verwezen naar de hoorzitting van 9 november 2016, heeft de raad te kennen gegeven dat van de zijde van de gemeente is aangegeven dat tijdens de hoorzitting niet inhoudelijk op zienswijzen gereageerd zou worden, maar dat door middel van een zienswijzenverslag gereageerd zou worden.

    Gelet op het voorgaande faalt het betoog van [appellant sub 1].

5.    Voorts voert [appellant sub 1] aan dat het plan uitsluitend is vastgesteld om de tussen de gemeente en initiatiefnemer van het plan gemaakte afspraken, die in de anterieure overeenkomst zijn vastgelegd, te faciliteren. Volgens hem heeft de initiatiefnemer ook niet voldaan aan de in deze overeenkomst opgenomen voorwaarde dat het bedrijfsperceel aan de Eeuwlandseweg te koop zou worden aangeboden. [appellant sub 1] wijst er verder op dat de initiatiefnemer heeft aangegeven dat hij op het perceel Eeuwlandseweg 7 een bedrijfswoning zal realiseren, zodat niet ook een woning in het onderhavige plangebied mogelijk gemaakt had mogen worden.

5.1.    De Afdeling stelt voorop dat de beoordeling van de anterieure overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente Heerde niet tot de omvang van dit geding behoort. Naar het oordeel van de Afdeling betekent het sluiten van een anterieure overeenkomst voorts niet dat de raad bij de vaststelling van het plan geen ruimtelijke afweging heeft gemaakt. De raad heeft te kennen gegeven dat door de initiatiefnemer een aanvraag is ingediend om het bestemmingsplan voor de gronden aan de Hondenbergseweg ongenummerd te herzien. Uit de plantoelichting volgt dat is getoetst of een woningbouwkavel op deze locatie aanvaardbaar is vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening.

    Voorts stelt de Afdeling vast dat aan het perceel Eeuwlandseweg 7 in het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Bedrijven- en sportterreinen Heerde" de bestemming "Bedrijventerrein" met de aanduiding "bouwvlak" is toegekend. Omdat aan voornoemd perceel niet ook de aanduiding "bedrijfswoning" is toegekend, is ingevolge artikel 5, lid 5.1, onder m, van de planregels behorend bij voornoemd bestemmingsplan - anders dan [appellant sub 1] veronderstelt - ter plaatse geen bedrijfswoning toegestaan.

    Het betoog van [appellant sub 1] faalt.

6.    Verder betoogt [appellant sub 1] dat op het perceel Eeuwlandseweg 7 een bedrijfsgebouw zal worden gerealiseerd, zodat niet tevens een bouwmogelijkheid in het onderhavige plan had mogen worden opgenomen.

6.1.    Niet in geschil is dat op grond van het bestemmingsplan "Bedrijven- en sportterreinen Heerde" op het perceel Eeuwlandseweg 7 bedrijfsgebouwen zijn toegestaan.

6.2.    De raad heeft toegelicht dat het plan voorziet in een nieuwe woning ter vervanging van de woning aan de Eeuwlandseweg 7, welke woning is gesloopt ten behoeve van de ontwikkeling van het bedrijventerrein Eeuwlandseweg-Zuid. Met dit bedrijventerrein wordt het vestigingsklimaat en de werkgelegenheid in de gemeente Heerde verbeterd en vergroot, aldus de raad. De gesloopte woning aan de Eeuwlandseweg 7 lag buiten de bebouwde kom van de kern Heerde. Deze woning wordt nu vervangen door een woningbouwkavel buiten de bebouwde kom van de kern Wapenveld. De voorziene woning is volgens de raad derhalve beoogd op een locatie die vanuit ruimtelijk oogpunt vergelijkbaar is met de oorspronkelijke locatie. De raad heeft verder toegelicht dat met het onderhavige plan het aantal woningen in het buitengebied van de gemeente per saldo gelijk blijft, nu de woning op het perceel Eeuwlandseweg 7 reeds is gesloopt. Daarnaast wijst de raad erop dat met het in bijlage 1 bij de regels opgenomen "Inrichtingsplan Hondenbergseweg, Wapenveld" (hierna: het Inrichtingsplan) een zorgvuldige landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing van de woningbouwkavel is geborgd, waarbij tevens is voorzien in landschappelijke versterking van het omliggende gebied. Gelet op het voorgaande acht de Afdeling de keuze van de raad om in het plangebied een woning mogelijk te maken, ondanks dat op het perceel Eeuwlandseweg 7 bedrijfsgebouwen mogen worden opgericht, niet onredelijk.

    Het betoog van [appellant sub 1] faalt.

7.    Ten slotte betoogt [appellant sub 1] dat het realiseren van een woning ter plaatse ongewenste precedentwerking tot gevolg zal hebben.

7.1.    Het onderhavige plan voorziet in de bouw van een woning in het buitengebied ter compensatie van de sloop van de woning aan de Eeuwlandseweg 7. Gelet hierop ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat het onderhavige plan zal leiden tot ongewenste precedentwerking.

    Het betoog van [appellant sub 1] faalt.

8.    In hetgeen [appellant sub 1] voor het overige heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Het beroep van [appellant sub 2]

9.    Allereerst voert [appellant sub 2] aan dat het onlogisch is om vervangende woningbouw in de kern Wapenveld mogelijk te maken, nu de gesloopte woning op het perceel Eeuwlandseweg 7 in de kern Heerde stond.

9.1.    De raad heeft verklaard dat gekozen is voor het onderhavige plangebied, omdat initiatiefnemer die gronden reeds in eigendom heeft. Zoals verder in 6.2 is overwogen, is de voorziene woning volgens de raad beoogd op een locatie die vanuit ruimtelijk oogpunt vergelijkbaar is met de locatie waar de inmiddels gesloopte woning stond. Gelet op het voorgaande acht de Afdeling de keuze van de raad voor de gronden aan de Hondenbergseweg ongenummerd in zoverre niet onredelijk.

    Het betoog van [appellant sub 2] faalt.

10.    [appellant sub 2] voert verder aan dat het realiseren van een woning ter plaatse leidt tot aantasting van het landschap.

10.1.    Blijkens de verbeelding is aan de oostelijke helft van het plangebied de bestemming "Wonen" toegekend. Aan een deel van deze gronden is eveneens de aanduiding "bouwvlak" toegekend.

    Artikel 4, lid 4.1, van de planregels luidt: "De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

    a. wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-gebonden beroep;

    met de daarbij behorende hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken, andere bouwwerken, tuinen en erven."

    Lid 4.5.2, onder a, van de planregels luidt: "Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 4.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in bijlage 1 van de bijlagen bij de regels opgenomen Inrichtingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing."

10.2.    In paragrafen 3.3.2 en 3.3.3 van de plantoelichting wordt verwezen naar de door de gemeentes Heerde, Epe en Voorst opgestelde visie "Landschapsontwikkelingsplan Van Veluwe Tot IJssel" (hierna: LOP). In het LOP is het plangebied aangewezen als landschapseenheid "dekzandruggen en oude bouwlanden". Over deze landschapseenheid wordt in het LOP opgemerkt dat op de flank van de Veluwe hogere zandgronden liggen met daarop veel kernen en oude bouwlanden. Het betreft hier de onderzijde van de helling van de stuwwal en de dekzandruggen. De dekzandruggen liggen over het algemeen in een dwarsrichting (oost-west) op de Veluwe en zijn tamelijk langgerekt. Kenmerkend voor de hogere zandgronden is de aanwezigheid van bebouwingslinten (tegenwoordig vaak kernen) en een groot complex of collectief van oude bouwlanden bij het dorp. Kenmerken van oude bouwlanden zijn de bolle ligging, grote open percelen met randbeplantingen (houtwallen), laanbeplantingen en steilranden. Delen van deze bouwlanden zijn inmiddels bebouwd geraakt. Als beleidsambitie voor deze landschapseenheid staat in het LOP onder meer opgenomen dat uitbreiding van de kleine kernen gericht zal worden op een betere landschappelijke inpassing, door nieuwe, meer geleidelijke dorpsranden te maken. Dit kan door lijnvormig en ‘dorps’ te bouwen in lage dichtheden langs paden en wegen en deze te laten doorlopen in het omringende netwerk van paden. Kenmerkend occupatiepatroon voor deze gebieden is dat dorpen en akkers geleidelijk in elkaar overlopen, langs een netwerk van paden en wegen. Daarmee is een landschappelijke inpassing van de dorpsstructuur verzekerd. Bij kleinschalige uitbreidingen kan de samenhang tussen dorp en landschap behouden blijven door het netwerk van paden en wegen uit te breiden en in dat netwerk dorps te bouwen. Het gaat daarbij om ruime groene kavels afgewisseld met weitjes en hoekjes, doorzichten en veel verbindingen met het buitengebied.

10.3.    De raad heeft verwezen naar het in bijlage 1 bij de regels opgenomen Inrichtingsplan. Hierin staat dat het belangrijk is dat gebouw en erf een samenspel zijn, zodat het landschappelijke karakter van de locatie wordt behouden. De gebouwen dienen de kenmerken van het gebied te hebben en het erf wordt aangevuld met beplanting langs de randen en beeldbepalende bomen. Het karakteristieke open landschap en de bolling van de enk moeten behouden blijven. Hetzelfde geldt voor het zicht op de enk. Aan de randen van het perceel kan lage streekeigen beplanting of een houten hek voor een landelijke afscheiding zorgen. Hiermee wordt aangesloten op beplanting die van oudsher rondom het perceel aanwezig was en die nu is verdwenen, aldus het Inrichtingsplan.

    Verder staat in het Inrichtingsplan dat de woning wordt gebouwd op de zuidwestelijke hoek van het perceel. De woning staat daardoor in lijn met de twee andere woningen aan de oostzijde van de Hondenbergseweg. Nog belangrijker is dat de openheid van het perceel en de zichtlijnen vanaf de Flessenbergerweg en de Hondenbergseweg behouden blijven. Daarnaast zorgt de bebouwing ervoor dat er nieuwe doorzichten en hoekjes ontstaan. Bebouwing en groen wisselen elkaar af. De rooilijnen van het vlak met de bestemming "Wonen" zijn bepaald aan de hand van de waardevolle zichtlijnen op de enk. De woning dient minimaal 15 m van de Hondenbergseweg te staan. Verder worden na een afstand van 40 m gemeten vanaf de voorste erfgrens en 6 m vanaf de noordzijde van het hoofdgebouw geen bijgebouwen op het perceel meer toegestaan. Dit om het gewenste open, groene beeld aan de achterzijde en linkerzijde van de woning te behouden, aldus het Inrichtingsplan.

    Gelet op het voorgaande en nu met artikel 4, lid 4.5.2, van de planregels de landschappelijke inpassing is geborgd, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan niet leidt tot een onaanvaardbare aantasting van de openheid van het landschap.

    Het betoog van [appellant sub 2] faalt.

11.    Verder betoogt [appellant sub 2] dat door het realiseren van de woning ter plaatse het vrije uitzicht vanaf zijn woning op het perceel [locatie 2] op het achterliggende agrarische gebied wordt aangetast. Hierbij wijst hij erop dat hij zijn woning in september 2015 heeft gekocht vanwege het vrije uitzicht. Als hij had geweten dat ter plaatse woningbouw zou worden mogelijk gemaakt, dan had hij zijn woning nooit gekocht. Tevens vreest [appellant sub 2] voor waardedaling van zijn woning na realisering van het plan.

11.1.    De Afdeling stelt voorop dat in het algemeen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen.

    De Afdeling overweegt verder dat enige aantasting van het woongenot van [appellant sub 2] door het realiseren van de woning ter plaatse, gelet op het feit dat het plangebied momenteel geheel onbebouwd is, niet uit te sluiten is. In dit verband wordt echter van belang geacht dat zijn woning op een afstand van minimaal 80 m staat ten opzichte van het bouwvlak van het plandeel "Wonen" en dat geen blijvend recht op een vrij uitzicht bestaat. Gelet op het voorgaande heeft de raad zich naar het oordeel van de Afdeling in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het plan niet zal leiden tot een ernstige aantasting van het woongenot van [appellant sub 2].

    Wat de eventueel nadelige invloed van het plan op de waarde van de woning van [appellant sub 2] betreft, bestaat geen grond voor de verwachting dat die waardevermindering zodanig zal zijn dat de raad bij de afweging van de belangen hieraan een groter gewicht had moeten toekennen dan aan de belangen die met de realisering van het plan aan de orde zijn.

    Het betoog van [appellant sub 2] faalt.

12.    Ten slotte wijst [appellant sub 2] erop dat een alternatieve locatie beschikbaar is recht tegenover het onderhavige plangebied aan de andere kant van de Hondenbergseweg.

12.1.    De Afdeling overweegt dat de raad bij de keuze van een bestemming een afweging dient te maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beleidsruimte. De voor- en nadelen van alternatieven dienen in die afweging te worden meegenomen.

    Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad onvoldoende gemotiveerd waarom de door [appellant sub 2] genoemde locatie niet geschikt zou zijn voor het realiseren van de voorziene woning. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat niet is betwist dat die locatie eveneens in eigendom is van initiatiefnemer en dat die locatie niet zoals het onderhavige plangebied midden in open, agrarisch gebied ligt, maar ten zuiden van bestaande bebouwing aan de Flessenbergerweg.

    Het betoog van [appellant sub 2] slaagt.

Conclusie

13.    Het beroep van [appellant sub 1] is ongegrond.

13.1.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat ten aanzien van

[appellant sub 1] geen aanleiding.

14.    Met het oog op een spoedige beslechting van het geschil zal de Afdeling de raad op de voet van artikel 8:51d van de Awb opdragen om het gebrek in het bestreden besluit binnen de hierna te noemen termijn te herstellen, dan wel een gewijzigd of nieuw besluit te nemen, zonder dat daarbij toepassing hoeft te worden gegeven aan afdeling 3.4 van de Awb.

    De raad dient daartoe, met inachtneming van overweging 12.1, alsnog toereikend te motiveren waarom volgens hem de door [appellant sub 2] genoemde alternatieve locatie niet geschikt is voor het realiseren van de voorziene woning, dan wel een gewijzigd of nieuw besluit te nemen.

15.     In de einduitspraak zal wat het beroep van [appellant sub 2] betreft worden beslist over de proceskosten en vergoeding van het betaalde griffierecht.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart het beroep van [appellant sub 1] ongegrond;

II.    draagt de raad van de gemeente Heerde op om binnen 16 weken na de verzending van deze tussenuitspraak:

- met inachtneming van hetgeen in deze tussenuitspraak is overwogen het gebrek in het besluit van 19 december 2016 van de raad van de gemeente Heerde tot vaststelling van het bestemmingsplan "Ontwikkelingsgebieden, 7e herziening (Hondenbergseweg ong. te Wapenveld)" te herstellen op een wijze als bedoeld in rechtsoverweging 14, en

- de Afdeling en de andere partijen de uitkomst mede te delen en een nieuw of gewijzigd besluit zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen.

Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.J.G. Driessen, griffier.

w.g. Minderhoud    w.g. Driessen

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 6 september 2017

634.