Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:2258

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-08-2017
Datum publicatie
23-08-2017
Zaaknummer
201606825/1/A1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij onderscheiden besluiten van 10 augustus 2016 heeft het college de locaties R16.117 en GFT 02 aangewezen als inzamellocaties (hierna tezamen: de aangewezen locatie) voor huishoudelijk afval en de percelen aangewezen die gebruik moeten maken van de op die locaties te plaatsen ondergrondse restafvalcontainer en GFT-verzamelcontainer.

Wetsverwijzingen
Wet milieubeheer
Wet milieubeheer 10.25
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAF 2017/741

Uitspraak

201606825/1/A1.

Datum uitspraak: 23 augustus 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], wonend te Krimpen aan den IJssel,

en

het college van burgemeester en wethouders van Krimpen aan den IJssel,

verweerder.

Procesverloop

Bij onderscheiden besluiten van 10 augustus 2016 heeft het college de locaties R16.117 en GFT 02 aangewezen als inzamellocaties (hierna tezamen: de aangewezen locatie) voor huishoudelijk afval en de percelen aangewezen die gebruik moeten maken van de op die locaties te plaatsen ondergrondse restafvalcontainer en GFT-verzamelcontainer.

Tegen deze besluiten heeft [appellante] beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[appellante] heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 juli 2017, waar [appellante] en het college, vertegenwoordigd door P. van den Boogert, zijn verschenen.

Overwegingen

1.    De locaties R16.117 en GFT 02 zijn vlak naast elkaar gelegen op het trottoir ter hoogte van de woningen aan de Weteringsingel 21 en 23 te Krimpen aan den IJssel. [appellante] woont aan de [locatie].

2.    [appellante] heeft haar beroepsgrond, dat in het besluit over de ondergrondse restafvalcontainer niet inzichtelijk is gemaakt op basis waarvan en in welke zin de aansluitingen zijn gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbesluit, ter zitting ingetrokken.

3.    [appellante] vreest dat zij als gevolg van de plaatsing van de containers op de aangewezen locatie overlast zal ondervinden van het gebruik van de containers, het inzamelvoertuig en vervuiling doordat huisvuil naast de containers wordt geplaatst. Verder betoogt zij dat de containers een negatieve invloed hebben op het uitzicht vanuit haar woning en daarom een waardedaling van haar woning tot gevolg hebben.

3.1.    Bij de aanwijzing van inzamellocaties hanteert het college onder meer als criterium: "De aan te wijzen cluster en of container inzamelplaats(en) dienen zoveel mogelijk overlast te voorkomen voor aangrenzende percelen. De afstand tot de gevel van de woning bedraagt minimaal 3 meter. Bij een blinde muur kan hiervan worden afgeweken, in dit geval kan de afstand minimaal 2 meter zijn. Bij de keuze tussen een clusterplaats en of container inzamelplaats voor een perceel of een clusterplaats en of container inzamelplaats voor een blinde muur, dient voor het laatste te worden gekozen. Een cluster en of container inzamelplaats recht voor iemands deur of raam wordt als niet gewenst geacht. Bij voorkeur niet te situeren aan de zuid-westzijde van tuinen i.v.m. overheersende windrichting."

    Bij de beantwoording van de door [appellante] naar voren gebrachte zienswijze op de voorgenomen besluiten heeft het college zich op het standpunt gesteld dat de aangewezen locatie voldoet aan dit criterium. Verder heeft het college zich op het standpunt gesteld dat de activiteiten die bij een inzamellocatie plaatsvinden, zoals het verkeer van en naar de container en het openen en sluiten van de container, geen onaanvaardbare overlast veroorzaken.

3.2.    De afstand tussen de aangewezen locatie en de gevel van de woning van [appellante] bedraagt ruimschoots meer dan 3 m. [appellante] heeft niet aannemelijk gemaakt dat de door haar gevreesde overlast, ondanks de afstand tussen haar woning en de aangewezen locatie, zodanig is dat het college niet in redelijkheid kon besluiten tot aanwijzing van de locaties R16.117 en GFT 02 als inzamellocaties. Voorts heeft [appellante] de door haar gestelde waardedaling van haar woning niet met concrete gegevens aannemelijk gemaakt.

    Het betoog faalt.

4.    [appellante] betoogt dat de door haar voorgestelde alternatieve locaties geschikter zijn voor de plaatsing van de containers dan de aangewezen locatie. Zij stelt voor om de ondergrondse restafvalcontainer, die is bedoeld voor de bewoners van de laagbouw en de hoogbouw, ten opzichte van de aangewezen locatie aan de overzijde van de Weteringsingel te plaatsen of op het extra brede trottoir naast het winkelpand aan het Raadhuisplein. Daarnaast stelt zij voor om de GFT-verzamelcontainer, die uitsluitend voor de bewoners van de hoogbouw is bedoeld, te plaatsen op de parkeerplaats aan de Prins Bernhardstraat dan wel op een van de twee voormelde alternatieve locaties. Volgens [appellante] zijn deze alternatieve locaties beter bereikbaar voor de gebruikers vanaf de stoepzijde en voor het inzamelvoertuig vanaf de straatzijde, omdat bij de aangewezen locatie vrijwel altijd auto's staan geparkeerd.

4.1.    Volgens het college is het voorgestelde alternatief aan de overzijde van de Weteringsingel minder geschikt dan de aangewezen locatie, omdat daarvoor een groot aantal bewoners de Weteringsingel moet oversteken. Daarbij heeft het college toegelicht dat over de Weteringsingel meer verkeer rijdt dan over de Kortlandstraat en de Steenbakkersstraat die door een deel van de bewoners moeten worden overgestoken om de aangewezen locatie te bereiken. Bovendien moet volgens het college een groter aantal bewoners een straat oversteken om de alternatieve locatie te bereiken dan om de aangewezen locatie te bereiken. Ter zitting is verder vastgesteld dat aan beide zijden van de Weteringsingel auto's worden geparkeerd, zodat dit alternatief in dat opzicht niet geschikter is dan de aangewezen locatie.

    De alternatieve locatie aan het Raadhuisplein is volgens het college vanuit het oogpunt van de verkeersveiligheid ongeschikt, omdat het inzamelvoertuig voor het legen van een container op die locatie in een bocht zou moeten stilstaan.

    Ten aanzien van de voor de GFT-verzamelcontainer voorgestelde alternatieve locatie op de parkeerplaats aan de Prins Bernhardstraat heeft het college ter zitting toegelicht dat die locatie lastiger te bereiken is met het inzamelvoertuig dan de aangewezen locatie. Bovendien acht het college het wenselijk dat de GFT-verzamelcontainer en de ondergrondse restafvalcontainer naast elkaar staan geplaatst om de verrommeling van de buitenruimte te beperken en om eventuele overlast op één plek te concentreren. Om die redenen acht het college de aangewezen locatie geschikter, hoewel die locatie verderaf van de hoogbouw is gelegen dan het voorgestelde alternatief en alle bewoners van de hoogbouw daarvoor een straat moeten oversteken, wat niet het geval is bij het voorgestelde alternatief. Naar het oordeel van de Afdeling kan het college zich in redelijkheid op dat standpunt stellen.

    Gelet op al het voorgaande heeft [appellante] niet aannemelijk gemaakt dat de door haar voorgestelde alternatieve locaties zodanig geschikter zijn dan de aangewezen locatie, dat het college die locatie niet in redelijkheid kon aanwijzen voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer en een GFT-verzamelcontainer.

5.    Het beroep is ongegrond.

6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. R. van der Spoel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.S. Kors, griffier.

w.g. Van der Spoel    w.g. Kors

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 23 augustus 2017

687.