Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:1907

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13-07-2017
Datum publicatie
19-07-2017
Zaaknummer
201702968/1/V3
Formele relaties
Aanvraag tot herziening van: ECLI:NL:RVS:2015:4089, Overig
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Bij brief van 10 maart 2017 aan de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, heeft de vreemdeling de rechtbank verzocht om herziening van de uitspraak van 16 maart 2015 in zaak nr. 15/4344.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201702968/1/V3.

Datum uitspraak: 13 juli 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) op het verzoek van:

[de vreemdeling],

verzoeker,

om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 10 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:4089.

Procesverloop

Bij brief van 10 maart 2017 aan de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, heeft de vreemdeling de rechtbank verzocht om herziening van de uitspraak van 16 maart 2015 in zaak nr. 15/4344.

Bij brief van 6 april 2017 heeft de rechtbank dat verzoek aan de Afdeling doorgezonden.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1.    Op het tegen voormelde uitspraak van 16 maart 2015 ingestelde hoger beroep heeft de Afdeling bij uitspraak van 10 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:4089, beslist. De rechtbank heeft het verzoek van de vreemdeling daarom terecht aangemerkt als een verzoek om herziening van de uitspraak van de Afdeling, waarop de Afdeling moet beslissen (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 27 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX4821).

2.    Het verzoek is ruim één jaar en elf maanden nadat de vreemdeling redelijkerwijs bekend kon zijn met de door hem gestelde nieuwe feiten en omstandigheden, ingediend. Nu geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld die tot het oordeel leiden dat de indiening redelijkerwijs niet eerder kon worden gedaan, is die indiening onredelijk laat. Voor dit oordeel is aansluiting gezocht bij artikel 6:12, eerste en vierde lid, van de Awb, waarin is bepaald dat een beroep dat niet aan een termijn is gebonden, niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien het onredelijk laat is ingediend.

3.    Het verzoek om herziening is kennelijk niet-ontvankelijk.

4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.A. Verweij, griffier.

w.g. Troostwijk    w.g. Verweij

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2017

722.