Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:1902

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13-07-2017
Datum publicatie
19-07-2017
Zaaknummer
201703905/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 maart 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Woonkern Wormer en Lint" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201703905/2/R1.

Datum uitspraak: 13 juli 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker] en anderen, allen wonend te Wormer, gemeente Wormerland,

en

de raad van de gemeente Wormerland,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 21 maart 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Woonkern Wormer en Lint" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoeker] en anderen beroep ingesteld.

Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld hebben [verzoeker] en anderen de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 27 juni 2017, waar [verzoeker] en anderen, bijgestaan door mr. R.A.J. Zomer, advocaat te Oosterhout, en de raad, vertegenwoordigd door mr. R. Janssen, advocaat te Amsterdam, en A.M.C. Warmenhoven en D. Kempenaar, zijn verschenen. Voorts zijn ter zitting als partij gehoord Stichting Verenigingsgebouw en [belanghebbende], beiden vertegenwoordigd door mr. R. Ridder, advocaat te Amsterdam, en mr. S. Bakker en J.B. Meijer.

Overwegingen

1.    Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.    Het plan voorziet in een actuele planologische regeling voor de woonwijken, het centrum en de aangrenzende lintbebouwing van Wormer. Ter plaatse van de [locatie] is onder andere voorzien in de horecavestiging [belanghebbende].

3.    [verzoeker] en anderen wonen in de nabijheid van het café en vragen de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening te treffen om gevrijwaard te blijven van de gevolgen van het café voor hun woon- en leefklimaat in de vorm van geluidsoverlast. Zij achten een ondergeschikte horecavestiging ter ondersteuning van maatschappelijke functies aanvaardbaar. Het plan voorziet echter in de legalisering van het bestaande gebruik als reguliere horeca. Zij vrezen voor een voortzetting van de overlast in de avond en de nacht vanwege onder andere een open podium met live muziek en de verhuur van het café als feestlocatie.

3.1.    Het voorheen geldende bestemmingsplan "Wormer Oost en Midden" uit 2006 voorzag ter plaatse van het café in de bestemming "Maatschappelijke voorziening". Gelet op de definitiebepaling was ter plaatse horeca ten dienste van onder andere sociaal-culturele voorzieningen toegestaan.

3.2.    Het plan voorziet ter plaatse van het café in de bestemming "Gemengd - 2" en de aanduiding "specifieke vorm van horeca - reguliere horeca".

3.3.    De raad en [belanghebbende] hebben ter zitting verklaard dat met de vaststelling van het plan niet is beoogd om het gebruik van het café uit te breiden ten opzichte van het feitelijk bestaande gebruik. In het plan wordt de feitelijke situatie planologisch vastgelegd.

3.4.    Gelet op het voorziene gebruik als reguliere horeca en de afstand van ongeveer 30 m tussen het café en de woningen van [verzoeker] en anderen, is niet uitgesloten dat het plan effect zal hebben op hun woon- en leefklimaat. Mede gelet op de in de brochure "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten aanbevolen aan te houden afstand van 30 m is de voorzieningenrechter echter voorshands van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat deze gevolgen zodanig ernstig zullen zijn dat dit het treffen van de verzochte voorziening rechtvaardigt. Voor zover [verzoeker] en anderen stellen dat het vorige bestemmingsplan niet voorzag in dit gebruik, maakt dat het voorgaande niet anders, nu naar het oordeel van de voorzieningenrechter daaruit niet volgt dat het gebruik zodanig belastend is dat een oordeel over de rechtmatigheid van het besluit in de hoofdzaak niet kan worden afgewacht.

4.    Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R. Uylenburg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.S.S. Hupkes, griffier.

w.g. Uylenburg    w.g. Hupkes

voorzieningenrechter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2017

635.