Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:1750

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
05-07-2017
Datum publicatie
12-07-2017
Zaaknummer
201704772/1/A1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 9 mei 2017 heeft het college het gewijzigde Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening van de gemeente Hengelo (hierna: het Uitvoeringsbesluit) vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201704772/1/A1

Datum uitspraak: 5 juli 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te Hengelo

en

het college van burgemeester en wethouders van Hengelo,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 9 mei 2017 heeft het college het gewijzigde Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening van de gemeente Hengelo (hierna: het Uitvoeringsbesluit) vastgesteld.

Bij brief van 18 mei 2017 heeft [verzoeker] bezwaar gemaakt tegen de invoering van het omgekeerd inzamelen van afval in de gemeente Hengelo. Hij heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

[verzoeker] heeft nadere stukken ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 22 juni 2017, waar [verzoeker], en het college, vertegenwoordigd door M.S. van Dijk, B.J.A. Leferink en H.D. Fikken, zijn verschenen.

Overwegingen

1.    Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.    De gronden van het verzoek betreffen de door [verzoeker] gestelde omstandigheid dat het college bij het invoeren van het systeem van het omgekeerd inzamelen van afval in de gemeente door middel van het plaatsen van ondergrondse restafvalcontainers (hierna: ORAC’s), niet de juiste procedure volgt. Daarnaast is volgens [verzoeker] de gehanteerde gemiddelde brengafstand van 250 m naar de te plaatsen ORAC’s niet in overeenstemming met hetgeen daarover door de gemeenteraad is besloten.

    Het spoedeisend belang van het verzoek is er volgens [verzoeker] in gelegen dat het gefaseerd invoeren van het systeem, door middel van het feitelijk plaatsen van de ORAC’s, inmiddels is gestart. [verzoeker] wenst dat dit stopt.  

3.    Ter zitting heeft het college desgevraagd bevestigd dat de ORAC’s momenteel worden geplaatst. Dit gebeurt volgens het college fasegewijs in 19 gebieden. In de woonwijk van [verzoeker] zullen de containers in november 2017 worden geplaatst.

    Het college heeft verder medegedeeld dat geen plaatsings- of locatieplan met betrekking tot de definitieve locaties van de te plaatsen ORAC’s wordt vastgesteld. In plaats daarvan heeft het college ter voorbereiding van de plaatsing een zogenoemd voorlopig ontwerp opgesteld, waarover het in de betrokken wijken inloopavonden organiseert. Bewoners kunnen daar hun standpunt naar voren brengen. Indien zwaarwegende argumenten worden aangevoerd, kan het ontwerp worden aangepast. De definitieve locaties worden vervolgens bekendgemaakt op de website van Twente Milieu.

4.    Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.     

5.    [verzoeker] heeft in het bezwaarschrift, noch in het verzoekschrift vermeld tegen welk besluit hij bezwaar heeft gemaakt. Ter zitting heeft hij desgevraagd verklaard bezwaar te maken tegen de invoering van het systeem van het omgekeerd inzamelen van afval in de gemeente Hengelo. Hij heeft verder uitdrukkelijk medegedeeld geen bezwaar te hebben gemaakt tegen het Uitvoeringsbesluit.

6.    Het college heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat tegen het Uitvoeringsbesluit rechtsmiddelen kunnen worden aangewend, maar tegen de plaatsing van de ORAC’s niet. Volgens het college maakt de concrete aanwijzing van de nieuwe inzamelvoorziening in de vorm van ORAC’s in artikel 4, onder b, van het Uitvoeringsbesluit, dit besluit appellabel. Nu voorts plaatsing van de ORAC’s een feitelijke handeling is en voor plaatsing als zodanig geen omgevingsvergunning is vereist, stelt het college zich op het standpunt dat tegen de plaatsing van de ORAC’s geen rechtsmiddelen kunnen worden aangewend. Ook een mogelijke beslissing daarover, die naar het college ter zitting heeft gesteld, niet op schrift zal worden gesteld, is geen appellabel besluit.  

7.    Niet in geschil is dat concrete plaatsing van ORAC’s in de wijk Wilderinkshoek, deelgebied Nijverheid/Vikkerhoek, waar de woning van [verzoeker] is gelegen, nog niet aan de orde is. Uit de gedingstukken blijkt dat de presentatie van het voorlopig ontwerp waarop bewoners mogen reageren, in die wijk op 19 juli 2017 plaatsvindt, waarna zoals vermeld, de feitelijke plaatsing in november 2017 zal plaatsvinden.

    Dit betekent dat op dit moment nog geen beslissing over de plaatsing van ORAC’s in die wijk is genomen.

    Om die reden laat de voorzieningenrechter in het midden of, in aanmerking genomen de uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1460), moet worden aangenomen dat de plaatsingsbeslissing ook in dit geval moet worden aangemerkt als een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Indien deze vraag bevestigend moet worden beantwoord, welke vraag zich naar het oordeel van de voorzieningenrechter overigens niet leent voor beantwoording in deze procedure, is dat besluit immers nog niet tot stand gekomen.

8.    Nu [verzoeker] voorts uitdrukkelijk heeft verklaard geen bezwaar te hebben gemaakt tegen het Uitvoeringsbesluit, bestaat aanleiding om het verzoek om voorlopige voorziening af te wijzen.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.L. Bolleboom, griffier.

w.g. Lubberdink    w.g. Bolleboom

voorzieningenrechter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 5 juli 2017

641. BIJLAGE

Algemene wet bestuursrecht

    Artikel 1:3, eerste lid, luidt:

Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

    Artikel 8:1 luidt:

Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter.

    Artikel 8:81, eerste lid, luidt:

Indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Wet milieubeheer

    Artikel 10.23, eerste lid, luidt:

De gemeenteraad stelt in het belang van de bescherming van het milieu een afvalstoffenverordening vast.

    Artikel 10 van de Afvalstoffenverordening van de gemeente Hengelo luidt:

1. Het is de gebruiker van een perceel, voor wie krachtens artikel 4, tweede lid, een inzamelmiddel of een inzamelvoorziening is aangewezen, verboden de huishoudelijke afvalstoffen anders aan te bieden dan via het betreffende inzamelmiddel of de betreffende inzamelvoorziening of het betreffende brengdepot.

2. Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel of inzamelvoorziening aan te bieden, dan de categorie waarvoor dit inzamelmiddel of deze inzamelvoorziening krachtens artikel 4, tweede lid, is bestemd.

3. Het college kan regels stellen omtrent het gebruik van een van gemeentewege verstrekt inzamelmiddel.

4. Het college kan regels stellen omtrent de plaats en wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden.

5. Het college kan categorieën huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen die zonder inzamelmiddel ter inzameling kunnen worden aangeboden.

6. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze ter inzameling aan te bieden dan krachtens dit artikel is bepaald.

    Artikel 4, aanhef en onder b, van het Uitvoeringsbesluit luidt:

Op grond van artikel 4, tweede lid, van de verordening worden de volgende inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen aangewezen:

b. Inzameling middels een inzamelvoorziening voor de gebruikers van een aantal percelen:

Huishoudelijk restafval en GFT-afval

Regulier haalsysteem:

- een verzamelcontainer, toegewezen aan gebruikers van een aantal huishoudens, ten behoeve van niet gescheiden huishoudelijk restafval en groente-, fruit- en tuinafval.

- Een verzamelcontainer in deze betreft een inpandige voorziening, dan wel de dichtst bijgelegen (semi) ondergrondse container.

- Het afval dient, verpakt in gesloten huisvuilzakken, te worden gedeponeerd in de verzamelcontainer.