Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:1732

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
03-07-2017
Datum publicatie
12-07-2017
Zaaknummer
201702444/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 3 november 2016 heeft de raad het bestemmingsplan "Landelijk gebied Nieuwkoop" gewijzigd vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/3726
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201702444/2/R3.

Datum uitspraak: 3 juli 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)) in het geding tussen onder meer:

[verzoekster], gevestigd te Ter Aar, gemeente Nieuwkoop,

verzoekster,

en

de raad van de gemeente Nieuwkoop,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 3 november 2016 heeft de raad het bestemmingsplan "Landelijk gebied Nieuwkoop" gewijzigd vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoekster] beroep ingesteld.

[verzoekster] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

[verzoekster] heeft nadere stukken ingediend.

[partij] heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 20 juni 2017, waar [verzoekster], vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door [persoon], en de raad, vertegenwoordigd door F.W. de Bruijn en N.N.C. Plug, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [partij] gehoord.

Overwegingen

1.    Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.    Artikel 8:81, eerste lid, van de Awb luidt:

"Indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld [...] kan de voorzieningenrechter [...] op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist."

3.    Het plan voorziet onder meer in een nieuwe planologische regeling voor de camping met wijngaard van [partij] op het perceel [locatie 1] in Ter Aar. [verzoekster] exploiteert op het naastgelegen perceel [locatie 2] een sierteeltbedrijf.

4.    [verzoekster] kan zich niet verenigen met het toestaan van 30 stacaravans op het perceel van [partij]. Zij vreest dat de continuïteit van de bedrijfsvoering van het sierteeltbedrijf in gevaar komt, omdat de gewassen regelmatig met bestrijdingsmiddelen bespoten moeten worden en onvoldoende afstand tussen de toegestane stacaravans en haar bedrijf in acht is genomen. Volgens [verzoekster] heeft [partij] niet verzocht om het toestaan van 30 stacaravans en heeft de raad daar zonder enige motivering toe besloten.

5.    Aan het perceel [locatie 1] is de bestemming "Recreatie - Verblijfsrecreatie" en de aanduiding "specifieke vorm van recreatie - verblijfsrecreatie 1" toegekend. Artikel 13, lid 13.1, van de regels van het plan zoals dat met ingang van 16 februari 2017 gedurende zes weken ter inzage is gelegd en is gepubliceerd op de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl luidt:

"De voor "Recreatie - Verblijfsrecreatie" aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van recreatie - verblijfsrecreatie 1", een camping met een wijngaard, een dagrecreatieve voorziening met op de wijngaardcamping gerichte horeca en detailhandel ([locatie 1] Ter Aar) zoals nader omschreven in 13.2.2".

Lid 13.2.2 luidt:

"Specifieke vorm van recreatie - verblijfsrecreatie 1

([locatie 1] Ter Aar / Wijngaardcamping)

Ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van recreatie - verblijfsrecreatie 1", gelden de volgende bouwregels:

a. maximaal 1 bedrijfswoning;

b. maximaal 300 m² dagrecreatieve voorziening met horeca;

c. detailhandel binnen de bestaande bebouwing;

d. maximaal 3 trekkershutten;

e. maximaal 6 hooiberghutten;

f. maximaal 300 m² aan overige bedrijfsbebouwing;

g. maximaal 25 kampeermiddelen;

h. maximaal 30 stacaravans;

i. maximaal 1 recreatiewoning;

één en ander volgens de overige bouwregels hierna".

Artikel 1, lid 1.45, luidt:

"kampeermiddelen

Tent, tentwagen, kampeerauto of caravan bestemd voor het houden van recreatief nachtverblijf".

Lid 1.73 luidt:

"stacaravan

Een verplaatsbaar recreatieobject, doorgaans voorzien van volwaardige sanitair en keuken".

6.    De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat in artikel 13, lid 13.2.2, onder h, van de planregels abusievelijk is opgenomen dat 30 stacaravans zijn toegestaan, omdat de raad dat niet heeft beoogd. De raad heeft beoogd 30 kampeermiddelen, waaronder caravans, toe te staan en niet 30 stacaravans. Het plan zoals dat op de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl is gepubliceerd is inmiddels volgens de raad aangepast in de zin dat 30 stacaravans niet zijn toegestaan.

7.    Het verzoek strekt tot schorsing van het plandeel met de bestemming "Recreatie - Verblijfsrecreatie" en de aanduiding "specifieke vorm van recreatie - verblijfsrecreatie 1" dat betrekking heeft op het perceel [locatie 1], voor zover op grond daarvan 30 stacaravans zijn toegestaan. Desgevraagd heeft [partij] ter zitting medegedeeld dat hij niet voornemens is om stacaravans te plaatsen. De camping staat momenteel te koop. De raad heeft ter zitting gesteld dat handhavend zal worden opgetreden tegen de eventuele plaatsing van stacaravans door een nieuwe eigenaar, omdat de raad dit onwenselijk acht en de plaatsing van stacaravans niet in overeenstemming is met hetgeen de raad mogelijk heeft willen maken. De voorzieningenrechter is van oordeel dat onder deze omstandigheden geen spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening aanwezig is. Het is niet aannemelijk dat stacaravans zullen worden geplaatst voordat uitspraak in de hoofdzaak is gedaan en als dat toch gebeurt zal daartegen handhavend worden opgetreden. De voorzieningenrechter acht voorts niet aannemelijk dat onomkeerbare gevolgen voor [verzoekster] kunnen ontstaan door de plaatsing van stacaravans. Stacaravans zijn immers, ook op grond van artikel 1, lid 1.73, van de planregels, verplaatsbare recreatieobjecten.

8.    Gelet op het ontbreken van een spoedeisend belang bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

9.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.J.M.A. Poppelaars, griffier.

w.g. Parkins-de Vin    w.g. Poppelaars

voorzieningenrechter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2017

780.