Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:1508

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
07-06-2017
Datum publicatie
07-06-2017
Zaaknummer
201605008/1/A1
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDHA:2016:5837, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 april 2015 heeft het college aan de gemeente Dordrecht een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van het rijksmonument Doelesteyn en het slopen van nabij gelegen gebouwen op het perceel de Steegoversloot/Stek 38-40 (hierna: het perceel) te Dordrecht.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Monumentenwet 1988
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/2937
JOM 2017/603
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201605008/1/A1.

Datum uitspraak: 7 juni 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op de hoger beroepen van:

[appellant], initiatiefgroep De Klovenier en 15 anderen, wonend te Dordrecht,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 30 mei 2016 in zaak nr. 15/6667 in het geding tussen:

[appellant], De Klovenier en 21 anderen,

en

het college.

Procesverloop

Bij besluit van 21 april 2015 heeft het college aan de gemeente Dordrecht een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van het rijksmonument Doelesteyn en het slopen van nabij gelegen gebouwen op het perceel de Steegoversloot/Stek 38-40 (hierna: het perceel) te Dordrecht.

Bij besluit van 25 augustus 2015 heeft het college onder meer het door [appellant], De Klovernier en 21 anderen daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, voor zover het is gemaakt door De Klovenier, en voor het overige ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 30 mei 2016 heeft de rechtbank het door [appellant], De Klovenier en 21 anderen daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben [appellant], De Klovenier en 15 anderen en het college hoger beroep ingesteld.

Het college heeft voorwaardelijk incidenteel hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 april 2017, waar [appellant], De Klovenier en 15 anderen, vertegenwoordigd door [gemachtigden], en het college en de gemeente Dordrecht, beide vertegenwoordigd door mr. H.W.J. Visser en C. Meijer, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.    De verleende omgevingsvergunning voorziet onder meer in het slopen van gebouwen in een beschermd stadsgezicht, aangewezen ingevolge de Monumentenwet 1988.

    [appellant], De Klovenier en 15 anderen betogen dat de rechtbank heeft miskend dat het college voor het slopen van de gebouwen niet in redelijkheid omgevingsvergunning heeft kunnen verlenen. De Klovenier betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college het bezwaar, voor zover door haar gemaakt, terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

1.1.    Voor een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep is vereist dat [appellant], De Klovenier en 15 anderen daarbij een actueel en reëel belang hebben. Hiervoor geldt dat het doel dat hun voor ogen staat met het hoger beroep moet kunnen worden bereikt en voor hen feitelijk van betekenis moet zijn.

    Ter zitting is gebleken dat de gemeente Dordrecht gebruik heeft gemaakt van de omgevingsvergunning en dat de gebouwen inmiddels zijn gesloopt. De vraag of het college voor de sloop van deze gebouwen omgevingsvergunning mocht verlenen, heeft daarmee haar belang verloren. Voor zover [appellant], De Klovenier en 15 anderen met het hoger beroep hebben willen bereiken dat de gebouwen niet worden gesloopt, kan dat immers niet meer worden bereikt.

    Gevraagd naar het op dit moment nog bestaande procesbelang, hebben zij ter zitting te kennen gegeven dat het college naar hun opvatting onzorgvuldig heeft gehandeld bij de verlening van de omgevingsvergunning en dat zij met het oog op toekomstige aanvragen om omgevingsvergunningen de vraag beantwoord wensen te zien of het in bezwaar gehandhaafde besluit van 21 april 2015 rechtmatig was. Hierin is naar het oordeel van de Afdeling echter geen actueel en reëel belang gelegen. Gelet hierop moet worden geoordeeld dat [appellant], De Klovenier en 15 anderen geen procesbelang hebben bij een uitspraak op het hoger beroep.

2.    Gelet op het vorenstaande wordt niet toegekomen aan een beoordeling van de door [appellant], De Klovenier en 15 anderen aangevoerde gronden. Het hoger beroep is vanwege het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk.

3.    Het college heeft incidenteel hoger beroep ingesteld onder voorwaarde dat het hoger beroep van [appellant] gegrond is. Nu aan deze voorwaarde niet is voldaan, is het incidenteel hoger beroep komen te vervallen.

4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, voorzitter, en mr. H.G. Lubberdink en mr. H.G. Sevenster, leden, in tegenwoordigheid van mr. R. van Heusden, griffier.

w.g. Troostwijk    w.g. Van Heusden

voorzitter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 7 juni 2017

163.