Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:149

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-01-2017
Datum publicatie
01-02-2017
Zaaknummer
201607704/3/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 2 februari 2016 heeft het college een drietal lasten onder dwangsom opgelegd aan [verzoeker].

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201607704/3/R3.

Datum uitspraak: 25 januari 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State inzake de opheffing of wijziging van de bij uitspraak van 19 december 2016 in zaak nr. 201607704/2/R4 getroffen voorlopige voorziening (artikel 8:87 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) hangende het beroep van:

[verzoeker], gevestigd te [plaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Limburg,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 2 februari 2016 heeft het college een drietal lasten onder dwangsom opgelegd aan [verzoeker].

Bij besluit van 21 juni 2016 heeft het college het door [verzoeker] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft [verzoeker] beroep ingesteld.

[verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 17 januari 2017.

Overwegingen

1. Op 19 december 2016 heeft de voorzieningenrechter uitspraak gedaan zonder zitting (zaak nr. 201607704/2/R4). Bij deze uitspraak heeft de voorzieningenrechter het bestreden besluit geschorst en bepaald dat de voorzieningenrechter een zitting zal beleggen waarop de vraag aan de orde zal worden gesteld of er aanleiding bestaat de bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening met toepassing van artikel 8:87 van de Awb op te heffen of te wijzigen.

2. Bij brief van 13 januari 2017 heeft [verzoeker] bericht dat het college heeft geconstateerd dat thans geen overtreding plaatsvindt. Zij heeft daarom geen belang meer bij het treffen van een voorlopige voorziening.

3. Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de getroffen voorlopige voorziening met ingang van de datum van verzending van deze uitspraak op te heffen.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

heft de schorsing van de besluiten van het college van gedeputeerde staten van Limburg van 21 juni 2016, kenmerk 2016/45915, en 2 februari 2016 op.

Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. H.E. Postma, griffier.

w.g. Hagen w.g. Postma

voorzieningenrechter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 25 januari 2017

539.