Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:132

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
10-01-2017
Datum publicatie
18-01-2017
Zaaknummer
201600993/6/R6
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 12 januari 2016 heeft de raad het bestemmingsplan "Lelystad - Uitbreiding luchthaven" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201600993/6/R6.

Datum uitspraak: 10 januari 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) in het geding tussen onder meer:

1. [verzoeker sub 1], wonend te Lelystad,

2. [verzoeker sub 2], wonend te Lelystad,

verzoekers,

en

de raad van de gemeente Lelystad,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 12 januari 2016 heeft de raad het bestemmingsplan "Lelystad - Uitbreiding luchthaven" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] beroep ingesteld.

Bij onderscheidenlijke brieven van 4 januari 2017 en 9 januari 2017 hebben [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Luchthaven Lelystad heeft bij brief van 6 januari 2017 gereageerd op het verzoek van [verzoeker sub 1].

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.

2. Het plan heeft betrekking op de gronden van de luchthaven aan de Arendweg en regelt de ruimtelijke indeling van het luchthaventerrein, zoals voorzien in het luchthavenbesluit Lelystad van 12 maart 2015. Het plan voorziet in een start- en landingsbaan met een lengte van 2.700 m en een breedte van 45 m. Het plan maakt tevens de oprichting mogelijk van een nieuwe passagiersterminal op het luchthaventerrein.

3. De beroepen van [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] tegen het plan, die worden behandeld onder zaak nr. 201600993/1/R6, zijn gericht tegen de planregeling voor de start- en landingsbaan en zien niet op de passagiersterminal.

4. [verzoeker sub 1] exploiteert een agrarisch bedrijf, dat bestaat uit een akkerbouw- en een pluimveehouderijtak, op het perceel [locatie A], in de nabijheid van het plangebied. Een deel van zijn agrarische gronden ligt direct ten noordoosten van het plangebied, in het verlengde van de start- en landingsbaan. [verzoeker sub 1] komt in de bodemprocedure op tegen de gevolgen van de naderingsverlichting van de start- en landingsbaan voor zijn bedrijfsvoering. De naderingsverlichting dient mede op zijn gronden te worden gerealiseerd.

[verzoeker sub 2] woont op het perceel [locatie B], op een afstand van ongeveer 3 km tot de luchthaven. Op dit perceel en omliggende gronden exploiteert [verzoeker sub 2] een akkerbouwbedrijf. Op het perceel [locatie B] is de windturbine van [verzoeker sub 2] gesitueerd. [verzoeker sub 2] heeft beroep ingesteld tegen het plan vanwege in het bijzonder de gevolgen van het (toekomstige) luchtverkeer voor de veiligheidssituatie ter plaatse van zijn perceel, waarbij volgens hem met name van belang is dat vanwege zijn windturbine een verhoogd risico op ongevallen zal ontstaan.

5. Door of namens Luchthaven Lelystad, de exploitante van de luchthaven, is op 9 januari 2017 begonnen met werkzaamheden ter uitvoering van het bestemmingsplan. Wat betreft de aard van deze werkzaamheden en de beoogde voortgang daarvan, heeft Luchthaven Lelystad gewezen op de webpagina "www.uitbreidinglelystadairport.nl".

6. [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] verzoeken om schorsing van het bestemmingsplan, voor zover daarin is voorzien in de uitbreiding van de start- en landingsbaan. Zij betogen dat de realisatie van de start- en landingsbaan leidt tot een onomkeerbare aantasting van hun belangen.

7. Luchthaven Lelystad heeft in het kader van de bodemprocedure, bij brief van 21 november 2016, een toelichting gegeven over het beoogde verloop van de uitvoeringswerkzaamheden, waarbij is verwezen naar hetgeen daarover is vermeld op de hiervoor genoemde webpagina. Deze brief is door Luchthaven Lelystad tevens verzonden aan de gemachtigde van [verzoeker sub 1]. De brief is door de Afdeling verzonden aan de (andere) partijen in de bodemprocedure. In haar reactie op het verzoek om voorlopige voorziening van [verzoeker sub 1] is Luchthaven Lelystad nader ingegaan op het beoogde verloop van de werkzaamheden. De werkzaamheden in de beginfase van de uitvoering vinden volgens Luchthaven Lelystad plaats op gronden binnen het plangebied van het - in rechte onaantastbare - bestemmingsplan "Lelystad-Luchthaven" en zijn op grond van dat bestemmingsplan toegelaten. Vanaf 23 januari 2017 wordt begonnen met werkzaamheden op gronden binnen het plangebied van het bestemmingsplan "Lelystad - Uitbreiding luchthaven" van 12 maart 2016. Dit betreft de gronden in het zuidwestelijke deel van het plangebied. De agrarische gronden van [verzoeker sub 1] liggen in het verlengde van het noordoostelijke punt van de start- en landingsbaan en op geruime afstand tot de gronden waarop de werkzaamheden plaatsvinden. Volgens Luchthaven Lelystad wordt vanaf september 2017 begonnen met voorbereidende werkzaamheden die betrekking hebben op de plaatsing van de naderingsverlichting op het perceel van [verzoeker sub 1]. De beoogde "opleverdatum" van de start- en landingsbaan is 1 april 2018, aldus Luchthaven Lelystad.

8. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om de toelichting van Luchthaven Lelystad over de beoogde voortgang van de werkzaamheden in twijfel te trekken.

9. Hoewel niet aannemelijk is geworden dat de voortgang van het project als zodanig ernstig in gevaar komt indien de uitvoeringswerkzaamheden met een aantal weken worden opgeschort, is de voorzieningenrechter van oordeel dat Luchthaven Lelystad wel aannemelijk heeft gemaakt dat een stillegging van de uitvoeringswerkzaamheden - ook voor korte tijd - voor haar nadelige financiële en logistieke gevolgen zal hebben. In dit verband wijst de voorzieningenrechter op de omstandigheid dat Luchthaven Lelystad heeft toegelicht dat een schorsing van de uitvoering onder meer leidt tot implicaties met uitvoerende partijen (aannemers en onderaannemers), gelet op hetgeen tussen die partijen contractueel is overeengekomen. Gelet op hetgeen hiervoor in 7 is weergegeven, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de uitvoeringswerkzaamheden niet zullen leiden tot onomkeerbare gevolgen voor [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2]. De voorzieningenrechter heeft hier mede van belang geacht dat voor [verzoeker sub 1] eerst in september 2017 de gevolgen mogelijk merkbaar zijn en dat ook voor [verzoeker sub 2] mogelijke gevolgen in verband met zijn windturbine niet binnen afzienbare tijd te verwachten zijn, nu die gevolgen samenhangen met het gebruik van de luchthaven. De voorzieningenrechter heeft hierbij tevens in acht genomen dat de Afdeling binnen een aantal weken uitspraak doet in de bodemprocedure. Daarom is de voorzieningenrechter van oordeel dat de belangen van [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] bij schorsing van het plan - in deze fase - gering zijn. Op grond van het vorenstaande komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat de belangen van [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] bij een schorsing van het plan minder zwaar wegen dan het belang van Luchthaven Lelystad bij het afwijzen van het verzoek om schorsing.

10. Gelet op het voorgaande dienen de verzoeken te worden afgewezen.

11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst de verzoeken af.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D. Milosavljević, griffier.

w.g. Van Sloten w.g. Milosavljević

voorzieningenrechter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 10 januari 2017

739.