Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:131

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
09-01-2017
Datum publicatie
18-01-2017
Zaaknummer
201608086/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

[appellante] heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de raad tot vaststelling van het bestemmingsplan "Zijderveldselaan 76-78 te Zijderveld".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/380
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201608086/1/R2.

Datum uitspraak: 9 januari 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) in het geding tussen:

[appellante], wonend te [woonplaats],

en

de raad van de gemeente Vianen,

verweerder.

Procesverloop

[appellante] heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de raad tot vaststelling van het bestemmingsplan "Zijderveldselaan 76-78 te Zijderveld".

Overwegingen

1. Het op deze zaak betrekking hebbend wettelijk kader is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.

2. Het ontwerp van het bestemmingsplan "Zijderveldselaan 76-78 te Zijderveld" heeft met ingang van 23 december 2015 gedurende zes weken tot en met 2 februari 2015 ter inzage gelegen. De raad heeft nog niet beslist omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. De termijn als bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, onder e, van de Wet ruimtelijke ordening, die eindigde op 26 april 2015, is derhalve overschreden.

3. [appellante] heeft de raad bij brief van 6 oktober 2016 meegedeeld dat hij in gebreke is tijdig een besluit omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan te nemen. Vervolgens heeft [appellante] beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van het besluit omtrent vaststelling van het bestemmingsplan. [appellante] verzoekt de raad op te dragen om overeenkomstig artikel 8:55d, eerste en derde lid, van de Awb binnen een door de Afdeling te bepalen termijn, die echter niet langer zal moeten zijn dan 12 weken waarbij rekening wordt gehouden met de geplande raadsvergaderingen, alsnog te besluiten omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Voorts verzoekt [appellante] om met toepassing van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb een dwangsom vast te stellen.

4. Bij brief van 28 oktober 2016 heeft de Afdeling de raad verzocht naar aanleiding van de stukken een verweerschrift in te dienen, waartoe de raad tot en met 11 november 2016 de gelegenheid werd geboden, terwijl de raad voorts werd verzocht de op de zaak betrekking hebbende stukken zo spoedig mogelijk maar in elk geval binnen de hiervoor gestelde termijn toe te zenden. Op 19 december heeft de Afdeling de raad verzocht de op deze procedure betrekking hebbende stukken per omgaande toe te sturen. Hierop heeft de griffier van de gemeente Vianen bij brief van 28 december 2016 geantwoord dat als gevolg van miscommunicatie, het kerstreces en zijn vergadercyclus de raad niet eerder aan de behandeling van de brieven van de Afdeling van 28 oktober 2016 en 19 december 2016 toekomt dan 7 februari 2017. Dit omdat, gelet op de inrichting van de gemeentelijke organisatie, het gebruikelijk is dat dergelijke zaken ter afhandeling in handen van het college van burgemeester en wethouders worden gesteld. Een dergelijk besluit van de raad is niet eerder te verwachten dan op 7 februari 2017 met het gevolg dat tot die tijd het college geen mandaat heeft om in deze zaak op te treden en er voor die tijd helaas geen reactie op het verzoek van de Afdeling te verwachten is. Tot slot heeft de griffier van de gemeente, gelet op het procesbelang, nog toegezegd te zullen onderzoeken of en op welke manier deze zaken kunnen worden versneld.

5. Gelet op het feit dat hetgeen door [appellante] ter zake gesteld is door de raad niet is weersproken, gaat de Afdeling ervan uit dat de raad niet binnen twee weken nadat hij in gebreke is gesteld alsnog heeft beslist omtrent vaststelling van het bestemmingsplan. Het beroep is kennelijk gegrond.

6. De raad dient op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb alsnog een besluit te nemen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. De Afdeling zal daartoe een termijn op grond van artikel 8:55d, derde lid, van de Awb stellen, waarbij rekening wordt gehouden met de door [appellante] voorgestelde termijn van 12 weken en rekening houdend met het vergaderschema van de raad. De Afdeling zal uitgaan van 4 april 2017 als datum van besluitvorming omtrent het bestemmingsplan.

Wat betreft de datum van bekendmaking van dit besluit dient rekening gehouden te worden met de in artikel 3.8, derde of, indien van toepassing, vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordening genoemde termijn na de bekendmaking ervan.

De Afdeling bepaalt voorts met toepassing van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb dat de raad een dwangsom verbeurt voor iedere dag dat de raad in gebreke blijft de uitspraak na te leven.

7. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan "Zijderveldselaan 76-78 te Zijderveld";

III. draagt de raad van de gemeente Vianen op om uiterlijk op 4 april 2017 met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen een nieuw besluit te nemen en dit zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken;

IV. bepaalt dat de raad van de gemeente Vianen aan [appellante] een dwangsom verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, waarbij de hoogte van de dwangsom € 100,00 (zegge: honderd euro) bedraagt, met een maximum van € 15.000,00 (zegge: vijftienduizend euro);

V. veroordeelt de raad van de gemeente Vianen tot vergoeding van bij [appellante] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 248,00 (zegge: tweehonderdachtenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VI. gelast dat de raad van de gemeente Vianen aan [appellante] het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 168,00 (zegge: honderdachtenzestig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R. Klingers, griffier.

w.g. Van Sloten w.g. Klingers

lid van de enkelvoudige kamer griffier

341-209.

BIJLAGE

Wet ruimtelijke ordening

Artikel 3.8

1. Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat:.

e. de gemeenteraad binnen twaalf weken na de termijn van terinzageligging beslist omtrent vaststelling van het bestemmingsplan.

3. De bekendmaking van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan geschiedt binnen twee weken na de vaststelling. Burgemeester en wethouders plaatsen de kennisgeving van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan tevens in de Staatscourant en voorts geschiedt deze langs elektronische weg. Gelijktijdig verzenden zij de kennisgeving, bedoeld in de vorige volzin, langs elektronische weg aan de diensten en bestuursorganen bedoeld in het eerste lid, onder b, en stellen zij het besluit met de hierbij behorende stukken langs elektronische weg beschikbaar. In afwijking van artikel 3:1, eerste lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht zijn op een besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan de artikelen 3:40, 3:42, 3:43, 3:44 en 3:45 en afdeling 3.7 van die wet van toepassing.

4. In afwijking van het derde lid wordt het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan zes weken na de vaststelling bekendgemaakt, indien door gedeputeerde staten, Onze Minister of Onze Minister wie het aangaat een zienswijze is ingediend en deze niet volledig is overgenomen of indien de gemeenteraad bij de vaststelling van het bestemmingsplan daarin wijzigingen heeft aangebracht ten opzichte van het ontwerp, anders dan op grond van zienswijzen van gedeputeerde staten, Onze Minister of Onze Minister wie het aangaat. In zodanig geval zenden burgemeester en wethouders na de vaststelling onverwijld langs elektronische weg het raadsbesluit aan gedeputeerde staten onderscheidenlijk Onze Minister of Onze Minister wie het aangaat.

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 1:2

1. Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

Artikel 3:11

1. Het bestuursorgaan legt het ontwerp van het te nemen besluit, met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp, ter inzage.

4. De stukken liggen ter inzage gedurende de in artikel 3:16, eerste lid, bedoelde termijn.

Artikel 3:16

1. De termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen en het uitbrengen van adviezen als bedoeld in afdeling 3.3, bedraagt zes weken, tenzij bij wettelijk voorschrift een langere termijn is bepaald.

2. De termijn vangt aan met ingang van de dag waarop het ontwerp ter inzage is gelegd.

Afdeling 4.1.3. Beslistermijn

§ 4.1.3.2. Dwangsom bij niet tijdig beslissen

Artikel 4:17

1. Indien een beschikking op aanvraag niet tijdig wordt gegeven, verbeurt het bestuursorgaan aan de aanvrager een dwangsom voor elke dag dat het in gebreke is, doch voor ten hoogste 42 dagen. De Algemene termijnenwet is op laatstgenoemde termijn niet van toepassing.

2. De dwangsom bedraagt de eerste veertien dagen € 20 per dag, de daaropvolgende veertien dagen € 30 per dag en de overige dagen € 40 per dag.

3. De eerste dag waarover de dwangsom verschuldigd is, is de dag waarop twee weken zijn verstreken na de dag waarop de termijn voor het geven van de beschikking is verstreken en het bestuursorgaan van de aanvrager een schriftelijke ingebrekestelling heeft ontvangen.

Artikel 6:2

Voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep worden met een besluit gelijkgesteld:

a. ( …), en

b. het niet tijdig nemen van een besluit.

Artikel 6:12

1. Indien het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit dan wel het niet tijdig bekendmaken van een van rechtswege verleende beschikking, is het niet aan een termijn gebonden.

2. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra:

a. het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen of een van rechtswege verleende beschikking bekend te maken, en

b. twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is.

Artikel 8:6

1. Het beroep kan worden ingesteld bij de rechtbank, tenzij een andere bestuursrechter bevoegd is ingevolge hoofdstuk 2 van de bij deze wet behorende Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak dan wel ingevolge een ander wettelijk voorschrift.

Bijlage 2. : Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak (artikelen 8:5, 8:6, 8:7, 8:105 en 8:106)

Hoofdstuk 2. Beroep in eerste aanleg bij een bijzondere bestuursrechter (artikelen 8:4, tweede lid, en 8:6)

Artikel 2. Beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Tegen een besluit, genomen op grond van een in dit artikel genoemd voorschrift of anderszins in dit artikel omschreven, kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Wet ruimtelijke ordening:

a. een besluit omtrent vaststelling van een bestemmingsplan, een inpassingsplan of een rijksbestemmingsplan als bedoeld in artikel 10.3, eerste lid

Artikel 8:55c

Indien het beroep gegrond is, stelt de bestuursrechter desgevraagd tevens de hoogte van de ingevolge afdeling 4.1.3 verbeurde dwangsom vast. De artikelen 611c en 611g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8:55d

1. Indien het beroep gegrond is en nog geen besluit is bekendgemaakt, bepaalt de bestuursrechter dat het bestuursorgaan binnen twee weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden alsnog een besluit bekendmaakt.

2. De bestuursrechter verbindt aan zijn uitspraak een nadere dwangsom voor iedere dag dat het bestuursorgaan in gebreke blijft de uitspraak na te leven. De artikelen 611c en 611g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn van overeenkomstige toepassing.

3. In bijzondere gevallen of indien de naleving van andere wettelijke voorschriften daartoe noopt, kan de bestuursrechter een andere termijn bepalen of een andere voorziening treffen.