Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2017:120

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-01-2017
Datum publicatie
18-01-2017
Zaaknummer
201600222/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 27 oktober 2016 heeft de raad het bestemmingsplan "Veegbestemmingsplan Bloemendaal 2012" gewijzigd vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201600222/2/R1.

Datum uitspraak: 18 januari 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Bloemendaal,

appellant,

en

de raad van de gemeente Bloemendaal,

verweerder.

Procesverloop

Bij tussenuitspraak van 24 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2310, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 12 weken na de verzending van de tussenuitspraak het daarin geconstateerde gebrek in het besluit van 25 november 2015 te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

Bij besluit van 27 oktober 2016 heeft de raad het bestemmingsplan "Veegbestemmingsplan Bloemendaal 2012" gewijzigd vastgesteld.

[appellant] heeft, daartoe in de gelegenheid gesteld, zijn zienswijze daarop naar voren gebracht.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak van 24 augustus 2016 overwogen dat sprake is geweest van een rechtsonzekere situatie, omdat het plan wat betreft artikel 8, lid 8.2.2, onder b, van de planregels niet met het vaststellingsbesluit overeenstemde. Het besluit van 25 november 2015 is daarom in zoverre vastgesteld in strijd met de rechtszekerheid.

In de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om het in het besluit van 25 november 2015 geconstateerde gebrek te herstellen. Daartoe diende de raad, binnen 12 weken na verzending van de tussenuitspraak, artikel 8, lid 8.2.2, onder b, van de planregels alsnog in overeenstemming te brengen met het vaststellingsbesluit.

2. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad bij besluit van 27 oktober 2016 het bestemmingsplan "Veegbestemmingsplan Bloemendaal 2012" gewijzigd vastgesteld. Het bedoelde artikellid is als gevolg daarvan komen te luiden: "Ten aanzien van de in de bestemming Natuur bedoelde gronden gelden de volgende bepalingen: (…); b. de hoogte van de overige bouwwerken geen gebouw zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen; c. (…)" Dit artikellid stemt overeen met het artikellid in het vaststellingsbesluit van 25 november 2015.

3. Het besluit van 27 oktober 2016 is ingevolge artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht mede onderwerp van het geding. Het beroep van [appellant] wordt geacht mede te zijn gericht tegen dit besluit.

4. [appellant] voert in zijn zienswijze aan dat de raad zijn verzoek om de maximale hoogte van erfafscheidingen op gronden met de bestemming "Natuur" te vergroten tot 1,5 m in het besluit van 27 oktober 2016 ten onrechte niet heeft ingewilligd. Hij stelt dat hij zich niet kan verenigen met het standpunt van de raad dat erfafscheidingen van 1,5 m hoog - anders dan erfafscheidingen van 1,2 m hoog - leiden tot versnippering van het landschap.

5. De Afdeling stelt vast dat in rechtsoverweging 9.2 van de tussenuitspraak wordt verwezen naar de uitspraken van de Afdeling van 8 mei 2013, ECLI:NL:RVS:2013:3346, en van 3 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1722, waarin is overwogen dat de raad in redelijkheid heeft kunnen volstaan met een maximale hoogte van 1,2 m voor erfafscheidingen op gronden met de bestemming "Natuur". Behoudens zeer uitzonderlijke gevallen kan de Afdeling niet terugkomen van een in de tussenuitspraak gegeven oordeel. Een zeer uitzonderlijk geval is hier niet aan de orde, zodat van het in de tussenuitspraak gegeven oordeel moet worden uitgegaan.

Het betoog faalt.

Conclusie

6. Gelet op hetgeen in rechtsoverweging 11, onder verwijzing naar rechtsoverweging 10.2 van de tussenuitspraak is overwogen, is het beroep van [appellant] tegen het besluit van 25 november 2015 gegrond. Het besluit dient te worden vernietigd wegens strijd met het beginsel van rechtszekerheid.

Gelet op hetgeen hiervoor, in rechtsoverweging 5 is overwogen, is het beroep van [appellant] tegen het besluit van 27 oktober 2016 ongegrond.

Proceskosten

7. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep van [appellant] tegen het besluit van de raad van de gemeente Bloemendaal tot vaststelling van het bestemmingsplan "Veegbestemmingsplan Bloemendaal 2012" van 25 november 2015 gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van 25 november 2015, voor zover het betreft artikel 8, lid 8.2.2, onder b, van de planregels;

III. verklaart het beroep van [appellant] tegen het besluit van 27 oktober 2016 ongegrond;

IV. gelast dat de raad van de gemeente Bloemendaal het door [appellant] voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 168,00 (zegge: honderdachtenzestig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. R.J.J.M. Pans, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.C. Groen, griffier.

w.g. Pans w.g. Groen

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 januari 2017

831.