Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2016:994

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13-04-2016
Datum publicatie
13-04-2016
Zaaknummer
201600476/1/R6
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 26 november 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Noordelijk Niertje (oost)" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201600476/1/R6.

Datum uitspraak: 13 april 2016

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant] en anderen, allen wonend onderscheidenlijk gevestigd te Rotterdam,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Rotterdam,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 26 november 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Noordelijk Niertje (oost)" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 maart 2016, waar [appellant] en anderen, vertegenwoordigd door mr. A. van Wermeskerken, en de raad, vertegenwoordigd door mr. M.C. Rolle, A.M. de Muyck, C.S. Wieles, P.P.C.H.C. Verbunt en M. de Weerd, allen werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het plan heeft betrekking op de laatste bouwlocatie binnen de woonwijk Noordelijk Niertje waaraan in het voorheen geldende bestemmingsplan "Kralingse Zoom" een uit te werken bestemming was toegekend. Het plan maakt het realiseren van maximaal 58 woningen mogelijk.

[appellant] en anderen wonen in de nabijheid van de te ontwikkelen bouwlocatie. Zij vrezen met name een toename van verkeer vanwege de in het plan voorziene 58 woningen en pleiten ervoor dit aantal terug te brengen naar 34 woningen, zodat de verkeerstoename beperkt blijft.

2. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Ontvankelijkheid

3. Ingevolge de artikelen 3:11, 3:15 en 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt het ontwerpplan ter inzage gelegd voor de duur van zes weken en kunnen gedurende deze termijn zienswijzen naar voren worden gebracht bij de raad.

Ingevolge artikel 8:1 van de Awb, in samenhang gelezen met artikel 8:6 van de Awb en artikel 2 van bijlage 2 bij de Awb alsmede met artikel 6:13 van de Awb, kan geen beroep worden ingesteld tegen het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan door een belanghebbende die over het ontwerpplan geen zienswijze naar voren heeft gebracht, tenzij hem redelijkerwijs niet kan worden verweten dit te hebben nagelaten.

3.1. Van de zijde van [appellant] en anderen heeft [persoon] geen zienswijze over het ontwerpplan naar voren gebracht.

Niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan haar dit redelijkerwijs niet kan worden verweten. Anders dan [appellant] en anderen betogen, is geen rechtvaardiging gelegen in de afwijzing van het verzoek om burgerparticipatie, reeds omdat dit verzoek geen betrekking heeft op de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geregelde bestemmingsplanprocedure.

Het beroep van [appellant] en anderen is niet-ontvankelijk voor zover het is ingesteld door [persoon].

4. De raad stelt dat de beroepsgronden van [appellant] en anderen over de uitgangspunten van het bestemmingsplan en de gemeentelijke bouwdoelstellingen, weergegeven onder nummer 3 en 4 van het beroepschrift, niet steunen op een naar voren gebrachte zienswijze.

4.1. De beroepsgronden van [appellant] en anderen over de uitgangspunten van het bestemmingsplan en de gemeentelijke bouwdoelstellingen zijn gericht tegen het plandeel met de bestemming "Wonen". In de door [appellant] en anderen naar voren gebrachte zienswijze hebben zij onder meer gesteld dat door het realiseren van 58 nieuwe woningen het verkeer in de Schultz van Hagenstraat zal toenemen. Het realiseren van 58 woningen heeft betrekking op artikel 5.2.1, onder b, van de planregels in samenhang bezien met het plandeel met de bestemming "Wonen". Gelet hierop is er geen aanleiding voor het oordeel dat beroepsgronden zijn ingebracht tegen een onderdeel van het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarover bij het ontwerpplan geen zienswijze naar voren is gebracht.

Het beroep van [appellant] en anderen is in zoverre ontvankelijk.

Crisis en herstelwet

5. [appellant] en anderen betogen dat niet met zekerheid gesteld kan worden dat de Crisis- en herstelwet (hierna: Chw) op het vaststellingsbesluit van toepassing is, omdat het plan weliswaar de bouw van 58 woningen mogelijk maakt, maar dat er misschien maar 10 woningen zullen worden gerealiseerd.

5.1. Ingevolge artikel 1.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Chw, is afdeling 2 van hoofdstuk 1 van deze wet van toepassing op alle besluiten die krachtens enig wettelijk voorschrift zijn vereist voor de ontwikkeling of verwezenlijking van de in bijlage I bij deze wet bedoelde categorieën ruimtelijke en infrastructurele projecten dan wel voor de in bijlage II bij deze wet bedoelde ruimtelijke en infrastructurele projecten.

Voor de toepassing van de Chw op het bestreden besluit is, anders dan [appellant] en anderen aanvoeren, niet van belang dat er uiteindelijk mogelijk minder dan 11 woningen worden gerealiseerd. Van belang is of het besluit betrekking heeft op een categorie projecten genoemd in bijlage I of een project genoemd in bijlage II van de Chw.

5.2. In categorie 3, onder 3.1, van bijlage I van de Chw wordt als categorie ruimtelijke en infrastructurele projecten als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, aangemerkt de ontwikkeling en verwezenlijking van werken en gebieden krachtens afdeling 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) ten behoeve van de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied of de herstructurering van woon- en werkgebieden.

Het bestreden besluit is vastgesteld krachtens artikel 3.1, eerste lid, van afdeling 3.1 van de Wro en het plan maakt de bouw van maximaal 58 woningen mogelijk, zodat afdeling 2, van hoofdstuk 1, van de de Chw op dit besluit van toepassing is.

6. [appellant] en anderen stellen dat zij geen daadwerkelijke invloed op de inhoud van het plan hebben gehad, omdat voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan geen inspraak is geboden. In dat kader voeren zij aan dat hun verzoek tot een burgerinitiatief om te participeren bij de totstandkoming van het bestemmingsplan ten onrechte is afgewezen. Voorts voeren zij aan dat bij hen de verwachting was gewekt dat tijdens de op 14 oktober 2015 gehouden zogenoemde ‘klankbordbijeenkomst’ nader overleg zou plaatsvinden over de inhoud van het ontwerpbestemmingsplan, maar dat deze bijeenkomst informatief bleek te zijn.

6.1. In deze procedure ligt de rechtmatigheid van het vaststellingsbesluit met betrekking tot het bestemmingsplan "Noordelijk Niertje (oost)" ter beoordeling voor. Het verzoek tot een burgerinitiatief heeft geen betrekking op de rechtmatigheid van voorliggend vaststellingsbesluit en valt derhalve buiten het bereik van dit geschil en deze procedure. De beroepsgronden over het burgerinitiatief kunnen derhalve niet aan de orde komen.

Voorts overweegt de Afdeling dat het bieden van inspraak geen deel uitmaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geregelde bestemmingsplanprocedure. Het niet bieden van inspraak in deze fase heeft daarom geen gevolgen voor de rechtmatigheid van de bestemmingsplanprocedure en het bestemmingsplan.

Het betoog faalt.

Ontsluiting en verkeer

7. [appellant] en anderen hebben ter zitting toegelicht dat zij niet zozeer de woonbehoefte bestrijden en evenmin de aan de gronden in het plangebied toegekende bestemming "Wonen", maar dat zij zich niet kunnen verenigen met het toegestane maximum aantal van 58 woningen. Hun beroep richt zich derhalve tegen artikel 5.2.1, onder b, van de planregels in samenhang bezien met de bestemming "Wonen". Zij stellen dat dit aantal tot een onaanvaardbare toename van verkeer zal leiden op de Schultz van Hagenstraat en dat het plan ten onrechte niet voorziet in een ontsluiting op de Kralingse Zoom.

7.1. De raad heeft ter zitting toegelicht dat de ontwikkelingen tot een toename van ongeveer 300 motorvoertuigen per etmaal zullen leiden. Dit zal weliswaar tot een toename van verkeer op de Schultz van Hagenstraat en in mindere mate op de Tijs van Zeventerstraat leiden, maar die toename is volgens de raad niet zodanig dat deze straten het niet aankunnen. De raad heeft ter zitting benadrukt dat hij met de bewoners in overleg zal blijven over de verkeerssituatie ter plaatse en over de wenselijkheid van eventuele aanpassingen en te treffen maatregelen om de doorstroming op de desbetreffende straten te bevorderen.

7.2. Aan de gronden in het plangebied is hoofdzakelijk de bestemming "Wonen" toegekend.

Ingevolge artikel 5.1 van de planregels zijn de voor "Wonen" aangewezen gronden bestemd voor:

a. woningen, al dan niet in combinatie met een aan-huis-verbonden beroep/bedrijf;

(..)

f. waterpartijen en waterlopen;

(..)

Ingevolge artikel 5.2.1, onder b, van de planregels bedraagt het aantal woningen binnen het totale plangebied niet meer dan 58.

7.3. Op p. 20 van de plantoelichting staat dat de ontsluiting voor autoverkeer uitsluitend mag plaatsvinden via de bestaande wegenstrucuur van het Noordelijk Niertje. Ontsluiting op de Kralingse Zoom is ongewenst, omdat dit een negatief effect op de doorstroming kan hebben. Een dergelijke ontsluiting zou mogelijk ook tot sluipverkeer door Noordelijk Niertje en tot verkeersonveilige situaties kunnen leiden. Door de geplande woningen te ontsluiten via het bestaande stratenpatroon, zal op deze wegen weliswaar sprake zijn van een toename van het aantal verkeersbewegingen, maar de huidige verkeersintensiteiten op deze wegen kunnen deze extra bewegingen opvangen, aldus de plantoelichting.

Gelet hierop ziet de Afdeling in hetgeen [appellant] en anderen hebben aangevoerd over de toename van verkeer geen aanknopingspunten om te twijfelen aan de juistheid van de stelling van de raad dat de capaciteit van de bestaande wegenstructuur die toename aankan en dat een ontsluiting op de Kralingse Zoom onwenselijk is. De raad heeft zich dan ook in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de in het plan voorziene ontwikkelingen niet tot een onaanvaardbare situatie op de bestaande wegen zullen leiden.

Het betoog faalt.

Gemeentelijk beleid

8. [appellant] en anderen stellen dat het plan in strijd met gemeentelijk beleid is vastgesteld. Zij wijzen daartoe op de gemeentelijke Woonvisie 2010-2014 waarin staat dat de gemeente streeft naar het bevorderen van overeenkomstige leefstijlen. Door het uitgeven van 58 kleine kavels en het ontbreken van een watergang die achtertuinen van elkaar scheidt zal de waarde van de woningen aanzienlijk lager zijn dan de waarde van de huidige woningen en zal de kwaliteit van de leefomgeving anders zijn. Hierdoor wordt de doelstelling om overeenkomstige leefstijlen te realiseren niet gehaald, aldus [appellant] en anderen.

Voorts wijzen zij op de doelstellingen uit de Woonvisie Rotterdam, koers naar 2030. Daarin staat onder meer dat de locatie Noordelijk Niertje binnen de categorie "luxe groenstedelijk wonen" valt. Met de bouw van 58 woningen kan dit zogenoemde luxe groenstedelijk wonen niet worden gerealiseerd. Om te voldoen aan de doelstellingen uit de gemeentelijke Woonvisie 2010-2014 en de Woonvisie Rotterdam, kunnen er maximaal 34 kavels worden uitgegeven, aldus [appellant] en anderen.

In dat verband voeren [appellant] en anderen aan dat de belangenafweging tussen enerzijds de grondopbrengsten en anderzijds het behouden van de kwaliteit van de woonomgeving ontoereikend en onevenredig heeft plaatsgevonden.

8.1. De raad stelt zich op het standpunt dat het aantal van 58 woningen. goed aansluit op de bestaande woningdichtheid van de wijk en ook stedelijk goed inpasbaar is. De raad wijst ter onderbouwing van dat standpunt op diverse verkavelingsmodellen. De raad wijst er voorts op dat aan de desbetreffende gronden in het voorheen geldende bestemmingsplan "Kralingse Zoom" een uit te werken bestemming met een maximum bouwpercentage van 30 was toegekend. De afmeting van het plangebied bedraagt 19.400 m². Uitgaande van 30 woningen per ha leidt dit tot een aantal van 58 woningen. Hoewel de maten van de kavels bij een aantal woningen in de modellen iets kleiner zijn dan in de omgeving zijn er volgens de raad goede, comfortabele gezinswoningen te realiseren.

8.2. In het uitvoeringsprogramma Woonvisie 2010-2014 staat dat de gemeente met marktpartijen de leefstijlontwikkeling van de Rotterdammers in beeld zal houden, bijvoorbeeld via de Grote Woontest. De gemeente wil zoveel mogelijk de leefstijlen op elkaar afstemmen.

In paragraaf 2.3 van de plantoelichting staat de missie van de Stadsvisie Rotterdam 2030 beschreven om te komen tot een sterke economie en aantrekkelijke woonstad. Daarom wordt geïnvesteerd in aantrekkelijke groenstedelijke, rustig stedelijke en centumstedelijke woonmilieus. Kralingen, met onder andere Midden en Noordelijk Niertje is volgens de plantoelichting een sterke wijk, die hoog wordt gewaardeerd. In de directe omgeving is ruimte voor nieuwe woningen in hetzelfde woonmilieu. De nieuwe woningen profiteren volgens de plantoelichting van het imago en de kwaliteiten van de bestaande wijken.

Volgens de plantoelichting sluit het aantal van 58 woningen goed aan op de bestaande woningdichtheid in Noordelijk Niertje. In het plan zijn zowel vrijstaande, twee-onder een-kap, als geschakelde bouw mogelijk. In het plan zijn uitsluitend grondgebonden woningen toegestaan.

8.3. De raad heeft onderzocht of het aantal van 58 woningen op zodanige wijze gerealiseerd kan worden dat de kavels en de woningen aansluiten bij de bestaande groene leefomgeving. Gelet op het voorgaande heeft de raad daarbij rekening gehouden met de Woonvisie 2010-2014 en de Woonvisie Rotterdam, koers naar 2030. In hetgeen [appellant] en anderen hebben aangevoerd over de omvang van de kavels en het ontbreken van een watergang die de achtertuinen van elkaar scheidt, is naar het oordeel van de Afdeling geen aanleiding te vinden voor het oordeel dat de raad zich niet op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan in zoverre bij de doelstellingen van de Woonvisie 2010-2014 en de Woonvisie Rotterdam, koers naar 2030 aansluit.

8.4. [appellant] en anderen hebben weliswaar hun wensen over het realiseren van maximaal 34 woningen naar voren gebracht, maar zij hebben met het gestelde belang van de grondopbrengsten geen feiten of omstandigheden aangevoerd die de Afdeling aanleiding zouden kunnen geven te twijfelen aan de juistheid van de hiervoor weergegeven belangen en uitgangspunten. De Afdeling acht dan ook geen grond aanwezig voor het oordeel dat de raad zich geen rekenschap heeft gegeven van alle betrokken belangen, dan wel dat de raad zich bij de afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid op het op het standpunt heeft kunnen stellen dat dit plan aansluit bij de reeds bestaande kwaliteit van de woonomgeving.

Het betoog faalt.

9. Het beroep van [appellant] en anderen is, voor zover ontvankelijk, ongegrond.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep van [appellant] en anderen niet-ontvankelijk voor zover het is ingediend door [persoon];

II. verklaart het beroep van [appellant] en anderen ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. N.S.J. Koeman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A. Heinen, griffier.

w.g. Koeman w.g. Heinen

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 13 april 2016

632.