Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2016:791

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-03-2016
Datum publicatie
23-03-2016
Zaaknummer
201505637/1/A4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij brief van 10 juli 2012 heeft het dagelijks bestuur van het stadsdeel Oost, het definitief ontwerp inrichting openbare ruimte Nieuw Argentinië van 18 juni 2012 vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2016/7314
JAF 2016/598 met annotatie van Van der Meijden
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201505637/1/A4.

Datum uitspraak: 23 maart 2016

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Amsterdam,

en

het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van het stadsdeel Oost, van de gemeente Amsterdam,

verweerder.

Procesverloop

Bij brief van 10 juli 2012 heeft het dagelijks bestuur van het stadsdeel Oost, het definitief ontwerp inrichting openbare ruimte Nieuw Argentinië van 18 juni 2012 vastgesteld.

Bij besluit van 17 februari 2015 heeft het algemeen bestuur het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld bij de rechtbank Amsterdam. Bij brief van 14 juli 2015 heeft de rechtbank het beroepschrift en de nadere motivering doorgezonden naar de Afdeling.

Het algemeen bestuur heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 januari 2016, waar [appellant] en het algemeen bestuur, vertegenwoordigd door I. Smit, bijgestaan door mr. S. Haak, advocaat te Utrecht, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Op de tekening die bij het definitief ontwerp inrichting openbare ruimte Nieuw Argentinië behoort is onder meer aangegeven op welke locaties ondergrondse afvalcontainers worden gerealiseerd. [appellant] vreest voor overlast vanwege de plaatsing van drie containers nabij zijn woning.

2. De Afdeling ziet zich voor de vraag gesteld of de vaststelling van het definitief ontwerp inrichting openbare ruimte Nieuw Argentinië, voor zover dat ziet op de locaties voor ondergrondse afvalcontainers, een besluit is, waartegen bezwaar en beroep kan worden ingesteld.

3. Ingevolge artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter.

Ingevolge artikel 7:1 dient degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een bestuursrechter in te stellen, alvorens beroep in te stellen, bezwaar te maken.

Ingevolge artikel 1:3, eerste lid, wordt onder besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

Ingevolge artikel 4, vierde lid, van de Afvalstoffenverordening 2009 van de gemeente Amsterdam, kan het college van burgemeester en wethouders aanwijzen met behulp van welk al dan niet van gemeentewege verstrekt inzamelmiddel of met behulp van welke inzamelvoorziening de inzameling van een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen ten behoeve van de gebruiker van een perceel plaatsvindt.

Ingevolge artikel 24, tweede lid, van de Verordening op de bestuurscommissies 2013 van de gemeente Amsterdam, gelezen in verbinding met onderdeel D.3 van bijlage 3 bij die verordening, is de in artikel 4, vierde lid, van de Afvalstoffenverordening bedoelde bevoegdheid door het college gedelegeerd aan het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van het stadsdeel Oost.

3.1. Bij brief van 10 juli 2012 is het definitief ontwerp inrichting openbare ruimte Nieuw Argentinië vastgesteld. De vaststelling van het ontwerp betreft de inrichting van de openbare ruimte zoals weergegeven in de bij het ontwerp behorende tekening. Op deze tekening zijn de te realiseren rijbanen, fietspaden, voetpaden en betonplaten weergegeven. Daarnaast is een aantal ondergrondse afvalcontainers ingetekend, waaronder drie containers nabij de woning van [appellant]. De brief van 10 juli 2012 behelst op zich zelf geen aanwijzing van de desbetreffende locatie als locatie voor het plaatsen van ondergrondse containers, als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Afvalstoffenverordening 2009. Verder kan de enkele weergave van de containers op de tekening niet worden aangemerkt, ook niet impliciet, als een aanwijzingsbesluit als bedoeld in dat artikellid. Het vaststellen van de ontwerp inrichting is, voor zover het de locatie van containers betreft, evenmin op andere wijze op rechtsgevolgen gericht. De omstandigheid dat - zoals het algemeen bestuur heeft gesteld - de vaststelling van het ontwerp overeenkomstig de in de Awb opgenomen bepalingen is bekendgemaakt, maakt niet dat sprake is van een besluit, nog daargelaten dat in de bekendmaking de aanwijzing van locaties voor ondergrondse afvalcontainers niet is vermeld.

De conclusie is dat de brief van 10 juli 2012, wat de locatie van de ondergrondse containers betreft, geen besluit is als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Ingevolge artikel 8:1 staat hier dan ook geen bezwaar en beroep tegen open. Het bezwaar van [appellant] had daarom niet-ontvankelijk moeten worden verklaard.

4. Het beroep is gegrond. Het besluit van 17 februari 2015 dient te worden vernietigd. De Afdeling zal het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.

Het voorgaande betekent dat het algemeen bestuur ten aanzien van de locaties voor ondergrondse containers alsnog een aanwijzingsbesluit als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Afvalstoffenverordening 2009 dient te nemen.

5. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van het stadsdeel Oost van 17 februari 2015, kenmerk Z-14-13456/INT-15-04600;

III. verklaart het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk;

IV. bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

V. gelast dat het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van het stadsdeel Oost aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 167,00 (zegge: honderdzevenenzestig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. W. Sorgdrager, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. F.B. van der Maesen de Sombreff, griffier.

w.g. Sorgdrager w.g. Van der Maesen de Sombreff

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 23 maart 2016

190-457-811.