Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2016:673

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-03-2016
Datum publicatie
16-03-2016
Zaaknummer
201504457/1/A1
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBAMS:2015:2427, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 19 juni 2013 heeft het algemeen bestuur aan [belanghebbende] omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een garagedeur en het aanleggen van een inrit aan de achterzijde van het perceel [locatie] te Amsterdam.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201504457/1/A1.

Datum uitspraak: 16 maart 2016

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

1. de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid KAV Autoverhuur B.V., KAV Holding B.V., KAV ConnectCar B.V., KAV Studentcar B.V., KAV Witkar B.V. en Tuk Tuk Company 2.0 B.V., allen gevestigd te Amsterdam,

2. de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid ArdeaAuto B.V., SternRent B.V. en SternFacilitair B.V., allen gevestigd te Amsterdam,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid A-Point B.V., gevestigd te Amsterdam,

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 april 2015 in zaak nr. 14/211 in het geding tussen:

1. KAV Autoverhuur B.V., KAV Holding B.V., de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid KAV Houdstermaatschappij B.V. en KAV Vastgoed B.V., beiden gevestigd te Amsterdam, KAV ConnectCar B.V., KAV Studentcar B.V., KAV Witkar B.V., Tuk Tuk Company 2.0 B.V. en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid IC Traffic B.V., gevestigd te Amsterdam,

2. ArdeaAuto B.V., SternRent B.V. en SternFacilitair B.V.,

3. A-Point B.V.,

en

het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van het stadsdeel Zuidoost.

Procesverloop

Bij besluit van 19 juni 2013 heeft het algemeen bestuur aan [belanghebbende] (hierna: vergunninghouder) omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een garagedeur en het aanleggen van een inrit aan de achterzijde van het perceel [locatie] te Amsterdam.

Bij besluiten van 13 december 2013 heeft het algemeen bestuur de door de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid KAV Autoverhuur B.V., A-Point B.V. en ArdeaAuto B.V. en SternRent B.V. daartegen gemaakte bezwaren niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 24 april 2015 heeft de rechtbank de door de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid SternFacilitair B.V., KAV Houdstermaatschappij B.V., KAV Holding B.V., KAV Vastgoed B.V., KAV ConnectCar B.V., KAV StudentCar B.V., KAV Witkar B.V., Tuk Tuk Company 2.0 B.V. en IC Traffic B.V. daartegen ingestelde beroepen niet-ontvankelijk verklaard en de door KAV Autoverhuur B.V., A-Point B.V., ArdeaAuto B.V. en SternRent B.V. daartegen ingestelde beroepen ongegrond. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben KAV Autoverhuur B.V., KAV Holding B.V., KAV ConnectCar B.V., KAV Studentcar B.V., KAV Witkar B.V., Tuk Tuk Company 2.0 B.V. en ArdeaAuto B.V., SternRent B.V. en SternFacilitair B.V. en A-Point B.V., hoger beroep ingesteld.

Het algemeen bestuur heeft een verweerschrift ingediend.

KAV Autoverhuur B.V., KAV Holding B.V., KAV ConnectCar B.V., KAV Studentcar B.V., KAV Witkar B.V. en Tuk Tuk Company 2.0 B.V., en ArdeaAuto B.V., SternRent B.V. en SternFacilitair B.V. en A-Point B.V., hebben nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 februari 2016, waar KAV Autoverhuur B.V. KAV Holding B.V., KAV ConnectCar B.V., KAV Studentcar B.V., KAV Witkar B.V. en Tuk Tuk Company 2.0 B.V., ArdeaAuto B.V., SternRent B.V., en SternFacilitair B.V. en A-Point B.V., allen vertegenwoordigd door mr. J.B. Floor, en het algemeen bestuur, vertegenwoordigd door mr. P. Groeneveld, werkzaam bij het stadsdeel, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Ter zitting is het hoger beroep van SternFacilitair B.V. ingetrokken.

2. De rechtbank heeft de beroepen van KAV Holding B.V., KAV Houdstermaatschappij B.V., KAV Vastgoed B.V., KAV ConnectCar B.V., KAV StudentCar B.V., KAV Witkar B.V. en Tuk Tuk Company 2.0 B.V., wegens strijd met artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij volgens de rechtbank geen bezwaar hebben gemaakt tegen het besluit van 19 juni 2013.

De beroepen van KAV Autoverhuur B.V., A-Point B.V., ArdeaAuto B.V. en SternRent B.V. zijn ongegrond verklaard, omdat de rechtbank van oordeel is dat het algemeen bestuur de door hen gemaakte bezwaren terecht wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk heeft verklaard.

3. KAV Autoverhuur B.V. betoogt dat de rechtbank de beroepen van KAV Holding B.V., KAV Vastgoed B.V., KAV ConnectCar B.V., KAV StudentCar B.V., KAV Witkar B.V. en Tuk Tuk Company 2.0 B.V, ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Volgens KAV Autoverhuur B.V. is haar bezwaar gelet op de tekst van het bezwaarschrift, gemaakt mede namens KAV Holding B.V., KAV Vastgoed B.V., KAV ConnectCar B.V., KAV StudentCar B.V., KAV Witkar B.V. en Tuk Tuk Company 2.0 B.V.

3.1. KAV Autoverhuur B.V. betoogt terecht dat zij mede namens KAV Holding B.V., KAV Vastgoed B.V., KAV ConnectCar B.V., KAV StudentCar B.V., KAV Witkar B.V. en Tuk Tuk Company 2.0 B.V. bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van 19 juni 2013, nu in de laatste alinea van het bezwaarschrift staat "Voor zover een vergunning zou zijn verleend voor genoemde handelingen en activiteiten wil ik door deze worden geacht in bezwaar te zijn gekomen namens KAV Holding B.V., alsook haar werkmaatschappijen (waaronder KAV Vastgoed B.V., KAV ConnectCar B.V., KAV StudentCar B.V., KAV Witkar B.V. en Tuk Tuk Company B.V.)". Daaruit moet worden opgemaakt dat het bezwaar werd geacht mede te zijn gemaakt door deze vennootschappen. Gelet hierop heeft de rechtbank de beroepen van KAV Holding B.V., KAV Vastgoed B.V., KAV ConnectCar B.V., KAV StudentCar B.V., KAV Witkar B.V. en Tuk Tuk Company 2.0 B.V. ten onrechte wegens strijd met artikel 6:13 van de Awb niet-ontvankelijk verklaard.

Het betoog slaagt.

4. KAV Autoverhuur B.V., ArdeaAuto B.V. en SternRent B.V. en A-Point B.V. betogen voorts dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de overschrijding van de termijn waarbinnen bezwaar diende te worden gemaakt verschoonbaar is. Daartoe voeren zij aan dat zij niet eerder wisten van de verleende omgevingsvergunning dan nadat door vergunninghouder met de werkzaamheden was aangevangen, waarna zij zo spoedig mogelijk bezwaar hebben gemaakt. Volgens hen waren zij niet eerder in de gelegenheid bezwaar te maken, omdat een mededeling van het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning van 19 juni 2013 is gepubliceerd in het blad "De Echo" welke niet op het bedrijventerrein Amstel III wordt verspreid. Daarmee heeft het algemeen bestuur een oneigenlijk middel voor publicatie gebruikt, aldus KAV Autoverhuur B.V., ArdeaAuto B.V. en SternRent B.V. en A-Point B.V. De rechtbank heeft volgens hen voorts ten onrechte waarde gehecht aan het feit dat het blad kan worden afgehaald op het stadsdeelkantoor, nu dat buiten het postcodegebied ligt en zij om deze plaats te bereiken door een grootstedelijk gebied met veelvuldig grote verkeersopstoppingen moeten. Daarbij komt dat in het stadsdeel een ander blad wordt verspreid dat wel het bedrijventerrein Amstel III bereikt, hetgeen door het algemeen bestuur als publicatiemiddel zou moeten dienen, aldus KAV Autoverhuur B.V., ArdeaAuto B.V. en SternRent B.V. en A-Point B.V.

4.1. Het algemeen bestuur heeft het besluit van 19 juni 2013 bekendgemaakt door verzending daarvan aan de aanvrager. Vervolgens heeft het daarvan mededeling gedaan in het huis-aan-huisblad "De Echo". KAV Autoverhuur B.V., ArdeaAuto B.V. en SternRent B.V. en A-Point B.V. hebben niet binnen de in artikel 6:7 van de Awb vermelde termijn van zes weken na de bekendmaking bezwaar gemaakt tegen het besluit van 19 juni 2013.

4.2. De rechtbank heeft in hetgeen door KAV Autoverhuur B.V., ArdeaAuto B.V. en SternRent B.V. en A-Point B.V. is aangevoerd terecht geen grond gezien voor het oordeel dat is gebleken van omstandigheden als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb op grond waarvan het niet tijdig indienen van een bezwaarschrift verschoonbaar moet worden geacht. Vooropgesteld wordt dat niet aannemelijk is gemaakt dat de bezorging van het huis-aan-huisblad "De Echo" in het algemeen zodanige gebreken vertoont dat het algemeen bestuur dit blad niet als middel ter kennisgeving van het besluit had mogen gebruiken. Gelet op de omstandigheid dat KAV Autoverhuur B.V., ArdeaAuto B.V. en SternRent B.V. en A-Point B.V. niet gevestigd zijn in het verspreidingsgebied van het voormelde huis-aan-huisblad en dit blad niet bij hen wordt bezorgd, had het, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, op de weg van hen gelegen om maatregelen te treffen om van de inhoud van de hen mogelijke betreffende publicaties kennis te kunnen nemen. Vergelijk de uitspraak van 23 juli 2014 in zaak nr. 201400159/1/A1. Hierbij neemt de Afdeling in aanmerking dat voornoemde publicatie tevens in de digitale editie van "De Echo" beschikbaar was op het internet. Daarbij komt dat dit blad, zoals door het algemeen bestuur is gesteld en door KAV Autoverhuur B.V., ArdeaAuto B.V. en SternRent B.V. en A-Point B.V. niet is betwist, wel voor een ieder op het stadsdeelkantoor verkrijgbaar is. In hetgeen door KAV Autoverhuur B.V., ArdeaAuto B.V. en SternRent B.V. en A-Point B.V. is aangevoerd wordt geen grond gezien voor het oordeel dat het afhalen van het stadsblad, onder andere gelet op de afstand tot het afhaalpunt, onmogelijk is, nu het afhaalpunt is gevestigd binnen het stadsdeel. In het betoog van KAV Autoverhuur B.V., ArdeaAuto B.V. en SternRent B.V. en A-Point B.V. dat de bekendmaking in het blad "Amsterdam" meer voor de hand had gelegen, nu zij dit blad wel ontvangen, is evenmin een reden gelegen om verschoonbaarheid aan te nemen. Zoals ter zitting ook door hen is bevestigd, wisten zij dat dit blad geen publicaties bevat en dat dat derhalve geen reden is om stadsblad "De Echo" niet te bekijken, te meer omdat dit blad, zoals hiervoor is overwogen, ook digitaal beschikbaar is.

Het betoog faalt.

5. De hoger beroepen van ArdeaAuto B.V., SternRent B.V. en

A-Point B.V zijn ongegrond. Het hoger beroep van KAV Autoverhuur B.V., KAV Holding B.V., KAV ConnectCar B.V., KAV StudentCar B.V., KAV Witkar B.V. en Tuk Tuk Company 2.0 B.V. is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd voor zover de rechtbank de beroepen van KAV Holding B.V., KAV Vastgoed B.V., KAV ConnectCar B.V., KAV StudentCar B.V., KAV Witkar B.V. en Tuk Tuk Company 2.0 B.V. niet-ontvankelijk heeft verklaard. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling de beroepen van KAV Holding B.V., KAV Vastgoed B.V., KAV ConnectCar B.V., KAV Studentcar B.V., KAV Witkar B.V. en Tuk Tuk Company 2.0 B.V. gegrond verklaren. Nu het algemeen bestuur nog geen besluit heeft genomen op het bezwaar van KAV Autoverhuur B.V., voor zover ingediend door KAV Holding B.V., KAV Vastgoed B.V., KAV ConnectCar B.V., KAV Studentcar B.V., KAV Witkar B.V. en Tuk Tuk Company 2.0 B.V., zal de Afdeling zelf in de zaak voorziend, gelet op overweging 4.2 van deze uitspraak, het bezwaar van KAV Autoverhuur B.V., voor zover ingediend door KAV Holding B.V., KAV Vastgoed B.V., KAV ConnectCar B.V., KAV Studentcar B.V., KAV Witkar B.V. en Tuk Tuk Company 2.0 B.V. wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk verklaren. De aangevallen uitspraak dient voor het overige te worden bevestigd.

6. Het algemeen bestuur dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep van de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid ArdeaAuto B.V. en SternRent B.V. en A-Point B.V. ongegrond;

II. verklaart het hoger beroep van de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid KAV Autoverhuur B.V., KAV Holding B.V., KAV ConnectCar B.V., KAV StudentCar B.V., KAV Witkar B.V. en Tuk Tuk Company 2.0 B.V. gegrond;

III. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 april 2015 in zaak nr. 14/211, voor zover de rechtbank de beroepen van KAV Holding B.V., KAV Vastgoed B.V., KAV ConnectCar B.V., KAV StudentCar B.V., KAV Witkar B.V. en Tuk Tuk Company 2.0 B.V. niet-ontvankelijk heeft verklaard;

IV. verklaart het beroep van KAV Holding B.V., KAV Vastgoed B.V., KAV ConnectCar B.V., KAV StudentCar B.V., KAV Witkar B.V. en Tuk Tuk Company 2.0 B.V. tegen het besluit van 13 december 2013, kenmerk BZ.1.13.0577.001 / DJZ, gegrond;

V. verklaart het bezwaar van KAV Autoverhuur B.V., voor zover gemaakt door KAV Holding B.V., KAV Vastgoed B.V., KAV ConnectCar B.V., KAV StudentCar B.V., KAV Witkar B.V. en Tuk Tuk Company 2.0 B.V., niet-ontvankelijk;

VI. bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

VII. bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige;

VIII. veroordeelt het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van het stadsdeel Zuidoost tot vergoeding van bij de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid KAV Autoverhuur B.V., KAV Holding B.V., KAV ConnectCar B.V., KAV StudentCar B.V., KAV Witkar B.V. en Tuk Tuk Company 2.0 B.V. in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.984,00 (zegge: negentienhonderdvierentachtig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

IX. gelast dat het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van het stadsdeel Zuidoost aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid KAV Autoverhuur B.V., KAV Holding B.V., KAV ConnectCar B.V., KAV StudentCar B.V., KAV Witkar B.V. en Tuk Tuk Company 2.0 B.V. het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 825,00 (zegge: achthonderdvijfentwintig euro) voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. S.F.M. Wortmann, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.A.B. Montagne, griffier.

w.g. Wortmann w.g. Montagne

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2016

374-776.