Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2016:478

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-02-2016
Datum publicatie
24-02-2016
Zaaknummer
201504504/1/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 17 maart 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Partiële herziening Wonen-werken en werk aan huis" gewijzigd vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201504504/1/R4.

Datum uitspraak: 24 februari 2016

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

de raad van de gemeente Smallingerland,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 17 maart 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Partiële herziening Wonen-werken en werk aan huis" gewijzigd vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] en Neopost Technologies B.V. hebben nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 december 2015, waar [appellant], bijgestaan door mr. C.R. Jansen, en de raad, vertegenwoordigd door mr. E. de Haan en door J. van der Heide BSc, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is Neopost Technologies B.V., vertegenwoordigd door mr. J.A. Mohuddy, advocaat te Breda, en door [gemachtigde], als partij gehoord.

Overwegingen

1. Het bestemmingsplan "Partiële herziening Wonen-werken en werk aan huis" wijzigt de planregelingen voor woon-werk locaties in diverse bestemmingsplannen, in die zin dat er op deze locaties ook uitsluitend mag worden gewoond.

2. Het bestemmingsplan is gewijzigd vastgesteld ten opzichte van het ontwerpplan. De woon-werk locatie aan Het Deel te Drachten is naar aanleiding van de zienswijze van het nabijgelegen bedrijf Neopost Technologies B.V. uit het plangebied verwijderd. Neopost Technologies B.V. vreest dat haar bedrijfsvoering wordt belemmerd en dat uitbreidingsmogelijkheden worden beperkt, indien op de locatie aan Het Deel uitsluitend wonen wordt toegestaan.

3. [appellant] heeft in 2014 de percelen [perceel A] en [perceel B] te Drachten aangekocht met de bedoeling op deze percelen woningen te bouwen waarin het is toegestaan uitsluitend te wonen. Volgens hem zijn er voor woningen die geschikt zijn voor wonen in combinatie met bedrijfsactiviteiten geen gegadigden.

4. Ingevolge artikel 1, aanhef en onder 10, van de planregels, zijn de regels, zoals genoemd in artikel 2, van toepassing op onder meer bestemmingsplan Drachten De Swetten, vastgesteld 29 juni 2010.

Ingevolge artikel 2, eerste lid, geldt voor de in artikel 1 genoemde bestemmingsplannen waar woon-werk locaties in voorkomen, in de bestemmingen "Wonen-Werken" en "Gemengd - 1", met uitzondering van "Kantorenpark Drachten en Bedrijvenpark Noordoostkwadrant", voortaan dat wonen al dan niet in combinatie met de toegestane bedrijfsactiviteiten is toegestaan.

5. In het bestemmingsplan " De Swetten" is aan de percelen aan Het Deel de bestemming "Wonen - Werken" toegekend.

Ingevolge artikel 23, lid 23.1, onder a, van de planregels van dat bestemmingsplan zijn de voor "Wonen - Werken" aangewezen gronden bestemd voor wonen in combinatie met bedrijfsactiviteiten, die zijn genoemd in bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2, met uitzondering van geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen en vuurwerkbedrijven.

6. [appellant] betoogt dat er geen planologische bezwaren zijn om het mogelijk te maken dat de percelen uitsluitend worden gebruikt voor wonen, niet in combinatie met bedrijfsactiviteiten. Daartoe voert hij aan dat op grond van de handreiking van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten "Bedrijven en milieuzonering" voor nieuwe situaties voor bedrijven als Neopost Technologies B.V. een indicatieve planologische richtafstand van 200 meter ten opzichte van woonbebouwing geldt, maar dat deze afstand in het onderhavige geval niet hoeft te worden aangehouden, omdat aan de geldende milieuregelgeving wordt voldaan en het een bestaande situatie is. Ook is niet gebleken dat er geen sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Niet duidelijk is waarom bewoners die de percelen gebruiken voor wonen in combinatie met bedrijfsactiviteiten minder hinder zouden ondervinden dan bewoners die de percelen alleen gebruiken voor wonen. Het toestaan van het gebruik van de percelen voor wonen niet in combinatie met bedrijfsactiviteiten is bovendien in het algemeen belang, om verpaupering te voorkomen.

6.1. De raad heeft voor de woningen aan Het Deel de bestemming "Wonen-Werken" gehandhaafd in verband met de aanwezigheid van het bedrijf Neopost Technologies B.V. De raad wijst er daarbij op dat de planperiode tien jaar bedraagt, zodat het feit dat het belang van Neopost Technologies B.V. wellicht pas over langere tijd in het geding is er niet aan in de weg staat om in verband met een goede ruimtelijke ordening de bestemming "Wonen-Werken" te handhaven. De raad stelt dat de percelen met de bestemming "Wonen-Werken" als buffer fungeren tussen het bedrijf en de percelen met de bestemming "Wonen".

6.2. De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat de percelen aan Het Deel in dezelfde categorie vallen als de kavels met de bestemming "Wonen-Werken" op het industrieterrein De Haven, in het kantorenpark en in Azeven-noord, waar het accent niet op wonen, maar op werken ligt. Ter zitting hebben de raad en Neopost Technologies B.V. erkend dat ten aanzien van een woning die uitsluitend gebruikt kan worden om te wonen geen andere normen moeten worden nageleefd dan ten aanzien van een woning die gebruikt kan worden om te wonen in combinatie met bedrijfsactiviteiten. Nu de raad zich in zoverre op een ander standpunt stelt dan hij in het bestreden besluit heeft gedaan en niet is gebleken dat gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding hebben gegeven, moet worden geoordeeld dat het bestreden besluit wat betreft dit onderdeel niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid. Ook heeft de raad niet gemotiveerd waarom mensen die de percelen uitsluitend gebruiken om te wonen anders meer hinder zouden ervaren dan mensen die de percelen gebruiken om te wonen in combinatie met bedrijfsactiviteiten.

7. [appellant] voert aan dat voor de huidige bewoners van Het Deel een persoonsgebonden gedoogbeschikking wordt afgegeven, waardoor het hen wordt toegestaan te blijven wonen op de betreffende locaties. Volgens [appellant] is dit niet mogelijk voor zijn percelen, nu deze nog geen bewoners hebben.

7.1. De raad stelt zich op het standpunt dat in de gevallen waarin gronden gebruikt worden voor wonen zonder combinatie met bedrijfsactiviteiten een gedoogbeschikking moet worden afgegeven. Dit is volgens de raad een tegemoetkoming die speciaal voor [appellant] is opgenomen en dus ook van toepassing is op de toekomstige bewoners van de woningen die [appellant] heeft gebouwd.

7.2. De Afdeling overweegt dat deze beroepsgrond geen betrekking heeft op het bestemmingsplan. Deze beroepsgrond moet derhalve buiten inhoudelijke bespreking blijven.

8. [appellant] voert aan dat sprake is van strijd met het vertrouwensbeginsel. Daartoe voert hij aan dat hij contact heeft gehad met de gemeente om in overeenstemming met de eerder verleende vergunning woningen te bouwen. Hij stelt dat hierbij is opgemerkt dat het bestemmingsplan zou worden gewijzigd en de bestemming zou worden gewijzigd in "Wonen, met eventueel werken". Op grond van het plan is het echter niet mogelijk dat in de woningen uitsluitend gewoond wordt.

8.1. Volgens de raad is geen sprake van een toezegging aan [appellant]. De raad wijst er daarbij op dat met betrekking tot de percelen een omgevingsvergunning is verleend voor het realiseren van woningen met een werkgedeelte.

8.2. Over het betoog van [appellant] dat het vertrouwensbeginsel is geschonden, wordt overwogen dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat door of namens de raad verwachtingen zijn gewekt dat het plan ter plaatse van zijn percelen aan [perceel A] en [perceel B] erin zou voorzien dat wonen al dan niet in combinatie met de toegestane bedrijfsactiviteiten is toegestaan. De raad heeft het plan op dit punt derhalve niet in strijd met het vertrouwensbeginsel vastgesteld.

9. Het beroep is gegrond. Het besluit van 17 maart 2015 dient wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht te worden vernietigd voor zover de percelen aan Het Deel niet in het plan zijn opgenomen. De raad dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen. Daartoe zal de Afdeling een termijn stellen.

10. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Smallingerland van 17 maart 2015 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Partiële herziening Wonen-werken en werk aan huis" voor zover de percelen aan [perceel A] en [perceel B] niet in het plan zijn opgenomen;

III. draagt de raad van de gemeente Smallingerland op om binnen 20 weken na de verzending van deze uitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen een nieuw besluit te nemen en dit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken;

IV. veroordeelt de raad van de gemeente Smallingerland tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 148,59 (zegge: honderdachtenveertig euro en negenenvijftig cent;

V. gelast dat de raad van de gemeente Smallingerland aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 167,00 (zegge: honderdzevenenzestig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J. Kramer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A. Bijleveld, griffier.

w.g. Kramer w.g. Bijleveld

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2016

433.