Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2016:345

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
01-02-2016
Datum publicatie
10-02-2016
Zaaknummer
201508305/2/R6
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 14 september 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Leeuwarden-Europaplein" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201508305/2/R6.

Datum uitspraak: 1 februari 2016

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

de vereniging Vereniging van eigenaren Torenflat Leeuwarden Europaplein 19-1 t/m 19-7, 20-1 t/m 20-7, 21-1 t/m 21-7 (hierna: de VVE), en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Leeuwarder Eurohotel B.V. (hierna: Eurohotel), beide gevestigd te Leeuwarden,

verzoekers,

en

1. de raad van de gemeente Leeuwarden,

2. het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden,

verweerders.

Procesverloop

Bij besluit van 14 september 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Leeuwarden-Europaplein" vastgesteld.

Bij besluit van 30 september 2015 heeft het college aan de gemeente Leeuwarden een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen van een bouwwerk, wijzigen van een beschermd monument, afwijken van het bestemmingsplan en veranderen van een uitweg.

Tegen deze besluiten hebben de VVE en Eurohotel beroep ingesteld.

Eurohotel en de VVE hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 26 januari 2016, waar de VVE en Eurohotel, vertegenwoordigd door [gemachtigden], bijgestaan door mr. F.P. Doting, alsook de raad en het college, vertegenwoordigd door T. Tuenter en ing. H. Oppewal, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. De bestreden besluiten zijn gecoördineerd voorbereid en bekendgemaakt met toepassing van artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening.

3. Het plan ziet op de reconstructie van het Europaplein in Leeuwarden waarbij een turboverkeersplein met fiets- en voetgangerstunnels zal worden aangelegd. Op het plein staat een fontein met een sculptuur die met het groene aangrenzende terrein is aangewezen als gemeentelijk monument, zo is ter zitting bevestigd. In verband met de reconstructie van het plein zal de fontein worden ontmanteld. Na de reconstructie zullen de ontmantelde onderdelen worden teruggeplaatst. De omgevingsvergunning ziet onder meer op het wijzigen van het monument.

4. Het verzoek van de VVE en Eurohotel strekt ertoe dat de besluiten worden geschorst tot de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de bodemprocedure. Zij betogen dat het monument onherstelbaar zal worden beschadigd, vanwege de ontmanteling van de fontein en het verwijderen van de groene inrichting van het terrein rondom de fontein. Voorts vrezen zij dat de reconstructie negatieve gevolgen heeft voor de bereikbaarheid van het Eurohotel.

5. De raad en het college hebben in hun memo van 21 januari 2016 toegelicht dat de werkzaamheden in verband met de reconstructie van het Europaplein plaatsvinden volgens een planning. In januari 2016 wordt de fontein gedemonteerd om schade van de fontein tijdens de werkzaamheden op het plein te voorkomen. Daartoe worden de staander en de randelementen losgemaakt, ingepakt en vervoerd naar de opslag. De kelder, de fundering en de bodem van het bassin van de fontein blijven onaangeroerd. Vervolgens zal in februari worden gestart met het aanbrengen van de voorbelasting in de vorm van zand op het middenterrein van het plein, hetgeen ongeveer 4 tot 6 weken in beslag zal nemen. Het zand zal een half jaar moeten inklinken, alvorens kan worden aangevangen met het grondwerk en het aanbrengen van beton voor de rotonde en de fietstunnels. Omdat deze werkzaamheden niet kunnen plaatsvinden bij lage temperaturen, dienen deze vóór de winter 2016/2017 te worden afgerond, zo staat in de memo. Het staken van de werkzaamheden, die in januari, februari en maart van dit jaar dienen plaats te vinden, kan daarom volgens de memo een vertraging in de planning van een half jaar tot gevolg hebben.

6. Naar verwachting zal uiterlijk in juni 2016 uitspraak in de bodemprocedure worden gedaan. De werkzaamheden tot dat moment zullen bestaan uit het ontmantelen van de fontein en het aanbrengen van zand op het middenterrein van het plein. Ter zitting hebben de raad en het college toegelicht dat maatregelen zijn en zullen worden getroffen om schade aan de onderdelen van het bassin van de fontein die onaangeroerd blijven, te voorkomen. Voorts geeft het verhandelde ter zitting geen grond voor de verwachting dat de fontein met sculptuur en de groene inrichting van het omliggende terrein niet in de oorspronkelijke toestand kunnen worden teruggebracht indien de Afdeling de besluiten tot vaststelling van het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning zou vernietigen.

Daarnaast geeft het betoog van de VVE en Eurohotel geen aanleiding voor de conclusie dat in de periode totdat de uitspraak in de bodemprocedure wordt verwacht onaanvaardbare gevolgen voor de bereikbaarheid van het hotel zullen optreden ten gevolge van de aanvoer van zand door vrachtverkeer. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat de raad en het college ter zitting hebben toegelicht dat sprake zal zijn van slechts een beperkt aantal vrachtwagens per dag en dat ten behoeve van de doorstroming van het verkeer op het Europaplein verkeersregelaars zullen worden ingezet.

Onder deze omstandigheden en gelet op de betrokken belangen ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om de bestreden besluiten te schorsen.

7. Gelet op het voorgaande en ook overigens ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. O.S. Nijveld, griffier.

w.g. Van Diepenbeek w.g. Nijveld

voorzieningenrechter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 1 februari 2016

378.