Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2016:3375

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21-12-2016
Datum publicatie
21-12-2016
Zaaknummer
201508496/1/A3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 15 oktober 2013 heeft de burgemeester de aanvraag van Lucky B.V. om een exploitatievergunning en een drank- en horecavergunning ten behoeve van prostitutiebedrijf Yab Yum aan het Singel 295 afgewezen.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Drank- en Horecawet
Gemeentewet
Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Gst. 2017/73 met annotatie van A.E.M. van den Berg
AB 2017/51 met annotatie van B. van der Vorm
JOM 2016/1323
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201508496/1/A3.

Datum uitspraak: 21 december 2016

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op de hoger beroepen van:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Lucky B.V., gevestigd te Amsterdam,

2. [appellant sub 2], wonend te [woonplaats],

3. [appellant sub 3], wonend te [woonplaats],

4. de burgemeester van Amsterdam,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 13 oktober 2015 in zaak nr. 14/2603 in het geding tussen:

Lucky B.V. en [appellant sub 2],

en

de burgemeester.

Procesverloop

Bij besluit van 15 oktober 2013 heeft de burgemeester de aanvraag van Lucky B.V. om een exploitatievergunning en een drank- en horecavergunning ten behoeve van prostitutiebedrijf Yab Yum aan het Singel 295 afgewezen.

Bij besluit van 24 maart 2014 heeft de burgemeester het door Lucky B.V. en [appellant sub 2] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 13 oktober 2015 heeft de rechtbank het door Lucky B.V. en [appellant sub 2] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben Lucky B.V. en [appellant sub 2] hoger beroep ingesteld. Ook [appellant sub 3] heeft hoger beroep ingesteld.

De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend. Voorts heeft de burgemeester incidenteel hoger beroep ingesteld.

Lucky B.V. en [appellant sub 3] hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 november 2016, waar Lucky B.V., [appellant sub 2] en [appellant sub 3], vertegenwoordigd door mr. I.P. Sigmond, advocaat te Heerlen, en de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. A.H.M. Buijs, mr. M.F.W. Boermans en S. Haavekost, allen werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

Wet- en regelgeving

1. Voor de toepasselijke wet- en regelgeving wordt verwezen naar de bijlage bij deze uitspraak.

Inleiding

2. Lucky B.V. is huurder van het pand aan het Singel 295. [appellant sub 2] is bestuurder en enig aandeelhouder van Lucky B.V. Lucky B.V. huurt het pand van Pentagon Amsterdam B.V. De Stichting Administratiekantoor Pentagon Amsterdam is de bestuurder en enig aandeelhouder van Pentagon Amsterdam B.V. De bestuurder van Stichting Administratiekantoor Pentagon Amsterdam is [appellant sub 3].

Op 18 juni 1012 heeft Lucky B.V. een aanvraag ingediend voor een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 3.27 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 van de gemeente Amsterdam (hierna: de APV) en voor een drank- en horecavergunning als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Drank- en Horecawet ten behoeve van het prostitutiebedrijf Yab Yum.

Besluiten van 15 oktober 2013 en 24 maart 2014

3. Bij besluit van 15 oktober 2013 heeft de burgemeester deze aanvraag afgewezen, omdat volgens hem ernstig gevaar bestaat dat de exploitatievergunning en de drank- en horecavergunning mede zullen worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, zulks in de zin van artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: de Wet bibob).

De burgemeester heeft aan dat standpunt de negatieve schriftelijke adviezen van het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: het Bureau) van 28 februari 2013, 10 april 2013, 24 juli 2013 en 22 januari 2014 ten grondslag gelegd. In de adviezen zijn onder meer feiten en omstandigheden vermeld die volgens het Bureau de conclusie rechtvaardigen dat er een zakelijk samenwerkingsverband bestaat tussen enerzijds Lucky B.V. en [appellant sub 2] en anderzijds [appellant sub 3] en Pentagon Amsterdam B.V. Zo is er een huurovereenkomst en een gebruiksovereenkomst tussen Lucky B.V. en Pentagon Amsterdam B.V. gesloten ten aanzien van het pand aan het Singel 295. Daarnaast is een licentieovereenkomst tussen Lucky B.V. en Pentagon Amsterdam B.V. gesloten met betrekking tot de intellectuele eigendomsrechten aangaande Yab Yum en voorts blijkt uit de adviezen dat [appellant sub 3] voornemens is de merknaam Yab Yum internationaal te exploiteren, hetgeen volgens het Bureau van invloed zal zijn op de exploitatie van Yab Yum in Amsterdam. In de adviezen zijn voorts feiten en omstandigheden vermeld op grond waarvan het volgens het Bureau aannemelijk is dat [appellant sub 3] herhaaldelijk strafbare feiten heeft gepleegd, waaronder (gewoonte)witwassen, handelen in strijd met belastingwetgeving en valsheid in geschrifte. Gezien het zakelijk samenwerkingsverband staan Lucky B.V. en [appellant sub 2] in relatie tot deze strafbare feiten, aldus de adviezen.

In de adviezen is voorts vermeld dat een strafrechtelijk onderzoek is verricht naar een organisatie van personen die het plegen van misdrijven tot oogmerk hadden, waaronder drugshandel en witwassen, dat [appellant sub 2] intensief contact met deze personen onderhield en wist dan wel behoorde te weten dat deze personen zich bezig hielden met het plegen van strafbare feiten. Volgens de adviezen staat [appellant sub 2] ook in een zakelijk samenwerkingsverband met deze personen.

De burgemeester heeft aan de afwijzing van de aanvraag voorts ten grondslag gelegd dat, gelet op voornoemd strafrechtelijk onderzoek, ernstig gevaar bestaat dat de exploitatievergunning en de drank- en horecavergunning mede zullen worden gebruikt om strafbare feiten te plegen, zulks in de zin van artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet bibob. Volgens de burgemeester is het aannemelijk dat de in het strafrechtelijk onderzoek geconstateerde strafbare feiten zijn gepleegd bij activiteiten die samenhangen met de activiteiten waarvoor de vergunningen zijn aangevraagd.

De burgemeester heeft het besluit van 15 oktober 2013 in bezwaar gehandhaafd bij besluit van 24 maart 2014.

De aangevallen uitspraak

4. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester onder verwijzing naar de adviezen van het Bureau aannemelijk heeft mogen achten dat [appellant sub 3] strafbare feiten pleegt en heeft gepleegd die verband houden met witwassen. De rechtbank heeft vervolgens geoordeeld dat de burgemeester terecht heeft overwogen dat Lucky B.V. en [appellant sub 2] in een zakelijk samenwerkingsverband staan tot Pentagon Amsterdam B.V. als bedoeld in artikel 3, vierde lid, aanhef en onder c, van de Wet bibob.

Nu is geoordeeld dat een ernstig vermoeden bestaat dat [appellant sub 3] zich schuldig maakt en heeft gemaakt aan strafbare feiten en [appellant sub 3] de leiding en zeggenschap heeft over Pentagon Amsterdam B.V., staan Lucky B.V. en [appellant sub 2] volgens de rechtbank in relatie tot strafbare feiten die verband houden met witwassen. De rechtbank heeft voorts overwogen dat de burgemeester heeft mogen afgaan op de expertise van het Bureau en dat hij de adviezen van het Bureau aan zijn besluitvorming ten grondslag heeft mogen leggen. Gelet daarop mocht de burgemeester zich op het standpunt stellen dat ernstig gevaar bestaat dat de door Lucky B.V. en [appellant sub 2] aangevraagde vergunningen mede zullen worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of strafbare feiten te plegen. Nu de burgemeester reeds hierom de gevraagde vergunningen kon weigeren, behoeven de overige gronden geen bespreking meer, aldus de rechtbank.

Hoger beroep van [appellant sub 3]

5. [appellant sub 3] is een van de appellanten die hoger beroep heeft ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. Vaststaat dat [appellant sub 3] geen bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van 15 oktober 2013 en geen beroep heeft ingesteld tegen het besluit van 24 maart 2014. Ingevolge de artikelen 6:13 en 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht kan geen hoger beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen beroep heeft ingesteld. [appellant sub 3] heeft geen omstandigheden gesteld die tot de conclusie leiden dat hem redelijkerwijs niet kan worden verweten geen beroep te hebben ingesteld. Het hoger beroep van [appellant sub 3] is derhalve niet-ontvankelijk.

Hoger beroep van Lucky B.V. en [appellant sub 2]

6. Lucky B.V. en [appellant sub 2] betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat zij in een zakelijk samenwerkingsverband staan tot Pentagon Amsterdam B.V. als bedoeld in artikel 3, vierde lid, aanhef en onder c, van de Wet bibob. Zij voeren daartoe aan dat de rechtbank het zakelijk samenwerkingsverband ten onrechte heeft gebaseerd op het bestaan van een huurovereenkomst en een licentieovereenkomst tussen Lucky B.V. en Pentagon Amsterdam B.V. Er is volgens Lucky B.V. en [appellant sub 2] geen samenwerking nu zij in ruil voor een vaste vergoeding slechts een recht krijgen op het gebruik van het pand en de naam Yab Yum. Er zijn volgens hen geen afspraken gemaakt over een gezamenlijke exploitatie. Het enkele feit dat de afgesproken huurprijs relatief laag zou zijn duidt niet op een zakelijk samenwerkingsverband. [appellant sub 3] heeft geen enkele invloed op de exploitatie van Yab Yum, aldus Lucky B.V. en [appellant sub 2].

6.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, onder meer in de uitspraak van 21 januari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:117, moet voor het aannemen van een zakelijk samenwerkingsverband een zakelijke relatie bestaan die is gericht op samenwerking en een zeker duurzaam en structureel karakter heeft.

Lucky B.V. huurt het pand aan het Singel 295 van Pentagon Amsterdam B.V. Niet in geschil is dat de Stichting Administratiekantoor Pentagon Amsterdam de bestuurder en enig aandeelhouder is van Pentagon Amsterdam B.V. en dat [appellant sub 3] de bestuurder is van Stichting Administratiekantoor Pentagon Amsterdam. De huurovereenkomst is aangegaan voor de duur van twee jaar en wordt na het verstrijken van deze periode voortgezet voor een aansluitende periode van drie jaar, en vervolgens voortgezet voor aansluitende perioden van telkens vijf jaar. De huurprijs van het gehuurde bedraagt op jaarbasis € 400.000,00. Blijkens de huurovereenkomst is Lucky B.V. verplicht het pand uitsluitend te gebruiken als besloten prostitutiebedrijf en het is haar niet toegestaan zonder schriftelijke toestemming van Pentagon Amsterdam B.V. een andere bestemming aan het gehuurde te geven. Voorts blijkt uit de huurovereenkomst dat niet alleen het pand, maar tevens de volledige inventaris wordt gehuurd.

Lucky B.V. en Pentagon Amsterdam B.V. hebben voorts, voorafgaande aan de huurovereenkomst, een gebruiksovereenkomst ten aanzien van het pand gesloten. Deze gebruiksovereenkomst is aangegaan voor de duur van negen maanden en zes dagen, ingaande op 22 mei 2012. Blijkens de gebruiksovereenkomst is Lucky B.V. verplicht het pand uitsluitend te gebruiken voor voorbereidende werkzaamheden ten behoeve van het door Lucky B.V. in de bedrijfsruimte te exploiteren besloten prostitutiebedrijf alsmede, steeds in overleg met Pentagon Amsterdam B.V., voor kleinschalige evenementen. Voorts blijkt uit de gebruiksovereenkomst dat Pentagon Amsterdam B.V. als beheerder van het pand optreedt en dat Lucky B.V. voor de inhoud van de gebruiksovereenkomst en andere aangelegenheden gehouden is met de beheerder in contact te treden.

Lucky B.V. en Pentagon Amsterdam B.V. hebben verder een licentieovereenkomst gesloten. Deze licentieovereenkomst duurt één jaar en wordt telkens voor één jaar voortgezet, waarbij de licentievergoeding € 2.500,00 per kalendermaand bedraagt. Blijkens deze licentieovereenkomst verleent Pentagon Amsterdam B.V. een licentie aan Lucky B.V. om de intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot Yab Yum in Amsterdam te verveelvoudigen. Het betreft niet alleen de merkrechten, zoals het woordmerk en het beeldmerk, maar ook de handelsnamen en de internetdomeinnamen http://www.yabyum.nl en http://yabyum-amsterdam.nl. De intellectuele eigendomsrechten blijven evenwel in eigendom van Pentagon Amsterdam B.V. In de licentieovereenkomst is opgenomen dat het Pentagon Amsterdam B.V. vrij staat om licenties te verlenen aan derden in het buitenland.

In het advies van het Bureau van 28 februari 2013 is vermeld dat [appellant sub 3] op 23 oktober 2012 overleg heeft gehad met de gemeente Amsterdam inzake de exploitatie van Yab Yum. Volgens het advies is [appellant sub 3] voornemens de merknaam Yab Yum internationaal te exploiteren, hetgeen naar het oordeel van het Bureau van invloed zal zijn op de exploitatie van Yab Yum in Amsterdam. Volgens het advies blijkt dit uit een gespreksverslag van 23 oktober 2012 waarin is vermeld dat [appellant sub 3] tegenover de gemeente heeft verklaard dat "[…] alle beslissingen over de wijze waarop het merk Yab Yum worden neergezet, nationaal en/of internationaal worden genomen door [appellant sub 3] […]". Voorts komt uit dat advies naar voren dat [appellant sub 3] heeft verklaard dat hij de mogelijkheden aan het verkennen is om op Ibiza een club te openen en een parfum te introduceren, beide onder het merk Yab Yum, en dat door Pentagon Amsterdam B.V. een licentieovereenkomst is gesloten voor de musical Yab Yum. Het Bureau leidt hieruit af dat [appellant sub 3] voornemens is de merknaam Yab Yum te exploiteren en zich in ieder geval niet alleen zal beperken tot verhuur van het pand aan Lucky B.V. Dergelijke plannen zullen van invloed zijn op de exploitatie van prostitutiebedrijf Yab Yum door Lucky B.V., aldus het advies.

De Afdeling is van oordeel dat uit het voorgaande volgt dat aannemelijk is dat er een zakelijke samenwerking tussen enerzijds Lucky B.V. en [appellant sub 2] en anderzijds Pentagon Amsterdam B.V. en [appellant sub 3] bestaat. De Afdeling neemt daarbij in aanmerking dat Pentagon Amsterdam B.V. en [appellant sub 3] belang hebben bij een succesvolle bedrijfsvoering van het prostitutiebedrijf Yab Yum door Lucky B.V. en [appellant sub 2] en dat anderzijds Lucky B.V. en [appellant sub 2] belang hebben bij een succesvolle internationale exploitatie van het merk Yab Yum door Pentagon Amsterdam B.V. en [appellant sub 3]. Een dergelijk succes kan alleen tot stand komen wanneer partijen duurzaam met elkaar samenwerken. De Afdeling neemt daarbij voorts in aanmerking dat de verwevenheid tussen de partijen wordt versterkt nu Lucky B.V. en [appellant sub 2] zich niet alleen beperken tot de huur van het pand, maar zij tevens een gebruiksovereenkomst hebben gesloten, de gehele inventaris huren en de intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot Yab Yum in Amsterdam exploiteren en daarmee het concept Yab Yum voor wat betreft Amsterdam overnemen.

Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank met juistheid geoordeeld dat de burgemeester zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat tussen hen een zakelijk samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 3, vierde lid, aanhef en onder c, van de Wet bibob bestaat.

De stelling van Lucky B.V. en [appellant sub 2] dat niet valt in te zien dat het enkele feit dat de afgesproken huurprijs relatief laag zou zijn op een zakelijk samenwerkingsverband duidt, behoeft geen bespreking nu reeds andere feiten en omstandigheden het oordeel kunnen dragen dat er een zakelijk samenwerkingsverband bestaat.

Het betoog faalt.

7. Lucky B.V. en [appellant sub 2] betogen voorts dat door de invulling van het begrip zakelijk samenwerkingsverband niet meer voorzienbaar is welke relatie onder artikel 3, vierde lid, aanhef en onder c, van de Wet bibob valt. Het is daardoor onmogelijk geworden om in te schatten met wie een aanvrager van een vergunning een relatie kan aangaan. Hierdoor wordt in strijd gehandeld met het recht op eerbiediging van het privéleven als bedoeld in artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het EVRM), aldus Lucky B.V. en [appellant sub 2].

7.1. Voor zover al sprake zou zijn van een inmenging in het recht op privacy of het familie- en gezinsleven als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het EVRM, vindt deze haar rechtvaardiging in een beperkingsgrond van het tweede lid, te weten het belang van de openbare veiligheid en het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten. Voorts is deze beperking, zoals het tweede lid vereist, bij wet voorzien en niet in strijd met de eisen van dringende maatschappelijke noodzaak en evenredigheid.

Het betoog faalt.

8. Lucky B.V. en [appellant sub 2] betogen verder dat, om witwassen van [appellant sub 3] aannemelijk te maken, er feiten of omstandigheden moeten zijn waaruit blijkt dat ten tijde van de aankoop van het pand in 1999 strafbare feiten zijn gepleegd door de toenmalige verkoper, Devagarden B.V. Alleen dan kan aannemelijk worden gemaakt dat [appellant sub 3] zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen. Uit de adviezen van het Bureau blijkt niet dat in 1999 door Devagarden B.V. strafbare feiten zijn gepleegd, aldus Lucky B.V. en [appellant sub 2].

8.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, onder meer de uitspraak van 8 juli 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ1892, vergt het met recht inroepen van artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet bibob dat aannemelijk is dat bepaalde strafbare feiten zijn gepleegd. Derhalve behoeft niet in rechte vast te staan dat [appellant sub 3] zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen. Dit brengt met zich dat, anders dan Lucky B.V. en [appellant sub 2] betogen, evenmin is vereist dat de strafbare feiten die het gronddelict voor witwassen vormen vaststaan, maar wel dat het aannemelijk is dat deze hebben plaatsgevonden.

In voormelde uitspraak van de Afdeling van 8 juli 2009 is geoordeeld dat voldoende aannemelijk is dat zich bij de overname van Yab Yum bedreiging en mogelijke afpersing hebben voorgedaan met als doel het verkrijgen van Yab Yum uit handen van [persoon A] en dat gelet op de geschetste gang van zaken bij deze overname het aannemelijk is dat met betrekking tot het verwerven van Yab Yum door Devagarden B.V. in 1999 aldus strafbare feiten zijn gepleegd. In die uitspraak is geoordeeld dat de burgemeester en het toenmalige dagelijks bestuur zich op het standpunt hebben mogen stellen dat er een redelijk vermoeden bestaat dat de Amsterdamse Hells Angels en [persoon B], als vooraanstaand lid en vanaf 1999 een aantal jaren vicepresident van de Amsterdamse Hells Angels, in relatie staan tot de onregelmatige overname van Yab Yum door bedreiging en afpersing. Aan het complex van aannemelijke feiten mochten de burgemeester en het dagelijks bestuur het redelijke vermoeden ontlenen dat de Hells Angels betrokken zijn geweest bij de overname van Yab Yum, dat Yab Yum door de overname binnen de invloedssfeer is gebracht van een crimineel circuit waarvan de Hells Angels en [persoon B] als exponent van die organisatie deel uitmaakten, en dat dit is gemaskeerd door de betrokkenheid van [persoon C] en de oprichting van Devagarden B.V. Ter zitting van de Afdeling heeft de burgemeester medegedeeld dat [persoon C] en Devagarden B.V. inmiddels door het openbaar ministerie zijn gedagvaard.

Het is daarom aannemelijk dat met betrekking tot het verwerven van Yab Yum, waaronder het pand aan het Singel 295, door Devagarden B.V. in 1999 strafbare feiten zijn gepleegd.

Nu Lucky B.V. en [appellant sub 2] het oordeel van de rechtbank dat [appellant sub 3] van deze feiten en omstandigheden op de hoogte is niet hebben bestreden, is het aannemelijk dat [appellant sub 3], met het verwerven van Yab Yum en het pand aan het Singel 295 van Devagarden B.V., zich schuldig heeft gemaakt aan het strafbare feit witwassen nu, gezien de artikelen 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht, degene die zaken of vermogensrechten verwerft, terwijl hij weet dat deze - onmiddellijk of middellijk - afkomstig zijn uit enig misdrijf, het strafbare feit witwassen pleegt.

Het betoog faalt.

9. Lucky B.V. en [appellant sub 2] betogen voorts dat de burgemeester en de rechtbank ten onrechte niet zijn nagegaan of de weigering de gevraagde vergunningen te verlenen disproportioneel is.

9.1. In het besluit van 15 oktober 2013 heeft de burgemeester overwogen dat, gelet op de aannemelijkheid van deelname aan een criminele organisatie, (gewoonte)witwassen, handelen in strijd met belastingwetgeving en valsheid in geschrifte, de weigering de aangevraagde vergunningen te verlenen in verhouding staat tot het daarmee te bereiken doel. De burgemeester heeft daarbij opgemerkt dat rekening is gehouden met de belangen van Lucky B.V. en [appellant sub 2], maar dat deze belangen niet kunnen opwegen tegen het algemeen belang dat is gediend bij het weren van prostitutiebedrijven die mede worden gebruikt om uit strafbare feiten verkregen voordelen te benutten en strafbare feiten te plegen.

De rechtbank heeft overwogen dat de burgemeester zich op het standpunt heeft mogen stellen dat ernstig gevaar bestaat dat de door Lucky B.V. aangevraagde vergunningen mede zullen worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of strafbare feiten te plegen en dat gelet op het ernstige gevaar de burgemeester in redelijkheid de gevraagde vergunningen kon weigeren. In dit oordeel van de rechtbank ligt besloten dat zij de weigering van de burgemeester om de gevraagde vergunningen te weigeren niet disproportioneel acht. Anders dan Lucky B.V. en [appellant sub 2] betogen, zijn de burgemeester en de rechtbank aldus nagegaan of de weigering om de gevraagde vergunningen te verlenen niet disproportioneel is.

Het betoog faalt.

Conclusie

10. De hoger beroepen van Lucky B.V. en [appellant sub 2] zijn ongegrond.

Incidenteel hoger beroep van de burgemeester

11. Volgens de burgemeester heeft de rechtbank haar oordelen uitsluitend gebaseerd op de feiten en omstandigheden die verband houden met de aan- en verkoop van het pand Singel 295 en het daarmee samenhangende vermoedelijke witwassen door [appellant sub 3]. De burgemeester voert aan dat hij meer feiten en omstandigheden aan zijn besluitvorming ten grondslag heeft gelegd. Volgens de burgemeester is het van belang dat ook over die andere feiten en omstandigheden een oordeel wordt gegeven, in verband met mogelijke toekomstige aanvragen van [appellant sub 2].

11.1. De rechtbank heeft het beroep van Lucky B.V. en [appellant sub 2] tegen het besluit op bezwaar van 24 maart 2014 ongegrond verklaard. Door het instellen van incidenteel hoger beroep kon de burgemeester derhalve niet in een gunstiger positie komen te verkeren ten opzichte van de positie waarin hij na de uitspraak van de rechtbank verkeerde.

Ter beoordeling staat derhalve of de burgemeester belang kan ontlenen aan de omstandigheid dat, naar hij stelt, [appellant sub 2] in de toekomst mogelijk nieuwe aanvragen zal indienen. Dat [appellant sub 2] in de toekomst nieuwe aanvragen zal indienen voor het exploiteren van een prostitutiebedrijf en dat zich daarbij dan hetzelfde feitencomplex als in deze zaak zal voordoen, is zodanig onzeker dat daaraan niet een procesbelang kan worden ontleend. Het incidenteel hoger beroep is daarom niet-ontvankelijk.

Eindconclusie

12. De hoger beroepen van Lucky B.V. en [appellant sub 2] zijn ongegrond. Het hoger beroep van [appellant sub 3] is niet-ontvankelijk evenals het hoger beroep van de burgemeester. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart de hoger beroepen van [appellant sub 3] en de burgemeester niet-ontvankelijk;

II. bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. T.G.M. Simons en mr. J. Hoekstra, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.M.E.A. Neuwahl, griffier.

w.g. Van Altena w.g. Neuwahl

voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 21 december 2016

280-818.

BIJLAGE

EVRM

Artikel 8

1. Een ieder heeft recht op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie.

2. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

Awb

Artikel 6:13

Geen beroep bij de bestuursrechter kan worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 naar voren heeft gebracht, geen bezwaar heeft gemaakt of geen administratief beroep heeft ingesteld.

Artikel 6:24

Deze afdeling is met uitzondering van artikel 6:12 van overeenkomstige toepassing indien hoger beroep, incidenteel hoger beroep, beroep in cassatie of incidenteel beroep in cassatie kan worden ingesteld.

Drank- en Horecawet

Artikel 3

1. Het is verboden zonder daartoe strekkende vergunning van de burgemeester het horecabedrijf of slijtersbedrijf uit te oefenen.

Artikel 27

3. Een vergunning kan worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Wet bibob).

Wet bibob

Artikel 3

1. Voor zover bestuursorganen bij of krachtens de wet daartoe de bevoegdheid hebben gekregen, kunnen zij weigeren een aangevraagde beschikking te geven dan wel een gegeven beschikking intrekken, indien ernstig gevaar bestaat dat de beschikking mede zal worden gebruikt om:

a. uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, of

b. strafbare feiten te plegen.

2. Voor zover het ernstig gevaar als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, betreft, wordt de mate van het gevaar vastgesteld op basis van:

a. feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat de betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a,

b. ingeval van vermoeden de ernst daarvan,

c. de aard van de relatie en

d. de grootte van de verkregen of te verkrijgen voordelen.

3. Voor zover het ernstig gevaar als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, betreft, wordt de mate van het gevaar vastgesteld op basis van:

a. feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat de betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten die zijn gepleegd bij activiteiten die overeenkomen of samenhangen met activiteiten waarvoor de beschikking wordt aangevraagd dan wel is gegeven,

b. ingeval van vermoeden de ernst daarvan,

c. de aard van de relatie en

d. het aantal van de gepleegde strafbare feiten.

4. De betrokkene staat in relatie tot strafbare feiten als bedoeld in het tweede en derde lid, indien:

a. hij deze strafbare feiten zelf heeft begaan,

b. hij direct of indirect leiding geeft dan wel heeft gegeven aan, zeggenschap heeft dan wel heeft gehad over of vermogen verschaft dan wel heeft verschaft aan een rechtspersoon in de zin van artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht die deze strafbare feiten heeft begaan, of

c. een ander deze strafbare feiten heeft gepleegd en deze persoon direct of indirect leiding geeft dan wel heeft gegeven aan, zeggenschap heeft dan wel heeft gehad over, vermogen verschaft dan wel heeft verschaft aan betrokkene, of in een zakelijk samenwerkingsverband tot hem staat of heeft gestaan.

5. De weigering dan wel intrekking, bedoeld in het eerste lid, vindt slechts plaats indien deze evenredig is met:

a. de mate van het gevaar en

b. voor zover het ernstig gevaar als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, betreft, de ernst van de strafbare feiten.

7. Voor zover blijkt dat geen sprake is van ernstig gevaar als bedoeld in het eerste lid, kan het bestuursorgaan bij mindere mate van gevaar aan de beschikking voorschriften verbinden. Deze voorschriften zijn gericht op het wegnemen of beperken van dergelijk gevaar.

Artikel 7

1. Een gemeentelijke vergunning die op grond van een verordening verplicht is gesteld voor een inrichting of bedrijf, kan door het college van burgemeester en wethouders respectievelijk de burgemeester worden geweigerd dan wel ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3.

2. Voordat een beslissing als bedoeld in het eerste lid wordt genomen, kan het college van burgemeester en wethouders respectievelijk de burgemeester het Bureau om een advies vragen.

Wetboek van Strafrecht

Artikel 420bis

1. Als schuldig aan witwassen wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie:

a. hij die van een voorwerp de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding of de verplaatsing verbergt of verhult, dan wel verbergt of verhult wie de rechthebbende op een voorwerp is of het voorhanden heeft, terwijl hij weet dat het voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig is uit enig misdrijf;

b. hij die een voorwerp verwerft, voorhanden heeft, overdraagt of omzet of van een voorwerp gebruik maakt, terwijl hij weet dat het voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig is uit enig misdrijf.

2. Onder voorwerpen worden verstaan alle zaken en alle vermogensrechten.

Artikel 420ter

1. Hij die van het plegen van witwassen een gewoonte maakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie.

2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die zich schuldig maakt aan witwassen in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf.

Algemene plaatselijke verordening gemeente Amsterdam

Artikel 3.27

1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een prostitutiebedrijf te exploiteren.